Je moet ze laten merken dat je ze op het hart draagt
In gesprek met JeV- voorzitters
Ze hebben iets met jongeren, dat is wel duidelijk. Met enthousiasme en toch ook wel met bewogenheid praten ze over 'hun' jeV en over 'hun' jongeren, "je draagt ze op je hart hè", verzucht één van de voorzitters waarmee ik een gesprek had. Het is niet altijd gemakkelijk, het kost best veel tijd, maar toch, ze zouden het niet meer kunnen missen. De vier voorzitters zien er naar uit om weer te beginnen. "Ik heb er echt weer zin in, om ze te zien, te spreken..."
JeV- voorzitters
Een boeiend en open gesprek over de +16 vereniging met de voorzitters Sybe van der Blonk (JeV Nunspeet), Mart Kot (JeV Tholen), Herman Lindhout (JeV Zoetermeer) en Arie van Setten (JeV Zwijndrecht). Voor een beginnend jeugdwerkadviseur is zo'n interview een grote stimulans om de draad voor het nieuwe seizoen weer op te pakken. Wanneer er zó leiding wordt gegeven aan de verenigingen, motiveert dat Woerden om begeleiding en ondersteuning te geven.
Waarom zou je jongeren uitnodigen om naar de JeV te komen?
Mart: "De onderlinge band, dat is wat de JeV bijzonder maakt."
"Inderdaad", haakt Arie gelijk in, "andere gelegenheden zijn veel massaler, anoniemer. Op de JeV moet je het juist hebben van het kleinschalige, de kleine groepjes waarin gediscussieerd wordt."
"Dat maakt het persoonlijk", vindt Herman. "De persoonlijke gesprekken onderling zijn erg waardevol, daarin onderscheidt de JeV zich van andere alternatieven. Dit jaar nodigen we bijvoorbeeld geen spreker uit, maar houden we 'gewoon' vereniging. Wanneer er een spreker is, zijn jongeren vaak passief. Ze horen de lezing aan en je mag hopen dat er iets blijft hangen."
"Je moet ook niet in de concurrentiesfeer komen", vindt Sybe. "Je wilt je eigen jongeren wat bieden. Daar zet je je voor in. Daarnaast zijn er nog andere gelegenheden. Bij ons in de buurt heb je Coelenhage, een echt refo-café, waar ook heel wat jongeren zitten. Verder zitten we dicht bij Kerkerf in Elspeet. Door de jaren heen stabiliseert het zich. Er is een groep die voor Coelenhage kiest of voor Kerkerf, en er is een groep die op de JeV komt. We zijn er niet kleiner door geworden."
Ook niet groter geworden?
"Nee... maar de JeV is ook nooit groter geweest in die vijftien jaar dat ik 'm ken. Het is belangrijk dat je voor een goede JeV zorgt die veel te bieden heeft voor jongeren van de gemeente. Wat er daarnaast allemaal gebeurt, daar moet je niet al te gespannen mee omgaan, denk ik. Er zijn wel eens jongelui geweest die op een zaterdagavond - net voor het dankgebed - zeiden: "Volgende week zaterdag is er in Kerkerf die en die dominee, dus dan weet je het vast..." We hebben eens in de veertien dagen JeV, dus wat moet je ervan zeggen? Na een paar keer zeggen ze het niet meer, ze blijven gewoon naar de JeV komen."
jeugdwerk hoort bij het gemeenteleven. Je biedt jongeren de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten rondom het Woord van Cod. Ze kómen veelal voor de gezelligheid, voor de persoonlijke contacten. Ten diepste gaat het echter toch om het heil van jongeren, vinden de voorzitters. Een lange pauze is niet erg, als ze zich na de pauze maar even goed inzetten als tijdens de pauze.
Arie: "Je merkt dat jongeren op zoek zijn naar saamhorigheid. Ze zoeken steun bij elkaar en kunnen juist op de JeV met elkaar van gedachten wisselen naar aanleiding van dingen die hen persoonlijk bezighouden." "Ze moeten ook een stuk toerusting meekrijgen", vindt Mart. "We krijgen elkaar steeds meer nodig om wel in de wereld te staan, maar niet van de wereld te zijn."
"Ja", reageert Arie, "maar dan wel een heel persoonlijke toerusting. Niet op een manier van: zo en zo moet het, dit zijn de regels. Maar waarom doe ///dingen zo, waarom laat jij dingen, waarom zeg jij dingen en waarom zeg je het zo. Dat is de kracht van de vereniging. Je hebt de mogelijkheid om op een heel persoonlijke manier over dingen na te denken, ook over geloof en bekering."
Sybe: "Toch, wanneer je heel persoonlijk wordt, wordt het onder Veluwenaren vaak stil."
Maar dat gebeurt ook in het 'westen'. "Hun oren staan wel open", zegt Herman, "maar om zichzelf een beetje bloot te geven... dat blijft toch moeilijk."
Arie denkt dat het geleerd moet worden. Op de Zwijndrechtse vereniging heeft de laatste jaren een omslag plaatsgevonden van 'wat kijken naar elkaar en, wanneer iemand wat zegt, lachen bijvoorbeeld'... naar respecteren, luisteren naar elkaar. Dan is er ruimte en openheid om persoonlijk te zijn.
Het gaat dus ook om sfeer en openheid op de vereniging. Hoe creëer je als voorzitter zo'n sfeer?
Arie: "Ik probeer deel uit te maken van de vereniging. Wanneer er iets is op de vereniging, trek ik me dat persoonlijk aan. Ik probeer er ook wat aan te doen. De tijd is geweest om te komen met: de voorzitter zegt het. Ik laat merken dat ik het zélf vervelend vind wanneer er op elkaar 'gekat' wordt. En het werkt: de sfeer op de JeV is merkbaar veranderd. We hebben dat met elkaar gedaan, de voorzitters en de leden zelf. Want als de leden het zelf niet willen, ben je als voorzitter nergens."
"Op bezinnend gebied wordt ook heel scherp aangevoeld of je zelf bij je boodschap betrokken bent", vindt Herman. "Je moet niet alleen bagage hebben - hoe kun je anders uitdelen - maar het is ook belangrijk hoe je er persoonlijk onder bent."
"Op zo'n moment wordt jeugdwerk knieënwerk", zegt Mart. "Het kan een hele worsteling zijn om anderen de weg naar Christus te wijzen."
Arie: "Ja, je schiet daarin ook veel tekort. Als ik naar huis ga, denk ik vaak: ik had dit nog moeten zeggen, en dat, en dat..."
"Toch", vindt Sybe, "moet je niet al te veel op jezelf zien. We mogen het Woord van God meegeven. Dat gaat natuurlijk niet buiten je hart om,
A maar het Woord moet aan bod komen. En dat is voor mij net zo belangrijk als voor die jongeren zelf! De Bijbel moet open, daar gaat het om."
Herman: "Inderdaad, maar je wilt toch ook je uiterste best doen om te bereiken dat ze oppikken waar het om gaat."
En ook voorzitters kunnen niet zonder waardering...
"Je hebt inderdaad wel eens een schouderklopje nodig", vindt Herman.
"Het is wel heel menselijk, maar het speelt in het verenigingswerk net zo goed", aldus Sybe.
Een valkuil? Ik hoor graag dat ik het goed doe!
"Het is heel normaal, het motiveert alleen maar", denkt Mart.
Maar gaat het er vaak niet om hoe ik overkom, of mijn boodschap landt, of ik aansluiting heb bij jongeren?
"Ja, dat wel", beaamt Arie, "je zit er altijd weer zelf tussen. Dat zou ik zo
graag kwijt willen raken, hè. En soms is het wel eens weg, gelukkig wel. Dat mag ook gezegd worden. Dan mag je er zelf helemaal tussenuit vallen. Zodat je verwonderd bent. Maar het is ook wel zo dat je vaak alleen maar schuld mee naar huis neemt." Het leiden van een vereniging gaat niet buiten een stuk voorbereiding, kennis en presentatie om. Om jongeren te bereiken, om de openheid te bevorderen is veel inzet nodig. Ook buiten de verenigingsavonden, juist na een JeV-avond komen jongeren met hun vragen naar voorzitters toe. Vragen die ze op de JeV niet durfden stellen. Daarom zijn ontspannende activiteiten ook zo belangrijk. De ongedwongen sfeer geeft dan vaak de openheid die nodig is om op persoonlijke vragen in te gaan.
Mart: "Op een dropping bijvoorbeeld hang ik het ene moment aan de tak van een boom, terwijl ik het andere moment praat met een jongere die vol vragen zit. Luisteren is dan o zo belangrijk. Sommige jongeren zie ik echt als op m'n weg geplaatst."
Voorzitter zijn blijkt nogal wat te kosten: tijd, inspanning, ook wel eens teleurstelling. Toch krijg je er ook wat voor terug. Zowel in de voorbereiding van de avonden - "Ik heb meestal al een jeV-avond gehad voordat 'ie echt begint" - als in de omgang met jongeren. Het is allebei zeer verrijkend en zondermeer de moeite waard.
Op de vraag waarom ze met jeugdwerk begonnen zijn, wordt door de vier collega's heel verschillend gereageerd. Voor Arie was het moeilijker om 'nee' te zeggen dan om 'ja' te zeggen op de vraag of hij voorzitter wilde worden. Dat was eigenlijk de enige reden om het te doen. "Nu kan ik niet meer anders, stoppen gaat echt niet... Ze zitten op je hart, hè!"
Mart heeft heel duidelijk ervaren dat de Heere hem de weg wees toen er in Tholen een vacature was op de +16. Waarop Sybe zich afvraagt of je echt een roeping moet hebben voor het jeugdwerk. Het ligt voor iedereen verschillend, terwijl uit het gesprek blijkt dat de motivatie hetzelfde is.
Toen Sybe op de JeV zat, had hij wel al de - onuitgesproken - 'begeerte' om ooit nog eens voorzitter te worden. Toen een ouderling de gemeente van Nunspeet rond belde voor een nieuwe voorzitter en iedereen bedankte ervoor, 'toen had 'ie Sybe nog op z'n lijstje staan. Zo ben ik voorzitter geworden'.
Wat doe je eraan om jongeren te bereiken en te betrekken bij het jeugdwerk?
Sybe kijkt naar een brochure van de jeugdbond die op tafel ligt: "Meedoen, en toch jezelf blijven, dat is belangrijk."
"Nou, ik zou zeggen: meedoen, en een stuk van jezelf géven", reageert Arie. "Als je iets geeft, dan krijg je er ook iets voor terug. Niet dat je het daarvoor moet doen, maar het is wel fijn om te merken dat je ze bereikt." "Het is ook fijn om iets voor een jongere te betekenen", zegt Mart. "je bent in feite een vertrouwenspersoon. Vertrouwen tussen de voorzitter en de leden is onmisbaar op de vereniging."
De voorzitter is dus erg belangrijk?
"Nee, ze komen voor elkaar", vindt Herman. "Wie er dan 'voorin' staat, is niet zo belangrijk." Toch speelt de voorzitter volgens Arie wel een rol. De verenigingsavond maak je met elkaar, maar voor jongeren is de voorzitter wel erg belangrijk. Hij heeft veel invloed op de sfeer die er heerst. Ze komen misschien niet voor jou persoonlijk, maar wel voor de sfeer die je probeert te scheppen. Het is de toon die de muziek maakt. Mart vindt ook dat het een groot verschil is hoe je voor de groep staat: "Heb je ze of heb je ze niet. Dat kun je duidelijk merken. Je houding is belangrijk. Het is hun vereniging, maar je moet wel leiding geven. Je moet toch laten zien dat je voorzitter bent."
Toch moet je jongeren bij de vereniging betrekken.
"In Nunspeet hebben we diverse commissies", vertelt Sybe. "Bijvoorbeeld voor de kerstavond en het jaarlijkse reisje. Bij problemen kunnen ze altijd bij ons terecht, maar in eerste instantie doen ze het zelf." Ook op de andere verenigingen blijkt het zo georganiseerd te zijn. Het commissiewerk is diep in het jeugdwerk doorgedrongen.
Naast het fenomeen commissie blijkt de inbreng van jongeren uit een (soms grote) invloed op het programma. In Zoetermeer wordt op de laatste twee verenigingsavonden aandacht besteed aan het programma voor het volgende jaar. Aan de hand van de ideeën die op die avonden verzameld zijn èn de Mivo-planning wordt een groslijst samengesteld waarop inleiders kunnen intekenen. Er wordt wel gewaakt voor eenzijdigheid; de verdeling tussen bijbelse onderwerpen, kerkgeschiedenis, actuele onderwerpen wordt in de gaten gehouden.
Ook in Zwijndrecht mogen leden onderwerpen aandragen, waarover het bestuur dan beslist. Ze bevinden zich vervolgens in de onvoorstelbaar luxe positie dat er meer inleiders beschikbaar zijn dan onderwerpen. "Tegenwoordig moet je zeggen: sorry, het is al vol!".
In Nunspeet is Sybe degene die voor onderwerpen en inleiders zorgt. In de pauze loopt hij dan met een zwart mapje rond... "Dan denken ze: o, daar komt'ie weer!"
Mart is zelfs na de Bondsdag, tijdens de thuisreis in de bus, bezig met het zoeken van inleiders. De onderwerpen worden in Tholen verzameld door middel van een enguête die eens in de paar jaar gehouden wordt.
Bewust worden regelmatig andere behandelingsvormen gekozen. Daar is volgens de voorzitters behoefte aan.
"Wij beginnen ook wel eens eerst met enkele vragen, waarna dan het onderwerp behandeld wordt. Iedere keer wanneer het onderwerp van de vraag aan de orde komt, wordt de vraag besproken. Dat wordt best wel gewaardeerd", aldus Mart.
In Zoetermeer zijn ze helemaal alternatief. Eén verenigingsavond per seizoen moeten de leden allemaal tien minuten van de avond vullen: "De één met een guiz, de ander met een gedicht, weer een ander leest een verhaal voor, noem maar op. Ze mogen het zelf verzinnen." Herman lacht: "Een jongeman uit Kenia - kwam een keer een avond op de vereniging - liet daarbij de JeV een Engelstalig lied instuderen, waarbij hij eerst de betekenis uitlegde en het vervolgens - écht op z'n Afrikaans - voorzong."
Arie: "We hebben wel eens een avond over 'Discriminatie' gehad. Na de pauze moest iedereen - alleen of in een groepje - een gedicht maken over discriminatie. Die gedichten hebben we verzameld en de volgende JeV-avond gebundeld weer uitgedeeld." Arie is zichtbaar onder de indruk: "Sommige gedichten waren echt heel persoonlijk." Sybe vertelt van een JeV-avond over het 'lijden'. "Een meisje deelde aan groepjes grote vellen en potloden uit en zei: maak maar een tekening over het lijden. Dan sta je best even te kijken, maar er kwamen toch mooie dingen uit! Een groot vraagteken, waarbij de punt van het vraagteken de aardbol was. Of bijvoorbeeld een symbool van de slang en de val, als oorzaak van het lijden. Aan het einde van de avond hebben we groepje
voor groepje de vraag voorgelegd wat met de tekening bedoeld werd." Bij alle verenigingen ligt het accent op de bespreking van het onderwerp in groepjes. Ook sluiten ze allemaal de avond op één of andere manier af. Met een plenaire discussie, een afrondende opmerking, een andere invalshoek, vaak weer afhankelijk van het onderwerp. Aan het eind of na afloop van de avond wordt er veelal nog gezongen.
Hoe bereik je de jongeren die je nooit op de vereniging ziet?
Mart: "Wij proberen door middel van schriftelijke uitnodigingen, aan het begin van het verenigingsseizoen, alle potentiële leden te benaderen. Deze uitnodigingen worden door de leden zelf gemaakt." Enigszins schuldbewust vertelt hij verder: "Laatst hadden we een tè populaire brief gestuurd, waarmee we - heb ik de indruk - meer potentiële jongeren hebben afgestoten dan aangetrokken. Het kan dus ook wel eens averechts werken, je moet er zelf alles aan doen om jongeren op de vereniging te krijgen, maar we moeten juist de jeV-leden zélf andere jongeren laten trekken, ze moeten elkaar meenemen naar de jeV."
Ook Herman vindt mond-totmond reclame het beste.
"Reclame voor hun JeV", valt Arie bij.
Sybe ziet wel een rol voor de voorzitter weggelegd. "Ik ben pas op m'n achttiende naar de JeV gekomen, nadat een voorzitter me vroeg. Nu ben ik zelf voorzitter... ik vind het toch een goede methode om, als je jongeren ziet, ze uit te nodigen voor een JeV-avond. Ik liep bijvoorbeeld een keer een jongen tegen het lijf bij Formido. Zo'n moment mag je dan niet voorbij laten gaan."
Een aantal jongeren bereik je niet. Je zou ze allemaal wel willen 'hebben'. Sommigen zitten echter in andere gelegenheden, de JeV is hun zaterdagavondbesteding niet.
Mart: "Anderen zitten gewoon thuis. Wat moet ik dan doen? Moet ik ze bij hun ouders vandaan halen? Nee toch? De andere kant is dat ouders de JeV soms niet stimuleren. Ik bracht eens wat uitnodigingen rond. Bij een groot gezin stak ik ook een brief door de brievenbus, waarna de deur openging en de moeder van het gezin zei: Je hoeft dat hier niet te brengen, ze komen toch niet. Dan houdt het op, maar het is wel jammer."
Ook de leden zijn in hun jeV-bezoek niet altijd even trouw. De voorzitters hebben de indruk dat dit vroeger anders was. "Toen ging je gewoon, maar nu hebben ze zoveel andere dingen die ook allemaal moeten." Wel komt het verschil openbaar tussen vrijdag-en zaterdagavondverenigingen en een zondagavondvereniging. In Zwijndrecht bereiken ze op zondag een hoger percentage van de jongeren en zijn ze trouwer in opkomst. Logisch, verjaardagen worden niet gevierd, terwijl er ook geen alternatieven zijn.
Op vrijdag-en zaterdagavond bied je jongeren echter een verantwoord alternatief. Is daar in Zwijndrecht wel eens over nagedacht?
"We zouden een aantal jongeren kwijtraken", denkt Arie hardop. "En ja, je zit met een traditie, het is zo gegroeid! Ook de jongelui zelf moeten er niet aan denken dat de JeV op zaterdag bij elkaar zou komen."
Tot slot?
Sybe reageert: "We zijn slechts een stem. Ik weet nog goed dat ds. L. Blok eens preekte over Johannes de Doper, de stem des roependen in de woestijn. Toen zei hij: een knecht van God is niets meer dan een stem. Dat moeten wij - als voorzitters - ook steeds weer leren, meer dan een stem ben je niet." Mart valt bij: "Nee, en het is al groot als de Heere je daarvoor wil gebruiken."
Sybe: "Gisteren sloeg ik het RD open en zag op pagina 2 de uitspraak: 'Preek alsof u zelf mensen moet bekeren en weet evengoed hoezeer het Gods werk is'. Toen dacht ik: zo moeten we ook bezig zijn in het jeugdwerk. Volle inzet en volle afhankelijkheid." De anderen zijn het er roerend mee eens: "Ja, als dat er is, dan gaat het op de vereniging ook goed."
"En dan is Jesaja 55 waar: Gods Woord zal niet ledig tot Hem wederkeren", zegt Sybe. "Mooi is dat eigenlijk, hè? Waar wij maar wat stuntelen en prutsen, zal Zijn Woord toch niet ledig wederkeren. De Heere doet ermee wat Hem behaagt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1997
Daniel | 32 Pagina's