Gespreksvragen
1. David heeft de Heere lang verwacht. Waar zou hij op gewacht hebben? Hoe heeft David de Heere verwacht? Hoe kunnen wij de Heere actief verwachten? Wat vind je van de opmerking: wacht maar rustig tot het de tijd van de Heere is?
2. Wat zou de ruisende kuil in het leven van David geweest kunnen zijn? Op welke manier kan er in ons leven sprake zijn van wegzinken in een ruisende kuil? Wat kan de Steenrots (Christus) dan concreet betekenen?
3. Hoe is er in deze Psalm sprake van ellende, verlossing en dankbaarheid? Zijn dat opeenvolgende perioden of kan het ook anders? Betrek hierbij vraag en antwoord 2 van de Heidelbergse Catechismus.
4. Wanneer vertrouw je op de Heere? Heb je dan geen zorgen meer? Wordt dat vertrouwen nooit beschaamd? Is er ook een verkeerd vertrouwen op de Heee mogelijk?
5. Waarom vindt David het moeilijk om de grootheid van de Heere onder woorden te brengen. Hoe geeft hij dat aan? Kun je dat begrijpen?
6. David geeft aan dat hij bereid is om de Heere te dienen. Waarom wilde hij dat? Hoe is hij hier een type van de Heere Jezus?
7. Geef eens aan waarom Psalm 40 een Messiaanse Psalm is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997
Daniel | 33 Pagina's