Sjoemelen?
Johan zakt neer achter zijn bureau. Hij is goed op tijd, zoals gewoonlijk. Op tijd zijn hoort bij zijn levensstijl, als christen. Vandaag moet hij weer een groot aantal nota's opstellen. Hij houdt van zijn vak. Toch vraagt hij zich af of hij hier kan blijven werken.
Sinds enkele maanden werkt hij bij een christelijke werkgever. Daar heeft hij trouwens ernstig om gebeden. Hij had geen leven bij zijn vorige baas. Op alles hadden ze aanmerkingen. Hij werd daar echt niet geaccepteerd.
Thuis had hij regelmatig over de problemen, die hij op het werk ontmoete, gesproken, maar veel geholpen had het niet. "je moet goed van je afbijten", had zijn vader vrijwel steeds als reactie. Of "je hoeft je niet overal verantwoordelijk voor te voelen. Doe je werk en bemoei je niet te veel met anderen".
Maar ja, er werkten nogal wat exchristelijken en die waren het ergst. Met name in de pauzes, als ze met een groep bij elkaar zaten, begonnen ze hem op de hak te nemen of lastige vragen aan hem te stellen. Hij was nu eenmaal niet zo goed gebekt dat hij met een grap en een lach de moeilijke vragen kon pareren,
's Avonds op bed dacht hij vaak nog na over wat hij had moeten zeggen, maar helaas hij is gewoon niet ad rem genoeg. In zijn gebeden had het werk een belangrijke plaats. "O Cod, als ik U maar niet verloochen", bad hij soms.
Toen hij het niet langer zag zitten, begon hij te bidden om een andere baas. Hij kon de spot gewoon niet meer aan. Steeds aandachtiger bekeek hij de advertenties. Na drie maanden intensief advertenties lezen, inlichtingen inwinnen, bezoeken aan het gewestelijke arbeidsbureau en brieven schrijven, werd hij uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Het gesprek werd geleid door de personeelschef. Er leken niet veel problemen. De directeur van het bedrijf stond bekend als een goed christen, een alom gerespecteerd mens die zelfs de krant wel eens gehaald had vanwege een grote gift voor een of ander goed doel.
Tijdens het sollicitatiegesprek had de personeelsfunctionaris het christelijke van het bedrijf naar voren gebracht. Er is een goed sociaal beleid en de directeur ziet het als zijn taak om elk jaar een bijdrage te leveren aan een of ander goed doel.
Verder was er gesproken over de aard van het werk en de mogelijkheden van Johan. Johan zag geen aanleiding over allerlei zaken te spreken die in een onchristelijk bedrijf een probleem kunnen vormen. Vol goede moed is hij gestart.
In het goed georganiseerde bedrijf voelde hij zich al snel thuis. Inmiddels had het werk enkele schaduwkanten voor hem gekregen. Op een dag stuitte hij bij het opmaken van een rekening voor een grote klant op een aantal diensten die op zondag geleverd leken te zijn. Een vergissing natuurlijk, dacht hij. Maar navraag bij de chef leerde anders. De directeur bleek het minder nauw te nemen dan johan had verwacht. Zondagsarbeid zal van hem niet gevraagd worden, maar komt wel voor in het bedrijf. Voor dergelijke klussen hebben ze vrijwilligers. Onkerkelijken nemen dat voor hun rekening.
johan was toch maar naar de directeur gestapt en had hem gevraagd of het normaal was dat er op zondag gewerkt werd door bepaalde afdelingen.
De baas was zeer welwillend geweest. "Natuurlijk ben ik tegen werken op zondag, maar als ik het bedrijf in stand wil houden, moet ik soms wel."
"Ik denk dat op onnodige zondagsarbeid geen zegen is te verwachten, mijnheer Hendriks, maar u bent verantwoordelijk", had Johan zijn pleidooi besloten.
"Precies, dus jij moet gewoon doen wat je opgedragen wordt en de verantwoordelijkheid aan mij overlaten. Niemand wordt hier verplicht op zondag te werken, dus jij hoeft er ook geen probleem mee te hebben."
Een andere keer moest johan een schadeclaim opstellen voor de verzekering. Een partij goederen die aankwam in de Rotterdamse haven, bleek voor een deel beschadigd.
Gelukkig was een en ander verzekerd en de schade voor het bedrijf zou wel meevallen. Johan stelde een rapport op met behulp van de gegevens die hij binnen gekregen heeft., Toen hij het rapport aan zijn chef voorlegde ter ondertekening, schreef deze er met balpen hier en daar wat andere getallen op.
"Je hebt het allemaal nogal krap opgezet Johan. Je moet creatief met dit soort klussen omgaan. Wij betalen altijd hoge verzekeringspremies en de keer dat we er iets aan hebben, moeten we wel waarnemen. Het is de eerste keer dat je zo'n rapport maakt, maar je moet er wel voor zorgen dat we er niet aan tekort komen."
Johan krijgt het er heet van als hij ziet wat er gebeurt.
"Dit is gewoon oplichten van de verzekering", stamelt |ohan.
"Welnee", zegt de chef, "wij geven de schade op die wij denken geleden te hebben. Het is aan de verzekeringsmaatschappij dit te accepteren of het aan te passen. Ze zijn echt niet gek bij die maatschappijen. Ze beginnen altijd meteen met de schadebedragen aan te vechten en hoe vaak hebben we schade die nergens verhaald kan worden. Nee joh, jij snapt er nog weinig van. Die maatschappijen passen best op zichzelf. Wij moeten dat ook doen."
"Ik ga hier met mijnheer Hendriks over spreken", heeft Johan tegen zijn chef gezegd.
"Je gaat je gang maar, ik weet dat hij er net eender over denkt." De chef bleek gelijk te hebben. Het gesprek staat Johan nog duidelijk voor ogen.
"Ik heb tweehonderd mensen aan het werk. De meesten hebben een gezin te verzorgen. Er moet brood op de plank komen en dat gaat niet altijd precies volgens het boekje, je kunt alles niet met een schaartje knippen, johan. Als we overeind willen blijven, moeten we wel eens tegen onze principes ingaan. De chef heeft gelijk. We doen niets onwettigs. Over dergelijke grote schaden wordt altijd onderhandeld door verzekeringsmaatschappijen. Je moet dus niet te laag gaan zitten. Wij proberen er zo goed mogelijk uit te komen."
"Ja maar, mijnheer, ik wil geen nota's schrijven waar ik principieel moeite mee heb."
"Nou, zo kan die wel, Johan. Ik vraag me af of jij niet beter ergens anders kunt gaan werken. Jij wilt gewoon niet begrijpen wat ik bedoel. Alle bedrijven proberen maximaal te profiteren van verzekeringsklussen, dat zit gewoon in het systeem ingebakken, maar jij denkt kennelijk dat ik filantroop ben. De maatschappij is zakelijk geworden en wij moeten mee. Voor je nu weer met een 'probleempje' naar mij toekomt, moet je eens nadenken over het eerste gedeelte van Prediker 7:16. Daar staat: Wees niet al te rechtvaardig, noch houdt uzelf al te wijs...'."
's Avonds had johan de tekst opgezocht en in de kanttekeningen de verklaring erbij gelezen. Er stond: "Dat is, wees niet al te streng om uws naasten woorden en werken op het nauwst te onderzoeken... (of) Doe hetgeen u te doen bevolen is, en doe dat getrouwelijk, maar doe ook riiet meer dan uwe beroeping meebrengt".
Is zijn baas zo bijbelvast...? Of heeft de baas al eerder problemen gehad met personeelsleden over dergelijke zaken? vraagt Johan zich af.
Dat laatste zal het wel zijn. Er zijn maar weinig mensen die zo'n tekst zo uit de mouw schudden, zeker niet met de Schriftplaats erbij. Johan heeft het gevoel dat de baas de Bijbel voor zijn karretje spant...
Enkele dagen na het laatste gesprek met de directeur spreekt Johan over de situatie, die hij op zijn bedrijf ontmoet, met de dominee. De dominee vindt dat hij juist gehandeld heeft. Hij heeft de vragen neergelegd waar ze horen en niet geprobeerd de directeur zwart te maken.
"Verder", zo zegt de dominee tegen johan, "wordt de maatschappij steeds ingewikkelder. Veel bedrijven maken gebruik van de marges van de wetgeving. De volle verantwoordelijkheid voor alles wat er in een bedrijf gebeurt, rust op de directeur. Hij zal daar een keer verantwoording over moeten afleggen. Jij, als individuele medewerker zult moeten weigeren als je iets moet doen wat tegen je geweten indruist."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997
Daniel | 33 Pagina's