JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Morgenlicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Morgenlicht

14 minuten leestijd

Ze heeft het gevoel dat de dag pas zal beginnen als het avond is. Er is op deze zaterdagmorgen nog bijna niemand te bekennen in de enige winkelstraat die het dorp rijk is. En de christelijke boekhandel waar ze naar toe moet, is bepaald niet haar favoriete winkel. Ze gaat liever naar de cd-shop of naar de leuke boetiek die onlangs geopend is. Terwijl ze haar fiets in het rek schuift, zijn haar gedachten al bij de avond. Muziek, gelach, geflirt, gepraat: het lijken haar op dit moment bijna onwezenlijke dingen. De zaterdagavond: dat is ook een andere wereld. De zaterdagavond: daar kan ze weer een week op vooruit.

Onwillekeurig bekijkt ze even de etalage, voordat ze de winkel binnengaat. Een saaiere uitstalling lijkt haar nauwelijks denkbaar. „Een goede productpresentatie is onmisbaar voor een goede omzet", zou Jos zeggen. Maar ja, die volgt ook een marketingopleiding. Of is het een opleiding commerciële technieken? In ieder geval iets waar de boekhandelaar waarschijnlijk nog nooit van gehoord heeft.

En dan de boeken die in de etalage liggen. Ze begrijpt niet eens wat er met sommige titels bedoeld wordt. Ze heeft ook nooit begrepen wat mensen eraan vinden om een prekenboek te kopen of om zich te verdiepen in allerlei dogmatische en ethische vraagstukken. Zelf houdt ze het liever bij een vlot tijdschrift en af en toe een roman.

„Ha, Elmi, lang niet gezien!" Ze schrikt op uit haar gedachten. Ze heeft niet gemerkt dat er nog iemand bij de boekhandel gearriveerd is. O, help, Marcel nog wel! Ze beschouwt hem als de degelijkste jongen die ze kent. Ze weet niet eens goed waarom. Hij ziet er eigenlijk best leuk uit, hoewel zijn kleding niet getuigt van inzicht in de laatste trends. Hij draagt een zandkleurig jack. Jos zei vorige week nog dat die kleur eigenlijk niet meer kan. Sprekende kleuren zijn op dit moment in. Nou ja, 't is ook niet zozeer om zijn uiterlijk dat ze Marcel zo degelijk vindt. Het is vooral omdat hij nooit in 'Sunset' komt en juist wel heel actief is in het kerkelijk jongerenwerk. Hoewel ze het kerkblad maar oppervlakkig leest, komt ze zijn naam toch regelmatig tegen. „Oh, hoi Marcel, ik zag je niet eens". Hij glimlacht even. „Te druk met bedenken welk boek je kopen zult, zeker", veronderstelt hij.

„Nou nee, dat niet, 't is niet bepaald mijn genre. Ik kom hier voor een verjaardagscadeautje voor m'n moeder, 'k Ben blij dat ze een paar titels doorgegeven heeft, want het zegt me allemaal niet zoveel". „Ik kwam juist tot de conclusie dat het er allemaal maar onaantrekkelijk uitziet", voegt ze er nog aan toe.

Er komt geen reactie van zijn kant en ze kijkt hem opmerkzaam aan. Als ze zijn wat bezeerde blik ontmoet, is er even een vaag gevoel van onvrede en spijt over de houding die ze aanneemt. Ze verzet zich daartegen en maakt aanstalten om naar binnen te gaan. Dan reageert hij toch nog. „Ik heb hier al heel wat boeken vandaan gehaald", zegt hij, „je moet een beetje door bepaalde dingen heenkijken, Elmi. Dan zul je merken hoe verrijkend het kan zijn om te lezen over dingen die met God en met het geloof te maken hebben".

Elmi voelt zich een beetje opgelaten. Toe maar, dit kan er ook nog wel bij. Een preek op de vroege zaterdagmorgen.

„Dat zal best", zegt ze, „maar veel van die boeken staan zo ver van mijn belevingswereld af, dat ik ze niet eens begrijp".

Hij laat zich niet uit het veld slaan, „je mag best eens iets van me lenen", zegt hij, „je zult zien dat dat niet voor alle boeken geldt".

, , 'k Zal nog wel eens zien, in ieder geval bedankt voor het aanbod", antwoordt Elmi vaag. Dan duwt ze resoluut de winkeldeur open.

De boekhandelaar vraagt waarmee hij haar van dienst kan zijn. Ze zegt dat ze graag even wil zoeken tussen de gedichtenbundels.

Haar moeder heeft onder meer een bundel van jacqueline van der Waals op haar verlanglijstje gezet. Ze vindt die al snel en bladert er wat in. Hier en daar leest ze een regel of een vers, zo vluchtig dat de inhoud niet eens tot haar doordringt.

Dan zijn er plotseling een paar regels die rechtstreeks op haar af lijken te komen: 'Begeerlijker dan goud, / Is mij mijn God, Uw wet, en grote bate / Vindt hij, die ze onderhoudt'. Dat dat kan, denkt ze, zoveel vreugde beleven aan het onderhouden van Gods wet. Zoveel, dat het de blijdschap om de mooie dingen van deze aarde overtreft. Ze begrijpt het niet en toch wordt ze er telkens weer mee geconfronteerd.

Op dit moment door woorden die een

dichteres ooit neerschreef, maar ook door de manier waarop haar ouders leven en zelfs door het korte gesprekje met Marcel. Zij is anders. Ze kan het ook niet helpen. Diep in haar hart voelt ze wel aan dat de sfeer in 'Sunset' niet in de lijn van Gods geboden ligt, maar ze kan de avonden daar niet missen. De sfeer, de vrolijkheid en, niet te vergeten, Jos. Met een schokje keert ze terug tot de werkelijkheid. Nou zeg, staat ze hier een beetje te filosoferen in de winkel. Ze zal deze bundel maar nemen. Dan kan ze verder gaan met haar boodschappen. Als ze al afgerekend heeft en naar de uitgang loopt, passeert ze Marcel.

„je weet het, hè", benadrukt hij nog eens, „als je een keer iets wilt lenen, kom je maar langs",

„ja, goed, tot ziens", zegt Elmi. Ze houdt met moeite een zucht binnen. Als ze de deur achter zich dichttrekt, voelt ze zich als een gekooide vogel die zijn vrijheid terugkrijgt.

Terwijl ze met een volle tas naar huis fietst, denkt ze nog even weer aan het gesprek met Marcel. Wat kun je in een paar jaar toch ver uit elkaar groeien. Ze gingen naar dezelfde scholengemeenschap en hebben jarenlang bij elkaar in de groep gezeten. Toen viel Marcel al op. Hij stoorde zich niet aan wat anderen van hem vonden en durfde goed voor zijn mening uit te komen. Ze vond hem altijd wel recht door zee, maar ook een beetje saai. Ze ging op school weinig met hem om en heeft hem de laatste jaren ook nauwelijks gezien. Nou ja, in de kerk dan wel, maar hij zit niet bij haar in de buurt. Ze spreekt hem verder nooit. Hun interesses en hun vriendenkring verschillen zodanig dat ze elkaar niet vaak tegenkomen. Hij meende het trouwens wel echt van dat boek, anders had hij dat niet opnieuw benadrukt. Ze ziet zich al staan daar op de stoep. Nee, het kon wel eens lang duren, voordat zij een boek van Marcel gaat lenen.

Als ze die avond 'Sunset' binnenstapt, zitten jos en Arnoud al achter een biertje.

„Ha, Elmi, kom erbij. Ook een pilsje? " „Nee, dank je, liever een cola. Dat je er al bent, jos", verbaast ze zich, „ik dacht dat je wat later zou komen, omdat je nog veel moest doen voor een tentamen".

„Moest ik ook, maar ik had het helemaal bekeken voor vandaag. Eerst maar eens nieuwe energie opdoen hier". Elmi gaat er niet verder op in, maar ze verdenkt hem ervan dat het verhaal over het tentamen bedoeld was om een beetje interessant te doen over zijn studie, jos gaat over op een ander onderwerp. „Wat zie je er goed uit, Elmi. Leuke blouse heb je aan. Precies de goede kleur".

Elmi voelt zich gevleid. Ze bedankt hem met een glimlach voor het compliment. Zijn waardering doet haar goed. Ze voelt zich prettig. Bij Jos kan ze zichzelf zijn. Hij begint geen zwaarwichtige gesprekken en verwacht geen dingen van haar waaraan ze niet kan voldoen. Veel later op de avond zegt ze: „Ik moet echt naar huis, Jos". Ze kan zich nauwelijks verstaanbaar maken vanwege de harde muziek.

„Toe, blijf nog een uurtje, 't is nog zo gezellig en morgenochtend kun je uitslapen".

„Natuurlijk kan ik niet uitslapen, want ik moet naar de kerk".

„Dan sla je toch een keertje over. Je gaat vaak genoeg. Ik ga ook alleen maar 's avonds. Dat bevalt me best". „Dat krijg ik echt niet voor elkaar thuis en ik heb ook geen zin in ruzie straks, dus ik ga nu weg".

Jos buigt zich wat naar haar over en kijkt haar doordringend aan. „Ik heb een ander plan", zegt hij, „ik heb al van verschillende lui gehoord dat het hier 's zondagsavonds supergezellig is. Niet zo druk als 's zaterdags en steengoede muziek. Ik ben van plan om morgenavond na de kerk eens een kijkje te nemen. Kom je ook? "

Even heeft het plan een felle bekoring voor haar. Dan kijkt Elmi hem verschrikt aan: „Nee, Jos, echt niet. Ik zou niet weten wat voor smoes ik zou moeten verzinnen".

„Dus je zou wel willen", zegt hij snel. Er is iets triomfantelijks in zijn blik. Het is niet eerlijk zoals hij doet, denkt Elmi, hij probeert me te beïnvloeden. Ze wendt haar blik af en ziet plotseling het gezicht van Marcel voor zich, zoals hij die morgen keek. Zijn bezeerde blik. Ze heeft hem pijn gedaan en toch bleef hij aardig. En toen die regels uit dat gedicht. Ze kan zich niet letterlijk herinneren wat er stond, maar ze weet wel dat het ging over de vreugde in het houden van de wet van God. De wet, het vierde gebod: 'Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt'. Ze voelt haarscherp aan dat een zondagavond in 'Sunset' daar niet bij past, hoe gezellig en aanlokkelijk het ook even leek. Ze kijkt Jos weer aan.

„Nee, ik zou het ook niet willen", zegt ze.

Hij buigt zich nog wat verder naar haar over. „Dat komt nog wel", zegt hij en legt even zijn hand op haar arm, „een zondagavond hier met mij is toch veel leuker dan een zondagavond thuis". Ze trekt haar arm terug. „Dat komt niet", zegt ze fel, „ik heb toch net gezegd dat ik het niet wil".

„Nou, dan niet", reageert Jos kortaf, „dan ga ik wel alleen. Tot ziens". Voor ze het weet, is hij tussen de mensenmassa verdwenen. Als Elmi naar huis fietst, moet ze zichzelf eerlijk bekennen dat de avond deze keer niet zoveel leuker was dan de morgen. Misschien zelfs wel minder leuk.

Tien minuten later is ze op haar kamer. Ze drapeert de nieuwe blouse zorgvuldig op een hangertje. Fijn, dat jos die zo leuk vond. Hij lijkt er trouwens wel een soort hobby van te maken om commentaar te geven op kleding. Het moet een bepaald model zijn en een bepaalde kleur. Nou ja, hij heeft ergens ook wel gelijk. De ene kleur staat haar nu eenmaal veel beter dan de andere. Toch blijft een licht gevoel van onbehagen achter. Als ze de knoopjes van de blouse vastmaakt, weet ze plotseling waarom. Het lijkt wel alsof jos alleen maar aardig is als het om uiterlijkheden of om oppervlakkige onderwerpen gaat. Toen die blouse ter sprake kwam, was hij vriendelijk genoeg. Maar toen het later over de zondagavonden in 'Sunset' ging, kwam er zo'n harde blik in zijn ogen. Ze huivert als ze eraan denkt. Toch had hij haar met die blik bijna in zijn macht gekregen. Als op dat moment de herinneringen aan 's morgens niet teruggekomen waren, was ze overstag gegaan.

Drie maanden houdt ze het nog vol om iedere zaterdagavond te gaan en jos te zien. Het begint haar steeds meer tegen te staan dat jos alles beter lijkt te weten en dat hij zo gespitst is op uiterlijke zaken. Ze kan er trouwens ook niet goed meer tegen dat hij zich zo vrijblijvend op blijft stellen ten opzichte van haar. Ze gaan nu al maanden met elkaar om, maar hij heeft haar nog nooit eens opgehaald of thuisgebracht. Bovendien besteedt hij nogal aandacht aan Brigitte de laatste weken. Geen wonder, Brigitte lijkt zo uit een Frans modeblad te zijn gestapt. Dat zal hem zeker aanspreken. Op den duur heeft ze zo genoeg van alles dat ze wegblijft. Na een paar weken kan ze de verleiding niet weerstaan en fietst ze toch weer naar 'Sunset'. Als ze de zaal binnenkomt, ziet ze in één oogopslag dat Brigitte en Jos naast elkaar zitten. Hij heeft zijn arm om haar heengeslagen. Elmi's trots wint het van de verwarring die haar overspoelt. Er is maar één gedachte die overheerst: „Ik laat me niet kennen". Hoe ze de avond doorgekomen is, kan ze later niet vertellen. Als ze weer thuis is, is er opnieuw één gedachte die de boventoon voert: „Ik ga nooit meer naar 'Sunset'."

Wekenlang vecht ze tegen een gevoel van leegheid. Leegheid omdat de avonden in 'Sunset' er niet meer zijn. Toch waren die avonden zelf in wezen ook leeg. Ze heeft het immers zelf ondervonden. Wat goed en veelbelovend leek, is als een zeepbel uiteengespat. Jos met zijn complimenten, zijn prettige conversatie: hij heeft haar waarschijnlijk nog geen seconde gemist. Als zijn plaats in de kerk na een aantal weken ook 's avonds onbezet blijft, is ze dankbaar dat ze nee heeft durven zeggen tegen hem.

Als ze een avond alleen thuis is, pakt ze de gedichtenbundel die ze haar moeder gegeven heeft. Ze bladert erin en leest hier en daar een paar regels. Anders, heel anders dan een paar maanden geleden. Toen was er alleen maar weerstand in haar. Nu is er een gevoel van leegheid en onrust dat zich niet verdringen laat. Ze zoekt, zonder dat ze zich daar echt van bewust is. Een paar weken later staat ze 's avonds bij Marcel op de stoep

Hij doet zelf open. Ze merkt dat het hem verbaast haar daar te zien staan. Naast verbazing is er ook nog iets anders in zijn blik. Ze weet niet wat het is. Belangstelling, meeleven, blijdschap misschien. Hoe dan ook, het is in ieder geval iets goeds. „Mag ik een boek van je lenen", vraagt ze, „of is de termijn al verstreken? " Hij glimlacht, dezelfde glimlach als toen bij de boekhandel. „Dat aanbod is onbepaald geldig", zegt hij, „kom binnen. Dan zal ik wat voor je opzoeken". Een kwartier later staat ze met twee boeken in haar hand opnieuw bij de voordeur.

„Kom je eens een avond om erover door te praten, als je ze gelezen hebt? ", vraagt hij. Zijn blik is open en toch is er iets in wat ze niet kan benoemen. Iets waar ze met geen mogelijkheid aan kan ontkomen. Ze deinst ervoor terug om met hem in gesprek te gaan, om iets van zichzelf te laten zien. Ze weet bij voorbaat dat van vrijblijvende gesprekken zoals ze die talloze keren met Jos en de anderen in 'Sunset' gevoerd heeft, geen sprake zal zijn. Dat het misschien wel op geen enkele manier vrijblijvend zal zijn om met hem om te gaan. Bij Marcel zal het niet om uiterlijkheden gaan, maar om wie ze geweest is tegenover God en wie ze nog is, maar ook Wie Hij voor de mensen wil zijn. „Heere, bevrijd me van de leegte, vergeef mijn zonden en veivul mijn hart": een gedachte, een gebed uit het diepst van haar hart. Nog zijn de ogen van Marcel op haar gericht. „Ik kom", zegt ze.

Marcel kijkt haar na als ze de straat uitfietst. Nu is ze toch gekomen. Dat is meer dan hij heeft durven hopen. Met een schokjes van blijdschap heeft hij haar binnengelaten, nog geen half uur geleden. En nu is er al weer verwarring en onrust in zijn gedachten. Waar zal dit op uitlopen? Verwacht hij er niet teveel van? Is zijn verwachting niet teveel op aardse dingen gericht? „Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U", denkt hij. Dan sluit hij de deur.

In de stilte van de avond fietst Elmi naar huis en in haar hart lijkt het wel morgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1997

Daniel | 32 Pagina's

Morgenlicht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1997

Daniel | 32 Pagina's