JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Omgaan met dementerende mensen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omgaan met dementerende mensen

Vraaggesprek met Salemmedewerkers

18 minuten leestijd

Zondagmorgen, bijna tien uur. De meeste mensen zitten al. Sommigen zijn schuifelend gekomen aan de arm van de ziekenverzorgers. Er zijn rolstoelen. Meneer G. heeft het niet makkelijk vandaag. Wilde het liefst niet gestoord worden. Maar gelukkig, we zijn er, denkt Gerdien. Het is elke keer weer een hele toer iedereen op tijd in de kerkzaal te brengen. Ze kijkt nog eens naar meneer G., die inmiddels wat dommelend naast haar zit. Zou hij begrijpen dat er nu een kerkdienst gehouden wordt? Daar begint het orgel al te spelen. De regel is nog niet uit, of ze voelt beweging naast zich. Het is meneer G. die de Psalm meezingt. Verwonderd luistert Gerdien. Het hoofd van mijnheer G. wil niet meer, maar hier zingt zijn hart. Kerkdienst in een verpleeghuis.

Op eert mooie nazomeravond kwamen we bij elkaar. Om te praten over 'dementie' en allerlei vragen die daarbij spelen. We praten met mijnheer Terlouw, geestelijk verzorger, mijnheer Teeuw, verpleeghuisarts, Anneke Theunisse, maatschappelijk werker, Jan-Johan Nienveen, ziekenverzorgende en Heidi Mol, verpleegkundige en afdelingshoofd, je merkt dat de dementerende medemens en het werken voor en met hen, hun hart heeft. Allen zijn werkzaam in Salem, huis van vrede, een verpleeghuis in Ridderkerk dat aan 150 bewoners ruimte biedt. Er wonen 90 mensen op de drie afdelingen psycho-geriatrie. 'PG' zeggen de medewerkers.

Hoe merk je dat iemand begint te worden? dement

Anneke: Iemand die beginnend dementerend is, kan het nog camoufleren. Dat kan veel spanning oproepen in een gezin of huwelijk. Bijvoorbeeld als spullen op een andere plek weggelegd worden. Als vader op maandagmorgen zegt dat hij naar de kerk gaat. Heel gemakkelijk ben je geneigd dingen te corrigeren. "Doe niet zo dom" of "Dat weet u best". Dat kan heel veel reactie oproepen bij de ander. Die wordt bijvoorbeeld boos of agressief. Als je het herkent - soms met behulp van een arts - kan het makkelijker zijn om te weten hoe je moet reageren. Het kan soms jaren duren voor echt duidelijk is dat er sprake is van dementie. Voor familie vaak een lange weg van veel onbegrip. Achteraf kan iemand zeggen: "Waarschijnlijk is het toen al begonnen." Bijvoorbeeld dat het eten aanbrandde. Dat m'n man de weg kwijt was.

Merk je ook ontkenning?

Anneke: Ontkenning komt zeker voor. Net zoals je dat vaak ziet bij ernstige dingen die in het leven gebeuren. Het is toch heel erg moeilijk om te erkennen dat je man, vrouw, vader of moeder dementeert? Ontkenning kan vaak het langst volgehouden worden door degenen die de persoon die begint te dementeren het minst vaak zien. Tijdens een kort bezoek kan iemand zich nog wel goed voor doen. Het

gaat opvallen als je langer samen bent met de persoon zelf.

Wanneer is er sprake van opname een verpleeghuis? in

Anneke: Dat hangt van veel factoren af. Heel belangrijk is de 'draagkracht

Wat is dementie?

Dokter Teeuw zegt hiervan: Als je het hebt over dementie, gaat het om wat je merkt aan iemand. Dat mensen zich bijvoorbeeld vergissen in tijd en plaats. Het is een cluster aan verschijnselen. Daarbij staan vergeetachtigheid en verwardheid centraal. Het is geen gewone vergeetachtigheid. Als vuistregel kun je zeggen dat bij dementie de verschijnselen zo sterk zijn dat iemand niet meer zelfstandig kan functioneren.

Dementie kan veroorzaakt worden door verschillende ziekten. Bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer. Zo'n vijftig a zestig procent van de mensen met dementie lijdt aan deze vorm waarvan de oorzaak onbekend is. Bij dertig procent van de patiënten spreekt men van een multi-infarctdementie. Bij hen ligt de oorzaak in de bloedvaten in de hersenen. Ook andere aandoeningen kunnen tot dementie-verschijnselen leiden.

van de omgeving'. Is een echtpaar betrekkelijk jong of juist ouder? Is er sprake van mantelzorg? Kan iemand het volhouden om telkens te zorgen voor zijn vrouw, haar man, ouder, familielid die aan het dementeren is? Wat zijn de financiële mogelijkheden, om bijvoorbeeld hulp te kunnen betalen? Het maakt ook uit welke verschijnselen van dementie op de voorgrond staan. Denk maar eens in als iemand 's nachts onrustig is. Dan komt de familie niet tot rust. Ook is het erg moeilijk om met agressie om te gaan.

Terlouw: Gemiddeld duurt het ruim zeven jaar voor iemand in een verpleeghuis komt. Vaak gaat er een tijd van worstelen, met hulp thuis, aan vooraf.

Dus de nood is hoog wanneer mensen bij een verpleeghuis aankloppen?

Anneke: Vaak wordt een verpleeghuis gezien als eindstation. Je merkt een schroom om iemand bij een verpleeghuis aan te melden. Mogelijk is dat in onze kring nog wel sterker. Mensen brengen veel op voor hun dementerende naaste. Soms worden mensen heel lang thuis verpleegd met hulp uit de kerkelijke gemeente.

Hoe gaat de procedure als iemand niet meer thuis kan blijven wonen?

Dat is een vraag voor de maatschappelijk werker. Zij vertelt: Dat is een algemene procedure. Via de huisarts of via een Riagg moet je naar de Indicatie Commissie van je woonplaats gaan. Die gaat na of iemand in aanmerking komt voor een verpleeghuis. De persoon zelf of degene die hem daarbij helpt, moet aangeven welk verpleeghuis hij wil. Als de commissie een positief advies geeft, kan de persoon bij het verpleeghuis aangemeld worden. Ik ga er als maatschappelijk werker heen als de opname in zicht komt.

In een verpleeghuis zijn veel mensen werkzaam. Waarom kies je nu voor het werken op een afdeling met dementerende ouderen?

jan-johan: Ik heb er voor gekozen om juist bij dementerende ouderen te werken. Wat zij niet meer kunnen, kun jij voor ze doen. Je moet voor ze denken. Soms moet je zelfs voor ze praten; bijvoorbeeld als mensen afasie hebben, je kunt heel veel voor hen betekenen. Het is heel dankbaar werk.

Alhoewel PG voor Heidi niet direct haar eerste keus is geweest, is ook haar ervaring dat je veel voor deze mensen kunt doen. Ze vult aan: Ook voor de familie ben je heel belangrijk. Degenen die bij ons wonen, kunnen zelf niet aangeven hoe ze het hebben. Jij kunt weergeven hoe de bewoner is op de afdeling.

Kun je ook moeilijke kanten van het werk noemen?

Het duurt even voor de werkers daar iets van weten te bedenken.

jan-johan: Wat heel moeilijk is, is wanneer iemand heel erg doorslaat in agressie of in depressie. Als je hen niet kunt bereiken. Dan voel je je machteloos.

Heidi: Niet altijd lukt het erachter te komen waardoor de bewoner boos of verdrietig is geworden. jan-johan: Soms zijn het dingen uit het verleden die in iemands beleving sterk naar boven komen.

Hoe ga je om met mensen die dementeren?

Heidi: Je kunt de bewoner op verschillende manieren benaderen. Je kunt hem of haar erop wijzen hoe de situatie echt is. Dan geef je informatie over het hier en nu. Je kunt ook meegaan in het verhaal van de ander, je geeft dan herkenning en bevestiging van de gevoelens van de ander. Je confronteert iemand niet dat de werkelijkheid anders is dan hij vertelt.

jan-johan: Als je meegaat in de gedachtenwereld van bewoners, kan dat een stuk onrust bij hen wegnemen. Anderen help je door hen juist op de realiteit te wijzen. "Kijk het is geen zondag vandaag". Bewust hangt er een grote kalender in onze zaal.

De vraag komt boven hoe ver je mee moet of mag gaan met het verhaal van iemand die dement is als de waarheid in het geding is.

Dokter Teeuw maakt een vergelijking met kinderen. Als een kind vier jaar is, geef je een antwoord dat past bij die leeftijd. Als je het trekt in het spanningsveld van waarheid en leugen, kom je er niet uit. Het gaat om je houding. Daarnaast is het ook

belangrijk hoe je corrigeert. Kies meer het passieve corrigeren dan het actieve. Bijvoorbeeld: Als iemand een verkeerde dag noemt, probeer te voorkomen dat iemand daar mee geconfronteerd wordt. Dat frustreert iemand. Als iemand vertelt: "Ik ga naar moeder", kun je zeggen: "Ja, maar die leeft niet meer." Misschien wordt iemand dan boos of verdrietig. Je kunt ook andere vragen stellen en dan lieg je echt niet. "Waarom gaat u naar uw moeder? " of "Wat gaat u doen bij moeder? " Dan komt er vaak wel een antwoord. Dan kun je het gesprek soms verderop ombuigen. Soms merk je dan dat iemand in hetzelfde gesprek zelf ook gaat vertellen dat moeder allang is overleden. Je hoeft de waarheid geen geweld aan te doen.

Het kwam al naar voren dat iemand die dementeert soms heel boos kan worden. Hoe ga je daarmee om?

Jan-johan: Dat is per bewoner verschillend. De ene keer is het beter iemand meer met rust te laten. Als iemand gevaarlijk is voor zichzelf, kan dat niet.

Heidi: Als teamlid schrijf je dan hoe je de bewoner benaderd hebt en hoe de bewoner erop reageerde. Dan weten andere teamleden een volgende keer ook hoe je de bewoner kunt benaderen. Soms moeten er gedragsbeïnvloedende medicijnen gegeven worden.

Dementie en geloofsbeleving. Mijnheer Terlouw, kunt u hier iets van vertellen?

Geloof is niet alleen een zaak van verstand en hart. Ook van gevoel. Bij dementie blijft het gevoel grotendeels in tact. Het is zo dat je geheugen veel meer in zich bergt dan alleen feitelijke informatie. Ook gevoelens die bij gebeurtenissen horen, worden ergens opgeslagen. Denk maar aan een geur die zomaar een herinnering kan oproepen.

Bepaalde prikkelingen kunnen bepaalde reacties oproepen. Als het gaat over een Psalm, de Heere of de Bijbel, kan dat reacties oproepen wat de Heere gedaan heeft in hun leven. De spraak is soms weg. Het Bijbel lezen of bidden kan iets oproepen dat men toch praat. In een huis als dit is men opgevoed bij de Bijbel en van jongsaf aan gewend geweest naar de kerk te gaan. Dat merk je. Op een Psalm reageren mensen heel lang. Als wij een kind van vier jaar een Psalm leren, bijvoorbeeld "

Opent uwe mond", dan weet je dat hij de woorden waarschijnlijk nog niet begrijpt. Toch kan de Heere het gebruiken om een kind al jong te bekeren. Zo kan de Heere op 85-jarige leeftijd op die klanken terugkomen. En op deze wijze tot de ziel spreken of iemand bekeren.

Dat vraagt een hele specifieke benadering.

Terlouw bevestigt: Het vraagt daar te beginnen waar de bewoner op dat moment is. Niet binnenkomen met dat je zijn zoon net op de gang nog tegenkwam. Dat ziet hij niet en is uit zijn gedachten. Maar bijvoorbeeld: "Hoe gaat het met u? ". Dan komt er wat en daar kun je op verder gaan. Soms vraag ik ook naar vroeger.

"Werd er vroeger bij u ook uit de Bijbel gelezen? Wat betekende het Bijbel lezen voor u? " Soms komen de mensen ook: dat de Heere hun moet bekeren. Dan vraag ik: "Zou dat nog kunnen? Is dat alleen voor jonge mensen". Dan komt er reactie. En soms volgt opeens: "Maar ik ben al zo oud". Dan probeer je daarop weer aan te sluiten. Soms is er geen verband meer in hetgeen een bewoner zegt. Het kan gebeuren dat we dan een kinderbijbel met plaatjes bekijken. Wat ziet de ander in de platen en hoe gaat hij daarmee om? Dan kan het gebeuren dat een bewoner met zijn vinger langs het dochtertje van Jaïrus op de plaat gaat. En zegt: "Dat is nou de mens". Dan proef je daar een stuk beleving in. Wat meestal gebeurt, is dat ik iemand apart neem om te praten, de Bijbel te lezen en te bidden. Dat gaat niet in een huiskamer met dertig personen. Als je een bewoner apart neemt, komen er reacties. Een mevrouw kan hele gedeeltes aanvullen als je met haar uit de Bijbel leest, je merkt dat iemand heel goed beseft dat het gaat over andere zaken dan van de aarde. Hetzelfde heb je in de kerkdiensten die hier gehouden worden. Het is verwarmend als je een demente bewoner na de dienst hoort zeggen: "Is het nou al afgelopen? Ik had hier de hele avond wel willen blijven". Dergelijke voorbeelden bevestigen nog eens dat het zeker zin heeft. We bieden deze mensen hier een stukje herkenning mee. Het kan gedachten oproepen aan de Heere en Zijn Woord.

Hoe is dat op de afdeling?

Heidi: Soms kun je het gewoon aan bewoners zien dat het zondag is en

dat ze naar de kerk geweest zijn. Als verzorgende hoor je wat de bewoner zegt als ze aan de uitgang de dominee een hand geven. Daar kun je op aansluiten, je kunt vaak niet op een later tijdstip vragen waar de dominee het over heeft gehad. Dat weten ze niet meer. Voor ze op de afdeling zijn, is er intussen al zoveel gezien en gehoord.

Anneke: Soms blijkt dat iemand toch dingen kan vertellen. Bijvoorbeeld als de familie het vraagt met behulp van de liturgie van de dienst.

Mijnheer Terlouw licht toe: Vaak wordt ook bewust gepreekt over korte teksten. De dienst duurt ook wat korter dan we buiten dit huis gewend zijn. Hoe korter de tekst, hoe beter te onthouden. Het doet je wat, wanneer je hoort dat een bewoner zijn familie vertelt dat hij een preek gehoord heeft over de tekst "Nog is er plaats". En erop wijst dat er nog een mogelijkheid is om zalig te worden.

jan-johan: Soms hoor je bij het avondgebed opeens iets van de dienst terug, je kunt dementerende ouderen soms zo indringend horen bidden, dat je er jaloers op wordt. Heidi: Het is belangrijk 's avonds onze bewoners aan te reiken zelf te bidden. Veel bewoners doen dat ook zelf.

jan-johan: Hoe moeilijk ze soms kunnen staan, gaan ze toch nog op de knieën.

Persoonlijke pastorale zorg, kerkdiensten... zijn er nog meer activiteiten in Salem wat betreft de geestelijke verzorging?

Terlouw: Van de negentig bewoners op de PG-afdelingen nemen er zo'n vijfenvijftig deel aan een kring rond de Bijbel. Elke veertien dagen in groepjes van tien tot twintig personen. Daar zingen we psalmen, zonodig voorgekopieerd in grote letter. Mensen lezen uit een grote letter Bijbel. Ook hier moet weer gezocht worden naar directe aanknopingspunten. De levensgeschiedenis van onze mensen is hierbij heel belangrijk. Als het gaat over de storm op zee, kan ik aan een schippersvrouw vragen hoe dat nou ging vroeger op het IJsselmeer. Dan gebeurt er iets.

Iemand gaat vertellen. En dan kun je lijnen trekken naar de Bijbel. Dan kun je heel goed vanuit de Bijbel wijzen op de noodzaak van een nieuw hart.

Heidi: Het gebeurt dat een ziekenverzorgende die er bij is, soms echt verwonderd raakt: "Dat heb ik nog nooit van deze bewoner gehoord. Wat kan hij hier veel en lang achter elkaar praten".

Op welke manier is er contact met de familie?

Heidi: leder jaar wordt er op de afdeling een familieavond georganiseerd waarbij ook de medewerkers aanwezig zijn. Elke keer is er een ander thema. Bijvoorbeeld over de dagindeling, over dementie, over de geestelijke verzorging.

Anneke: Als maatschappelijk werker ontmoet je familie op familieavonden of zomaar op de gang. Jaarlijks wordt er door ons een soort cursus georganiseerd van zes a acht bijeenkomsten. Het eerste doel is informatie doorgeven over dementie. Het tweede doel is het gesprek onderling. Er is herkenning, men kan elkaar opvangen. Het geeft een gevoel van verbondheid. Je ziet dat mensen elkaar ook daarna gemakkelijker opzoeken en steunen.

Wordt dementie ook in Salem ervaren als een vorm van ontluistering van het leven?

Terlouw: Wat dat betreft zijn we geen ander huis dan andere verpleeghuizen. De gevolgen van de zonde zie je ook hier. Het zijn sporen die de zonde trekt in het leven van mensen. In een verpleeghuis word je daar heel nadrukkelijk bij bepaald. Soms kom je voor heel moeilijke vragen te staan. Wij blijven nietige mensen. En we staan met lege handen.

Hoe kijkt u tegen het nu erg actuele begrip 'versterving' aan?

Teeuw: Wat versta je onder 'versterving'? Is dat het klassieke beeld van iemand die levensmoe is en daar gevolg aan geeft door niet te eten? Daar heb ik moeite mee: het doel daarvan is de dood. Aan de andere kant: als iemand 'op' is, mag hij ook overlijden. Het is steeds weer een afwegen. We doen wat we kunnen om iemand te voeden als dat zinvol is. Zelfs door middel van een infuus of sonde. In goed overleg met familie neem je deze beslissingen.

Wat is de rol van de verzorgenden de afdeling? op

jan-johan: Wij zijn vaak de signalerende personen. De familie heeft er vaak vragen over. Zij zien dat vader of moeder slechter gaat drinken. Heidi: Ook binnen het team komen

er vragen over. We hebben overleg met de arts. Soms komt de arts bij een teambespreking. Dan kan hij uitleg geven en iedereen kan zijn of haar vragen stellen. Ook al is er een algemeen beleid vastgelegd, per bewoner is het handelen telkens weer moeilijk.

Kun je zeggen dat belangrijk is? communicatie

Inderdaad, knikt de dokter. Dat is één van de belangrijkste dingen. Ik denk dat bij veel problemen in het land miscommunicatie een rol speelt.

Terlouw: Wanneer er een infuus of sonde gegeven wordt, geeft dat vaak het idee: we doen nog wat. Maar je kunt de situatie hebben dat het infuus niet meer mogelijk is. Teeuw: Als besloten wordt geen sonde te doen, hoor je 't vaak zo: dus jullie doen niks meer.

Anneke: je bent vaak geneigd concreet iets te doen. Maar je kunt ook andere dingen doen, zoals letten op de sfeer, een goede verzorging bieden.

Om ons heen wordt steeds meer over kwaliteit van leven gesproken.

Teeuw: Spreken over 'kwaliteit van leven' als zodanig komt bij ons in Salem niet voor. We hebben het over iemands 'gezondheidstoestand'. En die kan heel zorgelijk zijn. Zelfs zo zorgelijk dat het voortzetten van de behandeling ter discussie staat.

Anneke: Je merkt dat familie het zich soms wel eens afvraagt: wat heeft dit leven nou voor zin? Soms juist als men mag weten dat er voor de bewoner een beter lot is bereid. Terlouw: Waarom deze moeilijke weg? Die vraag proef je. Daar is ook ruimte voor. Die waaroms ten aanzien van de levensweg komen in de Bijbel ook naar voren. Die vragen mogen gesteld worden. Wel gaat het erom: hoe. Waar komen we ermee terecht. De Heere werkt door het waarom heen vaak opnieuw het rusten in Hem. Zie maar naar A'saf en in Psalm 73. Een ander voorbeeld in de Bijbel is Elia. Die zich afvroeg wat de zin was van zijn profeet zijn. De Heere zegt: "Elia je bent niet op je plaats". Bij Paulus daarentegen zie je het verlangen naar het leven na dit leven. Hij zegt: "Ontbonden te zijn en met Christus te zijn is mij verreweg het beste." Paulus verzaakt door genade zijn eigen wil en vraagt om het Uw wil geschiede. Als het niet eens zijn met Gods weg in de Bijbel bij Gods kinderen voorkomt, zou het dan nu niet meer voorkomen?

Wat kun je doen voor een gemeentelid die dementeert en voor hun familie?

Anneke grijpt terug op het begrip 'draagkracht van de omgeving'. Daar kun je wat aan doen. Ga een keer oppassen, doe een keer boodschappen. Misschien houdt iemand van dammen. Zodat de familie een avond weg kan. Ga degene die dementeert en zijn familie in elk geval niet vermijden! Zo vaak vertellen mensen: we zijn zo eenzaam geworden. Men vindt het moeilijk bij ons te komen. Er komt steeds minder bezoek. Ook durven we nauwelijks meer naar de kerk, omdat je hoort: 'Die meneer zit zo raar te doen.' Er zijn ook jongeren die een dementerende vader of moeder hebben.

Hoe leg je contact als buitenstaander?

Anneke: Ik denk dat je niet binnen moet komen met 'ik wil helpen' maar allereerst belangstelling tonen. Als je ergens mee zit, durf je gemakkelijker een beroep op iemand te doen die echt belangstellend is. Je kunt ook vrijwilliger worden in een verpleeghuis. Daar is veel behoefte aan.

jan-Johan: Onze mensen vinden het erg leuk als jongeren komen. Ze maken graag een praatje. Pas was hier een knul die gelijk in gesprek was; een bewoner zag in hem z'n kleinzoon.

Terlouw vestigt de aandacht op een ander punt: Wat heel schrijnend is dat vaak gedacht wordt dat 't voorbij is als man of vrouw in het verpleeghuis opgenomen is. Mensen kunnen reageren dat het vast een hele rust is dat man of vrouw niet meer thuis is. je hebt er geen idee van wat voor een belasting het is hier dagelijks te komen. De zorgen zijn niet voorbij. Het doet pijn wanneer in het spontane contact niet gevraagd wordt vanuit de gemeente hoe 't gaat met de persoon die dementeert en in een verpleeghuis moet wonen.

Anneke vult aan: Of dat er geen aandacht is voor de achterblijvende. Die heeft juist ook veel steun nodig. Het is zo belangrijk als kerkelijke gemeente aandacht te blijven geven. Niet vermijden. Juist komen. Ook ambtsdragers. Bijbellezen en bidden is niet zinloos.

Heidi: Post vinden de mensen die bij ons wonen erg fijn. In veel kerkboden staan de adressen.

jan-johan: Zo'n kaart ziet familie ook. Die ervaart daardoor ook weer de betrokkenheid.

Iets anders is een inleiding houden over dit onderwerp op de JV. Iemand die werkt in een verpleeghuis kan je vragen te vertellen over zijn werk. Ik heb dat zelf pas meegemaakt. Eén van de punten waar de jongeren zelf mee kwamen, was dat het goed zou zijn dat deze mensen en hun familie vaker in de gemeente opgedragen worden in de voorbede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1997

Daniel | 32 Pagina's

Omgaan met dementerende mensen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1997

Daniel | 32 Pagina's