Huishoudelijke vergadering 30 september 1997
H Uit alle delen van ons land besturen, maar ook belangstellenden deze morgen zijn naar Gouda gekomen om de huishoudelijke vergadering wonen. Nadat de bij te presentielijst getekend is, en men - na de voor velen lange reis - koffie gedronken heeft, opent ds. C. A. van Dieren de morgenvergadering.
In Gods Woord worden verschillende bittere wortels van de zonde genoemd. Een wortel, die we allen in ons omdragen als vrucht van de zondeval, is de wortel van de jaloezie. We zoeken immers na de zondeval niet langer Gods eer, maar zijn ten koste van onze naaste, zoekers van eigen eer geworden.
In het gelezen Schriftgedeelte, Genesis 21, lezen we over twee jaloerse vrouwen. Hagar wordt ons hier getekend als een vrouw die in haar kind zichzelf zoekt. In ditzelfde hoofdstuk lezen we over Sara, die door een heilige jaloersheid gedreven Gods eer hoger mag achten dan haar eigen eer, ook al krijgt ze iedereen tegen. Ismaël was geboren. Zijn naam betekent: "De Heere hoort". Abraham meende dat de geboorte van Ismaël de vervulling was van het werk Gods. "Och, dat Ismaël mocht leven voor Uw aangezicht."
De Heere gaat echter spreken, hoewel Izak nog niet geboren is: "Niet in Ismaël, Abraham, maar in Izak zal uw zaad gezegend worden." De Heere heeft de belofte van de geboorte van Izak vervuld door een onmogelijke weg heen. Wat was Abraham blij met zijn twee kinderen in één huis.
Sara ziet op de dag wanneer Izak gespeend wordt, hoe Ismaël deze kleine, tere jongen bespot. Toen is er een heilige jaloezie over de eer des Heeren opgekomen in het hart van Sara, en dan gaat Sara spreken. Ze zegt tot Abraham: "Drijf deze dienstmaagd en haar zoon uit; want de zoon dezer dienstmaagd zal met mijn zoon, met Izak, niet erven." Dit woord van Sara was zeer kwaad in Abrahams ogen ter oorzake van zijn zoon. Abraham wil Ismaël niet kwijt. Hij wil hem vasthouden. Het is zijn kind en zijn werk.
Sara heeft verder mogen zien dan Abraham. Zij ziet dat Ismaël geen deel heeft aan de belofte. Hij mag uitwendig wel delen in de belofte, maar de geestelijke zegening, namelijk de inlijving in het verbond, ligt in de lijn van Izak alleen.
Dan gaat de Heere Abraham inwinnen en overwinnen om alle hoop op zijn vleselijk kind te laten varen, en in die weg Izak alleen over te houden.
Ismaël is hier een beeld van het werkverbond. Wat moet een mens ook na ontvangen genade leren, dat hij steeds weer zoekt vanuit het verbroken werkverbond zélf te vervullen, zélf op te lossen, en zélf God te behagen. Het is een les in het genadeleven om te leren dat de vervulling komt, dwars door de onmogelijkheid aan de zijde van de mens, ja, dwars door het afsterven van de mens heen. Vleeskruisigende en ontdekkende genade is nodig om afgebracht te worden van alle gronden buiten Christus. Abraham, een man met genade, kon hier
ook niet komen. Ook hij zat vol met vleselijke vijandschap. Ismaël moet hij kwijtraken om in die weg Izak, ja Christus alleen, over te houden. Waarop rust onze hoop en verwachting voor de eeuwigheid?
Vanmorgen zitten er misschien ook wel die vol zijn van vijandschap tegen vleeskruisigende en ontdekkende genade, wanneer de Heere Ismaëls komt af te nemen. Gods weg is een weg van het hopeloze, van het onvervulde, maar ook de weg van het wonder. Want door alles overwinnende genade gaat God een volk inwinnen om alles op te geven, alles los te laten en niet anders zalig te willen worden dan zoals God het wil. God heeft een grond gelegd: "In Izak zal uw zaad gezegend worden." Dat is nu die vaste grond der zaligheid, die betrouwbare weg tot hereniging met de Heere en herstelling van de breuk. Buiten )ezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.
Dit werk van Gods genade gaat door van geslacht tot geslacht tot de laatste dag toe!
Bestuursverkiezing en afscheid
Van de drie aftredende bestuursleden heeft helaas onze secretaresse, mevrouw L. van der Spek-van der Spek zich niet meer herkiesbaar gesteld. In haar plaats wordt gekozen, mevrouw A. van Wolfswinkel-Blokland uit Wageningen. Onze voorzitter, ds. C. A. van Dieren, en de dames G. Knapen-Faas en ]. j. van Willigen-Kirpestein worden herkozen.
De voorzitter spreekt het scheidende bestuurslid toe en dankt haar voor het vele werk dat zij voor de bond gedaan heeft. "Op de uw eigen wijze heeft u ongelofelijk veel werk verzet. U was er, u ging uw gang en u zag kans om uit een overvolle tafel tevoorschijn te halen, wat u nodig had. Met deze zelfde vastberadenheid, nuchterheid en stille inzet heeft u op de bestuursvergadering gezegd uw werk te willen beëindigen." De dominee wijst erop dat vanaf nu de
naam van mevrouw Van der Spek niet meer zal staan op de correspondentie van de Bond.
Van harte wenst hij haar toe, dat de enige Naam onder de hemel tot zaligheid gegeven, mag verschijnen tot troost, tot leven en tot uitzicht, ook bij het klimmen der jaren.
De heer Van der Spek wordt eveneens betrokken in deze dank voor al de jaren dat hij zijn vrouw afstond aan het werk
van de bond. Mevrouw Kaslander dankt mevrouw Van der Spek voor de goede en fijne samenwerking binnen het bestuur deze afgelopen negentien jaar. Als aandenken krijgt mevrouw Van der Spek een zilveren speld met het bondsembleem opgespeld en twee herinneringsalbums waar vele verenigingen een bijdrage aan gegeven hebben.
Dank woord Spek mevrouw Van der
"Het is zover", zo begint mevrouw Van der Spek. "Ik heb mijn gevoel opzij gezet en mijn verstand gebruikt, dacht ik, om te zeggen dat ik wilde stoppen. Ik had het me al een jaar voorgenomen, was er in mijn gedachten al naar toegegroeid, maar had niet gedacht dat het me zo zwaar zou vallen. Ik heb het werk graag gedaan en er veel liefde voor teruggekregen. Alle verenigingen, heel hartelijk dank dat u mij in liefde heb willen verdragen." Ook spreekt ze een woord van dank tot alle bestuursleden en oudbestuursleden voor de goede onderlinge band die er altijd was. "Meer past ons de Heere te danken Die ons de kracht en de gezondheid gaf."
Jubileumboek
Mevrouw Kaslander presenteert het jubileumboek en biedt mevrouw Z.Crum-Nieuwland als oud-presidente van het bondsbestuur een exemplaar aan.
"Maar ook nog een ander boek mag ik presenteren", zo vervolgt de presidente. "Het is een boek met 24 meditaties, die handelen over vrouwen uit de Bijbel, geschreven door onze voorzitter, ds. Van Dieren. Ter ere van ons 50-jarig jubileum heeft het ons goedgedacht iedere vereniging een boek te schenken van deze uitgave."
Zij overhandigt de vrouwenvereniging van Leiderdorp, als één van de oudste verenigingen dit boek.
Pauze
Nadat de morgenvergadering is afgesloten, is de pauze aangebroken. Het is een drukte van belang bij de tafels van het lectuurfonds. Velen zijn geïnteresseerd in de beide nieuwe boeken. De middagpauze is eigenlijk altijd tekort. Bekenden worden begroet en wat is het fijn om elkaar weer eens te spreken. Handwerken worden bekeken en nieuwe ideeën worden meegenomen naar de eigen vereniging.
De vrouw in het pastoraat
"Wat houdt de titel van deze lezing in? ", zo begint de heer j. Hoekman uit 's-Gravenpolder zijn referaat. "Vrouwen zijn toch geen ambtsdragers? " Het pastoraat hoort toch in de eerste plaats bij de ambtsdrager: de predikant, de ouderling en de diaken. Het woord 'pastor' houdt in: leider, helper en bemoediger.
Wanneer we spreken over de vrouw in het pastoraat komen we bij Spreuken 31, waar ons de godvrezende, ideale vrouw wordt getekend. We lezen hier over de vrouw, die haar handen uitsteekt naar de ellendige. Waar is het pastoraat van de vrouw nu op gebaseerd? Wat is de grond hiervan? De grond van uw pastoraat ligt in de doop. Wat is er een onkunde binnen de gezinnen, bij de vaders en moeders, maar ook onder de jeugd over de doop. Wanneer een vrouw nieuw leven verwacht en het recht ligt, draagt die moeder dit nieuwe leven op aan de Heere, zoals we dat lezen van Hanna. Ontvangen we het nieuwe leven of hebben we het zelf gekozen? Als het kindje geboren is en het wordt gedoopt, wat betekent die doop dan voor u? Is het niet meer dan een formule, omdat het nu eenmaal zo hoort? U heeft belijdenis gedaan en dopen hoort daarbij.
Wat gebeurt er nu tijdens die doop? De dienaar van Christus sprengt het doopwater op het hoofd van dat kindje, en door het kerkgebouw klinken dan vier namen. Eerst de naam van uw kind en dan de namen van een Drie-enig God. De Heere brengt dat kind onder de bediening van het Verbond. Hij zegt: "Dit kind behoort Mij toe."
De doop is niet de wedergeboorte zelf. Het is geen voertuig der genade. De Heere verzegelt voorwerpelijk de verbondsweldaden, namelijk dat in het midden der gemeente de Heere zal geven: wedergeboorte, bekering, vergeving der zonde en het eeuwige leven. Uw gedoopte kind mist van nature de toepassing hiervan. De Heere heeft u in de drie doopvragen wat gevraagd en daar heeft u ja op gezegd. Zodra uw kind tot het bewustzijn komt, moet u het twee dingen vertellen.
Ten eerste, dat uw kinderen omdat ze uit u geboren zijn, door de erfzonde verdoemelijk zijn voor de Heere. Dit hoeft niet tot wanhoop te leiden. Ten tweede mag u tegen uw kinderen zeggen: "Nu is de doop niet aan je hart toegepast, maar je mag met alles naar de Heere toe." Dit is nu pastoraat: begin bij het kleine kind. Moeders, spreekt u overal over, maar wordt over het werk Gods gezwegen?
Dan gaat het zeker niet alleen om de uiterlijke kenmerken, maar om de kern van de zaak. De Heere zal ons vragen: "Waar bent u met de doop gebleven? " Dan blijft er niets dan schuld over; dan wordt het eigen schuld. Dat het ons mocht uitdrijven om een Borg te benodigen voor onze schuld en een God voor ons hart.
Er is maar één plaats: aan de voeten van Christus. En als je daar gebracht wordt,
kom je terecht in het huis van Simon de farizeeër naast de overspelige vrouw.
De opvoeding
Begeleidt u uw kinderen, of brengt u ze naar een crèche? Zijn uw kinderen sleutelkinderen? Een kind heeft z'n moeder nodig. Ook een lichamelijke binding is belangrijk. Het kleine kind begrijpt veel meer dan u denkt. Wanneer uw kinderen op school zitten, leeft u dan mee? We leven in een 24-uurs economie, waardoor de vaders steeds meer buiten het gezin zijn. De zorg voor de kinderen komt veel op de moeders neer. Bent u als vader en moeder één binnen het gezin en houdt u ook het gezag van de leerkracht hoog?
De gemeente drijft op het werk van de moeder binnen het gezin. Wanneer uw kinderen op catechisatie gaan, overhoort u dan de vragen en spreekt u erover met uw kinderen? Is er gebed voor degene die uw kinderen onderwijst op de catechisatie?
De Heere werkt nog in harten, ook in jonge harten. Jonge meisjes die studeren komen bij me met de vraag om iets te mogen horen over de wedergeboorte. Wat werkt de Heere dan in je hart en wat beleef je dan?
Denk niet te gemakkelijk over de jeugd; we leven in een normloze wereld. Breng uw kinderen geen dode wettische vormendienst bij, maar breng ze de norm bij uit de liefde en vertel ze waar het om gaat. Wijs ze op hun doop. Geef ze geen norm mee, waar u zelf mee solt. Uw kinderen prikken er doorheen. Reken er op dat ze tegenspreken, maar trekt u zich er niets van aan. Ze stellen u met hun tegenspraak op de proef. Wanneer u met hen meedraait, verachten ze u en ze kunnen niet op u steunen.
Incest en drankverslaving: ook dat gaat onze gemeenten niet voorbij. Staan we open voor de betrokkenen en kunnen we zwijgen? Dat is ook pastoraat. Kinderloze gehuwde vrouwen: wat een zorg, wat een droefheid en wat een bekommernis. Vragen wij ze op de verenigingen? Ongehuwde vrouwen zijn niet uitgeschakeld binnen het pastoraat, maar kunnen hun plaats hebben binnen bijvoorbeeld het onderwijs of de gezondheidszorg.
Aan het eind van mijn referaat gekomen hoor ik u vragen: "Nu vertelt u ons deze zaken, maar om die waar te nemen moet je bekeerd zijn, moet je zelf het leven kennen? " Laten we samen lezen Psalm 81, die aan het begin van de middagvergadering voor u gelezen is. De Heere wekt hierin op tot lofprijzing. Waren dan al de Israëlieten bekeerde mensen? Nee, het waren verbondskinderen. Ze waren besneden en de vrouw was in de man begrepen. Ik ben begonnen met de doop. U leeft allen onder de bediening van het verbond, allen onder de roeping en onder de genadeverkondiging. Ga uw leven eens na, hoe is het? Dan mag u met alles wat er is, met alle kommer, alle verdriet naar de Heere. In Psalm 81 staat: "Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen". Of zijn we getekend in wat we verder lezen: "Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord."?
Wanneer het in ons leven gaat om materiële welvaart, om geld en goed, dan keren we ons tot de afgoden. De Heere is gewillig om een onwillige moeder, een onwillige vrouw te zaligen. Dit zal openbaar komen in een droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt.
Na het beëindigen van de middagvergadering gaan we allen weer huiswaarts. Veel hebben we deze dag mogen horen en mocht het tot een eeuwige zegen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1997
Daniel | 32 Pagina's