Verzoening, vergeving en de naaste
'Lupus est homo homini' - 'De (ene) mens is voor de (andere) mens een wolf', heeft Plautus eens geschreven. Daarmee heeft hij een visie weergegeven op de manier waarop mensen zich verhouden tegenover elkaar.
Deze 'leer van de mens' in een notendop bevat veel waarheid. Direct na de zondeval schuift Adam de schuld al naar Eva en enkele jaren later slaat Kaïn Abel dood.
De effecten van de zonde van Adam openbaren zich op een scherpe manier.
Tijdens een lezing naar aanleiding van de vijfde bede zullen we ons bezinnen overvragen rond schuld, vergeving en verzoening. Hoe kan, toegespitst op de vragen rond schuld en vergeving, een bijbelse antropologie geformuleerd worden (welke visie schetst de Bijbel ons van de mens)? Wat betekent dat voor de verhouding ten opzichte van God en ten opzichte van de naaste? Hoe is de onderlinge relatie tussen beide?
In het 'Onze Vader' heeft de Heere Jezus leren bidden: 'Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren'. In deze bede wordt gevraagd aan de Heere of Hij ons onze zonden wil vergeven, zoals wij degenen die ons iets schuldig zijn vergeven.
Wat zegt deze vijfde bede over onze verhouding tegenover de Heere? En wat betekent zij voor onze verhouding tegenover onze naaste? Het blijkt vaak een onmogelijke opdracht te zijn om onrecht of onheil, ons aangedaan door onze naaste, te vergeven.
Hoe wordt daarover in de (humanistische) wetenschappelijke antropologie gedacht? Hoe verhoudt zich het antwoord op deze vraag met Schriftgegevens?
Kan deze bede nog wel gebeden worden als we niet kunnen vergeven? Moeten we bereid zijn alle daden van onze schuldenaren aan hen te vergeven?
Is intermenselijke verzoening wel altijd mogelijk en noodzakelijk? En: hoe ziet vergeving er dan uit?
De verzoening met God heeft consequenties voor de intermenselijke verhoudingen.
Is deze verzoening een voorwaarde om de naaste echt te kunnen vergeven?
Een vernieuwing van het hart brengt vruchten van de Geest voort. Heeft bekering een veranderend effect op het karakter?
Stellingen
1. Het koesteren van haat in verband met aangedaan onrecht verteert ons niet alleen, maar verhindert ook het bidden van de vijfde bede van het Onze Vader.
2. Ten diepste is verzoening met de medemens pas mogelijk vanuit de kennis zelf zondaar voor God te zijn.
3. Vergeving kan slechts geschonken worden door het slachtoffer, als het niet afgedwongen is door de dader.
4. Vergeving schenken is zo moeilijk omdat deze vijfde bede te weinig in het hart leeft.
% 5. Als een karakter niet verandert, moet betwijfeld worden of de Heilige Geest iemand heeft vernieuwd.
Literatuur ter oriëntatie
W. a Brakel (1700, 1979). Redelijke Godsdienst, II, 30. J. Calvijn (7656, 1977). Institutie, III, 20. M. Golverdingen (1995). Mens in beeld. Z. Ursinus (1657, 1978). Schatboek, II, Zondag 51. N. van der Voet (1996). Altijd vergeven? Over schuld en vergeving tussen mensen. Catechismusverklaring over Zondag 51 van o.a. Van Haaren, Hoogerland, Van der Kemp, Kersten, Smytegelt, Vergunst, Vermeer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997
Daniel | 33 Pagina's