JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Regionale vergadering te Zeist

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Regionale vergadering te Zeist

10 minuten leestijd

Met het zingen van Psalm 25:2 opende ds. ]. J. van Eckeveld dit samenzijn, las vervolgens Romeinen 16:1 toten met 20, waarna hij ons voorging in gebed. Ds. Van Eckeveld stond in het kort stil bij het laatste gedeelte van Romeinen 7 6:20: e genade van onzen Heere jezus Christus zij met ulieden. Amen.

De apostel Paulus groet in dit laatste hoofdstuk van de Romeinenbrief niet alleen mannen, maar noemt ook verschillende vrouwen. Vrouwen, die veel mochten betekenen in het Koninkrijk Gods. De apostel breekt hier geen lans voor de vrouw in het ambt; daar heeft zich in de Korinthebrief duidelijk over uitgelaten. Toch blijkt uit dit hoofdstuk, dat ook vrouwen in de gemeente zoveel kunnen betekenen als zij kennis mogen hebben aan Gods genade. In het leven van de vrouwen die hier genoemd worden, was Gods genade rijkelijk verheerlijkt. Er ging van hun leven iets uit, daarom hadden ze ook zo'n grote plaats en wist Paulus zich aan hen ook zo hartelijk verbonden met de geestelijke banden der liefde en van het zaligmakend geloof.

Al direct in het eerste vers wordt over onze zuster Fébe gesproken. Paulus bedoelt hiermee: onze zuster in de Heere, onze zuster in Christus. Ze wordt genoemd een dienares der gemeente die te Kenchreën is. Verder noemt hij Priscilla, de vrouw van Aguila. Beiden worden aangeduid als medewerkers in Christus Jezus. Ook noemt hij die bekende namen Tryféna en Tryfósa, vrouwen die in de Heere arbeiden. En Persis wordt door hem aangeduid als de beminde zuster, die veel gearbeid heeft in de Heere. Het is in ons leven zo noodzakelijk persoonlijk iets van Gods genade in Christus te leren kennen; dat zet een stempel op heel de levenswandel. Niet dat we het dan altijd van onszelf kunnen bezien, maar anderen zien het wel: dat is een vrouw die God vreest. Wat een wonderlijke zegen als er zulke vrouwen mogen zijn in de gemeente; als er zulke moeders mogen zijn in de gezinnen. Dan zal er nooit enige roem in de mens zijn, maar dan zal er alleen roem zijn in de genade waarvan Paulus zegt: De genade van onze Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen. Hij heeft de prijs voor die genade betaald, want het is geen genade ten koste van het recht; de Heere werkt niet buiten Zijn recht om. Hij heeft Zijn eigen lieve Zoon gezonden - onze Heere jezus Christus - om aan dat rechte Gods genoegdoening te geven. Het heilig recht, dat de dood en de veroordeling van de mens eist, heeft Jezus genoeggedaan. Daarom die kribbe, daarom het kruis, daarom de hof van Gethsémané, waar Hij kroop als een worm en geen man. Daarom dat bloedige zweet, dat hij uitgezweet heeft in de helse diepten en aanvechtingen. Daarom die duisternis van Godverlatenheid: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Opdat er in en door Hem genade zou zijn, niet ten koste van Gods recht, maar in de verheerlijking van Gods recht. Hij heeft uitgeroepen: Het is volbracht en daarom kan Gods genade in en door Zijn offer een weg vinden tot schuldige zondaren. Alleen in de diepte van het schuldbeleven en schuldbelijden is er plaats voor genade. En wat is er een ruimte, als de Heere in de nacht van mijn verloren leven het licht van Zijn genade in de Heere jezus Christus doet schijnen. Dat is een ruimte buiten mij, in de Schoonste van alle mensenkinderen, Die zondaren liefhad tot het einde toe. Het is de Heilige Geest Die voor de genade plaats maakt en Die de genade toepast aan het zondaarshart. Genade in leven en in sterven; genade voor de tijd en voor de eeuwigheid. Zelfs voor de grootste der zondaren is nog genade te vinden in die dierbare Heere Jezus Christus. De Heere wil er om gebeden zijn; dat het ons op de knieën bracht. Want wat kunnen we elkaar beter toewensen, dan die genade in ons leven te mogen kennen? De

genade van onzen Heere jezus Christus zij met ulieden. Amen.

Het huwelijk in bijbels licht

Vervolgens sprak de heer G. Dijkgraaf uit Woudenberg met ons over: Het huwelijk in Bijbels licht, dat in een vijftal punten nader werd uitgewerkt. Aan de hand van Gods Woord werd aangegeven waar het fundament ligt, om vervolgens te bezien wat de plaats is van man en vrouw. De zondeval en de uitleving van de zondeval werden in de derde plaats bezien als bedreiging van het huwelijk. Tenslotte werd ook nog gesproken over het gekroonde huwelijk en het ongehuwd blijven.

Het huwelijk is een verbintenis tussen man en vrouw voor het leven. Het staat in Gods Woord beschreven als een instelling Gods. In Genesis 2 : 24 lezen we: aarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn. De Heere Jezus haalde deze woorden ook aan toen Hij door de farizeeërs werd benaderd met de strikvraag: s het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten om allerlei oorzaak?

Ook de apostel Paulus haalt diezelfde woorden aan in Efeze 5 : 31 en 31: aarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zal zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees wezen. Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de gemeente.

Inderdaad is deze verborgenheid groot, want hoe is het mogelijk dat man en vrouw een leven lang met elkaar kunnen wonen en leven? Dat is van God gegeven liefde. Ziende op Christus en op de gemeente. Even allesbeslissend en voor altijddurend als de verhouding is tussen Christus en Zijn gemeente, is de verhouding tussen man en vrouw. En het geeft tevens de basis, het fundament aan, dat is de liefde.

Van de eenzijdige liefde Gods in het huwelijk tussen Christus en Zijn Bruidskerk staat geschreven: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde. Hoe gering de afspiegeling van het huwelijk tussen man en vrouw ook is, toch vloeit die aardse liefde voort uit het gegeven dat er van eeuwigheid Eén geweest is Die Zijn volk heeft liefgehad met een eeuwige liefde.

We kennen uit 1 Korinthe 1 3 het lied dan de liefde. De karaktertrekken ervan slaan ook op de liefdesverhouding tussen man en vrouw. We kennen verschillende soorten liefde. Een geheel andere is de liefde tussen ouders en kinderen. Weer een andere is de liefde van kinderen tot de ouders. Ook is de liefde tot onze broers en zusters weer anders dan de liefde tot onze naaste. We worden in dit hoofdstuk geroepen om dat na te streven, al kost dat veel strijd. Ware liefde is een onbaatzuchtige, een niet-zichzelf-zoekende liefde: Zij zoekt zichzelve niet, en de vrucht van zelfverloochening. Veel huwelijken gaan ten gronde aan egoïsme, aan zelfzuchtige liefde. De Heere wilde ook een monogaam huwelijk: En deze twee zullen tot één vlees zijn. Ware liefde duldt dan ook geen derde.

De Heere sprak in Genesis 2:18: et is niet goed dat de mens alleen zij; ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij. De Heere heeft de mens zó geschapen, dat hij in zichzelf niet volledig is. En als de tijd daar is, dan begint het verlangen naar het andere geslacht te ontwaken; dat is ingeschapen. We hebben elkaar in het leven aan te vullen. Daar zit iets moois in; dat is scheppingsgeheim! Het huwelijk is een volledige gezamenlijkheid, een verrijking van man en vrouw. Die twee zijn samen méér dan twee. Man en vrouw zijn op elkaar toe geschapen. Niet gelijk, om de eenheid mogelijk te maken. We moeten hier niet alleen denken aan de lichamelijke eenwording, maar ook aan het geestelijk één-zijn. Niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Als mens staat de vrouw op gelijke

hoogte als de man. Beiden waren eens naar Gods beeld geschapen, beiden zijn gevallen. Beiden moeten in Christus wederom geboren worden. Toch zijn er in deze bedeling gezagsverhoudingen. De Heere heeft duidelijk aangewezen dat de man het hoofd is der vrouw. Dat betekent, dat hij de eerste verantwoordelijkheid draagt binnen het huwelijk, maar ook als vertegenwoordiger van het gezin. Deze gezagsverhouding heeft niets te maken met de man als heerser over de vrouw. Deze verhouding is nevenschikkend. In de staat der rechtheid mocht Adam heersen over de dieren des velds en na de zondeval mocht hij dienend leiding geven aan de vrouw.

Door de zondeval zijn we - ook in het huwelijk-liefhebbers van onszelf geworden. Adam wilde geen verantwoordelijkheid meer dragen: hij gaf Eva de schuld. En toch is het huwelijk een paradijsbloem gebleven. Inderdaad: Deze verborgenheid is groot.

Onze gewetens zijn gevormd door onze opvoeding bij het Woord van God. Ons huwelijk is kerkelijk bevestigd. Dat is heel wat meer, dan enkel het ja-woord van de wereldling in het gemeentehuis.

De satan heeft gezegd: Cij zult als Cod wezen; dat betekent: boven u niemand. Dat leeft de mens van nature uit. De vrouw vindt dat ze gelijk is aan de man, we zijn immers allen gelijk. Het huwelijk moet daarom afgeschaft worden en polygamie moet mogelijk zijn. Maar wie Gods Woord verlaat, komt in het pure heidendom terecht. De uitleving van de zonde is vooral bevorderd door de ontwikkeling van de wetenschap en de techniek en de toegenomen welvaart. De mens voelt zich mede daardoor onafhankelijk van God en mensen. De individualisering neemt toe, terwijl we elkaar juist zo nodig hebben. Lijnrecht in strijd met Gods Woord leeft de mens uit wat er in de val ingelegd is. Het aantal echtscheidingen neemt schrikbarend toe, terwijl het aantal huwelijkssluitingen hard afneemt. Zelfs de twee grootste kerkformaties in ons land zeggen, dat niet de samenlevingsvorm centraal staat, maar de kwaliteit. Dit betekent, dat gaandeweg ook huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht gesloten kunnen gaan worden. Het stuk christelijk-reformatorisch denken, dat in onze huwelijkswetgeving nog naar voren kwam, wordt langzamerhand opgeruimd. Als het huwelijk gekroond mag worden met de kinderzegen, dan is daar uiteraard grote blijdschap. Tegelijkertijd neemt de verantwoordelijkheid toe. Want een kind op de wereld moet er ook eens weer uit. Hebben wij onze kinderen op de Heere geworpen van de baarmoeder af aan? Onze kinderen zijn wel in ons bezit, maar zijn niet ons eigendom. De Heere komt eens op de opvoeding terug. En wat begint die opvoeding vroeg! Neem er de tijd voor.

Het is van ontzaglijk grote waarde. Aan de moederborst wordt het innerlijk van dat kind reeds gevormd. Doe het kind toch niet naar een crèche; de jeugdjaren van het kind gaan dan voor een groot deel aan de ouders voorbij. Vaders hebben ook hierin hun verantwoordelijkheid. Oók die vaders die de woonlasten niet alleen kunnen dragen, jeugdcriminaliteit komt voort uit gebrek aan moederliefde in de eerste levensjaren.

In 1 Korinthe 7 schrijft Paulus veel mooie dingen over het huwelijk. Hij had de gave der onthouding gekregen en er zijn ook onder ons die deze gave hebben gekregen. Er zijn er ook die bewust gekozen hebben voor het ongehuwd blijven Het ongetrouwd zijn moeten we niet idealiseren en het huwelijk niet romantiseren. Voor velen is het ongehuwd zijn een zware klap en diep verdrietig. Toch heeft Paulus erop gewezen dat ongehuwden méér in de gelegenheid zijn om hun leven te besteden in de dienst des Heeren.

Aan de andere kant hoeft ook het huwelijk geen beletsel. Een hulpe tegenover hem, kan ook een bredere betekenis hebben dan alleen binnen het huwelijk. Dat blijkt weer eens temeer uit de openingswoorden van de dominee.

Het huwelijk is teer. Zult u er zuinig op wezen? Het is net als porselein. De diepste zin van het leven is samen bruid te mogen zijn van de ene Bruidegom, want dat huwelijk duurt eeuwig.

Na de pauze las mevrouw H.H Breunesse-Kleyberg nog een toepasselijk gedicht, getiteld: "Het huwelijk", en beantwoordde de heer Dijkgraaf de aan hem gestelde vragen.

De opbrengst van de collecte zal, na aftrek van de gemaakte kosten, worden overgemaakt aan de Commissie Vakantieweken Gehandicapten. Na het zingen van Psalm 84 het derde vers, besloot de heer Dijkgraaf deze avond met gebed.

j. van Haaren-van der Spek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1998

Daniel | 32 Pagina's

Regionale vergadering te Zeist

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1998

Daniel | 32 Pagina's