JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Idolen van Merel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Idolen van Merel

11 minuten leestijd

Over de smalle geasfalteerde weg die zich tussen de gebouwen van het revalidatiecentrum slingert, rijdt Merel in haar rolstoel. Boven het zacht snorrende geluid van haar mobiel neuriet ze goedgehumeurd de wijs van een popliedje. Met haar mand vol eieren rijdt ze het gebouw van de administratieve dienst binnen. In de kinderboerderij heeft ze de eieren opgehaald. Het is haar taak geworden deze bij de medewerkers van het centrum te verkopen. De meeste eieren raakt ze hier met gemak kwijt. Vooral aan Roel Breedveld. Die heeft notabene wel acht kinderen, genoeg eieretertjes dus. Merel lacht vrolijk bij deze gedachte. Acht kinderen wel te verstaan. Beetje raar vindt ze het eigenlijk wel, zoiets is toch niet meer van deze tijd?

Roel is trouwens een schat van een vent. Heimelijk maakt ze zich vrolijk over hem maar ze mag hem erg graag. Hij heeft iets liefs over zich dat tegelijk respect afdwingt. Van zo'n man als hij moet je gewoon wel houden.

Zachtjes duwt ze de deur van zijn kamer open en gluurt ondeugend naar binnen. Hij kijkt meteen op van zijn PC. Een brede glimlach trekt over zijn gezicht. Het leukste zijn al die kraaiepootjes bij zijn ooghoeken als hij lacht, denkt Merel.

"Ook goeiemorgen, de eierenboer!" "Merel, fijn dat je met een volle mand bij me langs komt. Mijn vrouw heeft al twee keer naar eieren gevraagd, er gaan er bij ons ook zoveel door. We hebben deze maand wel drie verjaardagen en Marja bakt zelf, snap je? "

"Fijn dat jij zo'n goeie klant bent. Word je zelf ook nog een keer jarig? " "Morgen ben ik jarig."

Merel is verrast. Meteen flitst het door haar hoofd dat ze morgen weg moet. jammer, anders kon ze hem feliciteren.

Ze haalt een paar volle doosjes uit haar mand en zet ze op zijn bureau. Hij rekent meteen af.

Dan blijven zijn blikken op haar rusten. Ze heeft een scheef gezicht en heel weinig haar. Haar ogen, die zijn mooi. Diepe blauwe poelen die hem altijd weer aan het nadenken zetten. Wat gaat er om in zo'n meisje als Merel? Welk leven leidt zij eigenlijk als zelfstandig wonende, gehandicapte jonge vrouw?

Schroom weerhoudt hem om persoonlijke vragen te stellen. Hij durft dat nooit zo goed bij haar. Ze kijkt hem vrolijk aan.

"Kijk je naar mijn nieuwe shirt? Hoe vind je het? Over de post gekomen van mijn broertje. Geinig hè? "

Zijn ogen glijden over haar kort, gedrongen bovenlijf en zien een hagelwit shirt met daarop de letters KISS.

Hij houdt zijn hoofd een beetje schuin en neemt haar onderzoekend op. "jij kunt daar vast niet mee bedoelen dat je van iedereen die je ontmoet een kus wilt hebben."

Ze barst in een schaterlach uit. Dat is echt iets voor Roel, zo'n droge.

"Je gaat me toch niet vertellen dat je niet weet dat Kiss een hardrock formatie is? Steengoed, ik ben een fan en dat weten ze thuis ook. Vandaar het shirt. Als je 't leuk vindt, kan ik je wel eens iets laten horen. Crazy Crazy Nights bijvoorbeeld. Stel je voor dat het aanstekelijk werkt; word jij ook een fan."

Ze ziet het al gebeuren en lacht zich slap. In haar vrolijkheid ontgaat het haar dat zijn gezicht even verstrakt. Ze draait haar rolstoel en rijdt naar de deur.

"Roel, ik kom nog weieens bijpraten maar nu moet ik echt gaan hoor. Neem ik een cd voor je mee of niet? "

Hij schudt beslist zijn hoofd. "Ik wil graag met je praten, maar je muziek mag je houden. Ik vind hardrock ronduit verschrikkelijk." Ze grinnikt een beetje.

"Als je ze gehoord hebt, herzie je dadelijk je mening."

Hij schudt zijn hoofd en ze laat hem achter met verwarde gevoelens.

Getuigen. Getuigen van U. O Heere, wat is dit moeilijk. Ik kan het niet, heb mezelf er ook eigenlijk niet voor over. Maar ik voel dat U het van me vraagt. Zij moet toch weten welk een vreselijk einde ook haar wacht als ze doorleeft zonder U te kennen, zonder U en Uw geboden lief te hebben. Hoe moet zij de boosheid van haar hart leren kennen als niemand haar daarvan vertelt? Ik ben twaalf jaar ouder dan zij, Heere, toch durf ik niet. Breek mijn tong toch los en geef mij durf...

Merel rijdt door de drukke stad. Ze moet dwars door het centrum naar een heel speciaal winkeltje. Voor Roel heeft ze dat best over. Kalm en vaardig beweegt ze zich tussen het drukke verkeer. Goed opletten en je hoofd koel houden.

In het voorbijgaan ontdekt ze een grote Amerikaanse zaak die opheffingsuitverkoop houdt. Ze draait het trottoir op en rijdt terug. Even naar binnen gaan en snuffelen.

Maar dat blijkt niet zo gemakkelijk. De ingang heeft een vrij hoge opstap waarvoor een houten vlonder is neergelegd. Behendig manoeuvreert ze, schat de breedte van haar wagen toch nog verkeerd in en kantelt achterover van de loopplank. Als daar niet juist iemand had gestaan om haar tegen te houden, had ze op straat gelegen. Ze kijkt in de vriendelijke gezichten van een paar jonge meisjes. Van het type lang haar en enkellange rokken. In het geheim verdenkt ze dat Roel ook tot dit soort behoort.

"Vervelend hè, dat ze bij zo'n ingang zo weinig rekening met jullie houden, " moppert er een. Merel, die er wars van is om door anderen geholpen te worden, vindt haar sympathiek.

"Ik moet het gewoon anders doen, " zegt ze rustig, draait haar wagen en rijdt nu tot vlak voor de deurposten. Ze twijfelt hardop: "Ik vraag me af of ik niet te breed ben."

De meisjes schatten samen in dat het net moet kunnen en als Merel het probeert, blijken ze gelijk te hebben. Voordat ze verder lopen, maken ze nog een praatje met Merel. Het blijken scholieren te zijn van een college aan de rand van de stad, Merel weet het gebouw te staan. Als ze er langs rijdt, verbaast ze zich altijd over die veelheid van lange rokken. Eigenlijk best een grappig gezicht. Nou, als ze daar allemaal zo aardig zijn, is het wel een goed soort.

Even later snort ze weer over de weg. Ze gaat een cadeautje kopen voor Roel. Eerst dacht ze aan de wereldhit van Kiss; God Gave Rock 'n Roll To You. Maar nu ze weet dat hij pertinent niet van deze ruige muziek houdt, zou dat een plagerij zijn en daar is de cd te kostbaar voor, vindt ze.

In een knus snoepwinkeltje laat ze een blik vullen met drop. Roel is verzot op drop, heeft altijd wel wat op zijn bureau staan. Met folie en een strik er om staat het heel feestelijk. Kan Roel het met een blikopener openpeuteren.

Nu naar het kaartenwinkeltje. Ze koopt een kaart die uit puzzelstukjes bestaat waar ze een felicitatietekst op zal schrijven. Verder heeft ze materiaal nodig om zelf kaarten te maken. Dat is haar hobby.

Met haar mand goed gevuld rijdt ze dezelfde route terug naar huis. Eerst gaat ze vanavond een kaart maken voor Paul Stanley, de zanger en gitarist van Kiss. Als ze doorwerkt krijgt ze die voor de drummer Eric Singer ook nog wel klaar. Maar dat hoeft niet, want ze heeft tijd genoeg. Achttien mei was het Kiss-dag. Toen heeft ze extra mooie kaarten gemaakt voor alle vier. Jammer dat je nooit eens iets van ze terug hoort.

Die avond staart Roel naar de meditatie in zijn dagblad. Even worden zijn ogen groot als hij de woorden leest van een predikant uit de zeventiende eeuw. Hij denkt aan Merel.

Kon hij dat nou es tegen haar zeggen. Zo duidelijk en eerlijk. Hij is niet zo welbespraakt tegen anderen. Met zijn eigen kinderen durft hij wel over de Heere te praten. Het is nog niet zo moeilijk, de oudsten, een tweeling, zijn pas elf. Maar zo'n jonge vrouw...

Hij pakt diep in gedachten een schaar, knipt de meditatie uit en stopt hem in de binnenzak van zijn colbert.

Op zijn verjaardag verwacht Roel dat Merel hem komt feliciteren. Maar als hij om vijf uur in zijn auto stapt, is ze nog niet geweest.

De volgende morgen na koffietijd staat ze plotseling middenin zijn kamer.

"Roel, nog van harte gefeliciteerd met je verjaardag."

Ze overhandigt hem met een glunderend gezicht het blik drop en een envelop. Als Roel hem open maakt, ziet hij tot z'n verrassing dat de enveloppe vol puzzelstukjes zit. Hij wordt er verlegen van. Merel schatert het uit. Roel gaat meteen de puzzel maken. Aan de voorkant is het een prentbriefkaart met een leuke afbeelding. Achterop ziet hij een stukje tekst, gericht aan 'lieve Roel', met daarbij de hartelijke felicitaties en de mededeling dat ze gisteren verhinderd was en hem alsnog wil feliciteren.

"Leuk idee, zo'n puzzel. Ik doe hem los in de envelop en laat hem door mijn vrouw weer in elkaar zetten." Merel vertelt over het winkeltje waar ze altijd ideetjes opdoet voor haar kaartenhobby. Tenslotte belandt het gesprek als vanzelf weer op Kiss, de doelgroep van haar hobby.

"Waarom stuur je die kaarten naar hen? " vraagt Roel belangstellend. Merel haalt haar schouders op. "Gewoon omdat ik denk dat ze dat leuk vinden. Je kijkt zo ongelovig, twijfel je eraan? ""

"Ja, eerlijk gezegd twijfel ik daaraan. Ik vermoed dat het hen geen zier interesseert of en hoeveel meisjes hen kaarten sturen. Het is een keiharde business die voor het merendeel om geld draait. Heb je niet gehoord dat er laatst een heleboel fans waren die hun lievelings voetbalclub Ajax zo hevig aanbaden dat ze hun as later bewaard wilden hebben op het voetbalveld van hun idolen? Een stukje van de grasmat waarop ze altijd speelden, werd overgebracht naar het kerkhof. Wat ik zo tekenend vond, was dat er tientallen fans naar dat grasveld waren gekomen en dat er niet een van hun helden verscheen. Niet een. Daar stonden ze dan in de druipende regen. Toch een teken van weinig betrokken zijn bij je fans, nietwaar? " "Nou goed. Maar misschien hadden ze het te druk met trainen en zo." "Welnee meid, dat geloof je toch zeker zelf niet? Nee hoor, ze zijn alleen geïnteresseerd in geld en eer. En wat Kiss betreft: koop jij maar veel cd's, dat vinden ze fantastisch." Ze lacht vrolijk. "Ik doe niets liever."

Roel kijkt haar even zwijgend aan. Een stil gebed stijgt op uit zijn hart. "Heere geef me toch te spreken."

"Weet je Merel, uiteindelijk laten alle mensen je vallen. Ze denken allemaal aan zichzelf. De wereld is bikkelhard, je ziet het aan die voetballers. Toen ze wonnen, werden ze godenzonen genoemd. Ze werden vereerd, gelauwerd en toegezongen. En nu ze een paar slechte wedstrijden hebben gespeeld, hoor je er niemand meer over. Zelfs zij worden weer vergeten. Afgeschreven. Precies als al die anderen die net niet de top hebben gehaald.

Ik weet niet of je iets van de Bijbel kent

Merel, maar daarin kun je lezen van de liefde van Cod.

Die liefde is onveranderlijk. Die houdt je ook vast als je het moeilijk hebt. Of eenzaam bent en je door niemand begrepen voelt. Ook al maak je het er zelf absoluut niet naar, Cod laat je nooit vallen. Als je iets van Zijn liefde voelt in je hart, dan wil je dat nooit meer missen, al krijg je de hele wereld er voor in de plaats. Maar je moet hem wel zoeken. Hij wil heel jouw hart. Hij neemt geen genoegen met een klein stukje. Ik las pas een stukje in de krant. Kijk, lees maar eens."

Langzaam laat Merel het strookje papier zakken. Haar blik ontmoet die van Roel. "Tja, daar zit wat in moet ik zeggen."

"Ik weet niet of je dit soort taal begrijpt Merel, maar ik wil het je graag uitleggen."

"Nee, " zegt ze eenvoudig, "deze taal komt mij niet onbekend voor. Ik had een opa...!"

Ze kijkt peinzend van hem weg. Herinneringen komen boven. In de stilte die tussen hen gevallen is, observeert hij haar. Dus geen onbekende klanken. Hij zoekt naar woorden, voelt opeens de afstand die er tussen hen gekomen is.

Ze maakt vriendelijk, maar heel beslist, een einde aan het gesprek en rijdt even later het terrein van het revalidatiecentrum weer af. Zacht snorrend draait de motor van haar rolstoel. Opa had een lievelingspsalm die hij haar als klein meisje had geleerd. Hoe was het ook alweer?

Ze neuriet zacht de melodie, peinst over de woorden...

"Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven, mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou. Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven? " Het is lang geleden. Maar de woorden van Roel hebben die warme sfeer van opa, die fijne herinneringen in haar losgemaakt. Ze dacht dat die voorgoed verstopt zaten in een hoekje van haar hart. Herinneringen aan de wereld van opa, waar popsterren, idolen en fans niet thuis horen, niet passen...

Naast oude, bijna vervaagde beelden worden nieuwe vragen geboren in Merel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1997

Daniel | 32 Pagina's

Idolen van Merel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1997

Daniel | 32 Pagina's