Evangelisatie kan niet zonder coördinatie
Vraaggesprek met evangelist G. Baan
In de look van de tijd is het evangelisatiewerk binnen onze gemeenten steeds omvangrijker geworden. Eerst was er één evangelisatiepost... nu zijn er reeds vijf posten. Verder zijn de evangelisten ook nouw betrokken bij evangelisatie-activiteiten elders. Daarnaast wordt het evangeliseren vanuit de plaatselijke gemeente steeds belongrijker.
Vraaggesprek met evangelist G. I3aan
Deze toenemende activiteiten vragen om coördinatie. Evangelist Baan is hiervoor door het Deputaatschap aangesteld als eerste aanspreekpunt. Met hem hebben wij hierover een gesprek.
Kunt u iets vertellen hoe het evangelisatiewerk binnen onze gemeenten is georganiseerd?
Het evangelisatiewerk is een zaak van al onze gemeenten. Van de Generale Synode heeft het Deputaatschap voor Evangelisatie de opdracht om in Nederland en België evangelisatiewerk te verrichten. Het Deputaatschap voert deze taak uit door middel van het werk op de evangelisatieposten waar een evangelist is aangesteld. Daarnaast is er het evangelisatiewerk van de plaatselijke gemeenten, onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Ten aanzien van dit werk heeft het Deputaatschap de taak om te adviseren, te stimuleren en te begeleiden. W^s a'
Tot voor kort had het werk op de evangelisatieposten de meeste aandacht binnen het Deputaatschap. De laatste tijd wordt er gelukkig steeds meer evangelisatiewerk vanuit de gemeenten gedaan. Vandaar dat er nu een zogenaamde twee sporen beleid is. Aan de ene kant het werk op de posten en aan de andere kant het werk vanuit de gemeenten.
Heeft iedere evangelist dezelfde taken?
In eerste instantie ja; de hoofdtaak is het Woord van God te verbreiden. Dit gebeurt door middel van verschillende activiteiten, waarvan sommige op alle posten hetzelfde zijn, zoals de 's zondagse samenkomsten, catechisaties, Bijbelstudie en het folderen.
In praktische uitvoering zijn er natuurlijk ook verschillen. Bepaalde werkzaamheden moeten bij iemand passen. De een maakt gemakkelijker contacten op straat, terwijl de ander het cursuswerk meer ligt. Het heeft ook te maken met de mogelijkheden die er op een post zijn. Bijvoorbeeld in Tilburg en Amsterdam is er een Bijbelwinkel, maar op de andere posten weer niet. In Friesland trekt een evangelisatiezangavond veel publiek, in de jordaan in Amsterdam komen hier nauwelijks mensen op af.
Wat zijn uw specifieke taken?
Naast de werkzaamheden op de post Leeuwarden heeft het Deputaatschap mij een coördinerende taak gegeven. Er kwam steeds meer behoefte aan een centraal punt binnen het geheel van het evangelisatiewerk.
Mijn taak is daarin in de eerste plaats het coördineren tussen het Deputaatschap en de evangelisten. Iedere evangelist heeft zijn eigen werk en verantwoordelijkheid op zijn post. Daarnaast zijn er zaken die we samen doen.
Verder moet ik het Deputaatschap adviseren over het evangelisatiewerk. Als voorbeeld hiervan noem ik het werk in Amsterdam. Daarnaast is er de publiciteit naar onze achterban in lezingen, in Paulus en de Nieuwsbrieven. En tenslotte de aandacht voor geldwerving. Ook is het mijn taak om als centrale informatiepersoon voor de kerkenraden en evangelisatiecommissies te functioneren. Een voorbeeld hiervan is om een kerkenraad advies te geven bij het oprichten van een evangelisatiecommissie en te begeleiden in het opstarten van evangelisatiewerk. Zo zijn we momenteel bezig om een gezamenlijke evangelisatiecommissie van de kleine gemeenten in Twente: Almelo, Enschede, Enter en Wierden op te richten. Onlangs is men begonnen met kinderevangelisatiewerk in een wijk in Enschede en binnenkort gaat men misschien met een evangelisatiemarktkraam in één van de Twentse steden beginnen.
Tenslotte ben ik bezig wat structuur aan te brengen in de geldwerving en in het toerusten van de evangelisatiecommissies.
Hoe frequent vindt er overleg plaats tussen de evangelisten en deputaten? Wat zijn zoal de onderwerpen die besproken worden?
Gemiddeld iedere twee maanden is er een werkbespreking van de evangelisten met een commissie uit het Deputaatschap.
Het werk in Amsterdam is vaak een vast agendapunt; ook wordt het reilen en zeilen van iedere post afzonderlijk besproken. De evangelisten vertellen dan de fijne dingen die ze hebben ondervonden of de teleurstellingen die er waren, je hebt dit als evangelist wel nodig, omdat je vaak alleen je werk op de post doet.
Wat kunnen de evangelisten in het algemeen en u vanuit uw taak in het bijzonder, betekenen voor de evangelisatiecommissies in de plaatselijke gemeenten?
Dit werk staat nog aan het begin. Voorheen was er weinig contact tussen het Deputaatschap en de evangelisatiecommissies. We willen dit contact intensiveren door bijvoorbeeld toerusting te geven en bepaalde evangelisatie-activiteiten te begeleiden, jaarlijks wordt er een landelijke contactdag georganiseerd en er zijn regionale bijeenkomsten. Een voorbeeld van het begeleiden is het maken van foldermateriaal door de werkgroep Lektuurvoorziening. Jaarlijks wordt er een aantal nieuwe folders gemaakt, de kerkenraden en de evangelisatiecommissies kunnen deze gratis bestellen en verspreiden. Een ander voorbeeld: momenteel ben ik bezig om cursusmateriaal voor mondelinge Bijbelcursussen te maken in de vorm zoals de mivo-schetsen van de jeugdbond gemaakt worden, zodat de mensen in het land er zo mee aan de slag kunnen.
Hebben uw coördinatietaken ook betrekking op een meer interkerkelijke invulling van de evangelisatie-activiteiten? Bestaat er ruimte voor een bundeling van activiteiten vanuit meerdere (plaatselijke) kerken?
Sinds kort ben ik benoemd om namens onze gemeenten als waarnemer de vergaderingen van de Stichting Evangelie en Moslims bij te wonen. Verder hebben we als evangelisten een goed contact met verschillende evangelisten uit de gereformeerde gezindte. Plaatselijk kunnen situaties zo verschillend zijn; daar heb ik geen zicht op.
Wat zijn volgens u de kenmerken van een evangeliserende gemeente en hoe kan dit concreet gestalte krijgen binnen de gemeente?
Dat lezen we zo mooi van de gemeente van Filadelfia: ze hadden kleine kracht. Dus er was van hen zelf geen verwachting. Toch zegt de Heere: ge hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend. Bewaren en uitdragen. Dat is waken voor de leer die de Heere ons met de Reformatie weer heeft gegeven. Maar ook Zijn Naam niet verloochenen. Dus met woord en daad (leer en leven) midden in de wereld staan waar de Heere ons persoonlijk, maar ook als gemeenten een plaats geeft.
Alleen bewaren en ons verder opsluiten in een kerkelijk bastion is niet naar de Schrift, dan handelen we door niets te doen, tegen de opdracht van de Heere.
Het is ook naar de aard van het ware geloof. Wanneer het in beoefening is dan zal er altijd de begeerte zijn om dat door te willen geven. Vroeger zei men: Dan komt er gunning". Daarom geldt het voor ons als gemeenten, maar ook persoonlijk wat Paulus zegt in Filipenzen 2:15 Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;
Opdat we zo in afhankelijkheid van de Heere onze naaste tot jaloersheid zouden wekken. Iemand heeft eens gezegd over evangeliseren: de wereld moet er van kunnen zeggen: die men
sen hebben iets wat ik ook graag wil hebben.
We hebben het nu met name gehad over de meer organisatorische kant van het evangelisatiewerk, terwijl het evangelisatiewerk toch vooral een zaak van het hart behoort te zijn: vanuit de opdracht van Christus (Markus 16:15) - vanuit bewogenheid met onze naaste (2 Korinthe 5 : 20). Ervaart u die spanning bij uzelf?
Heel sterk. Vooral de laatste tijd. je ziet dat er op organisatorisch terrein veel werk ligt. Anderzijds weet je je geroepen als evangelist. Heb je van de Heere ook de opdracht ontvangen:
"Roept uit de keel, houdt niet in..." Gelukkig zijn er verschillende gelegenheden om dit te mogen doen. In de eerste plaats tijdens de zondagse bijeenkomsten, de catechisaties en de Bijbelkring op de post Leeuwarden, maar ook bij het werk op straat vooral in Amsterdam en tijdens de mondelinge bijbelcursussen in Leeuwarden en Amsterdam. Dan ben ik weieens verwonderd geweest zo 's avonds laat, na een Bijbelcursus op de terugweg over de Afsluitdijk vanuit Amsterdam, aan mensen van diverse pluimage wat betreft hun uiterlijk en achtergrond, zomaar in alle eenvoudigheid Gods Woord door te mogen geven. Mensen die je mag vertellen van de boodschap uit Gods Woord: diep gevallen, een hemelhoge schuld tegenover onze Schepper, geen enkel uitzicht
van onze kant op herstel van de gemeenschap met de Heere en daar tegenover de ontferming bij God vandaan door het zenden van de Heere jezus. Te mogen wijzen midden in de jordaan van Amsterdam op Hem: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!"
Zijn wij niet te sterk geneigd de kracht van het evangelisatiewerk te zoeken in het organisatorische, in pJaats van het voeren van een getuigend gesprek met onze onkerkelijke naaste?
Je kunt deze zaken niet tegenover elkaar zetten en tegen elkaar uitspelen. Onlangs hebben we in de Saambinder kunnen lezen hoeveel moeite het ds.
Kersten gekost heeft om binnen onze gemeenten enige orde aan te brengen. We zeggen toch dat de Heere een God van orde isl Dat is ook bijbels. Mozes kreeg mensen naast zich die hem mochten helpen. In de tabernakel-en tempeldienst was er een taakverdeling, binnen de christelijke gemeente zijn de ambten ingesteld en ga zo maar door. Wanneer er goede orde is, dan bewaart ons dat voor veel verwarring en daarmee gepaard gaande ruzies en verwijderingen.
We moeten duidelijk onderscheiden dat er georganiseerd evangelisatiewerk is vanuit de gemeenten onder verantwoordelijkheid van de kerkenraden. Dit moet goed georganiseerd zijn.
Daarnaast heeft ieder lid, ook dooplid,
van de gemeente zijn taak om Gods Woord door te geven; heel letterlijk de Bijbel of een gedeelte daarvan doorgeven aan hen die dit missen.
Dan het getuigen. Wat is een getuige? Dat is iemand die kan vertellen wat hij of zij gezien en gehoord heeft. Om werkelijk getuige te kunnen zijn, dienen we geestelijk iets gezien en gehoord te hebben. Dat betekent dat we van dood levend gemaakt zijn. Dan gaan we zien de diepte van onze val in Adam, dat we God kwijt zijn en haters zijn van God en onze naaste. Voor zulke mensen wordt de naam Immanuël een wonder. God met ons. Wanneer de Heere ons hiervan iets geeft te beleven dan kan het niet anders of we willen ook graag aan anderen iets doorgeven van wat we gezien en uit Zijn mond gehoord hebben.
Heeft u nog een slotopmerking?
Het evangelisatiewerk moet beginnen in het hart. De vraag die Luther doorworstelde en McCheyne bezong: "Mijn ziel doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God", dient in ons leven een antwoord te krijgen. Laten de jongelui de middelen die de Heere geeft gebruiken; om het zo aan anderen te mogen doorgeven: 'Ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord.'
Daarnaast is het nodig in deze tijd om ook verstandelijk geworteld te zijn in onze gereformeerde leer. Leer de catechisatievragen en maak de opdrachten. Lees niet alleen allerlei korte berichtjes, meditaties en dergelijke, maar verdiep je er eens in door een boek te lezen of bijvoorbeeld een CGO-cursus te volgen. Onze tijd is zo grenzeloos oppervlakkig en alles gebeurt zo vluchtig, zelfs ons godsdienstig bezig zijn. Het is voor ons allen nodig wat Paulus zegt in Efeze 4 : 14 en 15 Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met alle wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen; Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, [namelijk] Christus.
Evangelist Baan, we vinden het fijn dat u ons een kijkje achter de schermen liet nemen. We wensen u veel wijsheid toe in uw coördinerende taak en dat u boven alles, net als Petrus op de Pinksterdag, de rijkdom van het evangelie mag uitdragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1997
Daniel | 32 Pagina's