God is zo barmhartig en genadig
Geeprek met ex-muzikant Johan Vreugdenhil
We spreken elkaar in z'n studio, achter in de tuin. Omringd met geluidsapparatuur met een waarde van vele tienduizenden guldens - herinneringen aan zijn eertijds - hebben we een indringend gesprek met johan Vreugdenhil, ex-muzikant, christen.
Ik heb wel moeite met zo'n interview als dit. Het gevaar is zo groot dat ik te centraal kom te staan, en dat moet beslist niet. Wat mij betreft zou je kunnen volstaan met de zin: Interview met). Vreugdenhil: God is zo barmhartig en genadig! en dan gewoon twee bladzijden blanco laten. Want dat is de boodschap die ik graag wil doorgeven. Mijn liefste wens is dat jongeren en ouderen dat onthouden na lezing van het interview.
Als muzikant stond ik altijd graag in het middelpunt van de belangstelling, dat was ook de kick. Dat heb je trouwens ook nodig om muzikant te kunnen zijn. Een muzikant wil gezien worden, hij wil applaus, bekendheid. Hij streeft naar erkenning. Dat is nu ook steeds het gevaar: ik wil en moet m'n verhaal vertellen en daar kan ik m'n extroverte aard goed in gebruiken, maar het gevaar van zelf lekker in de belangstelling te staan is er steeds. En omdat ik door schade en schande heb ervaren dat als je jezelf verheft de Heere je zal neerwerpen, ben ik heel bang door mensen op een voetstuk geplaatst te worden. En dat wil je niet, want het gaat niet om mij. Nodig is juist dagelijkse verootmoediging voor God en een leven dicht bij de Heere. Het gebed is zo belangrijk. En de kleinste zonde geeft verwijdering tussen mens en God.
Kun je eens wat voorbeelden noemen?
Door alles wat ik heb gedaan en meegemaakt, luister ik nog steeds ongewild intensief naar de radio, en die staat altijd aan op de bouw waar ik werk. En iedere keer hoor ik weer de zonde in die liedjes. Dat is bijna niet om uit te houden. Zo hoor ik de laatste dagen steeds weer het nummer 'Hotel California' dat heel populair was eind jaren zeventig. Ik heb dat vroeger tientallen keren met een band ingestudeerd. Het gaat over een huis waar de duivel regeert en waar je, als je eenmaal binnen bent, nooit meer uit kunt. je begrijpt hoe zo'n nummer bij mij doorwerkt. Anderen zullen daarvan zeggen: waar heb je het toch over?
lohan, kleinzoon van ds. /. Vreugdenhil en vernoemd naar zijn oom, de bekende kinderbijbelschrijver, groeide op in Kampen en de Noordoostpolder. "Ik kan zeggen dat ik biddende ouders en groothouders heb gehad, een zeer groot voorrecht." Zijn grootvader van moeders kant stond vóór zijn bekering regelmatig op de planken en johan zou later in zijn voetsporen gaan. Daar leek het aanvankelijk helemaal niet op. Hij volgde de catechisaties, woonde later bij ouderling De Bonte in Ooltgensplaat op Flakkee en maakte daar nog gezel-
schappen mee. Hij deed er belijdenis en keerde vervolgens terug naar de Noordoostpolder.
Na enkele jaren zei hij de kerk vaarwel en vroeg om uitgeschreven te worden. De - inmiddels overleden - ouderling die erbij zat, heeft tegen anderen gezegd dat hij geloofde dat johan terug zou komen. Toen johan twintig jaar later weer lid wilde worden, bleek hij nooit uitgeschreven te zijn...
Kun je iets vertellen over het proces waardoor je van de kerk afraakte1
Als veertien-, vijftienjarige raakte ik geïnteresseerd in muziek. Ik hoorde op de radio het nummer "Ik kan geen kikker van de kant afduwen". Dat bleef haken: toen heeft satan een zaadje in m'n hart gelegd. Ik raakte steeds meer in de ban van popmuziek en wilde ook iets met muziek gaan doen. Ik was een moeilijke jongen die altijd z'n eigen zin deed. Ik deed belijdenis zoals zovelen: omdat het zo hoorde en om van catechisatie af te zijn. Toch heb ik van de gezelschappen die ik in Ooltgensplaat meemaakte en waar je Gods volk hoorde vertellen over de wegen des Heeren, veel meegenomen. Het ging dwars tegen mij en m'n levensstijl in en toch
maakte het diepe indruk, ik heb daar indrukken opgedaan van de majesteit van Cod en vooral van Zijn liefde. Dat zie je ook achteraf. En wat ik daar hoorde wilde ik ook. Ik heb toen drie weken achtereen steeds gebeden: Heere bekeer me. Later is dat weer weggegaan.
Terug in de Noordoostpolder heb ik op m'n 21 - ste radicaal met de kerk gebroken. Ik wilde de kloppingen van de Heere niet meer horen.
je koos dus heel bewust voor 'de wereld'?
ja, ik woonde op mezelf en was inmiddels barkeeper. Ik wilde de wereld in en hoewel ik nog niet goed kon spelen, was ik vastbesloten muzikant te worden.
Hoe kijk je nu terug op die twintig jaar?
je leeft dan totaal zonder God. Zonder bidden, zonder Bijbel. Je zoekt een vrouw die zo ver mogelijk van de kerk afstaat. Die heb ik gevonden in een discotheek in Amsterdam. We hebben samengewoond en zijn na een jaar getrouwd. Je denk dan: als ik God maar uit m'n leven ban, dan bestaat Hij ook niet meer.
Als muzikant ging het steeds beter. Ik had perfecte apparatuur, had goede ideeën. Ik wilde steeds beter worden. Terugziend zie je dat satan de totale macht over je heeft. Toch waren er wel dingen die vreemd waren. Mensen mochten bijvoorbeeld nooit spotten met de Bijbel, daar kon ik niet tegen. Liederen met een echt goddeloze tekst, daar wilde ik niet aan. Op zondag spelen, daar had ik grote moeite mee. De Heere heeft me op dat punt ook een paar keer gewaarschuwd.
Ik speelde van alles, want als muzikant speel je wat op dat moment in is. Zo heb ik ook house gemaakt. Technisch was ik - zo zeiden anderen - heel goed, vooral als het om het programmeren van een nummer ging. Nu gebruik ik dat om aan jongeren de gevaren van popmuziek te laten horen.
Zo was elke minuut van m'n leven opgevuld met muziek en televisie kijken. Stilte was verschrikkelijk. Dat zie ik nu ook bij anderen. Ik was totaal los van alles: wat er na de dood gebeuren zou deed me niets meer. Zo toegeschroeid, zo ingeslapen was ik. Alle indrukken waren weg.
Wanneer is daar verandering in gekomen?
Op oudejaarsdag 1994, ging ik even langs bij m'n zus, nadat ik mijn apparatuur bij een house-party gebracht had. Ik had dat verhuurd en was blij dat ik die avond niet hoefde op te treden. Toen ik aanbelde kwam m'n zwager aan de deur. Hij bleek nogal aangedaan door een preek van m'n neef ds. C. G. Vreugdenhil. Binnen hebben we daarover verder gepraat. Het was een vreemd gesprek waarbij ik het soms voor m'n zwager opnam tegenover mijn zus. En wat toen gezegd is, heeft me niet meer losgelaten.
De andere morgen, nieuwjaardag 1995, heeft de Heere me stilgezet toen ik een predikant op de radio hoorde. Ik hoorde nog net de laatste drie zinnen van z'n preek. Hij zei: "Mensen, als er geen liefde is tot Jezus Christus, als er geen liefde is tot God, als er geen liefde is tot mensen, dan is er niets."
Toen raakte ik verbroken, en huilde. En dat terwijl ik nooit huilde. Toen
m'n vrouw vroeg wat er was, kon ik alleen maar zeggen: ik wil naar huis, ik wil naar huis. Een jaar later, op oudejaarsdag, bracht de Heere me onder de preek terug naar dat moment. Zo kan ik de dag en het uur aanwijzen waarop de Heere Zijn liefde in mijn hart heeft uitgestort.
Hoe reageerde je gezin op deze zeer ingrijpende verandering?
Ons gezin is totaal ondersteboven gegaan. Satan heeft alles op alles gezet om het gezin kapot te maken. Ons huis stond vol met troep: twee televisies, videorecorders, verkeerde video's, tijdschriften, boeken. Ik zie dat nu allemaal als invalpoorten voor de satan.
Mijn vrouw en kinderen zijn uit respect gestopt met televisie kijken, echt onvoorstelbaar. Ze zijn naar de kerk meegegaan en dat is nog zo. Mijn vrouw, rooms-katholiek opgevoed, kerkt in de Christelijk Gereformeerde kerk of bij het Leger des Heils. Zelf ben ik lid van de Gereformeerde Gemeente in Emmeloord.
Er is zoveel gebeurd in ons gezin, zoveel wonderlijke dingen. De tv is de deur uit en alle andere rommel ook. Onze dochter studeert momenteel aan de Bijbelschool in Zeist. En dat terwijl ik drie jaar geleden nog met op haar op haar kamer nieuwe housenummers beluisterde om die vervolgens in te studeren. Hoe goed is God dan die ons van dit alles heeft losgemaakt. Hij heelt wonden in het gezin en in ons eigen leven, ik mag lezingen geven... Wat een zegeningen!
Wat voor werk ben je gaan doen?
Ik ben weer de bouw ingegaan en heb m'n oude beroep van timmerman weer opgepakt.
Dat was heel moeilijk. Ik kon het op een gegeven moment niet volhouden. Tegen m'n vrouw zei ik: ik ga nooit meer in de bouw werken. We hebben zeven maanden van een uitkering geleefd. In die periode zijn we heel veel geholpen. Rond kerst bijvoor-
beeld had ik geen werk, maar ik kreeg wel vijf kerstpakketten en verschillende enveloppen met geld. Regelmatig kregen we enveloppen met inhoud. Ik legde die altijd op tafel en als gezin dankten we daar dan voor. Dit heeft grote indruk gemaakt op ons allemaal. De Heere werd op die manier zo'n realiteit in ons gezin. Voor de kinderen is hierdoor zo duidelijk geworden dat God bestaat. Ook daarin liet Hij zien hoe groot Zijn barmhartigheid is.
Ik heb minstens vijfentwintig keer gesolliciteerd, maar zonder resultaat. Tot'ik weer op een baan in de bouw reageerde. Ik werd direct aangenomen. Ik werk nu weer zes maanden in de bouw. Ik heb heel veel gesprekken op de bouw mogen hebben waar ik van de Heere de kracht voor krijg.
Hoe ben je ertoe gekomen om lezingen te gaan geven?
Ik zie het als een opdracht om op basis van wat ik zelf in de wereld heb meegemaakt, anderen te waarschuwen en te wijzen op het leven met jezus Christus dat alleen gelukkig maakt. En dat de zonde zo bitter is, ook als je ziet hoeveel het Hem gekost heeft om zondaren zalig te maken.
Ik ben op een gegeven moment gevraagd om wat te vertellen over muziek en hoe ik daarin bezig ben geweest. En van het één komt het ander. Inmiddels heb ik ongeveer vijfentwintig lezingen gehouden en staan er nog twaalf in de agenda.
Ik zie bepaalde dingen, door alles wat
ik gedaan heb, die ik doorgeef tijdens m'n lezingen waardoor mensen een soort 'aha-erlebnis' krijgen. Dat ze zeggen: zo heb ik het nog nooit bekeken. Daardoor wordt er zo veel losgemaakt. Er kan er maar Eén zijn die me dat geeft, want ik heb zelf die wijsheid niet. Ik heb niet gestudeerd ofzo.
Ik vind het een voorrecht dat ik deze lezingen mag houden. En ook een gebedsverhoring. Ik heb zo zwaar gezondigd en als een brandhout uit het vuur getrokken en nu mag ik dit doen. Is dof geen barmhartigheid? Is dat geen genade? Dit wil ik ook aan jongeren doorgeven: God is rechtvaardig, maar ook liefdevol en vergevend.
Ben je nog met muziek bezig?
Ik zou graag een cd voor kinderen maken, maar tot nu toe ontbreekt me gewoon de tijd. Of een cd met "Eens was ik een vreemdeling" van MacCheyne. Dat gedicht zou ik graag op muziek willen zetten en dan heel helder inzingen, zodat het gedicht weer eens gaat leven voor de jeugd. Maar ik kan nog steeds geen gospelmuziek of opwekkingliederen maken. Ik ben er trouwens achter gekomen onder onze eigen psalmen al zoveel opwekkingsliederen zijn. Dat merk ik als ik elke morgen na m'n gebed twee psalmen in de berijmde versie lees. Het gevaar van gospel en opwekkingsliederen is, dat als jongeren die eenmaal zingen, de psalmen saai lijken. Qua ritme, melodie enzo. Dat vind ik een groot gevaar. Laatst zei een jongen tegen me: moet je deze gospel eens horen, echt fantastisch. Goed, ik heb dat beluisterd en gezegd wat ik er van vond. Die jongen luistert enorm veel naar muziek. Toen heb ik hem gevraagd of hij de laatste weken nog wel eens een psalm opgezet had.
Toen moest hij zeggen: niet één keer. En dat terwijl het toch een serieuze jongen is. Kijk dat vind ik beangstigend. In de psalmen hoor je toch het leven van Gods volk. Wat erg als daar weinig naar geluisterd wordt door jongeren. Ik wil me hier verder in gaan verdiepen.
Hoe zie je de toekomst?
Ik voel me geroepen om met dit werk - lezingen geven en evangeliseren - door te gaan. Maar als ik dat mag blijven doen, zal er tegenstand komen. Van satans kant, omdat ik zijn handelen met name op het terrein van de muziek blootleg. Die tegenstand voel ik al regelmatig, soms zelfs lichamelijk. Dan heb ik weieens de neiging om met alles te stoppen. Aan de andere kant zijn er ook bemoedigingen. Ik krijg zo veel brieven en telefoontjes van mensen die me bedanken en allerlei vragen stellen. En zo ga ik maar door. En misschien zeg ik het wel eens krom of niet helemaal goed, maar ik probeer toch iets door te geven van hoe goed en groot God is.
Maar ik weet: als ik daar ga staan, dan gaat het mis. Ik ben zo afhankelijk van de Heere. Want als ik weer een artiest ga worden, nu met het geven van lezingen, dan zal ik vallen, onherroepelijk.
Verder weet ik niet wat de toekomst zal brengen, maar ik hoop dat de bouw waar ik nu werk een voorbijgaande zaak is. Misschien mag er een weg geopend worden zodat ik dag in dag uit hiermee bezig kan zijn. Dat verlangen is er wel.
j. j. de jong
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998
Daniel | 36 Pagina's