Theocratie, een achterhaald ideaal?
Over vormen en normen
Misschien heb je, als je deze titel leest, de neiging dit artikel maar over te slaan. Theocratie en democratie, moeilijke begrippen! Dat staat nogal ver van ons bed. Of je denkt misschien: "Dat zal wel weer over politiek gaan en dat boeit mij helemaal niet." Weer iemand anders zou kunnen zeggen: "Theocratie, dat is hoogstens iets uit het verleden. Wat heeft dat nog voor actualiteit, zeker onder een paars kabinet?
Allemaal heel begrijpelijke reacties. Toch gaat het om voor ons allen heel wezenlijke zaken. Het gaat om de samenleving, waarin wij vandaag staan. Hoe wordt die samenleving geregeerd? Welke kant zal het verder opgaan? En ook: wat voor consequenties heeft dat voor jezelf? Dus toch maar even verder lezen!
Wat is theocratie?
Theocratie betekent letterlijk: Godsregering. God regeert alle dingen, zo belijden wij immers. In de politiek bedoelen wij ermee: een streven naar een regering die zich onderwerpt aan Gods Woord. Dat is een zuiver bijbelse gedachte. God heeft recht op de gehoorzaamheid van alle mensen. Ook de vorsten en regeringen behoren dit te erkennen. "Door mij regeren de koningen en stellen de vorsten gerechtigheid." En Paulus geeft de overheid de eretitel 'dienares Gods' (zie Romeinen 13). Nog altijd kun je in de officiële aanhef van onze wetten lezen: "Wij Beatrix, Koningin bij de gratie Gods..." Alle gezag van de overheid is uiteindelijk van God afkomstig. Zelfs in onze ontkerstenende samenleving is de erkenning daarvan dus gelukkig nog niet geheel uitgebannen. Hoe lang nog? Want de erkenning van God als het hoogste gezag staat haaks op de moderne opvatting over democratie. Daarbij berust de macht toch uiteindelijk bij het volk? Daarom moeten wij nu eerst stilstaan bij de ontwikkeling van de moderne democratie.
Wat is democratie?
Democratie betekent letterlijk: regering door het volk. Democratie is één van de oudste vormen van het bestuur van een land of volk, naast de monarchie (regering door een vorst). Al in het oude Griekenland van ver voor onze jaartelling werden de stad-staatjes democratisch geregeerd. Calvijn kende ook de democratie reeds. In zijn Institutie spreekt hij geen absolute voorkeur uit voor één van de toen bekende regeringsvormen. Hij wijst de democratie dus niet bij voorbaat af, en dat terwijl hij duidelijk theocratisch gezind was. Hoe kan dit, zul je misschien vragen? Democratie is één van de mogelijke regeringsvormen, zei ik al. Een staat wordt dan bestuurd door vertegenwoordigers van de bevolking, bijvoorbeeld door middel van verkiezingen. Maar dan gaat het over de vorm van het bestuur, niet over de norm voor het regeren. In het Genève van Calvijn konden dus theocratie (Gods Woord als norm) en de democratische vorm samengaan. Maar er heeft zich rond de democratie een enorme verandering voltrokken, vooral als gevolg van de Verlichting. Deze veranderingen vonden hun hoogtepunt (of beter zou ik kunnen zeggen dieptepunt) in de Franse Revolutie. Het begrip democratie kwam namelijk hoe langer hoe meer onder beheersing van de idee van de volkssoevereiniteit te staan. Vooral de naam van de Franse Verlichtings-filosoof Jean-jacques Rousseau is hieraan verbonden. Volkssoevereiniteit houdt in dat de oorsprong van alle gezag wordt gelegd in het volk. Dat staat volstrekt haaks op de gedachte van de theocratie! Zo ingevuld, wordt dus de democratie naast vorm, ook norm. De wil van de meerderheid - in feite de helft plus één - bepaalt dan welke normen zullen gelden.
Een man als Groen van Prinsterer heeft de grote gevaren daarvan gezien en heeft in de vorige eeuw dan ook met kracht gestreden tegen de doorwerking van de volkssoevereiniteit. En vooral in zijn hoofdwerk 'Ongeloof en Revolutie', dat juist honderdvijftig jaar geleden verscheen, heeft hij de revolutionaire wortel van de volkssoevereiniteit ontmaskerd en als met profetisch blik de grote gevaren van die ontwikkeling voorspeld. Zijn strijd heeft in zoverre resultaat gehad, dat in onze
Grondwet nooit de volkssoevereiniteit als grondbeginsel van ons staatkundig bestel is vastgelegd, in tegenstelling tot verschillende landen om ons heen. Ik moet er overigens bijzeggen, dat in onze Grondwet evenmin God als de Bron van alle gezag wordt erkend, wat zeer te betreuren is. Sommigen noemen onze staat daarom 'neutraal'.
Een neutrale overheid?
Het is echter een van de grootste misverstanden te denken, dat een overheid 'neutraal' kan zijn. Regeren is kiezen. Er moeten altijd keuzes worden gemaakt. Dat geldt zeker voor een van de belangrijkste taken van de overheid, namelijk het geven van goede wetten. Wetgeving houdt vrijwel steeds in het stellen van normen. Denk maar aan strafwetgeving. Wat is strafbaar en hoe hoog moeten de straffen zijn? Maar dat geldt ook op ethisch terrein. Om een actueel voorbeeld te noemen, denk ik aan wetgeving inzake genetische manipulatie.
Het is de bijbelse roeping van de overheid om in bestuur en wetgeving de norm van Gods Woord tot uitgangspunt te nemen. Daarom kan de staat per definitie nooit neutraal zijn. Dit zegt ook artikel 36 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, waar het theocratisch ideaal heel duidelijk in verankerd ligt. Daaruit blijkt dat ook de geestelijke belangen van een volk de overheid ter harte moeten gaan. Als Gods Woord niet de norm is, dan zijn het andere visies op grond waarvan wordt geregeerd. In onze tijd zien wij de moderne ideologieën, waarbij de mens de maatstaf is, daarom zo sterk oprukken, ook in politiek en wetgeving. Nogmaals: neutraliteit is onmogelijk!
De Grondwet van 1848 - hoewel die onder revolutionaire omwentelingen in Europa tot stand kwam - beleed de volkssoevereiniteit niet uitdrukkelijk. Daarom kon een man als Groen van Prinsterer, hoewel hij het echt niet met alles eens was, deze Grondwet tot op zekere hoogte toch accepteren. De Grondwet gaf hem voldoende ruimte om als politicus daarbinnen te werken. In feite geldt datzelfde voor ds. G. H. Kersten, toen hij in 1918 de Staatkundig Gereformeerde Partij - inmiddels de oudste nog bestaande politieke partij in ons land - oprichtte. Ook hij zag binnen de Grondwet, ondanks alle bezwaren, voldoende ruimte om zijn ideaal uit te dragen. Overigens sprak ds. Kersten liever over 'bibliocratie' (een staat met de Bijbel) dan over theocratie. Dit laatste begrip is namelijk in de zuivere zin van directe Godsregering alleen van toepassing op de oud-testamentische periode voordat de koningen hun intrede deden. En in die zin is dat onherhaalbaar.
En wat voor mannen als Groen van Prinsterer en ds. Kersten gold, geldt vandaag de dag nog steeds. Binnen ons grondwettelijk bestel is er nog steeds de ruimte voor het uitdragen van het theocratisch ideaal. Maar ook hier herhaal ik de vraag: hoe lang nog?
De actualiteit van deze discussie
Misschien is de vraag opgekomen: maar heeft dit nu allemaal voor deze tijd nog wel betekenis? Zeker wel. Een groot deel van de actuele politieke discussies blijkt juist over thema's te gaan, die alles met het spanningsveld theocratie-democratie te maken hebben. Vooral onder invloed van D'66-een partij die typisch de volkssoevereiniteit openlijk in het vaandel heeft staan - heeft het paarse kabinet diverse plannen voor staatkundige vernieuwing trachten te realiseren, die allemaal de geest van de volkssoevereiniteit ademen. Voorbeelden: invoering van een referendum (dan worden bepaalde beslissingen rechtstreeks aan het volk gevraagd, in plaats van aan de gekozen volksvertegenwoordiging); invoering van een gekozen burgemeester in plaats van zoals tot nu toe door de Koning benoemde
burgemeester; invoering van de rechtstreekse verkiezing van de ministerpresident of althans de kabinetsformateur. Het zal duidelijk zijn dat al dit soort ideeën dezelfde geest ademen: de versterking van de macht van het volk. Typisch volkssoevereiniteit dus. Gelukkig is van al deze plannen tot nog toe niet veel terechtgekomen. Maar de ontwikkeling is duidelijk: men wil steeds meer de richting van de volkssoevereiniteit opschuiven. En dat betitelt men dan als democratisch.
Wat dat betreft is het vanuit die denkwereld niet onlogisch dat men de theocratie als ondemocratisch ziet. Het is al weer jaren geleden, dat de kleine christelijke partijen door wijlen PvdAvoorman Den Uyl als ondemocratisch werden betiteld, omdat zij zich uiteindelijk beriepen op de Bijbel als diepste bron voor hun politieke opstelling. Als men tussen democratie en volkssoevereiniteit een 'is gelijk'-teken plaatst, dan is christelijke politiek inderdaad per definitie ondemocratisch.
Het beleid behoort uiteindelijk niet gevoerd te worden naar de - voortdurend wisselende - norm van de meerderheid, maar naar de vaste en heilzame norm van Gods Woord! Maar dat daar in de actuele situatie een groot spanningsveld ligt, zal iedereen die iets van de huidige politieke situatie ziet en volgt, zeker beamen.
Om nog een voorbeeld van de actualiteit van dit onderwerp te laten zien, wijs ik op het oprukken van de islam in Nederland. De islam is de snelst groeiende godsdienst. Nederland is een multiculturele samenleving geworden,
zo zegt men dan. Vanuit de theocratische gedachte kan de overheid echter geen medewerking verlenen aan verbreiding van de islam. Artikel 1 van onze Grondwet gaat echter zonder meer uit van de gelijkheid van alle godsdiensten. Dit is wel een heel actueel spanningsveld!
Huidige tijdgeest
De huidige tijd kenmerkt zich door de mondigheid van de mens. De mens is auto-noom; is zichzelf tot wet. "Ik maak zelf wel uit wat goed voor mij is", zo kun je nog al eens horen. En een ander moet zich daar maar niet mee bemoeien!
Een dergelijke geest staat natuurlijk haaks op de belijdenis dat Gods Woord ook voor het politieke leven alle gezag heeft. De moderne mens wil zich juist niet laten gezeggen. En daarom zien wij dat juist in deze tijd met grote vaart alles wat herinnert aan bijbelse normen en waarden uit de wetgeving moet worden verwijderd. Denk aan de uitholling van het bijbelse huwelijk door gelijkwaardige erkenning van alternatieve samenlevingsvormen en de roep om het 'homo-huwelijk'. Denk aan de ondermijning van de zondag door de 24-uurs economie met alle uitwassen vandien. Denk niet minder aan de ondermijning van de bescherming van het leven door het legaliseren van abortus en euthanasie. En zo zouden er - helaas - nog wel meer te noemen zijn. Waar zal dit proces eindigen? Alle fundamenten worden onder onze samenleving weggeslagen. Uitholling van normen en waarden kan niet anders dan tot chaos leiden. Niet ten onrechte is wel eens gezegd, dat op deze manier democratie verwordt tot demon-cratie. Wat dat betreft vertoont onze tijd steeds meer apocalyptische trekken. De mens wil als God zijn.
En daarom is de oproep tot terugkeer naar de heilzame geboden van God enerzijds meer dan ooit nodig. Die bieden immers alleen een hecht perspectief voor een ontwrichte samenleving. Anderzijds staat deze oproep haaks op de tijdgeest!
Is er nog een aanknopings-
ls het dan nog wel zinvol het theocratisch ideaal in een tijd als de onze uit te dragen? Ik denk het zeker. Trouwens wat ik denk is niet zo belangrijk. Het gaat er om, wat Gods Woord zegt. God heeft er recht op door ieder te worden gediend, ook door de overheid. Die heeft juist zo'n belangrijke eigen verantwoordelijkheid. En daar is men nu helaas zo blind voor.
Toen enige tijd geleden minister Sorgdrager (D'66!) door de kleine christelijke partijen werd aangesproken op de eigen verantwoordelijkheid van de overheid voor normen en waarden, was zij oprecht verbaasd. Wat eigen verantwoordelijkheid? De overheid moest toch niet anders doen dan de mening van de meerderheid te volgen en in de wet te verankeren?
Hier zij wij hoever de gedachte van de volkssoevereiniteit al is doorgewerkt. Toch zijn er wel aanknopingspunten. De verontrustende ontwikkelingen in onze samenleving vormen een goede basis om terug te roepen tot Gods heilzame geboden als enige remedie. Ik noem als voorbeeld het jeugdbeleid. Steeds duidelijker blijkt hoe ontwrichtend het verlaten van de bijbelse huwelijksmoraal juist op de jeugd (gebroken gezinnen!) uitwerkt. Een groot deel van de sterk stijgende jeugdcriminaliteit wordt hierdoor veroorzaakt. Idem de drugsverslaving. En zo zou er nog veel meer te noemen zijn.
In de samenleving van vandaag heb je overigens niet alleen te maken met de vijandschap tegen het Woord van God; er is ook steeds meer volslagen onbekendheid met de bijbelse boodschap. Dat zul je ook zelf en/aren in eigen omgeving. Dat is dus absoluut niet alleen een probleem van de politiek. Mensen die naar de norm van Gods Woord willen leven vormen nog maar een kleine minderheid in onze ontkerstenende samenleving. En dat is een aangrijpende gedachte. Maar juist dan geldt de bijbelse opdracht om een lichtend licht en een zoutend zout te zijn. En die roeping geldt echt niet alleen voor mensen in de politiek! Er treedt steeds meer een generatie aan, die grotendeels vreemd is aan wat de Bijbel zegt, ook in de politiek. Dat geeft ook nog wel eens - soms ongedacht - gelegenheid tot een getuigenis. Dat overkwam onlangs mijn collega Van der Vlies naar aanleiding van een discussie over de varkenspest. Dat zijn gelegenheden die mogen en moeten worden benut. Maar ook moet worden gezegd, dat wij het niet van onze kracht behoeven te venvachten. Wat is dat gelukkig, want anders zag het er niet best uit.
De Heere Jezus Christus, de Koning van de kerk, zegt ook anno Domini 1997: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde". Hij kan ons ook de kracht geven om voor Zijn Naam en zaak uit te komen, ieder op de eigen plaats.
Is er toekomst voor de theocratie?
Is er toekomst voor de theocratie in een steeds meer ontkerstenende samenleving? Op het eerste gezicht lijkt dit onmogelijk. Maar de roeping blijft om heel ons volk op te roepen tot erkenning van God. Zijn geboden zijn echt heilzaam. Dat betekent wel oproeien tegen de stroom van de tijdgeest in. Moedbenemend? Maar dan zien wij toch te laag. God regeert! Dwars door alles heen zal het Koninkrijk van God zich in volle glorie baan breken. Dat alleen geeft pas echt perspectief. Niet voor niets spreekt onze Nederlandse Geloofsbelijdenis direct na artikel 36 over de wederkomst van Christus. Dan pas vangt de volle theocratie aan. Guido de Brés, de opsteller van onze geloofsbelijdenis, mocht ervan getuigen dat hij die dag met groot verlangen verwachtte. Wij ook?
j. T. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1997
Daniel | 32 Pagina's