Een snoek aan de haak
E Afgelopen zaterdag heb ik het weer eens gedaan: een middagje vissen. Heerlijke bezigheid. Juist vanwege de spanning zo ontspannend. Het is altijd weer een aangename verrassing als ik bij het binnendraaien van m'n fel oranje kunstvisje (door kenners van de edele vissport een 'plug' genoemd) plotseling een stevige ruk aan de hengeltop voel: een snoek aan de haak! Een kort maar hevig gevecht. De snoek slaat kolken in het heldere water van de poldersloot... Luttele minuten iater ligt de fraai getekende roofvis op de kant. Nu zo snel mogelijk de plug los zien te krijgen. Uit voorzorg heb ik thuis alvast de weerhaakjes van de dreg (ook een vakterm; betekent vishaak met drie punten) met een tangetje platgeknepen. Dat komt nu goed van pas. De operatie zit mee. Niet eens bloed te zien. Hup, terug in het water dat beest. Vis moet zwemmen. Maar vissen is niet alleen spanning en actie. Het is ook natuurbeleving. Veel bewuster dan in kantoor of op de fabriek ben je bezig met het weer. Neemt de wind toe? Komt er een bui aan? En passant neemt de visser heel wat zich op. Een zwarte stern die over het water scheert, hazen die door het land rennen, de schitterende herfstkleuren van de bomen aan de overkant.
Wetenschappers
Natuurlijk zit er ook een 'maar' aan het visfestijn. Als iemand mij vraagt of die vissen het nu leuk vinden, moet ik het antwoord schuldig blijven. Wat dat betreft verschuil ik me liever niet achter wetenschappers die zeggen dat vissen geen pijn kennen zoals wij mensen die ervaren. Een even groot aantal wetenschappers beweert het tegenovergestelde. En laten we wel wezen: het ligt redelijk voor de hand dat vissen het niet aangenaam vinden aan de haak te worden geslagen.
De lichte gewetenswroeging die ik af en toe voel, heeft er echter nog nooit toe geleid dat ik volledig ben gestopt met deze liefhebberij uit mijn jeugd. Wel heb ik er begrip voor dat minister Van Aartsen de sportvisserij en de jacht enige beperkingen op wil leggen.
Wat de vissport betreft, wilde de minister het vissen met levende aasvisjes verbieden. Daar is iets voor te zeggen. Wie aan een haak een vis vangt, of het nu een snoek, een karper of een voorn is, doet die vis wellicht pijn. Wie daarentegen een voorntje gebruikt om een snoek te vangen, laat dat voorntje een tergend langzame dood sterven. Dat gaat dus een flinke stap verder. Het wetsvoorstel van Van Aartsen is echter om allerlei redenen gestrand in de Eerste Kamer.
Strenger
De nieuwe regels voor de jacht zijn dezer dagen besproken door de Tweede Kamer. Dat wetsvoorstel zal waarschijnlijk wel de eindstreep halen. Ook daarin stelt de bewindsman een strenger regiem voor dan voorheen. Zo verbiedt hij in principe de jacht op een groot aantal onschadelijke trekvogels, zoals de watersnip, de pijlstaart, de wintertaling, enzovoort. Waren er onder de oude jachtwet 29 diersoorten vrij bejaagbaar, nu zijn dat er nog zes, te weten: haas, konijn, fazant, patrijs, houtduif en wilde eend.
Dit betekent niet dat kraaien en eksters niet meer afgeschoten mogen worden als die schade aanrichten op bijvoorbeeld boerenerven. Jagers en boeren moeten daarvoor echter eerst een vergunning of ontheffing aanvragen. Hetzelfde geldt voor de jacht op reeën, herten en zwijnen. Als de reeënstand in een bepaald gebied te hoog wordt, ontstaan er allerlei problemen. De gezondheid van de dieren gaat achteruit, de beesten gaan zwerven, wat een gevaar op kan leveren voor het verkeer. In die situaties mogen jagers dieren afschieten, mits ze een vergunning hebben.
Boutje
De filosofie van Van Aartsen komt kort gezegd hierop neer: er mag alleen gejaagd worden als er sprake is van schade-bestrijding (kraai) of populatiebeheer (ree). Wie zuiver voor het plezier en voor het boutje wil jagen, mag dat slechts doen op soorten waarvan iedereen erkent dat er voldoende van zijn. Dus de eend, de haas en de andere vier. Bovendien moet het gaan om standwild, want, zo stelt de minister, met het bejagen van trekwild beïnvloeden wij ook populaties in andere landen en dat mogen wij Nederlanders niet zomaar doen.
Over de nieuwe regels voor de jacht is nagedacht. Ze zijn goed verdedigbaar. Het is zoals SGP en GPV in het debat stelden: "We moeten zorgvuldig met de schepping omgaan, maar je kunt op grond van de bijbel moeilijk volhouden dat een christen niet mag jagen, mits een soort niet in zijn voortbestaan wordt bedreigd en de methode van jagen zorgvuldig is."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1997
Daniel | 32 Pagina's