Blijdschap
Misschien kijk je er vreemd van op, maar het woord blijdschap krijgt in de Bijbel veel aandacht, jij had waarschijnlijk het idee, dat droefheid, zuchten en klagen de hoofdtoon voerde.
Bedenk echter: de mens is niet geschapen om bedroefd te zijn, maar om zich te verblijden. Voor alle duidelijkheid moet ik je wel zeggen dat ons kernwoord helemaal niets te maken heeft het holle, lege, wereldse pret! Die is oppervlakkig en voorbijgaand. Vaak met een bittere nasmaak. Bittere ontgoocheling!
De bijbelse blijdschap bestaat ook niet uit menselijke opgewondenheid. Zoals bij veel blijde christenen. "Deze is degene die het Woord hoort en dat terstond met vreugde ontvangt. Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd" (Matthéüs 13:20).
De ware blijdschap is alleen te vinden in de Heere en in Zijn dienst. Hij is de Bron van alle echte blijvende vreugde! Het geheim van deze blijdschap wordt duidelijk uit het griekse woord. Het woord chara (blijdschap) is nauw verwant met het woord charis (genade). In deze beide woorden zit niet alleen dezelfde klank, maar ze hebben één en dezelfde wortel!
Dus: chte blijdschap heeft alles te maken met de genade van God. Die blijdschap heeft een fundament, een vaste grond. Namelijk de Naam, de genade en de trouw van de HEERE. De dichter van Psalm 43 noemt de Heere 'De God der blijdschap mijner verheuging'. En van het volk dat het geklank kent, wordt gezegd: Zij zullen in Uw Naam zich al den dag verblijden' (Psalm 89:7 berijmd).
Vooral is deze blijdschap verbonden met de komst van Christus in het vlees. Hij is de oorzaak van diepe vreugde. Zijn geboorte, sterven en opstanding is de reden voor en de inhoud van grote blijdschap.
Tot bevreesde herders in de donkere velden van Efratha klonk persoonlijk de boodschap van de hemelgezant:
"Vreest niet, want zie, ik verkondig u (!) charan megalèn (grote blijdschap) die al den volke (dat is heel het volk) wezen zal; namelijk dat u (!) heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus, de Heere in de stad Davids" (Lukas 2:10-11). De echte chara komt dus voort uit Gods charis.
Zijn soevereine genadewerk door de Heilige Geest in ons hart, verwekt droefheid en blijdschap. De droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Een hartelijk leedwezen, dat ik die goeddoend en heilige God door mijn zonden vertoornd heb. Maar als door genade Christus in mijn verloren leven geopenbaard wordt en door het ware geloof gekend, dat is er reden tot grote blijdschap. Dus blijdschap is vrucht van het zaligmakend geloof. Kijk maar in het leven van de Moorman. Door de wet buitengesloten te zijn in Jeruzalem, mocht hij de geloofskennis van Christus en het sacrament van de Heilige Doop ontvangen. En dan reist hij zijn weg met blijdschap (Handelingen 8:39)! Er staat letterlijk: ich verblijdende. De kanttekenaren van de Statenvertaling noemen er de reden bij: amelijk uit een gevoel van de vergeving zijner zonden en van de werking van de Heilige Geest in zijn gemoed. De blijdschap in God is een ware blijdschap, die kan er zijn zelfs midden in verdrietige omstandigheden. Het is een vrucht van de Geest (Galaten 5:22). In de geloofsgemeenschap met Christus. In het Nieuwe Testament komt ons kernwoord blijdschap zestig keer voor. De uitdrukking 'zich verblijden' vinden we twee-en-zeventig keer.
De brief van Paulus aan de gemeente van Filippi wordt geheel beheerst door het thema van de blijdschap. Opmerkelijk, want deze brief schreef hij vanuit de gevangenis! Dus allerminst reden tot vreugde, zou je zeggen. Toch roept de apostel de ware gelovigen op: Verblijdt u in de Heere allen tijd; wederom zeg ik: erblijdt u" (Filippenzen 4:4). Bijbelse blijdschap is dus niet maar een gevoelsstemming, maar wordt gewerkt door Gods Geest en heeft haar wortel in de genade van God. Zonder de bevindelijke kennis van die persoonlijke genade heeft ze geen fundament. Dan is het alleen maar luchthartig optimisme! Op aarde is de geestelijke blijdschap nooit onvermengd.
Drie doodsvijanden richten hun aanvallen op die blijdschap. In het genadeleven gaan droefheid en blijdschap samen in één mensenhart. Een wonderlijke zaak! Duidelijk komt dat ook uit in Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus over de ware bekering. Dat is: enerzijds een hartelijk leedwezen, dat wij God door onze zonden vertoornd hebben en anderzijds een hartelijke vreugde in God door Christus.
Gods Kerk heeft uitzicht op de eeuwige blijdschap. Een blij vooruitzicht! De blijdschap zal toch de droefheid overheersten. "Hun blijdschap zal dan, onbepaald, door 't licht, dat van Zijn aanzicht straalt, ten hoogste toppunt stijgen" (Psalm 68:2).
Laat toch niemand zich wijsmaken, dat de wereld een echte blijdschap schenkt. Dat lijkt misschien ook voor jou wel een vrolijke boel, maar dat is allemaal schijn! Achter de coulissen grijnst de leegheid je aan. Alle lachen van de wereld zal voor eeuwig vergaan. Arme mens! Hoe kom je aan deze chara? Die wordt alleen ontvangen en geleerd uit vrije charis! Daarom kan het ook en zelfs voor jou nog. Bedel er maar om aan de genadetroon van je Schepper en Onderhouder. Het gaat in een weg van tranen, van benauwdheid en droefenis, maar dit staat vast die blijdschap zal nooit tegenvallen. De volheid komt nog. Die blijdschap is eeuwig!
"En de vrijgekochten des HEEREN zullen wederkeren en tot Sion komen met gejuich men eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden" (Jesaja 35:10).
En jij dan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1997
Daniel | 41 Pagina's