Vragenderwijs
Ik vroeg het aan de vogels de vogels waren niet thuis
ik vroeg het aan de bomen hooghartige bomen
ik vroeg het aan het water waarom zeggen ze niets het water gaf geen antwoord
als zelfs het water geen antwoord geeft hoewel het zoveel tongen heeft wat is er dan
wat is er dan er is alleen een visserman
die draagt het water onder zijn voeten die draagt een boom op zijn rug die draagt op zijn hoofd een vogel
Guillaume van der Graft
Aan alles komt een eind; zo ook aan mijn bijdragen aan deze rubriek. Het stemt me tot vreugde dat het van de redactie niet hóéft; ik stop ermee, omdat het voor de lezerskring waarschijnlijk beter is als men weer eens andere namen tegenkomt. De keuze van een 'laatste' gedicht is niet de gemakkelijkste, omdat je er onbedoeld toch zoiets als een overduidelijke boodschap in wilt leggen. En met overdoseringen moet je erg oppassen... Toen de dichter Willem Barnard onder zijn - veel bekendere - dichtersnaam Guillaume van der Graft dit gedicht schreef, was hij als predikant nog volop actief in dienst van de kerk. Hij vond en vindt het niet prettig om als dichterdominee bekend te staan in de literatuurgeschiedenis van de twintigste eeuw, maar hij heeft het er in veel gedichten wel naar gemaakt, dat men hem als zodanig is blijven beschouwen. Ik bedoel dat positief. Het bloed kruipt ook bij hem vaak waar hij het eigenlijk niet hebben wil. Hij wil geen predikantdichter zijn, hij wil nauwelijks tot de christelijke dichters gerekend worden. Maar zijn levensovertuiging dringt door in veel van zijn gedichten. En dat is goed. Ook een dichter leeft niet in twee hermetisch van elkaar gescheiden werelden.
Van der Graft is nooit een man van stellige waarheden en krachtige antwoorden geweest. De twijfel heeft aan hem geknaagd; en dat is er met het ouder worden zelfs niet minder op geworden. Maar zijn verdienste is, dat hij de juiste vragen weet te stellen. Die mensen hebben we ook nodig. En al vragend weet hij toch ook de goede richting uit te wijzen. Dat vind ik ook de verdienste van dit gedicht.
je kunt aan de vogels, aan de bomen of aan het water het een en ander vragen, maar je moet er niet op rekenen dat je antwoord krijgt. Je kunt de natuur bestuderen, ook vanuit het standpunt van het christelijk geloof, maar Hellenbroek wist al, dat langs die weg alléén de kennis van God zeer ten dele blijft. Zeker, de natuur is een schoon boek waarin de stem van God hoorbaar is voor degene die weet dat Hij Schepper en Onderhouder is van hemel en aarde. Gods openbaring is echter oneindig veel rijker, omdat Hij Zich heeft willen laten kennen in Zijn Woord. Dat is iets buitengewoons, dat Gods boodschap in een bóék is neergelegd en vastgelegd, dat we zelfs bij ons kunnen dragen en waarin we elk ogenblik kunnen lezen. Maar nog rijker is Gods openbaring in het vleesgeworden Woord, Zijn Zoon de Heere Jezus Christus. Uiteindelijk blijft Hij alleen over. De dichter noemt Hem een 'visserman'. Hij was een Visser van mensen. Hij verzamelde met name vissers als discipelen om Zich heen. De eerste christenen tekenden met de vis om aan te geven dat ze in de Heere Jezus geloofden. Hij heeft het water onder Zijn voeten gedragen. Het water kon Hem dragen en Hij wist de wind en de golven te bedwingen. Hij heeft een boom op Zijn doorstriemde rug gedragen in de vorm van een ruwhouten kruispaal. Hij droeg een vogel op Zijn hoofd, toen de Geest in de gedaante van een duif op Hem neerdaalde.
De dichter mag dan 'vragenderwijs' wat aan de orde stellen, hij verwijst intussen naar het allerbelangrijkste. Jezus, Uw verzoenend sterven is het rustpunt van mijn hart.
C. Bregman
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1997
Daniel | 32 Pagina's