JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GEDECHT BELICHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEDECHT BELICHT

3 minuten leestijd

Als je dit gedicht hardop leest, begin je bijna te huppelen op het ritme van de woorden. Die Viteilus uit de tijd van de eerste christenen in Rome moet een snelle jongen geweest zijn. Stilzitten was er niet bij. Hij was overal en nergens, je kon hem tegenkomen in de kroegen van Rome's binnenstad, maar ook in de betere buurten, tot zelfs in de paleizen van de Romeinse machthebbers, ledereen mocht hem. Hij was een aardige en watervlugge jongen en hij verkocht heerlijke wafels.

Vooral in de buurt van de arena was hij te vinden. Daar was veel volk op de been. Bij heel belangrijke gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld het voor de leeuwen werpen van christenen, waren zelfs de keizer en de keizerin van het Romeinse rijk van de partij. Ook hun bood hij zijn zoete koopwaar aan. Even later was hij in de kroegen van de immens grote arena, waar de gevangenen wachten op het moment dat ze een gemakkelijke prooi zouden zijn voor de uitgehongerde roofdieren.

En daar moet het gebeurd zijn! Gevangen genomen christenen hebben ervan Christus gesproken. Daar heeft hij de enige Naam onder de hemel, gegeven tot zaligheid, gehoord. Daar heeft hij de boodschap van zonde en genade mogen geloven, ook voor zichzelf. Toen stond het voor hem vast: hij wilde bij hen horen; hij wilde een christen zijn. Dat was heel riskant. Als hij guasi argeloos een vis in het zand tekende, wisten de gevangen genomen christenen het: hij is één van ons. Hij gaf daarmee aan: Houd moed! Het gaat om Christus! Tót het ogenblik kwam dat een wantrouwende Romeinse soldaat in de gaten kreeg wat Viteilus bedoelde. Toen was het met zijn vrijheid gedaan. Het ene moment aten ze zijn wafeltjes, het andere moment hadden ze hem te pakken. Christenen waren staatsgevaarlijk! Weg met dat godsdienstig gespuis!

De mensen die van hem kochten, vonden het jammer, toen ze van het geval hoorden. Maar ja, dan moest Viteilus ook maar niet zo dom doen. Zelfs de keizer probeerde hem tot andere gedachten te brengen, jongeman, slechts één woord en je bent vrij. Wil je niet? Ja, dan moetje het zelf maar weten. Bij de volgende terechtstelling in de arena was hij erbij! Ook hier wilde hij Christus navolgen. De arena-beulen vonden het wel jammer dat ze dat kwieke en vrolijke bakkertje moesten pijnigen. Hij wilde echter niet beter behandeld worden dan zijn Meester, Die voor hem geleden had.

Hier en daar vroeg iemand nog waar Viteilus eigenlijk uithing. Maar hij was hier al niet meer. Zo jong hij was, mocht hij bij zijn Heere en Zaligmaker zijn.

Heel simpel maar trefzeker geeft De Mérode - die dit gedicht in 1935 schreef - weer wat christenen in de begintijd van het christelijk geloof bewoog. Op dezelfde simpele manier leeft Viteilus zijn christelijk geloof uit. Maar het is wel een simpelheid die voert tot de laatste consequentie: alles over hebben, dus ook je eigen leven, voor Christus, Die het Leven is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1997

Daniel | 32 Pagina's

GEDECHT BELICHT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1997

Daniel | 32 Pagina's