JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Orbijter

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Orbijter

4 minuten leestijd

De sportwereld was de afgelopen dagen in beroering. Profbokser Mike Tyson beet wereldkampioen Evander Hoiyfield tot tweemaal toe in het oor. En dat was niet zomaar een vriendschappelijk bijtpartijtje. De onsmakelijke foto's die de dag na de bokspartij in de kranten verschenen, laten zien dat Tyson een flinke hap genomen heeft uit de oorschelp van Hoiyfield. Waarom dit vermeld in een keurig blad als Daniël, waarvan de lezers zich niet op behoren te houden met topsport, en al helemaal niet met prof boksen? In de eerste plaats omdat de werkelijkheid leert dat iemand die Daniël leest, daarom nog niet vies is van de sportpagina van het Algemeen Dagblad. In de tweede plaats omdat die oorbijterij een goede aanleiding is om eens wat verder na te denken over sport en topsport.

Verwerpelijk

Nee, het is nu niet mijn bedoeling om meteen het hele sportgebeuren een veeg uit de pan te geven. In de trant van: dat afbijten van een stuk oor bewijst toch maar weer hoe verwerpelijk topsport is. Het maakt mensen tot beesten. Houd je dus verre van alle vormen van sport. Die redenering wil ik nu even niet ophangen. Want het is duidelijk dat de uitwas die ik daarnet noemde, niet persé bewijst dat het verschijnsel sport niet deugt. Dat zou hetzelfde zijn als bij een kerkelijke twist waarbij mensen op de vuist gaan, te concluderen dat het hele christendom niets voorstelt.

Wie zo redeneert, draaft te hard en slaat een paar horden over. Sport op zichzelf kan naar mijn mening een positieve waarde hebben. We leven in een tijd waarin lichaamsbeweging niet meer een vanzelfsprekend onderdeel van het menselijk bestaan is. Er zijn zoveel machinale hulpmiddelen, dat we met een minimale lichaamsinspanning in ons onderhoud kunnen voorzien. We zijn er onderhand wel achter gekomen dat zo'n leefwijze niet gezond is. Luiheid is slecht voor je lichaam, maar ook voor je geest.

Op de fiets

Nu kun je proberen in je normale levensritme wat meer beweging in te bouwen. Op de fiets naar je werk, in plaats van de lift de trap nemen, enzovoort. Maar niet iedereen heeft die mogelijkheden. Begrijpelijk dus dat sommigen ervoor kiezen een paar keer in de week een rondje te gaan hollen, een uurtje te gaan zwemmen of een partijtje te volleyballen. Wat mij betreft hoef je daar niet eens de 'smoes' bij te verzinnen dat je het nodig hebt om daarna beter je werk te kunnen doen. Die lichaamsbeweging heeft ook op zichzelf waarde.

Maar nu kom ik bij mijn volgende denkstap: betaalde sport, topsport. Er zijn christenen die ook daar geen moeite mee hebben. Het blad Koers ventileert de laatste jaren die mening. Daarbij valt het op dat de combinatie van christelijk geloof en sport al bij voorbaat geaccepteerd lijkt te worden. Onbekommerd wordt een christen-tennisser aan het woord gelaten die bij elke belangrijke wedstrijd die hij wint openlijk God dankt, of een christen-voetballer die zijn geld verdient met het 'edele balspel'. In deze interviews komt de kritische vraag of het eigenlijk wel zo voor de hand ligt dat christenen zo'n beroep kiezen, nauwelijks voor.

Matigheid

Toch is er wel aanleiding voor die vraag. Ik noem twee punten. Wie echt iets wil bereiken in de profsport, moet zich veel ontzeggen. De persoon in kwestie moet voortdurend met zijn lichaam bezig zijn, anders zijn de ongelooflijke prestaties die van hem verlangd worden, niet te leveren. Dat lijkt in strijd met de christelijke deugd van matigheid op alle levensterreinen.

Hetzelfde geldt overigens voor de denksporten. In mijn studententijd ontmoette ik eens iemand die een bijzonder talent had voor schaken. Als hij wilde, kon hij het op dit gebied ver schoppen. Maar hij wilde niet. "Want", zei hij, "dan moet je minstens acht uur per dag met schaken bezig zijn." Het leek hem niet in overeenstemming met het christelijk geloof zijn leven weg te geven aan een spel en zijn blikveld te beperken tot 64 velden.

Dollartekens

Een ander punt zijn de fenomenale geldbedragen die er in wereld van de profsport omgaan. Hoiyfield verdiende in het genoemde gevecht 67 miljoen gulden. Kom bij mij dus niet meer aan met het verhaal dat het in wezen gaat om de schoonheid van de bewegingen, om slimheid en doorzettingsvermogen. Het is onvermijdelijk dat dit soort titelgevechten gevoerd wordt met de dollartekens in de ogen. De kranten mogen Hoiyfield dan "een devoot christen" noemen, voor mij blijven christelijk geloof en topsport onverenigbaar. Ook wanneer er nooit stukken oor afgebeten zouden worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1997

Daniel | 32 Pagina's

Orbijter

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1997

Daniel | 32 Pagina's