JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vrijblijvend

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrijblijvend

9 minuten leestijd

Het is vrijdagavond. Wouter Timmermans sjort een linnen tas over zijn schouder en gaat op weg. Onder het lopen bekijkt hij het briefje dat hij mee heeft gekregen. Hendrikstraat, leest hij... Willemstraat, Mariannestraat, Van Amstelstraat...

Toen vorige week op de club gevraagd werd wie er mee wilde helpen evangelisatiefolders rond te brengen, had hij zich ook opgegeven. 't Is voor hem de eerste keer, maar moeilijk kan het niet zijn. De wijk waar hij terecht komt, ligt dicht bij de rivier. Af en toe ruikt hij het water en telkens is er het geluid van voorbijvarende schepen. De Hendrikstraat is maar een kort straatje.

Wouter pakt een stapeltje folders en begint ze in de brievenbussen te stoppen. De huizen zijn smal, met telkens twee voordeuren naast elkaar.

Dat gaat best zo, denkt hij. Eigenlijk is er niet veel kunst aan op deze manier. Aanbellen en een praatje maken zoals de jehova-getuigen, daar is moed voor nodig. Dit is tenminste vrijblijvend werk.

Op nummer 21 van de Hendrikstraat raapt de jonge mevrouw Rombouts de folder van de mat. "Alweer zo'n sekte", zegt ze en ze legt het blaadje bij het oud papier.

Op nummer 23 overstemt harde muziek het bescheiden geklep van de brievenbus. Pas na een half uur wordt het foldertje gevonden en het wordt direct in de prullenbak gegooid. Op nummer 25 wordt het blaadje op een stapel andere folders gelegd. Straks even doorkijken...

Wouter weet van dit alles niets. Hij gaat langs de huizen en kijkt hier en daar vluchtig naar binnen. Bijna overal staat de televisie aan... voetballen. Hij kan de wedstrijd bijna volgen, zo lopend langs de huizen. Hier is wel evangelisatie nodig, denkt hij... Het volgende moment schrikt hij van zichzelf. Hij voelt zich toch wel erg goed...

Het begint een beetje te regenen. Wouter trekt de rits van zijn jack omhoog, jammer... Hij begint nu toch wel naar het einde te verlangen. Nog één straat...

De Van Amstelstraat is een lange, saaie straat met overal dezelfde keurige huizen. Op nummer 9 zit een jongen voor het raam naar buiten te kijken. Zou hij op iemand wachten of zo?

Wouter stopt de folder in de brievenbus. Even kijkt hij de jongen aan en hij schrikt. Wat een rare... Zijn gezicht is wit en mager en zijn ogen staan heel vreemd. Zou hij niet helemaal normaal zijn of zo?

Wouter ziet dat de jongen opstaat en naar de gang loopt. Er is nog iemand in de kamer; een vrouw met donker haar.

Als hij een eindje verder is, kijkt hij nog even om. De jongen zit weer voor het raam en staart hem na. Hij zegt iets tegen de vrouw en kijkt dan weer. Vlug loopt Wouter door. Nu hebben ze 't over mij, denkt hij. Wat zullen ze zeggen?

Aan het eind van de straat steekt hij over. Nu deze kant nog en dan is hij klaar. Hij kan niet laten stilletjes naar de overkant te kijken, als hij tegenover nummer 9 is. Nu zit alleen die jongen er nog.

Dan schrikt hij opeens. De voordeur gaat open en de vrouw komt naar buiten.

"Dag", zegt ze. Het lijkt wel of ze een beetje verlegen is. Ze heeft een vriendelijke stem en ze ziet er ook heel netjes uit.

"Eh... we hebben je blaadje even doorgekeken en nu loop je hier nog... Zou je niet even binnen willen komen. Mijn zoon zou je wat willen vragen, "

Wouter krijgt een kleur. Daar heeft hij niet veel zin in! Tevergeefs zoekt hij naar een uitvlucht, maar er is geen keus. Schutterig loopt hij achter haar aan naar binnen.

Hij komt in een druk ingerichte kamer en daar zegt de vrouw: "Ik ben mevrouw Langenhout en dit is mijn zoon Peter."

"Hallo", zegt Wouter. En weer denkt hij: Wat een vreemde! Hij heeft een uitdrukking in zijn ogen, alsof hij helemaal overspannen is...

Mevrouw Langenhout kijkt van haar zoon naar Wouter en zegt: "Jullie zullen wel niet even oud zijn..." "Vijftien ben ik, mevrouw", zegt Wouter.

"Zie je wel, dan is Peter ouder. Die is achttien."

Kan die Peter zelf niets zeggen? vraagt Wouter zich af. Zou hij misschien doof zijn?

"Wil je wat drinken, een glas cola of zo? " hoort hij mevrouw Langenhout vragen. Hij wil weigeren, maar ze kijkt hem zo smekend aan, dat hij al zegt: "Graag, mevrouw."

"Ga even op je gemak zitten dan." Ze knipt een schemerlampje aan en verdwijnt naar de keuken.

Er wordt geen woord gesproken tussen de twee jongens. Wouter staart naar buiten en zoekt naar een begin, want de stilte wordt wel erg onbehaaglijk.

'"t Houdt op met regenen", zegt hij.

Hè, wat klinkt dat duf, hij hoort het zelf.

Weer stilte. Nu zeg ik niets meer ook, denkt hij koppig en hij bestudeert de neuzen van zijn sportschoenen.

Eindelijk komt mevrouw Langenhout binnen met de cola. "Loop je wel vaker met folders? " vraagt ze.

"Nee, dit is de eerste keer." "Hoe kom je eraan? Of doe je 't voor bijverdienste? "

"Bijverdienste? " herhaalt Wouter verbaasd. "Nee, op de club werd gevraagd wie er folders rond wilde brengen en toen heb ik me ook opgegeven."

Mevrouw Langenhout pakt het foldertje van de tafel. "Gelezen heb ik het nog niet, maar ik... eh... m'n zoon wilde graag weten..." Ze kijkt hulpzoekend naar Peter, maar die zwijgt nog steeds in alle talen. Dan wijst ze naar de grote letters op de voorpagina: 'De Heer is mijn Herder...' en 'Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen...' "Is dat nu waar wat daar staat? Is het geloof een troost, een houvast in het leven? "

"Ja..." zegt Wouter aarzelend. Hij krijgt het er warm van. Opeens mengt Peter zich in het gesprek. "Dus met het geloof is net zo als met drugs... Als je je rot voelt, dan kun je daarheen je toevlucht nemen. Dan kun je alles vergeten en weer blij worden..."

Het blijft even stil in de schemerig verlichte kamer. Geschrokken kijkt Wouter naar de jongen tegenover hem. Hij is verslaafd natuurlijk! Dat hij dat niet meteen zag; hij heeft toch vaak genoeg drugsverslaafden gezien in de binnenstad en op het station. Wat erg als je zo bent, wat arm en leeg!

Vertwijfeld zoekt hij naar een antwoord. "Het is in ieder geval een toevlucht", zegt hij dan. O, wat klinkt dat zwak uit zijn mond.

"Je snapt natuurlijk wel waarom ik dat vraag. Ik weet dat ik eraan ga zo en m'n vader heeft me al twee keer de deur uitgezet. Ik heb geprobeerd te stoppen, maar toen werd ik vreselijk agressief. Ik kan niet zonder...

Hij zwijgt alsof hij op adem moet komen. Bijna fluisterend komen dan zijn woorden: "En nu staat daar opeens in die folder iets over de schaduw des doods. Dat vind ik zo bijzonder. Want eigenlijk leef ik daar ook een beetje in, in de schaduw van de dood."

Wouter bijt op z'n lip. Achter zich hoort hij een vreemd geluid, een snik bijna en hij ziet dat mevrouw Langenhout opeens de kamer uitloopt.

Peter let er niet op. "De schaduw van de dood... daar staat voor jullie toch iets achter? "

"Ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij", vult Wouter aan. Dan zegt Peter: "Toen zag ik opeens jou lopen en jk dacht, zo'n jongen weet daar vast meer van."

Wouter houdt verschrikt de adem in. Nu moet ik wat over de Bijbel vertellen en over de Heere Jezus, begrijpt hij. Maar dat kan hij immers niet? Hij kijkt naar het vermoeide gezicht tegenover hem en denkt: Ik ben even arm, want ik héb niets te vertellen! En toch... ik moet iets zeggen. Peter móet iets over de Heere horen, Hij alleen kan hem helpen. "De Heere Jezus is een Toevlucht voor de mensen die Hem echt zoeken", zegt hij tenslotte. Hij vouwt het foldertje open, wijst hier en daar iets aan en vertelt er wat over. Vuurrood ziet hij nu. Als de jongens van school hem zo eens hoorden! Af en toe vraagt Peter iets en dan legt Wouter uit. Gelukkig stelt hij geen persoonlijke vragen meer. Peter schijnt het vanzelfsprekend te vinden, dat hij, Wouter, een echte christen is. Hij gaat immers naar de kerk... "Ik zoek het in drugs, maar ik moet het volgens jou in de kerk zoeken, " houdt Peter aan.

"Ja", zegt Wouter eerlijk. En opeens schiet hem te binnen wat hij pas eens hoorde: "Een hart vindt geen rust, totdat het rust vindt in God." "Rust in God...", prevelt Peter. Hij blijft zwijgend voor zich uit staren, 't Is alsof hij zich helemaal in zichzelf terugtrekt, of hij slaapt met open ogen. Wouter zegt wat, maar hij krijgt geen antwoord. Het wordt weer stil in de kamer, heel stil. De deur gaat open en mevrouw Langenhout komt de kamer in. Wouter staat op. "Eh... ik zal nu maar gaan", zegt hij.

Mevrouw Langenhout kijkt even naar Peter en loopt dan mee naar de gang. "Hij heeft telkens van die afwezige buien", zegt ze zachtjes. "Misschien is hij straks wel vergeten, dat jij geweest bent. Maar het foldertje heeft hij nog..."

Wouter loopt weer op straat. Hij duwt de laatste folders in de brievenbussen en loopt dan door naar de rivier. Hij heeft nog geen zin om direct naar huis te gaan. Eerst moet hij nadenken, het is één warboel in zijn hoofd.

Op een van de bankjes langs het water gaat hij zitten. Een schip vaart voorbij en het water klotst tegen de kade.

En hij dacht nog wel dat folders rondbrengen vrijblijvend werk was! Nu weet hij beter: je bent nooit vrijblijvend. Altijd is er de plicht om over de Heere te spreken, om te evangeliseren. En dan beginnen bij jezelf...

van Wendel de Joode

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1997

Daniel | 32 Pagina's

Vrijblijvend

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1997

Daniel | 32 Pagina's