Een gids voor zoekers
De betekenis van Pascal voor onze tijd
Ik zie een student naar huis fietsen. Op zijn ouwe brik. In gedachten verzonken fietst hij door het rode licht. De toeterende auto hoort hij niet eens. Hij piekert over wat hij net hoorde, op college. Zijn hoogleraar natuurkunde voorspelde dat het niet lang meer zou duren, of de wetenschap zou de hele werkelijkheid kunnen samenvatten in één formule. Dan kunnen we alles begrijpen. En, zei hij erbij, dan hebben we God niet meer nodig. Vooral die laatste opmerking is bij hem blijven hangen: dan hebben we God niet meer nodig...
Zo fietsen er velen naar huis. Met allerlei vragen. De één van een neutrale mdgo-opleiding, de ander van een hervormde theologiestudie. Wie weet een antwoord? Wie worstelt mee? Bij zulke levensgrote vragen heb je behoefte aan een gids, die je helpt je weg te vinden. Die zelf ook weet van een worsteling, van een zoektocht. Pascal is zo'n gids.
Een leven in drieën
je zou het leven van Blaise Pascal (1623-1662) is in drie perioden kunnen verdelen: zijn jeugdjaren, waarin zijn 'eerste bekering' plaats heeft; zijn wereldse periode, die drie jaar heeft geduurd; en tenslotte zijn laatste jaren die beginnen bij zijn 'tweede bekering', en waarin hij zijn leven besteedt in de dienst van Christus. Van alle drie een kort verhaal.
Genie
Het gezin waarin Blaise wordt geboren, beweegt zich in de hogere milieus. Vader Pascal werkt aan het hof van Belastingzaken. Bij hem thuis komen geleerden die ingewikkelde wiskundige vraagstukken behandelen. Hierbij is Pascal al jong aanwezig, en op twaalfjarige leeftijd begint hij zelf zijn wiskunde te ontwerpen. Als hij zestien is, schrijft hij een boek over de kegelsneden. En dat alles zonder enige schoolopleiding! Voor zijn vader ontwerpt hij een soort rekenmachine: makkelijk voor het uitrekenen van het belastinggeld. In 1646 komt zijn vader op een ziekbed terecht, waar hij verzorgd wordt door artsen die veel theologische gesprekken met hem voeren. Ook hierbij is Pascal aanwezig. Hij raakt onder de indruk van deze gesprekken en werpt zich op de studie van de theologie. Later wordt dit zijn 'eerste bekering' genoemd.
"Een verdorven leven"
In 1651 sterft Pascals vader. In de drie jaren die volgen, bezoekt Pascal de salons in Parijs en andere steden en gaat hij op in het oppervlakkige leven van de hogere milieus. Hij doet mee aan kansspelen, komt terecht in liefdesaffaires en geniet met volle teugen van het wereldse leven. Veel weten we niet van deze periode, maar als hij na drie jaar afscheid neemt van dit leven, dan schrijft zijn zus, dat ze blij is dat hij zich heeft losgemaakt van het verdorven leven.
Tweede bekering
Een aantal gebeurtenissen veranderen Pascals leven totaal. De belangrijkste is zijn 'tweede bekering'. In de nacht van 23 op 24 november 1654 beleeft hij een bijzondere ervaring. Hij schrijft meteen op wat hij meemaakt, en na zijn dood is dit zogenaamde 'Memorial' teruggevonden in de plooi van zijn jas. Het luidt:
Vuur. God van Abraham, God van Izak, God van jakob, niet der filosofen en geleerden. Zekerheid. Zekerheid. Gevoel. Vreugde. Vrede. God van jezus Christus. Zijn leven wijdt hij van nu af aan de dienst van Christus. Hij trekt zich terug in een klooster, waar hij sober leeft. In deze laatste periode schrijft hij naast brieven ook 'Gedachten', met de bedoeling om er een samenhangende 'Verdediging van het christelijk geloof' van te maken. Dat laatste is door zijn vroege dood, op 39-jarige leeftijd, niet meer gebeurd. Zijn hele leven is hij trouwens wisen natuurkundige gebleven: hij ontwerpt een hydraulische pers en organiseert een soort openbaar vervoerssysteem.
De mens is zonder God
Pascal is zijn hele leven op zoek geweest naar geluk. Ook in zijn wereldse periode. Eigenlijk is ieder mens op zoek naar geluk, naar
vrede. Het is een vage herinnering aan het paradijs, waarnaar de mens terug verlangt. Hij beseft echter niet in wat voor ellende hij eigenlijk verkeert. Pascal zegt: De mens is zonder God. Hij is verdwaald, nee verloren. Hij weet niet waar hij vandaan komt, en waar hij naar toe gaat. Pascal tekent zich als volgt:
Ik zie die angstaanjagende ruimten van het heelal die mij omgeven, en ik vind mijzelf gebonden aan een uithoek van die uitgestrekte ruimte, zonder te weten waarom ik juist op die plek ben aangewezen en niet op een andere; noch waarom de korte spanne tijds die mij is gegeven om te leven, valt in dit en niet in een ander deel van de eeuwigheid die mij is voorafgegaan en die mij volgen zal (...) Het enige wat ik weet is dat ik spoedig sterven zal. (...) Ik weet alleen dat ik, wanneer ik deze wereld verlaat, öf voor altijd in het niets zal vallen, öf in de handen van een toornig God.
In deze staat van verlorenheid bevindt zich elk mens. Maar, de ellende wordt dubbel erg, als mensen zich van deze ellende afkeren en afleiding zoeken in allerlei verstrooiing.
Verstrooiing
Pascal spreekt uit eigen ervaring, als hij zegt dat mensen hun geluk zoeken in de verstrooiing. Zelf deed hij dat in de drie jaren van zijn wereldse leven. Door druk bezig te zijn met van alles en nog wat, verdwijnt dat knagende gevoel van verlorenheid. Dan noemt Pascal niet alleen spel, dans of zinloze gesprekken; ook het streven naar allerlei functies in de maatschappij ziet hij als een manier om je zelf af te leiden.
Wat betekent het anders dat men hoofdintendant is, kanselier, eerste voorzitter, dan dat men een levensstaat heeft waarin van de vroege morgen af een grote menigte mensen van alle kanten komt aangelopen om je niet één uur van de dag gelegenheid te geven over jezelf na te denken? (Pensée 142).
Door afwisseling zoeken we onze ongerustheid te verdrijven. Maar iedere keer ontdekken we dat verstrooiing ons geen rust en vrede geeft.
Geluk in wetenschap?
Anderen zoeken geluk in wetenschap. Pascals tijd is een tijd van enorme veranderingen in de wetenschap. De vele ontdekkingen maken de mens optimistisch. Descartes, een van Pascals tijdgenoten, erkent dat de mens verdwaald is. Maar hij heeft een kompas om de weg (naar God) terug te vinden, en dat is zijn verstand.
Pascal zegt: Er is niets nieuws onder de zon. Welke uitvinding de mens ook doet, hij blijft dezelfde voor God: een ellendige. Vooruitgang in de wetenschap betekent niet vooruitgang in de mensheid, soms eerder achteruitgang.
In de wetenschap vindt de mens geen geluk, omdat hij daarin God niet vindt. Van de Middeleeuwen tot de achttiende eeuw heeft men geprobeerd God te bewijzen met logische argumenten. Descartes, de filosoof die het verstand centraal stelde, schreef: Ik denk, dus besta ik, dus bestaat God. Pascal zegt daar tegenover:
Het geloof is een gave van God; geloof het niet wanneer wordt gezegd dat het een gave der redenering is.
De God van Pascal
Hiermee komen we op het kernpunt van Pascals 'filosofie'. Alle pogingen van de mens om tot God te komen, lopen schipbreuk. De mens is namelijk duisternis, al meent hij licht te hebben. De ware bekering houdt in de vernietiging van de mens voor God; zij betekent dat
men niets vermag zonder Hem en dat men niets verdiend heeft dan Zijn ongenade. Zij bestaat in het inzicht dat er een onoverwinnelijke tegenstelling is tussen God en ons, en dat er zonder een middelaar, geen omgang met Hem mogelijk is.
De mens zoekt weliswaar naar God, maar het is God alleen Die de mens vindt. De 'filosofen en geleerden' proberen God in de natuur te ontdekken, maar God openbaart Zich, in de Bijbel. Hij is de Eerste en de Laatste. Dat is de God van Abraham, Izak en jakob.
Een totaal andere God dan die van de filosofen en geleerden. Die God heeft Zich in de nacht van 23 november 1654 ook aan Pascal geopenbaard. Daar heeft Hij verstaan wat genade is. Daar heeft hij de echte vreugde leren kennen, de ware vrede. De openbaring van God is in Jezus Christus.
Kennis van God zonder inzicht in de eigen ellende maakt hoogmoedig. Kennis van de eigen ellende zonder kennis van God
maakt wanhopig. Het kennen van Jezus Christus vormt een middenweg, omdat wij er èn God èn onze ellende in vinden.
Die kennis van God is niet een verstandskennis, maar een kennen met het hart.
Welke betekenis heeft Pascal?
Pascal behoort tot die enkele personen die een boodschap hebben voor alle tijden. Dat komt doordat hij staande voor God, de mens gepeild heeft in zijn diepste verlorenheid, en tevens God heeft leren kennen in Jezus Christus. Hij heeft de mens ontdaan van alle franje en de meest wezenlijke vraag aan de orde gesteld: hoe vind ik vrede bij God? Hij heeft niet zomaar een antwoord gevonden. Daar ging een zoektocht aan vooraf. Dat maakt zijn 'Gedachten' tijdloos. Hij heeft daarom ook voor vandaag veel te zeggen, met name voor jongeren die studeren. Ik noem een paar punten.
1. Pascal heeft laten zien dat het christendom uniek is. Alle andere godsdiensten zoeken door verstand, gevoel of zintuigen een weg naar God. Al die wegen lopen dood. Hij heeft in zijn tijd de secularisatie van de godsdienst al doorzien. De God van Descartes was een door mensen bedachte God. Die kon geen vrede geven. Twee eeuwen later roept Nietzsche het dan ook uit: God is dood! Daarmee doelde hij op de God van de filosofen en geleerden. Alleen de Openbaring van God Zelf in Jezus Christus redt van de duisternis. Zodra in het christendom Christus niet meer centraal staat, verliest het zijn bestaansrecht.
2. Pascal heeft heel duidelijk de beperktheid van het verstand gezien. Het wijst geen weg tot de waarheid. Aan de andere kant is hij geen voorstander van lichtgelovigheid en bijgeloof. Het christelijk geloof is wel redelijk. Het verstand kan bijvoorbeeld helpen om allerlei vooroordelen tegen het christendom uit de weg te ruimen. Pascal is ook zijn hele leven wiskundige gebleven. Jonge mensen in onze tijd die worstelen met deze vragen, hoeven hun studie niet op te geven. Wel moeten ze de pretenties van de wetenschap met bijbelse nuchterheid tegemoet treden.
3. Onbarmhartig legt Pascal de motieven bloot waarom mensen zo druk bezig kunnen zijn met van alles en nog wat. Met al die bezigheden verstrooien ze hun gedachten en vergeten ze over hun staat voor God na te denken. Toegepast op onze tijd zouden we kunnen denken aan:
- de vele nevenfuncties die met name mannen bekleden;
- het lezen van vele tijdschriften en kranten, die slechts vluchtig nieuws bevatten;
- de opkomst van de beeldcultuur, ook in onze gezindte. Van Pascal kunnen we leren dat deze drie verschijnselen (er zijn veel meer voorbeelden te noemen) gezien kunnen worden in het licht van de verstrooiing.
Tot slot
Er zijn nogal wat studerenden die worden overrompeld door de resultaten van de wetenschap. En dat is begrijpelijk. Als je de wetenschap serieus wilt nemen, dan kun je die resultaten niet ontkennen. Maar ze staan vaak op gespannen voet met het geloof in Gods Woord. In die spanning staat heel Pascals filosofie. Hij erkent de grootheid van het menselijk verstand, maar tegelijk de beperktheid ervan. Die weg wijst Pascal ook vandaag aan zoekende studenten.
Apeldoorn C. J. van Linden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1997
Daniel | 32 Pagina's