JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Pesten is een pest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pesten is een pest

7 minuten leestijd

't Is spannend, maar je wordt er ook een beetje zenuwachtig van. Van zo'n nieuwe school. Voor veel kinderen is het leuk. De basisschool zijn ze helemaal zat. Zo kinderachtig, de meester die je van die flauwe dingen laat doen. Die lastige, lawaaimakende kinderen van de lagere groepen. Je bent echt toe aan een verandering.

Dat geldt ook voor Hans. Hij wil graag opnieuw beginnen. Op de basisschool hoorde hij er niet helemaal bij. Hij werd nogal eens gepest. Niet al te erg hoor, maar toch regelmatig. Van die kleine dingen. Hij mocht niet altijd meedoen met spelletjes, want hij was niet zo snel en lenig. Hij vond z'n achterlicht kapot terug. Niemand had 't gedaan. Maar op de nieuwe school zal het vast beter gaan. Hij zal andere kinderen in de klas krijgen. Vol goede moed, maar toch ook wat bibberig, stapt Hans de school voor voortgezet onderwijs binnen.

De introductiedag is best leuk geweest. De mentor van de klas heeft hen door de school geleid. Hij vertelde honderduit. Allerlei zaken kwamen aan de orde: het rooster, de vakken, de docenten (geen meesters en jufs meer), de schoolregels en nog veel meer. Ze hebben ook nog spelletjes gedaan. Om elkaar te leren kennen. Sommige van die kinderen kent Hans al. En dat was een teleurstelling geweest. Want één van hen is Arnold. Arnold is de jongste thuis. Hij heeft nog een aantal oudere broers, die hem maar een lastig ventje vinden. Voortdurend kleineren ze hem en laten hem karweitjes opknappen die ze zelf niet willen doen. Hij moet steeds laten merken dat hij er ook is en dat hij zich niet in een hoekje laat drukken. Hij doet stoer en praat net als z'n broers. Arnold zat op de basisschool bij Hans in de klas. Hij was een van de kinderen die vervelend deed tegen Hans. En nu zitten ze weer bij elkaar. Dat is een tegenvaller.

De eerste dagen gingen wel. Alles was nieuw voor iedereen. Maar al gauw wordt 't minder leuk. Arnold krijgt een steeds grotere mond. Hij wil laten zien dat hij echt niet de minste is en een heleboel durft. Zelfs tegen de docenten laat hij merken dat hij niet op z'n mondje gevallen is. De anderen in de klas kijken best tegen hem op. Hij durft veel meer dan zij. De docenten waarschuwen Arnold vriendelijk, maar hij let er niet op. Voor Arnolds gevoel gaat het uitstekend. Hier op school wordt hij tenminste gewaardeerd. De anderen luisteren naar hem en hij wordt hier niet achteruitgezet zoals thuis. Z'n broers luisteren nooit als hij wat wil vertellen. Altijd wordt hij uitgelachen. Dat zal hem op school niet gebeuren.

Twee jongens uit de klas trekken veel met Arnold op. Ze lachen om z'n grappen en doen met hem mee als Arnold iets wil uithalen. Zoals laatst. "Joh, zullen we een geintje uithalen met Hans. Die bolle heeft een lesje nodig", zegt Arnold. "In de pauze blijven we langer in het toilet en als iedereen naar buiten is, pakken we z'n tas en verstoppen 'm. O ja, ook zullen we hem per ongeluk ondersteboven neerzetten. Dan heeft hij nog wat extra's te doen."

De andere twee stemmen ermee in. Na de pauze kan Hans z'n tas niet vinden.

Arnold sneert: "Ach, wat jammer nou. Kan 't dommerikje z'n tasje niet vinden? Ga maar gauw zoeken hoor, anders kom je te laat in de les." Luid schaterend loopt Arnold weg. De twee anderen lachen ook, maar het lijkt, alsof het niet van harte

gaat. Halverwege de les komt Hans met een rood hoofd de klas binnen. Z'n tas heeft hij tenslotte toch nog gevonden.

De volgende dag heeft Arnold weer iets leuks bedacht. Gewoon een grapje. Niets ernstigs.

"Na schooltijd zullen we Hans opwachten en hem nog wat manieren bijbrengen."

De andere twee kijken elkaar wat bedenkelijk aan, maar stemmen er toch mee in. Op de weg naar het dorp waar Hans woont, wordt hij 's middags door de drie jongens aangehouden.

"Zo vriend, waarom stond je vanmorgen niet op toen ik op je plaats wilde gaan zitten? ", vraagt Arnold. "Wat moet je nou weer van me, ik heb je toch niets gedaan? ", reageert Hans.

"je hebt niet naar me geluisterd en daarom zal ik deze beldop nemen en kijken hoeveel keren hij over het water kan zeilen."

Meteen draait Arnold de beldop eraf en gaat naar de sloot naast de weg. Hij haalt uit en gooit de bel in het water. Na drie keer ketsen zinkt de bel.

"Jammer, te weinig. Als hij meer keren geketst had, zou hij nu aan de overkant liggen en had je hem kunnen ophalen. Nu is hij helaas gezonken. Maar kop op, er zijn nog meer bellen te koop. En anders bel je maar met je eigen hoofd, want die lijkt er wel een beetje op."

Arnold geeft Hans een stomp op z'n schouder en een schop tegen z'n kettingkast.

"Nou, tot morgen dan hè, mietje." Hans durft en kan niets zeggen. Het lijkt wel of z'n keel dichtgeknepen is. Terwijl hij wegfietst, balt hij z'n vuisten van machteloze woede. Thuisgekomen gooit hij z'n tas en jas in een hoek en kan hij zich niet meer inhouden. Met tranen in z'n ogen vertelt hij z'n moeder wat hem is overkomen. Niet alleen van deze keer, maar ook van andere keren. En van de basisschool.

Als vader thuiskomt en het verhaal ook hoort, wil hij direct de ouders van Arnold bellen en hen de waarheid over hun zoon vertellen. Maar moeder weet hem te over te halen dat niet te doen. Ze denkt dat de ouders het verhaal niet zullen geloven en dat ze zullen zeggen dat Hans het zelf uitgelokt heeft. Of misschien zeggen ze wel dat het vast niet zo erg is als het lijkt en dat ze zich niet zo druk moeten maken. Beter is het om met de mentor te bellen en hem de situatie uit te leggen. Tenslotte weet ze vader over te halen. Als de mentor hoort van het voorval belooft hij zo snel mogelijk in te grijpen.

De mentor houdt z'n belofte. Enkele dagen later heeft hij een gesprek met hem. Tijdens het gesprek kan Hans alles vertellen wat hem dwarszit. Van de weggestopte tas, de bel en ook van de keren dat Arnold en z'n twee maatjes hem van alles toefluisterden, de briefjes, het gniffelen als Hans een verkeerd antwoord gaf. Daarna komen Arnold en de twee jongens ieder apart aan de beurt.

Vooral met Arnold wordt het een diepgaand gesprek. De mentor komt veel van hem te weten. Ook hoe het er bij hem thuis aan toe gaat. Hij vertelt over z'n broers en dat hij altijd het idee heeft te moeten opboksen tegen andere mensen. Dat hij daar zo moe van wordt. En vooral ook kwaad. Op Hans kon hij zich afreageren. Z'n twee 'vrienden' keken tegen hem op en waardeerden hem, dacht hij.

Als de mentor uitlegt wat z'n gedrag bij Hans veroorzaakt, kijkt hij eerst verbaasd. Maar even later buigt hij z'n hoofd.

"Ik had nooit gedacht dat Hans dat zo zou voelen", zegt hij zacht.

"Er moeten twee twee dingen gebeuren", gaat de mentor verder, "het eerste is dat je het goed maakt met Hans. Jij had het idee dat wat je deed plagerijtjes waren, maar het is echt pesten. Voor iemand die het overkomt is pesten echt een pest.

Het maakt je ziek. Het tweede is dat ik naar je ouders ga om met hen te praten over je broers."

Het goedmaken met Hans wil Arnold heel graag. Maar de mentor moet langere tijd praten om ook het tweede voor elkaar te krijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1997

Daniel | 32 Pagina's

Pesten is een pest

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1997

Daniel | 32 Pagina's