Welke normen?
Aart draait de bestelauto in een parkeerplaats op het woonerf. Prachtig, ze staan precies voor de deur. "Zo Achmed, we moeten hier een schrootjesplafond schilderen. Dat's weer een goeie oefening voor die luie nek van je. Als jij het zeil uit de auto haalt, dan ga ik vast even zeggen dat wij er zijn. Worden ze ook niet meteen met jouw tronie geconfronteerd."
Achmed zegt 's morgens meestal niet veel. De taal beheerst hij overigens redelijk, hoewel hij niet in Nederland geboren is. Omdat ze goed met elkaar op kunnen schieten, worden ze vaak samen op karwei gestuurd.
De deur gaat open voordat Aart aangebeld heeft. Mevrouw stond zeker al op de uitkijk? Aart schat haar tussen de vijf-en-vijftig en de zestig. "Zo fijn dat jullie er zijn. Zal ik even wijzen wat er geverfd moet worden? "
Aart stopt meteen. "U zei dat er iets geverfd moet worden? Dan kan ik naar huis, want ik kan alleen schilderen, maar voor verven moet u bij Achmed zijn."
"Onzin mevrouw", dringt Achmed nu naar voren, "ik krijg altijd een groot zeil mee van de baas, als ik met Aart op karwei moet, want het is een echte kladschilder. Ik ben altijd blij als de helft van een pot verf op de plaats terecht komt waar het hoort."
De schilders stappen uit hun schoenen en lopen achter mevrouw Van Leeuwen aan.
"Kijk, dit plafond moet gev... geschilderd worden, " wijst mevrouw naar boven. Ze kijken omhoog naar een plafond met vergeelde schroten. "Zo geel als saffraan, mevrouw als ik het zeggen mag", zegt Aart.
"'t Was erg mooi toen het net zat", verweert mevrouw zich.
"Allicht, nieuw en jong, dat's altijd mooi mevrouw, maar wij maken het prachtig", antwoordt Aart weer. "ja, dat zei uw baas ook al."
"O, dat zal wel. Tussen twee haakjes, van de baas moet u het niet hebben, die schrijft alleen de rekeningen. Nee, wij doen het werk... en netjes, dat kunt u bekijken."
"Dat boekenkastje kunt u beter een beetje opzij zetten, mevrouw, want met Aart in de buurt sta ik er niet voor in, " pakt Achmed Aart met een grijns terug.
Terwijl Achmed samen met mevrouw het kastje in veiligheid brengt, schieten Aarts ogen even over de boekenruggen. Geen christelijke titels voorzover hij in de gauwigheid kan zien. Integendeel, er staat heel wat troep.
"Zo, nu rollen we eerst het zeiltje even uit, " zegt hij dan, "Achmed probeert u wel te laten geloven dat ik knoei, maar als u uw ogen straks de kost geeft, zult u zien dat hij het probleem van het bedrijf is. Maar maakt u geen zorgen, ik let wel een beetje op hem. Hij krijgt een klein kwastje van me, dan valt de schade wellicht nog mee", plaagt Aart. Een kwartiertje later zijn ze volop bezig. Het is een heel karwei. Ze nemen het plafond eerst af met water en ammonia. Dan strijken ze steeds enkele naden dicht en zetten ze eerste laag grondlak er op. Zwijgend werken ze een poos hard door. Mevrouw Van Leeuwen ziet, tot haar geruststelling dat er nauwelijks iets naar beneden valt.
In de keuken eet Aart tussen de middag zijn brood op. Mevrouw Van Leeuwen heeft koffie gezet en is eveneens neergestreken aan de keukentafel. Achmed is even een boodschap voor zichzelf gaan doen.
"Heb je dat gelezen? ", vraagt mevrouw Van Leeuwen, wijzend op een artikel in de ochtendkrant. Aart trekt het blad naar zich toe een leest hardop: "Man overleden na mishandeling...".
"Kijk", gaat mevrouw Van Leeuwen verder, "hij sprak enkele jongeren aan, omdat ze een stationsreclame sloopten. Daar hebben ze hem voor afgemaakt... Wat een ellendelingen toch... je bent je leven tegenwoordig niet meer zeker, om het minste of geringste slaan ze je de hersens in. Sla de krant maar op, elke dag wordt er wel iemand vermoord, een mensenleven is niet meer in tel. Meer agenten op straat en zwaardere straffen, dan zou het wel beter worden. De overheid moet er veel meer aan doen!" Mevrouw Van Leeuwen windt zich zichtbaar op.
"Misschien...", zegt Aart aarzelend, terwijl hij peinzend zijn koffie drinkt. "Misschien? ", vraagt mevrouw Van Leeuwen verbaasd. "Ik ben er van overtuigd dat het zou helpen! Maar ik geloof dat u een ander idee hebt? "
"Ja, eigenlijk wel. Kijk mevrouw, ik denk dat wat u zegt wel zou helpen, maar je verandert de mensen er niet mee. De mensen hebben geen vaste normen meer. Veel jongeren krijgen thuis ook geen goed voorbeeld. Zij bepalen zelf wat wel en niet kan. En op elk moment zijn ze bereid hun normen aan te passen."
"Precies", valt mevrouw Van Leeuwen hem in de rede, "daarom vind ik dat de overheid een aantal basisnormen vast moet stellen en voor moet schrijven. De minister van Onderwijs heeft er trouwens al een keer op aangedrongen dat er meer waarden en normen bijgebracht moeten worden op school. Mijns inziens zou dat al een goed begin zijn."
"Voor mij is het grootste probleem dat normen in onze maatschappij voortdurend verschuiven. Kijkt u maar eens naar zaken als abortus en euthanasie. Vroeger beschouwden vrijwel alle mensen dat als moord. Nu denkt de meerderheid van de maatschappij daar anders over. Vindt u het niet griezelig dat normen bepaald worden door de helft plus één? De meerderheid van de bevolking heeft geaccepteerd dat gehandicapte kinderen beter niet geboren kunnen worden. Dus vlokkentest en regelen. Demente bejaarden worden van tijd tot tijd om zeep geholpen door 'barmhartige' artsen of verplegers. Het zal mij niet verwonderen als in de toekomst een maximale leeftijd vastgesteld wordt. Dan krijg je bijvoorbeeld op je zeventigste verjaardag een briefje thuis van de burgerlijke stand met de mededeling: 'Voor u zit het er bijna op. Wij hopen dat u terugkijkt op een mooie levenstijd. Wilt u contact opnemen met de huisarts en tevens uw crematie te regelen? Per ommegaande vernemen wij graag van u op welke datum wij u moeten uitschrijven.'..." "Gelooft u dat echt? ", vraagt mevrouw Van Leeuwen verbijsterd. "Waarom zou het niet gebeuren? Waarom zouden wij wel het recht hebben ongeboren kinderen het leven te ontnemen en waarom zou er geen maximale levenstijd voor iedereen vastgesteld kunnen worden? De kosten van de gezondheidszorg voor ouderen en de AOW-kosten rijzen de pan uit. Redelijk toch, dat daar wat aangedaan wordt? " Aart is bewust grof, in de hoop mevrouw Van Leeuwen wakker te schudden.
"Ik vind het toch anders", zegt mevrouw Van Leeuwen. "Iemand die bij zijn volle verstand is en weet wat er met hem gebeurt, kun je toch niet zomaar het leven beëindigen? " "Mevrouw, ik zie geen verschil. De beslissing voor dood of leven kan toch niet afhangen van het wel of niet beseffen wat er gebeurt. Ik denk dat mensen niet zonder vaste norm kunnen, een norm die niet afhankelijk is van het gemiddelde. Daarom ontleen ik mijn normen en waarden aan het oudste boek van de wereld namelijk de Bijbel. Samengevat luidt die norm: God lief hebben boven alles en de naaste als mijzelf. Dat is moeilijk, maar het is mijn plicht. Als ik nadenk over abortus of over euthanasie en noemt u maar op, dan vraag ik mij altijd eerst af wat God wil, daarna probeer ik mij voor te stellen, hoe mijn voornemens bij het slachtoffer over zouden komen als hij zich van mijn plannen bewust zou zijn. Ik ben blij dat ik niet geaborteerd ben, maar dat ik mag leven en u waarschijnlijk ook. Maar kom, ik ga weer eens aan het werk. Als u soms een Bijbel wilt, kan ik u er wel een bezorgen. Gratis!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1997
Daniel | 32 Pagina's