O dag zeer groot van heerlijkheid
O dag zeergroot van heerlijkheid Pan Goddelijke majesteit; Wie zou toch God genoegzaam loven, bic op het blijde 'Pinksterfeest Gezonden heeft dejleü'ge Geest Op Zijn apostelen van boven.
Eendrachtig waren zij tesciani Vergaderd in desjleeren jJaam JIun hart in bidden opgeheven, En ziel, aldaar gesch iedde uil de hemel haastig een geluid ./lis van een wind zeer sterk gedreven.
'tj hüs waar zij zalen werd geheel 'Daarvan vervuld in ieder deel. J lier na verscheen een groter wonder, Want allen zagen in dal uur Verdeelde tongen als van vuur, £n 't zat op elk van hen bijzonder.
'Zij zijn zeer haast vervuld geweest , < /H samen met dejieü'ge Geest, Met and're talen begonnen zij te spreken, zo de Geest zeer vrij Gaf uil te spreken, zodat zij , (/Ils d'eigen laai de spraak verstonden.
•Kom toch o Goddelijke wind 'Die alle damp en ramp verslindt, j/lch kom geweldig aangedreven: Wil met QJw liefelijk gedruis doorwaaien onzer harten huis, Dat wij QJ tol een tempel geven,
O hemels puur daal op ons neer, Opdat wij mogen meer en meer In heil'ge liefcl' en ijver branden. Geef ons te spreken allemaal ( Uw wond'ren mei een nieuwe laai, doorsnijdt toch onzer tongen banden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1997
Daniel | 32 Pagina's