Gemeente
Het is opmerkelijk dat in de hele Bijbel het woord 'kerk' niet voorkomt. Dat zou je toch zeker verwachten. De Heilige Schrift spreekt echter steeds over: gemeente.
Het Hebreeuwse woord in het Oude Testament is qahal.
Letterlijk: vergadering. In Numeri 16:3 lezen we bijvoorbeeld over de qahal JHWH, de gemeente des HEEREN.
Ons kernwoord komt van een werkwoord dat 'roepen' betekent. Onder Israël gebeurde dat 'samenroepen' tot de vergadering des HEEREN door heilig bazuingeschal. Daarom is de qahal het volk 'dat het geklank kent'.
Het Nieuwe Testament gebruikt het woord ekklesia. je hoort hier misschien het franse woord église in. Dit woord betekende in Griekenland een volksvergadering.
Een heraut riep in de steden de stemgerechtigde burgers bijeen tot zo'n vergadering. Letterlijk dus: bijeen-roepen!
Uit de inwoners van de stad worden de burgers opgeroepen om samen te komen.
Heel duidelijk komt in kernwoord uit: de ware ekklesia van God is geen vereniging van mensen met een gemeenschappelijk belang of religieuze interesse. Maar het gaat geheel van God uit!
De Gemeente is het werk van de Drie-enige God. In de oorsprong, de uitbreiding en de bewaring. Het is de vergadering van de uitverkorenen door de Vader en met Christus' bloed gekochten, die worden inwendig geroepen door Gods Woord en Geest!
Die Gemeente is samengeroepen - door God Zelf. Bijeen-geroepen - in Zijn gemeenschap! Die mensen zijn ergens uit-geroepen door de Heere! Het is de verzameling van het volk dat God tot een gemeenschap rondom het Woord en de sacramenten. Een geestelijk huisgezin!
De Heere roept ze eruit! Uit de dood tot het leven. Uit de macht van de satan en de zonde tot Zijn gemeenschap.
Uit de wereld tot Zijn dienst. De Heere roept ze samen! De Bijbel gebruikt voor Gods Gemeente verschillende treffende beelden en leerzame uitdrukkingen.
Ze wordt genoemd: en kudde van Christus (Handelingen 20:28, 29); een gebouw van God (Efeze 2:19-22); het Lichaam van Christus (Efeze 4:16) of de Bruid van Christus (Johannes 3:29).
De Heere trekt door de kracht van Zijn Woord en de Heilige Geest mensen uit de duisternis van hun doodstaat tot Zijn wonderbaar licht. Hij roept de dingen die niet zijn, alsof ze waren. Hij voegt mensen samen tot een hechte gemeenschap.
Die ekklesia is een heilige vergadering van de ware Christgelovigen, al hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijnde in Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest (NGB art. 27). Die Gemeente is geroepen uit deze wereld en heeft toch een roeping in deze wereld. Hoe zou het komen dat er zo weinig werfkracht van uitgaat? Er zou veel meer te zeggen zijn over ons bijbelse kernwoord.
Maar het allerbelangrijkste is de vraag: „Behoor jij al tot die Gemeente? "
Waarschijnlijk ben je wel dooplid of belijdend lid van een gemeente.
Trouw meelevend! Dat is een groot voorrecht!
En toch: nog steeds dood in de zonden en de misdaden. Je moet eruitgeroepen worden! Uit de gemeenschap met Adam.
En je moet door het geloof ingelijfd worden in het Hoofd van de Gemeente, Jezus Christus. In-ge-lijf-d, dat wil zeggen een deel worden van Zijn lichaam! Ekklesia! Eruit-geroepen. Dat moet en dat kan! „Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: e ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods en die ze gehoord hebben, zullen leven" (Johannes 5:25).
Dat kan ook vandaag nog. Ook voor jou! De herauten gaan nog uit en ze roepen: „Laat u met God verzoenen".
„En de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden" (Handelingen 2:47).
Welgelukzalig is hij/zij, die door het geloof mag zeggen: De ekklesia, waarvan ik een levend (!) lidmaat ben en eeuwig blijven zal!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1997
Daniel | 32 Pagina's