Opening bondsdag
..Zefanja, de zoon van Cuschi, de zoon van Hilkia" (Zefanja 1:1 m)
Zefanja! Wie kent hem? Ja, hij is één van de kleine profeten, maar veel verder zal onze kennis niet reiken.
Maar hoor, hij stelt zich voor: Zefanja, de zoon van Cuschi, de zoon van Gedalja, de zoon van Amarja, de zoon van Hiskia. Hij gaat terug tot op z'n betovergrootvader. En dat is niet voor niets. Want de genoemde Hiskia is niemand minder dan de godvrezende koning van die naam; de man, die jaren geleden regeerde over Juda. Via een zijlinie is
Zo laat deze stamboom ons zien, dat God de God van het verbond is en dat Hij werkt in de lijn van de geslachten. Nee, genade is geen erfgoed, maar het geslacht van Gods kinderen is veelal te vinden in de doopboeken van de kerk. Hoe rijk is het, als je weten mag, dat er in je voorgeslacht kinderen van God geweest zijn. Dan liggen er gebeden voor je aan de troon der genade. En in dat bidden is er een pleiten, een worstelen (geweest) op grond van het bloed van Christus, waarvan de gelovigen weten, dat het reinigt van alle zonde.
Ouders, grootouders, overgrootouders die in de Heilige Schrift Gods beloften lazen. Bij Jesaja: Ik (zegt de HEERE) zal Mijn Geest gieten op uw zaad en Mijn zegen op uw nakomelingen.
Psalm 45: In de plaats van uw vaderen zullen de zonen zijn.
Petrus op de Pinksterdag: Want u komt de belofte toe en uw kinderen. Waartoe heeft de Heere deze woorden gegeven? Is het niet om er de vinger bij te leggen om te betuigen: Heere, bij geen enkel mens is er enige verdienste, ook in ons geslacht niet, maar nu hebt U toch beloofd, als de God van het verbond, dat Uw welbehagen door de hand van Jezus Christus gelukkend zijn voortgang hebben zal? !
In een dode zondaarswereld krijgt nochtans het leven gestalte uit Hem, Die de dood heeft overwonnen en de Heilige Geest heeft ontvangen. En neemt die Geest het niet uit het offer van Christus om doden tot leven te trekken? Neemt Hij het niet uit dat offer, waarvan de belijdenis zegt, dat het van oneindige kracht en waardigheid is, overvloedig genoegzaam tot verzoening van de zonden van de hele wereld?
Maar, zo zeg je misschien, je moet hier maar zitten met een hart vol vragen en raadsels; donker van binnen en van buiten, als je let op de wereld om je heen, als je weet van de wereld in je eigen hart. Zonde en dood, schuld en ongerechtigheid, Godsvervreemding en Godsverduistering, zijn dat de trefwoorden niet van vandaag?
Inderdaad! Weet je wanneer die woorden ook golden? Toen Zefanja geboren werd. Want wie regeerde toen in Juda? Manasse! Een vreselijke tijd, waarin satan de toon zette in de samenleving met afgoderij en Godsverlating. Welnu, in die tijd wordt
Cuschi vader. En te midden van donkerheid en duisternis heeft hij de geloofsmoed om z'n kind Zefanja te noemen. Weet je wat dat betekent? Geborgen door de Eeuwige! Of: de HEERE beschermt.
Door het geloof heeft Cuschi, toen zijn vrouw hem een zoon gebaard had, dit kind de naam gegeven Zefanja: geborgen door de Eeuwige! Daarin straalt het nochtans van het geloof. Zo mag ook Cuschi laten weten, dat het evangelie van bovenaf komt, uit de troonzaal van de hemel. Want in de naam Zefanja licht niets minder op dan het kruis van Christus als de boom des levens. Hier stromen de wateren der genade. Hier wacht God om genadig te zijn. Hier is Golgotha. Daar hangt Christus, de Borg van Zijn gemeente, in de verzengende hitte van Gods gramschap. En wat zegt Hij? Zegt
Hij: Gij zijt Mij een verberging? of: Bij U schuil Ik? Nee, Hij roept: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Die, Die geen zondegekend heeft, heeft God zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. Voor Hem geen schuilplaats, geen verberging, noch bij de mensen noch bij God. Nedergedaald ter helle. En zo brengt Hij een volkomen voldoening aan. Hij daalt af in de diepten van de dood om op te staan ten derden dage. En in Hem bloeit het evangelie open: Die Man, die Christus, Hij is een verberging tegen de wind en een schuilplaats tegen de vloed.
Bij Jezus' naam en werk schiet alles van de mens tekort, van Cuschi, van Zefanja, van jou, van mij. Geen mens kan voorbij de dood of de zonde. Geen uitzicht, geen perspectief, geen hoop. Duisternis en donkerheid. Maar daar werkt de Heilige Geest het nochtans van het geloof. Heere, U bewaart Uw trouw van geslacht tot geslacht. Weet je je zo geworpen op de waarachtigheid van Gods Woord? Ook in de verzondigde wereld van vandaag gaat de Heere door met Zijn werk.
Morgen Pinksteren! Dat predikt verwachting, uitzicht van bovenaf. Ja, want alleen God zal de eer ontvangen. Dat is bepalend. En de rijkdom van Zijn genade klinkt luid op, als we nog één keer de naam horen: Zefanja, geborgen door de Eeuwige! Hoe? Alleen om Jezus' wil!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1997
Daniel | 32 Pagina's