AIs een jongere uit je omgeving psychische problemen heeft
Hoe kun je helpen?
"> 4/5 ik buiten loop en een bekende zie, valt het me op dat sommigen een andere kant op kijken. Een enkeling maakt een praatje, dat is fijn, maar ook moeilijk. Moeilijk omdat zowel ik als de ander vaak niet goed weet wat te zeggen. Het blijft dan ook meestal bij algemeenheden. Tja..., je begint tenslotte ook niet uit jezelf te praten over je psychiatrische opname..." Aldus Kees, hij is 20 jaar en opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis.
Hoe kun je helpen?
Hoe ga je om met een jongen of meisje in je omgeving die in psychische nood verkeert? Als Kees nu bij jou in de gemeente zit, misschien wel jeugdverenigingslid is, hoe zou je met hem om kunnen gaan? Wat kun je beter niet en wat kun je wel doen? Daarvoor is het nodig dat je begrijpt hoe het komt dat het contact leggen moeite kost. Dus eerst iets over psychische nood zelf.
Waar gaat het om?
jongeren kunnen depressief worden. In het algemeen komen depressies veel voor. Ongeveer 10-15% van de mannen en iets meer vrouwen, namelijk 15-20%, hebben éénmaal in hun leven te kampen met een periode van depressie.
Jongeren die depressief zijn, zien alles door een donkere bril. Ze hebben nauwelijks interesse meer voor zaken die ze vroeger wel belangrijk vonden, zoals hobby's, vrienden enzovoort. De toekomst is donker voor hen. Ze denken ook erg negatief over zich zelf: ze hebben alles verkeerd gedaan of ze kunnen niets.
We hebben allemaal wel eens een sombere bui, maar die gaat binnen enkele uren/dagen over. Dat gebeurt juist niet als iemand depressief is.
Hoewel het een ernstige ziekte is, kan gezegd worden dat depressies veelal over gaan. Vaak met hulp, soms ook wel zonder. De behandeling bestaat voor een belangrijk deel uit medicijnen, maar ook praten is belangrijk.
Psychose
In het geval van Kees ging het om een psychose. Dat is één van de ernstigste ziektebeelden. Het komt niet zo vaak voor:1 % van alle mensen krijgt daar in hun leven mee te maken.
Het is een ernstig ziektebeeld, waarbij niet zelden zelfdoding voorkomt. Een psychose kan soms enkele weken duren, maar ook wel jaren. Mensen, die aan een psychose lijden, eivaren de werkelijkheid anders dan gezonde mensen. Het kan zijn dat ze dingen zien, horen of voelen die er niet zijn. Hun angst is dan ook vaak sterk en ze lijden intens.
De behandeling bestaat voor het grootste deel uit medicijnen. Tijdens zo'n psychose is het aangaan van een gesprek erg moeilijk. Soms zelfs onbegonnen werk. Maar als de psychose vermindert of verdwijnt, is het heel goed mogelijk om contact te hebben. Vaak is er in die fase veel schaamte over het gedrag.
Kees, bijvoorbeeld, dacht dat er niemand, in de straat waar hij woonde, te vertrouwen was. Hij vertelt daarover: "Ik was er stellig van overtuigd dat de overbuurman ons kon afluisteren. Ik dacht dat de buurt samenspande tegen ons om ons weg te jagen. Het hielp ook dat mijn ouders zeiden dat het niet waar was. Ik was niet gerust te stellen. Het werd toen steeds erger; ik heb zelfs deqren gebarricadeerd en sliep nauwelijks". Al snel werd duidelijk dat hulp nodig was voordat er ergere dingen zouden gaan gebeuren. Gelukkig ging Kees accoord met een opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Nu de psychose voorbij is, kan hij ook over het gebeuren praten, zij het uiterst moeilijk. Hij weet alles nog en schaamt zich erg.
Trauma's
Weer een andere groep wordt gevormd door mensen die innerlijk beschadigd zijn door traumatische gebeurtenissen. Je kunt dan denken aan gebeurtenissen als 'de Bijlmerramp', maar ook aan seksueel misbruik. Vaak spelen er bij hen ernstige minderwaardigheidsgevoelens en kunnen ze weinig aan.
Steun
Er zijn nog wel meer psychische problemen te noemen, maar dit zijn de meest belangrijke. 25-30% van alle Nederlanders maakt minstens éénmaal in het leven een periode door met ernstige psychische problematiek. Dat maakt de kans, dat we er mee in aanraking komen, erg groot. Al deze verschillende ziektebeelden vragen een aparte benadering. Het is bijvoorbeeld goed om je te realiseren dat het zeker niet altijd goed is om op problemen diep in te gaan. Zo kan het in het ene geval goed zijn om veel te praten over het verleden, maar vaak ook is dat niet zo. Het kan zelfs zo zijn dat het averechts werkt, dat iemand er zieker van wordt.
Dat was ook zo bij Kees. Voor hem was het niet goed om veel uit het verleden op te halen. Hij zou er weer psychotisch van kunnen worden. Bij hem helpt sociale steun beter. Om die steun te krijgen moet je wel mensen om je heen hebben.
Sociale contacten
leder gezond mens heeft velerlei contacten. Dit noemen we een sociaal netwerk.
Zo'n sociaal netwerk bestaat uit mensen om ons heen waar we terecht kunnen als we iets meemaken. Het zijn onze gezinsleden, vrienden en klasgenoten, maar ook onze familie en collega's. Met de een hebben we meer, met de ander minder contact. Toch zijn al deze mensen belangrijk, omdat ze ons het gevoel geven ergens bij te horen.
Het sociale netwerk biedt ons steun. Door deze steun zijn we in staat in moeilijke omstandigheden staande te blijven. Steun vanuit je omgeving is dus eigenlijk onmisbaar.
In het geval van psychische nood is naastenhulp dan ook van groot belang.
De praktijk
We gaan uit van de praktijk. Je hoort dat een meisje uit de gemeente overspannen is. Je kent haar niet van heel dichtbij. Je ziet ze de laatste tijd niet vaak meer in de kerk. Je vraagt je misschien af: wat kan ik doen? Je ziet er tegen op om contact te leggen. Kun je haar aanspreken? Misschien wil ze dat niet of gebruikt ze wel medicijnen.
Moet je er dan langs gaan? Je vraagt je af of je je dan niet te veel opdringt. Een kaartje sturen? Maar wat zet je er dan op? Allemaal herkenbare vragen.
Niets doen?
Als eerste moet je je bedenken: als je bang bent om het verkeerd te doen en als dat er uiteindelijk toe leidt dat je niets doet, is dat nog erger. Dan blijft de ander achter in zijn of haar isolement.
Het is denkbaar dat je fouten maakt, maar realiseer je dan dat, als de ander je oprechte bedoelingen merkt, hij of zij er ook sneller over zal durven te praten. Dat klaart de lucht op en versterkt de band.
Isoleren
Isoleren Uit ervaring zeg ik dat er vaak genoeg goedwillende mensen zijn in de gemeente. Als ik met mensen praat, blijkt dat men vaak wel wil helpen maar niet weet hoe. Het is veeleer de onzekerheid, de vrees om het verkeerd te doen, die mensen verhindert om iets te doen.
Daarbij komt ook dat degene die in nood is, steun in de weg staat. Zijn of haar uitstraling weerhoudt de omgeving om steun te bieden. Mensen met psychische problemen kenmerken zich door isolerend-/contactafstotend gedrag. Dan gaat het er niet om te (veroordelen want dat brengt ons niet verder.
Oordelen getuigt van een gebrek aan inzicht in de problematiek en ook van liefdeloosheid. Hier gaat het er om, de werkelijkheid onder ogen te zien: psychische problemen zijn ook contactproblemen.
Barrière
Dat jij er tegen opziet om contact te leggen met je leeftijdgenoot in nood is dus niet verwonderlijk. De barrière, die je voelt, is vaak een belangrijk deel van het probleem.
Kees liet dat ook doorschemeren in het bovenstaande gesprekje: hij constateerde dat het niet alleen voor hem maar voor beiden moeilijk was om wat te zeggen.
Nu gaat het er in dit artikel niet om wat Kees zou moeten leren om het contact met anderen soepeler te laten verlopen. Het gaat er nu om: hoe sla je toch een brug naar de ander, als het contact maken met hem of haar moeilijk ligt? Wat deed Kees dan dat sommigen hem vermeden? Hij had zo'n sterke behoefte aan contact dat hij er te veel de nadruk op legde. Ook was hij geneigd om mensen (té) strak aan te kijken. De ander ervaarde het contact als: „Je kunt je er met goed fatsoen niet aan onttrekken".
Contact afstotend gedrag kan er ook anders uit zien: bijvoorbeeld bij Lia. Zij beantwoordt vaak je groet niet en kijkt schuw om zich heen. Of Henry die niet terug lacht en nauwelijks terug praat. Zo zijn er wel meer voorbeelden te noemen. Gemeenschappelijk hebben ze dat het gedrag een verlammend effect heeft op de ander. Je gaat aan jezelf twijfelen. Doe ik iets verkeerd?
Een brug slaan
Wil je contact leggen met iemand, dan moet je naar hem toe stappen. Het lijkt misschien een open deur maar met de bovenbeschreven barrière, begrijp je dat dat wat van je zelf kost.
Begin het contact heel eenvoudig. Breng onder woorden wat je ziet, hoort en wat je zorgen baart. Ga niet te kort door de bocht met: „Zeg, heb jij problemen? "
Maar zeg ook niet te veel. Interpreteer niet te veel. Daar bedoel ik mee dat je bijvoorbeeld niet naar de aard of de oorzaak van de problemen moet raden. Het is beter om de ander de ruimte te geven om te kiezen of hij jou daar deelgenoot van wil maken of niet. Open het gesprek eenvoudig, breng over dat je oog hebt voor de ander, door bijvoorbeeld te zeggen: „Ik hoop dat je me niet te vrij vindt, maar ik zie je al een poos niet meer op de vereniging en ik vond je ook zo stil". Of: „je ziet er de laatste tijd zo moe uit. Gaat het wel goed met je? " Of: „Ik maak me zorgen om je".
Gehoord van een ander
Het kan zijn dat je weet van anderen dat iemand hulp krijgt. In heel uitzonderlijke gevallen, als je bron vertrouwd is, ook voor de ander, kun je dat als aanknopingspunt gebruiken. Zoals: „Ik hoorde van je broer dat je het al een poos moeilijk hebt". Het zal duidelijk zijn dat je met dergelijke informatie voorzichtig moet zijn omdat het bedreigend kan zijn om te weten dat 'de mensen over je praten'. Maar ook hier geldt weer: als er sprake is van oprechte bewogenheid, dan zal die ook overkomen.
In zo'n contact is het belangrijk dat je aandacht hebt voor de ander, hem of haar serieus neemt en vooral de ruimte geeft, je mag best vragen stellen, maar hij of zij moet zich vrij kunnen voelen om over bepaalde onderwerpen niet te hoeven vertellen. Nieuwsgierige vragen staan daar natuurlijk haaks op.
Houding
Als je er vanuit gaat dat Kees maar een 'watje' is, en dat, wat hem overkomen is, jou niet kan overkomen, dan kun je niet spreken van gelijkwaardigheid. Er is dan geen sprake van oprechte bewogenheid en het contact is voor Kees een kwelling.
Betekent oprechtheid dan dat je altijd ja moet zeggen en aardig moet zijn? Ik denk van niet. Het is bijvoorbeeld goed om in het contact niet te hard te lopen. 'Hardlopers zijn doodlopers' geldt ook hier. Trouw is belangrijk. Het is beter om regelmatig iets van je te laten horen dan een enkele keer heel lang.
Als je niet te hard van stapel loopt, kun je in de toekomst langer iets voor een ander betekenen. Dat geeft houvast. Daarnaast is het goed om het volgende in de gaten te houden. Betrokkenheid is goed, maar veel mensen gaan te veel oplossen en regelen voor de ander.
Stimuleren is beter. Je kunt een ander op verschillende manieren steunen. Het hoeft niet altijd te betekenen dat je moet praten, je kunt ook met iemand iets doen. Bijvoorbeeld door iemand over een 'drempel' te helpen, door mee te gaan naar de bibliotheek of vereniging. We kunnen ook heel praktisch worden door een eind te gaan fietsen of te helpen met opruimen.
Het zit hem vaak in kleine dingen. Laat weten dat je zijn of haar verjaardag niet vergeten bent.
Soms is het hard nodig om wat afstand te nemen. Ik sprak al over het belang van regelmaat en begrenzing van tijd. Het kan zijn dat je te veel door de problemen van een ander wordt bezig gehouden. Het is niet verkeerd als je door het leed van anderen geraakt wordt. Maar als je bijvoorbeeld merkt dat je er te lang over blijft piekeren, of als je er minder goed van slaapt, doe dan een stapje terug. Leg dan ook uit dat het niet je bedoeling is om de ander in de steek te laten. Het is juist je bedoeling, door wat rustiger aan te doen, het contact te laten voortduren. Kennis van de ziekte of de problemen is nodig om degene in nood te kunnen begrijpen. Tegenwoordig is er gemakkelijk aan goed leesbare boeken te komen over psychische problemen. Ik denk bijvoorbeeld aan de serie van Uitgeverij Groen: Praktisch & Pastoraal. In de bibliotheek zijn ze vaak ruim aanwezig.
Tenslotte
Doe het niet alleen. En dat bedoel ik op twee manieren.
Als iets je erg bezet, kun je er met anderen over praten, zonder de privacy te schenden. Als je contact hebt met iemand in psychische nood gaat het vaak om ernstige zaken die je niet koud laten. Als je merkt dat de situatie verslechtert, schroom dan niet om dat aan te kaarten. In het uiterste geval als het om levensbedreigende zaken gaat, moet je de ouders en/of professionele hulp inschakelen, zoals bijvoorbeeld de huisarts.
Maar met 'doe het niet alleen' doel ik ook - en zeker niet in de laatste plaats - op God, die eeuwig trouw is en waarvan Paulus zegt in 2 Timotheüs 2:13: Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen".
Bid om een zegen over de omgang met je naaste in psychische nood. De apostel dringt er sterk op aan dat we de kleinmoedigen moeten troosten en de zwakken moeten ondersteunen (1 Thessalonicensen 3:14). Misschien kun je niet met je vriendin/vriend bidden, maar dan kun je wel voor hem of haar bidden. Weet dan van Zijn almacht en Zijn barmhartigheid. Bid er dan om of de ander niet alleen geholpen mag worden in het aardse leven maar dat ook zijn ziel veilig gesteld mag worden voor de eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1997
Daniel | 32 Pagina's