JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ik mijn onchristelijke naaste...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik mijn onchristelijke naaste...

11 minuten leestijd

Verslag van de regionale vergadering te Aagtekerke op 8 oktober 1997 '

Onesimus

"Laten we nooit zeggen: 'die jongen of dat meisje'; laten we daar maar mee ophouden! Wat kan het in de kleine kring van ons gezin een pijnlijk beleven zijn en als een smart ervaren worden".

Met deze woorden eindigde ouderling Joh. de Visser zijn openingswoord, nadat hij stilgestaan had bij de brief van Paulus aan Filémon. Juist uit deze brief kunnen wij veel leren ten opzichte van onze houding tot onze niet-christelijke naaste. Onesimus heeft veel gehoord en gezien in het huis van Filémon: wie de Heere voor Zijn kinderen wil wezen. Maar... hij breekt met alles! Hij beschaamt het vertrouwen van zijn meester. In Rome leidt hij een eigen leven, en ook vandaag zien we dat heel veel gebeuren. Maar er is een Cod, Die een wegloper te sterk kan worden. Kent u Onésimus, de wegloper?

Eenmaal in het Paradijs meende de mens ook, dat hij beter kon. Hij is toen, net als Onesimus, weggelopen. Wij hebben de dienst van God opgezegd. Ook Paulus wist uit genade wat een wegloper was. Uit de inleiding zullen we straks horen, wat Paulus mocht betekenen voor de onchristelijke naaste.

Zo wenste ouderling De Visser ons allen een goede en gezegende avond toe, waarna we Psalm 143:10 zongen.

Ik en mijn onchristelijke naaste

Hierna kreeg de heer B. J. Nieuwenhuize uit Breda het woord. 'Ik en mijn onchristelijke naaste' is de titel van zijn onderwerp. En zonder dat de voorzitter van de kerkenraad en de spreker van elkaar afwisten, kozen beiden als leidraad Paulus' brief aan Filémon!

Wat moet de jonge dochter uit Israël al vroeg veel meemaken, als zij door Syrische soldaten weggevoerd is en als een slavin moet dienen in het huis van een heiden. Ondanks de leefwijze daar in die vreemde omgeving, komt openbaar, dat zij haar opvoeding en geloof in de God van haar volk niet verlaten heeft. Ze bevindt zich in het huis van een krijgsoverste van groot aanzien en geweldig in vermogen, maar... melaats!

En wat zal daar gedaan worden ter genezing? Ongetwijfeld zal het een druk gelegd hebben op het gezin. En dat merkt ook die jonge slavin, die temidden van een heidense sfeer weet, gelooft en getuigt, dat er een God is in Israël. Een God, Die alle macht heeft in hemel en op aarde. Ook de macht om van de melaats-

heid te genezen. Zij mag, hoe jong zij ook is, met vrijmoedigheid uitkomen voor haar geloof. En dan horen wij haar zeggen: "Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van de profeet die te Samaria is, want die zou hem van zijn melaatsheid ontledigen." Dat slavinnetje mag ook de heidenen wijzen op een almachtige God, Die al zoveel wonderen heeft verricht, de God van Israël!

Vanavond zal het gaan over 'Ik en mijn onchristelijke naaste', en dan moet ons spreken daarover als basis en uitgangspunt hebben het Woord van God. Het gaat niet over wat ik vind, wat ik denk of meen. Dat is allemaal niet belangrijk. Het zal overeenkomstig Gods Woord moeten zijn. Dat onze allergrootste begeerte met David zou mogen zijn: "Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast, opdat ik mij niet van Uw paan moog' keren."

Vanuit Gods Woord hebben we gehoord van Onesimus. Daar vinden wij een treffend beeld van onze onchristelijke naaste. Er is weinig van Onesimus te zeggen. We weten, dat hij een slaaf is van Filémon. En Filémon woonde met zijn vrouw Appia en met waarschijnlijk zijn zoon Archippus te Colosse. Hij was wellicht een rijk man, want hij had slaven in zijn dienst.

Filémon vreesde de Heere, en van Appia lezen wij: de geliefde. Appia was een vrouw en moeder in het gezin. Als man en vrouw één mogen zijn in het gezin en in het gezinsleven, is dat een voorrecht. Appia bewilligt mede, ja stimuleert om gastvrij te zijn en niet alleen haar huis, maar ook haar hart open te zetten voor haar medestervelingen. Van Filémon lezen wij, dat hij de Heere vreesde. Hij hield waarschijnlijk huisgodsdienstoefeningen. Dan werd er wat gelezen, gesproken, gezongen over God en goddelijke zaken.

Huisgodsdienstoefeningen

Wordt er bij ons nog wel huisgodsdienstoefeningen gehouden? Dat is de vraag van de spreker, die hij aan ons allen stelt! Wat kan het goed zijn

om als ouders met onze kinderen en eventuele vrienden eens te praten over geestelijke zaken. Over allerlei zaken wordt er in ons gezin gesproken, maar wordt er - als man en vrouw, als ouders met onze kinderen - nog wel eens over gesproken, hoe God een mens bekeert? Wat het betekent tegen een goeddoend God gezondigd te hebben? Wat het is om als arme, verloren zondaren over de wereld te gaan? Hoe Christus gekend moet worden als Middelaar tussen God en onze ziel? Wat het inhoudt christen te zijn, als een christen te leven, als een christen om te gaan met de onchristelijke naaste? Weten wij nog van huisgodsdiensten? Gebeurt het nog, moeder, dat u samen met uw kinderen zingt, bidt? Weet u, dat er vroeger gezinnen waren, waar de gezinsleden 's avonds met elkaar knielden en vader voorging in het gebed? Gebeurt dat nog in onze tijd, in onze omgeving, in de woning van u en mij?

Wat geeft het een verbinding, als vader in een vrij gebed aan tafel de noden aan de Heere voorlegt van hem, zijn vrouw en hun nageslacht. Filémon beoefende christelijke naastenliefde. Onésimus heeft het vertrouwen van Filémon beschaamd. Hij heeft - net als de verloren zoon - alles erdoor gebracht, en nu loopt het vast in zijn leven. Kent u dat vastlopen door de ontdekkingen van de Heilige Geest, vrouwen en moeders? Als alles schuld wordt in het leven, dan lezen we zo opmerkelijk in jesaja 65 vers 1: "Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degene, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik".

Wat is dan Gods ontfermende liefde groot. Gods voorzienigheid gaat over ieder persoonlijk. Zij zullen er uitgehaald worden, die onder dat zegel der verkiezing liggen. De satan probeert een mens in de wanhoop te brengen, maar wat blijkt nu in het leven van die vastgelopen Onesimus: hij komt in contact met Paulus. En Paulus weet wat het zondaar-zijn is. Hij hoort dat Onesimus een slaaf van Filémon is, en dat hij er alles doorgebracht heeft. Zegt Paulus nu: "Onesimus, wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen"? Nee! Paulus schrijft later naar Filémon, dat hij Onesimus in zijn banden geteeld heeft. Dat wil zeggen: ik heb hem voor Christus gewonnen. Hij heeft Onesimus mogen wijzen, dat er nu ook voor hem behoudenis is in jezus Christus, Die gekomen is om het verlorene te zoeken en om het onchristelijke te vergaderen.

Wie is dat, die onchristelijke naaste?

Bent u dat? Ben ik dat? Het is öf het één öf het ander: we zijn christen of we zijn het niet. In Handelingen 11 worden de volgelingen van Christus voor het eerst christenen genoemd. Zij leefden, wandelden, spraken en handelden net zoals Christus leefde, wandelde en sprak. Wat een christen is, lezen we in de Heidelbergse Catechismus, vraag en antwoord 32. De christen ontvangt een drievoudig ambt, namelijk van profeet, priester en koning. Het is ook goed om eerlijk tegenover God en jezelf te zijn. We spreken zo snel over onze onchristelijke naaste, net of we zélf christen zijn. Wij moeten toch door het wonder wedergeboren worden, want dan zijn we werkelijk christen. Dat zal ook in de vrucht openbaar worden.

Voor vrouwen, gehuwd of ongehuwd, liggen er zoveel taken ook ten opzichte van de onchristelijke naaste. Waar zijn we druk mee in ons dagelijks leven?

Zijn er zulke moeders in Israël, die net als Christiana en Debora opstaan als er kromme wegen bewandeld worden? Onze onchristelijke naasten kunnen onze naaste familieleden zijn, soms onze kinderen of kleinkinderen. Wat een verantwoording ligt er op ons. De ontkerstening in Nederland gaat zo snel!

Wat doen we met onze onchristelijke naaste? Zijn er nog mensen, die verstand van kermen hebben om ze op te dragen aan de troon der genade? Dan mogen we eindigen met de woorden van Petrus in zijn eerste brief, het derde en vierde hoofdstuk: En zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk die u rekenschap afeist van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en vreze (3:15).

* Want alzo versierden zichzelven eertijds ook de heilige vrouwen, die op God hoopten, en waren haar eigen mannen onderdanig: elijk Sara aan Abraham gehoorzaam is geweest, hem noemden heer, welker dochters gij geworden zijt, als gij weldoet en niet vreest voor enige verschrikking (3:5, 6).

* En het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchter en waakt in de gebeden. Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal menigte van zonden bedekken. Zijt herbergzaam jegens elkander zonder murmureren.

Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods. Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods; indien iemand dient, die diene als uit kracht die God verleent; opdat God in allen geprezen worde door jezus Christus, Welken toekomt de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, Amen (4:7-11).

Na het referaat zingen we Psalm 102:6 en 10 en wordt er gecollecteerd voor de Vakantieweken Gehandicapten. Daarna wordt door de plaatselijke vrouwenvereniging 'Helpende handen' een kopje koffie aangeboden.

Nadat de onderlinge contacten weer verstevigd zijn, leest mevrouw F. A. Pieterse-Adriaanse ons een gedicht voor, waarvan de titel luidt: 'Christenvrouw' en beantwoordt de heer Nieuwenhuize enkele vragen die naar aanleiding van het referaat gesteld zijn.

Na een kort dankwoord van de heer De Visser en de bekendmaking van de mooie collecte van ƒ 1200, - zingen we het eerste en zesde vers van de Avondzang en eindigt de heer Nieuwenhuize deze leerzame avond met dankgebed.

W. A. Both-van 't Geloof

U hebt in de "Daniël" van 21 november de reacties kunnen lezen van enkele gasten die meegeweest zijn met een vakantieweek in 1997. Fijn, dat wij als Commissie zulke enthousiaste en positieve geluiden mogen vernemen en aan u doorgeven. Met de zegen van de Heere hopen we in 1998 weer drie weken te organiseren. Al is het nog hartje winter, we hopen u nu reeds een beetje 'warm' te maken met het vooruitzicht van een week 'uit' in eigen sfeer... Vooral heren en 'jongere' ouderen willen we aanmoedigen eens mee te gaan als onze gast. Twee echtparen die meegaan als stafleden, doen die week hun best het u naar de zin te maken. Zij zorgen voor een goede gang van zaken, nodigen enkele sprekers of een zangkoor uit, organiseren een paar uitstapjes en hebben een luisterend oor. Op vier morgens worden vragen over een Bijbelgedeelte besproken.

Waar gaan we heen in 199Ö?

Bij leven en gezondheid kunt u kiezen uit de volgende drie oorden:

20 - 27 juni : Conferentiecentrum "Den Alerdinck"in Laag-Zuthem (gemeente Heino bij Zwolle). Dit oord ligt in een landelijk-bosrijke omgeving in Salland, ver van het drukke verkeer. Om het u gemakkelijk te maken rijdt er een bus naar toe, die u een week later ook weer ophaalt. Opstapplaatsen zijn Gouda en Amersfoort.

18 - 25 juli : Conferentiecentrum "Ernst Sillem Hoeve" in Lage Vuursche (bij Soestdijk). Dit 'historisch' hotel beschikt, evenals Den Alerdinck, over comfortabele kamers en ligt in een schitterend park.

8-15 augustus: Conferentiecentrum "Kaap Doorn" in Doorn waar in 1997 reeds werd gelogeerd. Centraal gelegen in een bosrijke omgeving: het is er goed toeven!

Wat kost zo'n week?

Zo'n geheel verzorgde week kost ƒ 695, - . Als u kiest voor Laag-Zuthem is daar de prijs van de bus bij inbegrepen. Voor een één-persoonskamer komt er ƒ 50, - bij.

Waar en wanneer kunt u zich aanmelden?

U kunt zich opgeven of meer informatie krijgen bij mevrouw N.L. van den Blink-Cuis in Kesteren, vanaf woensdag 14 januari 1998, 's morgens 9 uur. Graag zal zij u te woord staan, uw vragen beantwoorden en u, als u besluit zich aan te melden, alvast hartelijk welkom heten) Haar telefoonnummer is: (0488) 481532.

Vriendelijke groeten en Gods onmisbare zegen toegewenst voor 1998.

D. Bloemendaal-van der Wilt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998

Daniel | 36 Pagina's

Ik mijn onchristelijke naaste...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998

Daniel | 36 Pagina's