De brug
'Vuurwerk nergens goedkoper'. 'Onze aanbieding: champagne'. 'Restanten kerstartikelen voor de helft van de prijs'. 'Oliebollen-actie'. Met een lichte zucht schuift Bart zijn fiets in het rek. Het lijkt alsof alles in het winkelcentrum draait om de komende jaarwisseling. Een paar dagen geleden stonden de borden nog vol met kerstaanbiedingen. Nu moet de consument dat blijkbaar allemaal zo snel mogelijk weer vergeten. Waar vorige week de kerststollen en kerstkransjes lagen uitgestald, zijn nu de pakken oliebollenmix en de dozen nieuwjaarsrolletjes hoog opgestapeld.
'Wat worden we toch eigenlijk opgejaagd, ' denkt Bart, terwijl hij in de supermarkt zijn boodschappenlijst afwerkt. Hij moet lang wachten, eerst bij de vleeswarenafdeling, daarna bij de kassa. Hij is blij dat hij heeft aangeboden om de noodzakelijke inkopen te doen. Het zou zijn moeder een halve morgen gekost hebben. Terwijl hij in de rij staat voor de kassa, vangt hij een gesprekje op dat achter hem wordt gevoerd. "Hebben ze hier ook vuurpijlen, pap? ", vraagt een kinderstem.
Bart kijkt onwillekeurig even achterom en ziet een jongen van een jaar of zes.
"Nee, hier niet, maar we gaan er straks een paar kopen aan de overkant. Niet zoveel, dat weet je", antwoordt de vader.
Bart heeft even het gevoel dat hij zelf weer zes of acht is. Talloze keren heeft hij in die jaren aan zijn vader gevraagd of ze vuurpijlen gingen kopen. De vuurpijlen zijn er nooit gekomen. Zijn ouders wilden het niet. Ze vonden het niet goed om met vuurwerk het nieuwe jaar in te gaan. Op oudejaarsavond gingen ze met de hele familie naar oma. Oma hield niet van vuurwerk. Dat voelde je zo. Oma was iemand die steevast op oudejaarsavond Psalm 90 las en stilstond bij de zegeningen en het verdriet van het achterliggende jaar. De enige die wel eens een paar vuurpijlen meenam, was oom Daan. Bart voelde zich altijd een beetje schuldig tegenover oma als oom Daan het vuurwerk afstak, maar het was prachtig. Het leek soms wel alsof er sterren vanaf kwamen. En niet te vergeten die schitterende kleuren. Wat was hij vaak jaloers geweest op zijn neefje Rick. Rick, die een vader had die zomaar vuurpijlen kocht.
Vanmiddag gaat hij naar Rick toe. Hij heeft het weken geleden al beloofd. Rick woont inmiddels in Amsterdam. Hij heeft een tijdje een studie gevolgd, maar is daar al snel mee gestopt. Nu heeft hij het ene baantje na het andere, meestal via een uitzendbureau. Het is nooit voor lang. Rick houdt van vrijheid, zoals hij zelf zegt. Tijdens hun schaarse telefoongesprekken heeft Bart gemerkt dat Rick het begrip vrijheid wel erg ruim opvat het laatste jaar. Hij gaat niet meer naar de kerk: "Het zegt me niet zoveel meer en ik hou al helemaal niet van al die uiterlijkheden en dat zware gedoe." Hij komt ook weinig bij zijn ouders: "Dan ben je zo gebonden, weet je. Ik wil gewoon om drie uur 's nachts thuis kunnen komen, als ik daar zin in heb."
"Hé Bart, waarom heb je me eigenlijk nog nooit met een bezoek vereerd? Ben ik soms gewogen en te licht bevonden? ", heeft hij tijdens hun laatste telefoongesprek gevraagd. "De rest van de familie ziet het blijkbaar ook al niet zitten om naar Mokum te komen. Alleen mijn vader en moeder komen af en toe. De anderen zijn zeker bang dat hier alleen maar zakkenrollers en overvallers rondlopen."
Het moest schertsend klinken, maar het klonk Bart wat spottend in de oren. Er klonk ook nog iets anders in door: de toon van iemand die teleurgesteld is in zijn omgeving, die bang is om afgewezen te worden. "Ik kom in de kerstvakantie een keer naar je toe", beloofde hij in een opwelling.
Ze hebben afgesproken om een uur of vier. Bart gaat al vroeg van huis. Hij is van plan om vanaf het station lopend naar Ricks kamer te gaan. Hij heeft de kaart van Amsterdam eens bestudeerd en een route uitgestippeld. Hij kent de stad ook wel een beetje, omdat vrienden van zijn • ouders er jarenlang gewoond hebben. Als hij in de trein zit, bedenkt hij dat hij eigenlijk niet zoveel zin heeft om naar Rick te gaan. Ze zijn behoorlijk uit elkaar gegroeid. Dat merkt hij wel tijdens hun telefoongesprekken en ook als ze elkaar een enkele keer ontmoeten in familieverband. Maar hij heeft nu eenmaal beloofd om te komen en hij moet er het beste maar van zien te maken. Hij loopt op zijn gemak van het Centraal Station naar de Dam. Daar blijft hij een poosje staan. Ondanks het gure weer zijn er nog heel wat toeristen. Als hij weer verder loopt, wordt hij aangesproken door een jonge man die hem een daklozenkrant probeert te verkopen. Via de
Raadhuisstraat komt hij bij de grachten en loopt dan verder richting de Jordaan. Aan de rand van die wijk woont Rick.
Op één van de bruggen blijft hij een poosje staan. Het verbaast hem dat het middenin een grote stad zo rustig kan zijn. Hij neemt de verstilde sfeer in zich op. Hoewel het pas halverwege de middag is, lijkt het alweer een beetje schemerig te worden. Er hangt een lichte nevel boven het water. Hij ziet de prachtige gevels aan weerszijden van de gracht en, als hij recht vooruit kijkt, het vage silhouet van een volgende brug.
"Dat in zo'n mooie stad zoveel ellende heersen kan", denkt hij. "En dat er zoveel mensen zijn die zich van God hebben afgekeerd of zelfs nooit gehoord hebben Wie Hij is." Hij blijft erover denken, totdat hij voor het huis staat waar Rick woont.
Er wonen verschillende mensen in het pand. De naamplaatjes zijn moeilijk leesbaar. Met enige moeite vindt Bart de juiste bel.
Een korte klik geeft aan dat hij de deur kan openen. Twee minuten later staat hij in Ricks kamer en kijkt wat onwennig rond. "Tante Ada zou er iets van krijgen", is zijn eerste gedachte. Ricks moeder is buitengewoon perfectionistisch wat haar huishouden betreft.
"Zal ik eens raden wat jij denkt", zegt Rick. "jij komt natuurlijk tot de conclusie dat deze kamer er wel iets anders uitziet, dan mijn kamer thuis er uitzag."
"Zoiets, ja", geeft Bart toe. "Maar ik moet zeggen dat je er toch wel iets gezelligs van hebt gemaakt."
"Neem een zit", zegt Rick, "dan zet ik koffie."
Als ze even later met een mok koffie tegenover elkaar zitten, komt er wat moeizaam een gesprek op gang.
"Hoe vind je het nou om hier te wonen? ", vraagt Bart na een tijdje. "Het is een mooie stad, maar het lijkt me best moeilijk om mensen te vinden bij wie je aansluiting hebt."
"O, dat valt mee hoor", reageert Rick direct. "Je hebt hier in de buurt een paar heel gezellige kroegen. Als ik zin heb in een praatje, ga ik daar een poosje naar toe. En ik heb vandaag net afgesproken dat ik op oudejaarsavond met een paar collega's op stap ga. Ze wisten nog wel een paar leuke tentjes, zeiden ze. We doen geen gekke dingen, hoor. We gaan gezellig uit. Dat moet toch kunnen. Wat dat betreft, waren de jaarwisselingen bij oma toch altijd maar saai en ieder jaar weer hetzelfde."
Het klinkt een beetje alsof hij zichzelf moet verdedigen en zijn keus moet rechtvaardigen. Bart denkt aan de jongen in de supermarkt, die zo graag vuurpijlen wilde hebben. Het lijkt alsof door die geringe aanleiding de oudejaarsavonden bij oma de hele dag een beetje in zijn gedachten gebleven zijn. Nu begint Rick er ook nog uit zichzelf over. Alleen geeft hij er een wat negatieve inkleuring aan.
"Toch waren die avonden heel rijk", weerlegt Bart. "Om alles wat we ieder jaar weer van oma meekregen, als ze vertelde van haar vertrouwen op God."
"Ik zie dat toch een beetje anders", zegt Rick. "Ik wil daar op zich niets aan afdoen, maar ik zie het wel als situatiegebonden. Voor oma was deze manier van leven, denk ik, min of meer vanzelfsprekend. Ze heeft haar hele leven in hetzelfde dorp gewoond. In dat dorp ging iedereen naar de kerk en niemand stelde kritische vragen. Het was daar wel heel makkelijk om te geloven, terwijl je, zoals hier in Amsterdam, juist merkt dat er zoveel andere manieren zijn om tegen de dingen aan te kijken en je leven in te vullen."
Bart schrikt. Is Rick al zover van hen verwijderd geraakt, dat hij zelfs vraagtekens zet bij de manier waarop oma in het leven stond? "Ik vind het jammer dat je dit zegt, Rick. Je trekt zo in wezen de genade van God in twijfel, je weet dat geloven niet iets vanzelfsprekends was voor oma. Daar heeft ze ons ook verschillende keren over verteld."
"Nou ja, het gaat me er ook niet om een discussie te beginnen over iemand die al jaren geleden overleden is. Ik wil er maar mee zeggen dat je wel eens anders over dingen gaat denken, als je buiten je beschermde wereldje komt. We praten er een andere keer nog wel eens over hoor. Ik zal je nu eerst mijn kookkunst tonen, al blijft die vanavond beperkt tot het opwarmen van een pizza."
Om een uur of half tien maakt Bart aanstalten om te vertrekken. Het is gezellig geweest, dat moet hij eerlijk toegeven. Rick kan leuk vertellen over voorvallen op zijn werk en over de ontmoetingen die hij met allerlei mensen heeft. Toch zit het Bart een beetje dwars dat ze niet meer op hun gesprek van 's middags teruggekomen zijn.
"Ik wil niet preken, Rick", zegt hij bij het afscheid, "maar lees het Kerstevangelie nog eens en lees Johannes 3 vers 16. Dan zul je merken dat geloven niets met vanzelfsprekendheid heeft te maken, maar alles met de genade van God voor zondige mensen."
"Wie weet wat ik nog doe", houdt Rick zich op de vlakte. "Maar als je eenmaal op een bepaald gedachtenspoor zit, laat zich dat niet zo makkelijk ombuigen."
Bart volgt de aanwijzingen die Rick hem heeft gegeven om bij de dichtstbijzijnde tramhalte te komen. Er zijn weinig mensen op straat. Ergens tegen een lantaarnpaal hangt een man. Hij heeft duidelijk teveel gedronken en mompelt een paar onverstaanbare woorden, als Bart voorbijloopt. Een eindje verderop gaan een man en een vuw juist een café binnen. Flarden muziek komen naar buiten als ze de deur openduwen. 'Met kerst wil ik bij jou zijn', zingt een stem.
"Hier zijn de kerstdagen en de jaarwisseling blijkbaar iets minder streng gescheiden dan bij ons", denkt Bart met een vleugje humor. Tegelijkertijd beseft hij de leegheid van zo'n liedje. "Wat zijn wij dan rijk", denkt hij.
Hij moet weer een brug over, voordat hij bij de tramhalte is. Opnieuw blijft hij even staan. Het leven van oma en het leven van Rick: eigenlijk hebben die levens de hele dag min of meer tegenover elkaar gestaan. Terwijl hij naar de weerspiegeling
van de straatverlichting in het water kijkt, beseft hij dat hij op geen enkele manier jaloers kan zijn op Rick. Veel meer verlangt hij naar een leven zoals oma dat kende.
Dezelfde man die hij zojuist heeft gezien, loopt nu langs. Hij moet zich af en toe vasthouden aan de huizen en struikelt een keer. Een mooie stad, die desondanks bloedt uit duizend wonden. Het iaat hem niet los vandaag. Hij beseft dat hij er niet meer omheen kan om vanuit al die gedachten iets te gaan doen. De laatste keer dat er in Amsterdam een evangelisatiemiddag gehouden werd vanuit de kerk, heeft hij zich niet opgegeven. Hij zat voor een tentamen en dacht geen tijd te hebben. Hij voelt zich er met terugwerkende kracht schuldig over. Als hij echt had gewild, had hij best iets kunnen regelen. Na deze dag zal hij zich niet meer op de achtergrond kunnen houden. Om mensen zoals Rick en mensen zoals de dronken man die in één van de zijstraatjes verdwenen is. Om talloze anderen van wie hij zelfs het bestaan niet weet.
In de trein denkt hij terug aan deze wonderlijke dag. Van het jongetje in de supermarkt tot het besluit dat hij heeft genomen in het donker van de avond. Als een brug tussen verleden en toekomst is deze dag geweest. Het verleden was heel dichtbij en van daaruit werd ook de lijn naar de toekomst duidelijk.
Voor hij die avond gaat slapen, leest hij voor zichzelf Psalm 90: "Leer ons onze dagen tellen. Bevestig Gij het werk van onze handen over ons." Dan bidt hij. Om de bevestiging van de plannen die hij in Amsterdam heeft gemaakt. En om het geloof waaruit zijn oma leefde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998
Daniel | 36 Pagina's