Diabetes elke dag, elk uur, elke minuut
Jongeren met diabetes
We zijn met een aantal jongeren met diabetes bij elkaar. Een aanwezige niet-diabeet zit zonder schrijfgerei en vraagt aan de anderen: "Heeft iemand een pen voor mij? " Meteen duiken er verschillende jongeren in hun tas en komen met een etui boven tafel. Vervolgens halen ze er een insulinepen om te injecteren uit. Dat was dus niet de bedoeling. Een pen roept bij diabeten andere associaties op. Ongeveer 12.30 uur is het etenstijd. Na het gebruikelijke begin van de maaltijd met gebed, duiken er verschillende jongeren ineens in hun tas in plaats van op het klaar staande brood. Pakken er vervolgens een etui uit met daarin een pen met naald! Voorzichtig gaan er shirts omhoog en wordt er in verschillende buiken geïnjecteerd. Een bezoeker die voor het eerst kennis maakt met deze jongeren ziet het met stijgende verbazing aan. Duidelijk is meteen dat er verschillen zijn tussen jongeren met en zonder diabetes!
Jongeren met diabetes
Om te weten te komen wat nu eigenlijk diabetes is en wat dat voor jongeren inhoudt, hebben we een aantal jongeren en een oudere met diabetes uitgenodigd voor een gesprek. Gerriene Barten is 18 jaar en volgt de Pabo. Ze was anderhalf jaar oud toen zij diabetes kreeg. Kees Bakker, 16 jaar, doet een hoveniersopleiding. Kees was veertien maanden oud toen er diabetes werd geconstateerd. Bram van Lenten is 17 jaar en heeft nu zes jaar diabetes. Hij volgt een detailhandelsopleiding. André Fokker is 37 jaar. Was vijf jaar toen er diabetes werd geconstateerd. Aleida Nieuwenhuis (17 jaar en een jaar diabetes) verwachtten we ook voor het gesprek op het Bondscentrum. Maar onderweg kreeg zij samen met haar broer een ongeluk in Woerden. De auto was total-loss. Zij beiden hadden alleen wat lichte verwondingen en mochten na een bezoek aan het ziekenhuis weer naar huis. De Heere bewaarde hen. We werden er nadrukkelijk bij bepaald dat ons leven in de hand van de Heere is.
Wat kunnen jullie je nog van de tijd toen diabetes werd? herinneren ontdekt
Kees: Eigenlijk niets. Ik heb nooit anders geweten dan dat ik moest spuiten en niet zomaar mocht snoepen.
Gerriene: Ik was ook te klein om het te beseffen. Later had ik wel een poosje aversie tegen het spuiten, want dat mocht je geen dag overslaan.
Bram: Nou, ik weet het nog heel goed. Ik knapte maar niet op na griep. Uiteindelijk maar een keer bloed laten controleren. Toen de uitslag bekend was, kon ik meteen naar het ziekenhuis. Eerst vond ik het wel interessant al die apparaatjes om bloed te prikken en te spuiten. Maar eenmaal thuis was het toch minder leuk. Ik wilde helemaal niet meer mezelf spuiten.
André: Ik kreeg diabetes nadat ik roodvonk had doorgemaakt. Daarna kreeg ik klachten, voelde me ziek. Ik werd uiteindelijk opgenomen in het ziekenhuis en na een poosje werd duidelijk dat ik "suiker" had. Wat ik me nog heel goed kan herinneren, is dat ik zo'n dorst had en dat er een eindje verder een glas water op een kastje stond. Maar ik lag vastgebonden in bed en kon er alleen maar naar kijken.
Hoe reageert je naaste omgeving het feit dat je "suiker" hebt? op
Gerriene: Bij ons thuis zijn ze er goed op ingesteld, mijn moeder heeft namelijk ook diabetes.
Kees: Toen ik klein was, deed mijn
familie in sommige dingen met me mee. Zoals suikervrij snoep. Nu niet meer. En ze zien of merken ook aan me wanneer ik tegen een hypo aanzit. Dan ga ik me wat anders gedragen. Ze zeggen dan dat ik echt wat moet gaan eten. En prompt geef ik dan aan, dat dat wel meevalt. Een teken dat ik juist wat moet gaan eten.
André: Ik kan me nog herinneren dat toen ik klein was de andere kinderen me er weieens van verdachtten dat ik opzettelijk zei dat ik "laag" zat (tegen een hypo aan). Dan kon ik namelijk een lekkere stroopwafel eten.
eten. Bram: Ze merken bij mij thuis wanneer ik hypo-achtig word. Ik ga me dan wat vreemd gedragen. Daar reageren ze goed op, door bijvoorbeeld dextropur te geven.
Vertellen jullie buiten de deur dat jullie diabetes hebben? Zoals bijvoorbeeld op school, op de jeugdvereniging? En hoe wordt er dan op gereageerd?
Kees: Alleen wanneer het nodig is! André: Maar wanneer is het nodig? je kunt denken van niet en vervolgens ben je met vrienden op stap en krijg je een hypo. Niemand weet dan wat hij moet doen.
Cerriene: Het is inderdaad wel goed dat anderen het weten. Mijn ouders hadden natuurlijk op de basisschool doorgegeven dat ik diabetes had. Ik zat in groep acht en moest eigenlijk eten, maar ik wilde niet opvallen en stelde het uit. Met alle gevolgen van dien. Op een gegeven moment was ik "weg". Toen ik bijkwam, zag ik allemaal mensen om me heen, ik had een handdoek om. Doordat ze wisten dat ik diabeet was, konden ze reageren toen ik afwezig werd en mij zo goed en kwaad als het ging suikers geven.
Kees: ja, misschien is het beter het wel te zeggen, maar soms kunnen anderen zo onbezorgd reageren dat ze uiteindelijk nog te laat zijn. En je kunt waneer het nodig is in de klas wat eten.
Tenminste wanneer de betreffende docent het niet vergeten is.
Cerriene: Weet je, de andere kant is dat mensen zo overbezorgd zijn dat het heel hinderlijk is.
Ik had een docent die een zusje had die aan suikerziekte leed en zoals het vroeger was absoluut niets met suikers mocht. Wanneer ik dan wat at met koolhydraten dan reageerde hij steeds met "Mag je dat wel? " "Gaat het wel goed"? "
Bram: Het is niet alleen voor eventuele hypo's dat je het soms moet vertellen maar ook om te kunnen spuiten.
André: Eigenlijk moet je het dus altijd zeggen wanneer je intensief met mensen optrekt en ze dan uitleggen wat ze in noodsituaties moeten doen.
Moeten jullie vaak spuiten? Waar en hoe doe je dat meestal? Vroeger werd gezegd dat als je twee of drie keer moet spuiten je het wel heel erg hebt. Is dat zo?
Bram: Gelukkig niet! Ik spuit namelijk vier keer op een dag. Waneer ik onderweg ben, zoek ik meestal een hoekje op. Niet al te geheimzinnig want anders denken ze dat je een junk bent. Op school heb ik een "prikkamer" gekregen nadat een leraar bijna onderuit ging.
André: Het gaat niet om de keren dat je spuit. Ik zelf spuit twee keer, beetje ouderwets nog.
Het kan zelfs zo zijn dat de hoeveelheid insuline meer is dan bij vier keer spuiten. Het gaat er bij diabetes
meer om dat je goed bent ingesteld. Dat wil zeggen dat je Hbal c goed is (Hbalc is een afkorting van een bloedonderzoek, waarbij de gemiddelde hoogte van de bloed-suikerwaarde over een bepaalde periode wordt gemeten).
En dat je nog geen last hebt van complicaties, zoals bijvoorbeeld slecht functionerende nieren, afnemend gezichtsvermogen.
Neemt diabetes een plaats in in je leven? belangrijke
Cerriene: je wordt er elke dag mee geconfronteerd, of je wilt of niet. Ik ben wel blij dat je met behulp van spuiten vrij gewoon dingen kunt doen. Alhoewel de diabetesverpleegkundige wel
moeilijk deed toen ze hoorde dat ik naar Gouda ging om de Pabo te volgen. Ze vond dat ik met mijn diabetes beter dicht bij huis kon blijven en naar de Pabo in Ede gaan. Ze begreep echt niet, ook niet na uitleg, dat ik bewust voor de "Driestar" koos.
Kees: Het is niet echt een sta in de weg, met hulpmiddelen kun je best veel. Alleen moet je wel continue opletten. Ik ga bijvoorbeeld vier dagen naar school en ik loop een dag stage. Dan spuit ik die ene dag iets minder insuline, anders moet ik door het soms zware werk heel veel eten. Anders zit je zo in een hypo. André: Het is ook een soort automatisme geworden. Wanneer je een beetje gestresst bent, wordt je bloedsuiker wat hoger en moet je dus geen koek eten. Wanneer je misselijk bent bij een buikgriep moet je toch proberen te eten want je moet door blijven gaan met spuiten. Ongemerkt beheerst het toch je leven. En toch denk je ook: er zijn nog veel andere ziektes die erger zijn dan diabetes.
Bram: ja, wanneer je bijvoorbeeld aan iemand met een dwarslaesie denkt dan heb je toch liever diabetes. Het maakt wel uit of je veel last hebt van complicaties.
Wat betekent het hebben van diabetes nu voor de toekomst?
Gerriene: Over complicaties lig ik nog niet wakker. Alhoewel, ik heb een periode gehad dat mijn Hbalc blijvend hoog was en dan vraag je toch af: hoe moet dat nu gaan? En heeft het invloed wanneer je gaat solliciteren?
André: Je weet dat er complicaties kunnen komen. Ik heb tot nu toe alleen nog last gehad van mijn ogen en ben daarvoor met laserstralen behandeld. Ik heb de periode achter me van verkering en denken aan trouwen en het stichten van een gezin. Maar dat zijn ook zaken waar je in verband met het hebben van je diabetes bewust mee bezig bent geweest. Heel belangrijk zijn dan open gesprekken.
We zijn er het allemaal wel over eens, dat de Heere je leven leidt. Hoe ervaar je daarin het hebben van je diabetes?
Gerriene: Moeilijk om aan te geven, maar je denkt er wel over na. André: Als kind vroeg ik of de Heere me beter wilde maken maar dat gebeurde niet. Daarna was er een periode van: waarom heb ik nu diabetes? En een periode dat je ziet: ik heb alleen maar diabetes. De levensverwachting van een diabeet is minder. Je voelt de beperktheid van je gezondheid. Dat kan ook een middel zijn om je op andere dingen te richten, dingen die betrekking hebben op de eeuwigheid.
Gerriene: Ja, dan zie je dat diabetes tijdelijk is en dan op de tweede plaats valt.
Tot slot, we hebben het voornamelijk gehad over wat het inhoudt om diabetes te hebben. Voor andere jongeren kan dat een stuk duidelijkheid geven. Maar ze vragen zich misschien af hoe moet je daar nu mee om gaan?
Bram: Open over praten. Gerriene: Niet doen alsof ze weten wat het is terwijl het niet zo is. Laten ze dan open vragen stellen. Kees: Door bijvoorbeeld niet krampachtig te reageren, maar als het nodig is actie te ondernemen.
Woerden Cor en Catrien van Tuijl i, '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1997
Daniel | 32 Pagina's