Niet ons, o HEERE, niet ons, maar Uw naam alleen geef eer
Vraaggesprek met mevrouw M. Quist
Voor de meeste Daniëllezers is mevrouw Quist waarschijnlijk geen onbekende. In ieder nummer verzorgt ze het Bijbelleesrooster. Dit doet ze al sinds 1991. Bij het samenstellen van het rooster probeert ze zoveel mogelijk rekening te houden met de inhoud van Daniël. Trouw stuurt ze haar copy, altijd keurig op tijd, naar het Bondscentrum. Dat werkt natuurlijk erg prettig, jarenlang zat ze in de redactie van Helpende Handen en voor de doven verricht ze ook nu nog heel wat werk. Ze heeft veel meegemaakt in haar leven. Toch mag ze over het algemeen haar kruis vrolijk dragen, ziende op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof. Openhartig laat ze ons de belangrijkste bladzijden uit haar levensboek zien. Daaruit blijkt overduidelijk dat de Heere haar leven heeft geleid.
Woensdagmiddag, 3 september 1997. Rond kwart over twee parkeren we de auto in de Jolstraat van het mooie stadje Tholen. Voor we uitgestapt zijn, staat de deur van het huis waar we moeten zijn al uitnodigend open. Mevrouw Quist - "zeg maar Rie" - verwelkomt ons hartelijk. We zoeken een plaatsje in de gezellige kamer en worden voorzien van thee en koek. "Eigenlijk wilde ik helemaal niet geïnterviewd worden." Dat is de eerste reactie als we een begin willen maken met ons vraaggesprek. "Waarom niet? " zo is onze wedervraag. Open en eerlijk vertelt ze erover.
Omdat ik zo bang ben dat ik in het middelpunt kom te staan en dat is de bedoeling niet. Ik hoop dat de lezers voor ogen zullen houden, dat het niet om mij gaat, maar om Zijn naam in mijn leven. Niet mijn naam, maar Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen. Het is mijn verlangen dat Hij de hoogste plaats krijgt, ook omdat je door het ontdekkende onderwijs van de Heilige Geest geleerd hebt, dat je zelf zo'n hoogmoedig hart hebt. Eigenlijk wilde ik 'nee' zeggen, liever maar geen interview met mij; maar toen ik er aan dacht wat de Heere in mijn leven gedaan heeft, ben ik gezwicht. Dan mag ik het werk van Hem doorgeven; Hij is het waard! Ik hoop dat ik daarbij zelf naar de achtergrond zal verdwijnen.
Kunt u iets vertellen over uw jeugd?
Ik ben op 24 april 1940 in Tholen geboren, als tweede uit een gezin van vier kinderen. De eerste oorlogsjaren heb ik niet bewust meegemaakt. Vanaf mijn derde, vierde jaar kan ik nog wel dingetjes herinneren, maar gelukkig hebben we niet zoveel last van oorlogsmoeilijkheden gehad. We hadden thuis een gezellig gezin, waar ik altijd met liefde aan terugdenk. Ik weet nog goed dat m'n ouders altijd het ene nodige voor ons op het oog hadden. In mijn jonge jaren vroeg ik de Heere vaak om een nieuw hart, omdat mijn vader en moeder me dat voorhielden. Ik wist dat ik zo niet kon sterven. Veel was ik bezig met de vraag: hoe komt het ooit goed tussen God en mij? Dit verborg ik zoveel mogelijk achter mijn vrolijke karakter. Soms was ik ook best ondeugend, maar 's avonds lag ik altijd te huilen. Wat was ik bang om te sterven. Bij onweer beloofde ik: "Heere, als u me spaart zal ik anders gaan leven." Van al die goede voornemens kwam niets terecht...
Hoe ging het op school?
Mijn lagere schoolperiode is rustig verlopen. Ik ging graag naar school en met leren heb ik gelukkig nooit problemen gehad. Na de lagere school kozen mijn ouders voor het VGLO (Voortgezet Gewoon Lager Onderwijs), omdat ze daar kampten met een leerlingentekort. Achteraf zie ik daar Gods leiding in, want dat onderwijs heeft de Heere willen zegenen. We kregen les van een onderwijzeres, die ons op indringende wijze uit de Bijbel vertelde. Ze gaf
zo'n voorbeeld dat ik er jaloers op werd. Ik dacht: "Dat is een kind van God en ik ben het niet." Altijd hield ze ons in de vertellingen voor dat wij het óók konden worden en ze zei vaak: "Vraag maar veel om ontdekkend licht." Ik wist helemaal niet wat dat was, maar toch vroeg ik er iedere avond om. Toen de Heere het werkelijk gaf, schrok ik ervan. Door dat ontdekkende licht kreeg ik een droefheid over de zonde en een droefheid naar de Heere. Het is een onvergetelijke tijd geweest op het VGLO! Ik was er zo graag dat ik gevraagd heb of ik nog een jaar langer mocht blijven. Na dat jaar moest ik dan toch echt weg.
Hoe bent u tot de keus voor beroep gekomen? uw
Toen ik van school kwam, ging ik op zoek naar een baantje. Visboer Schot kon wel een meisje gebruiken, dus ben ik in de viswinkel terechtgekomen. Altijd was daar echter die stille wens om juffrouw te worden. Maar ja, ik durfde dat niet te zeggen tegen m'n ouders, omdat ik bang was dat ze de studie niet konden betalen. Wel probeerde ik vaak in de buurt van de kleuterschool te zijn om kwart voor twaalf. Als ik de kleuters uit school zag komen was m'n dag weer goed. Met een ommetje bracht ik dan de bestellingen van de visboer weg. In diezelfde tijd werden er collectantjes gevraagd voor de kleuterschool. Ik gaf me natuurlijk ook op. Eén keer in de veertien dagen moesten we met een busje langs de deur. leder jaar kregen alle collectantjes een uitnodiging voor het Kerstfeest; met z'n allen mochten we op de kleuterschool komen. Wat vond ik dat heerlijk! Maar... in 1955 kreeg iedereen een uitnodiging en ik niet. Ik kon mijn tranen niet meer bedwingen. Mijn moeder ging informeren bij de hoofdleidster. Het bleek een vergissing te zijn. Ondertussen bespraken ze ook nog iets waar ik niets van wist. Als gevolg van dat gesprek kreeg ik op Oudejaarsdag 1955 bericht dat ik aangenomen was als leerling op de opleidingsschool voor kleuterleidsters! Nieuwjaarsdag 1956 had het niet meer gekund zonder ulo-diploma... Is dat geen wonder van Gods leiding? Dat kostte weer tranen, maar nu van verwondering. Als ik eraan terugdenk schiet mijn gemoed nog vol.
Zo ben ik in Middelburg terecht gekomen. De groep was al van augustus bezig, de meesten hadden een ulo-diploma en ik had niks als VGLO. Dat werd heel hard aanpakken. De sfeer was er ook heel anders dan ik gewend was. Dat gaf innerlijke conflicten. Gelukkig liet de Heere me niet los; Hij heeft altijd geholpen. Steeds moest ik aan een versje uit mijn poëzie-album denken:
Wat je ooit besluit of doet, Wil van de Heere raad begeren, Wie Hem need'rig valt te voet, Zal van Hem Zijn wegen leren.
Dat is echt uitgekomen in die periode van opleiding.
En daarna?
Na het behalen van mijn diploma ben ik benoemd als leidster in Ooltgensplaat. Daar is de Heere verder door gaan werken. Vanuit de prediking werd ik heengewezen naar Christus. Ook sommige leesdiensten zijn niet ongezegend gebleven. (Jongelui, speciaal voor jullie: eesdiensten kan de Heere ook gebruiken!) Toen ik voor mijn hoofdakte verder ging leren, werd ik moedeloos. Het was in mijn binnenste: u ben je nog steeds niet bekeerd en je hebt er al zo lang om gevraagd. Wat werd ik een ontzettende vijandschap gewaar. Op een doordeweekse avond was het dienst, maar ik was niet van plan om naar de kerk te gaan. Ik zei tegen m'n vader: Ik kan onmogelijk mee vanavond, want ik heb zoveel repetities." Vader was het er niet mee eens en mijn tegenspreken hielp niets. In de kerk probeerde ik mijn proefwerken te repeteren. Dat lukte aardig, tot de predikant zijn tekst bekendmaakte: Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet ik ook toebrengen en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder' (Johannes 10:16). Dat was een pijl die raak was. 't Was of ieder woord in mijn hart kwam. De Heere verbrak alle tegenstand en vijandschap.
Hoewel ik het in Ooltgensplaat goed naar mijn zin had, baande de Heere de weg naar Goes. Ik moest een sollicitatiebrief schrijven. Eigenlijk wilde ik het niet, want de school daar moest nog opgericht worden en ik voelde me veel te jong voor hoofdleidster. Ik kan me nog goed herinneren dat ik het eerste hoofdstuk van Jeremia las: 'Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarheen Ik u zenden zal zult gij gaan en alles wat Ik u
gebieden zal, zult gij spreken.' Ik werd zonder het geven van een proefles benoemd. Het is een goede tijd geworden in Goes, ook geestelijk.
Kunt u daar wat meer van zeggen?
In Goes heb ik veel onderwijs gekregen onder de prediking van dominee A. F. Honkoop. Ook in het gezin van wijlen dominee P. Honkoop junior, waar ik in die tijd veel kwam, kreeg ik menig lesje. Hoewel ik hoorde dat een mens niet zalig kan worden door de werken der wet, was ik toch bezig in eigen krachten de wet te onderhouden en zo mijn zaligheid te verdienen. Op een keer reed ik door Goes en opeens kwam er bij me: Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen' (Galaten 3:10). Ik wist niet meer hoe laag ik bukken moest, want de Heere liet me zien wie ik was. Ik had gezondigd en gedaan dat kwaad was in Zijn ogen; daarom was ik Zijn gramschap dubbel waardig. Het was niet meer uit te houden zo. Als een ellendige, blinde, arme, naakte zondaar viel ik voor de Heere neer, met de uitroep: s er een middel om die welverdiende straf te ontgaan en wederom tot genade te komen? Als het op zo'n hopeloze zaak uitloopt, laat de Heere Zich niet onbetuigd. Ik mocht voor het eerst met een geloofsoog op de Middelaar blikken, je wordt pas echt arm als je uit Hem mag leven, maar er is geen rijker leven in te denken als het leven uit Hem. Dan zie je al de wegen die achter je liggen als Gods leiding: ó wijs, zó heilig, zó goed.
Werd de weg ook geopend naar het Heilig Avondmaal?
Ja. Bij een Avondmaalsbediening was het: de Meester is daar en Hij roept u. Ik zat te trillen in de bank en toch ben ik niet gegaan.Verschrikkelijk, wat heb ik daar een bestrijding op gehad. Ik beloofde aan de Heere de volgende keer wèl te gaan. Toen het bijna zover was, veranderde ik weer van gedachten. In Tholen gingen nooit jonge mensen aan het Avondmaal en ik was nog maar twintig. Wat had ik een mensenvrees.
's Zaterdagavonds sloeg ik de Bijbel open: Wanneer gij een gelofte aan God zult beloofd hebben, stel niet uit dezelve te betalen, want Hij heeft geen lust aan de zotten' (Prediker 5:3). De volgende morgen werd gepreekt wat ik beleefd had in de achterliggende week. Het bloed van de Heere Jezus had voor mij alle waarde gekregen en juist zulke mensen werden genodigd. Ik stond op; als de Heere je bij de hand neemt, gaat het vanzelf, dan ben je er zonder dat je er erg in hebt. Daar is strijd op gekomen. Maar nu zie ik dat de Heere in de strijd ook onderwijs kan geven. Hij weet precies wat je nodig hebt. Na die eerste keer ben ik nooit meer afgebleven, dat durfde ik niet meer. De ene Avondmaalstijd is rijker dan de andere, maar over het algemeen zijn het gezegende tijden.
Was u het altijd u gaan moest? eens met de weg die
Ik heb buitengewoon veel vreugde in mijn werk gehad. Ik zag het als een stukje levensvervulling. Op betrekkelijk jonge leeftijd - ik was nog maar 36 - heeft de Heere die taak uit handen gehaald. Ik was er op voorbereid, maar ik wist niet wat er zou komen. Het was steeds in mijn hart:
'U zullen als op Mozes' beê, wanneer uw pad loopt door de zee, geen golven overstromen.' In Zeist ben ik ziek geworden. Ik kreeg uitvalsverschijnselen. Sommige spieren deden opeens hun werk niet meer. Ik viel zo maar neer voor de klas. Lichamelijk en geestelijk raakte ik overbelast. Dan krijg je een inzinking en kom je in een diep dal terecht. In dat dal heeft de Heere mijn geloofsleven verdiept en daar heb ik, achteraf gezien, wel een diepte voor over. Dieptepunten kunnen hoogtepunten worden als Christus en Zijn gerechtigheid je geschonken wordt.
Nadat ik een jaar ziek geweest was, ben ik vol goede moed in Tholen begonnen om daar, net als in Goes, te helpen met de oprichting van een nieuwe school. Dat heb ik niet lang volgehouden, ik werd afgekeurd. Het ging echt niet meer. Toen moest ik alles loslaten... Ik was moedeloos en opstandig. Het werd donker van binnen. Als ik in de pauze de schoolkinderen hoorde spelen op het plein, stopte ik mijn oren dicht. Nee, ik was het echt niet eens met Gods weg.
Mocht u ook wel eens buigen onder Gods slaande hand?
Gehandicapt worden is een hele ingreep in je leven. Je moet met een stok gaan lopen. Voor langere afstanden moet je in een rolstoel. Je krijgt een gereserveerde plaats voor je auto. Het zijn allemaal drempels die je moet overwinnen. In die tijd vroeg iemand aan me: "Vind je dat erg, die invalide-parkeerplaats met die paal ervoor? " Ik vond het verschrikkelijk. "Je moet goed naar die paal kijken", gaf ze als raad. "Als je erop uitgekeken bent, moet je aan een andere paal denken, een kruispaal. Je zult merken dat het dan niet meer zo moeilijk is." Ze heeft gelijk gekregen. Ziende op de grote Kruisdrager wordt het zwaarste kruis licht. Een predikant wees me op het gebed bij de Heilige Doop: '...opdat het zijn kruis, Hem dagelijks navolgende, vrolijk dragen moge...' Dat werd gebeden toen ik als klein meisje gedoopt werd. Het deed me vragen: "Heere, mag ik mijn kruis vrolijk dragen? " Vanaf die tijd is dat de meeste keren het geval geweest,
eerlijk waar. Dan zie ik het als een doorn in mijn vlees, opdat ik me niet zou verheffen. Dan is het goed wat de Heere doet. Ik kwam weer op de grond terecht. De Heere maakte me rechteloos. Ik werd het eens met Zijn weg en mocht met mijn hart zeggen: 'Uw wil geschiede'.
Misschien kunt u vanuit uw eigen ervaring raad geven aan jongeren in raadselachtige, onbegrepen wegen?
Wordt niet al te moedeloos, want de Heere kan op zoveel manieren helpen. Dit doet Hij niet op onze tijd, maar op Zijn tijd. Verwacht het alleen van Hem. Leg alles maar aan de Heere voor, juist als de weg moeilijk en onbegaanbaar is. Hij heeft niets liever dan dat we Hem aanlopen als een waterstroom. Voor de Heere is niets te wonderlijk. Hij is de eeuwige Cod, de Schepper van de einden der aarde. In onbegrepen wegen kan er soms op een andere plaats iets voor je klaar liggen, waar je later de Heere voor dankt. Dat heb ik zelf ook ervaren. Toen ik mocht buigen onder Zijn wil, kwamen er van alle kanten telefoontjes: "Zeg Rie, zou jij willen gaan schrijven? " Ik heb mijn lege handen aan de Heere laten zien. "Heere, als dat weer een nieuwe taak is, hier ben ik. Geeft U me maar wat daarvoor nodig is." Zo ben ik in de schrijverswereld terecht gekomen. Nu mag ik de Heere er voor danken. Hij geeft me de lust en de liefde om de hele dag bezig te zijn met Zijn Woord.
Hoe brengt u de dag door?
Ik heb daar echt geen vast schema voor. Na het overlijden van mijn vader, zeven jaar geleden, ben ik bij mijn moeder in huis gegaan. Ze heeft vorig jaar een beroerte gehad. Nu kan ze niet meer alleen zijn. Eerst help ik haar en dan proberen we samen wat te lezen, omdat haar leesgedeelte grotendeels uitgevallen is. De psalmen die 's zondags gezongen worden en de tekst waarover gepreekt wordt, proberen we door te nemen. Daar gaat veel tijd in zitten. Verder lees ik vaak voor. Ik vind het fijn om dit voor mijn moeder te doen. Vroeger heeft ze ook veel voor mij gedaan.Tussendoor doe ik mijn schrijfwerk; de Bijbelvertellingen voor Helpende Handen bijvoorbeeld. Eén keer in de maand geef ik Bijbellessen aan dove kinderen. Voor hen mag ik iedere maand een nieuw werkboek samenstellen.Voor mijn onderwijzeres van het VGLO - ze leeft nog en is nu 95 - spreek ik bandjes in, omdat ze bijna blind is. Ik ben altijd bezig. Schrijven doe ik ontzettend graag. Als ik een dag niet geschreven heb, ben ik niet uitgerust.
U schrijft ook dagboeken voor de jeugd. Wat is uw drijfveer daarbij?
Gods Woord is rijk van inhoud. Daarop wil ik de aandacht vestigen. Ik hoop dat kinderen dagelijks de Bijbel onderzoeken en daarnaast de inhoud van de dagboekjes lezen. Mijn wens is dat ze een onderdaan van Koning Jezus mogen worden en biddend gaan vragen om het licht van de Heilige Geest. Dat is de beste Leidsman! De liefde tot de Heere en de naaste is de drijfveer om het te doen.
Wat zou u jongeren in deze tijd op het hart willen binden?
Houd je vast aan Gods Woord en de belijdenisgeschriften. Ik zou willen zeggen: waardeer het maar eens dat er zoveel voor jullie georganiseerd wordt vanuit de jeugdbond en de plaatselijke jeugdverenigingen. Dat is liefdewerk!
Heeft u nog een slotopmerking?
Wat de Heere belooft, doet Hij ook. De regenboog is het teken van Gods trouw. Als je van onder die boog aan jongeren denkt, wat ligt er dan een rijke belofte voor hen in Gods Woord. De Heere belooft in Jesaja 44 dat Hij het nageslacht zal zegenen: 'Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen. En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als wilgen aan de waterbeken." Er is toekomst voor de jeugd naar Gods eigen Woord en Zijn Goddelijk welbehagen. Ere zij God.
J. C. Roest-van den Bos
P. A. Gunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1997
Daniel | 32 Pagina's