JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Voor wie dit leest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor wie dit leest

4 minuten leestijd

Gedrukte letters laat ik u hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.

O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.

Menige verzen heb ik ai geschreven,
ben menigen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.

Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende voorover boog
over de woorden die Gij wakkerleest.

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken in Uw lezende gezicht
en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.

Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat Uw blik hun innigste niet raken
tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.

Lees dit dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat U door deze woorden werd gekust:
ik heb je zo lief.

Leo Vroman


Dichters denken vaak na over het feit dat zij gedichten schrijven. Soms maken ze er een gedicht over. Dit vers van Leo Vroman is hier een voorbeeld van. De dichter vertelt hoe zijn poëzie tot stand komt. Hij heeft het - dat geldt althans voor dit gedicht - halverwege de jaren '50, in een nog computerloos tijdperk, aan het papier toevertrouwd. Daarna is het naar de drukker gegaan, die er met andere gedichten een boekje, een bundeltje poëzie van gemaakt heeft. De dichter vindt dit maar een vreemd proces. Het heel persoonlijke dat zijn vers had toen hij het met zijn vulpen neerschreef, is weg. Het handschrift maakt plaats voor gedrukte, onpersoonlijke lettertekens. Die kijken de lezer, die zich er overheen buigt, wel aan, maar dat is dan ook alles. De druktechniek heeft onmiskenbaar een vervreemding teweeg gebracht. De dichter kan niet als een warm levend mens contact hebben met zijn medemensen. Hij kan niet vertrouwelijk met hen spreken; hij kan geen hand geven of een bemoedigende klop op de schouder. Daarom moet jij als lezer van jouw kant maar wat doen: bijvoorbeeld je hand op het papier leggen. Dan lijkt het toch een beetje alsof je lijfelijk contact met de dichter hebt. Nog beter is wellicht: het gedicht uitspreken. Poëzie moet je hardop lezen, zegt Vroman hier. En hij heeft gelijk! Probeer het maar eens. je zult zien dat het je helpt om een gedicht te begrijpen! Als de dichter zover is, biecht hij nog meer op. Hij schrijft uit sympathie voor zijn medemens en gebruikt daarbij zelfs het grote woord 'liefde'. Vaak tot diep in de nacht zit hij te schrijven om zijn lezer, zijn naaste, wat mee te geven. Iets wat deze raakt, wat hem goed doet, waardoor hij zich verzoent met zijn bestaan en zijn verdriet, zijn pijn, verdwijnt. Vroman stelt zich voor alsof zijn gezicht onder dat papier is waarop zijn vers is afgedrukt. Dan zou hij elke reactie van de lezer kunnen waarnemen. Poëzie is als een liefdesbrief. Die laat je
zelfs niet lezen aan je intiemste vriendin, je beste vriend. Die brief is helemaal voor jou! En welke jonge vrouw, welke jonge man die zo'n brief ontvangt, zal daarmee de gek steken? Als je de woorden en de woordjes van een liefdesbrief uit hun verband haalt, klinken ze al snel belachelijk. Stel, dat degene die een dergelijke brief ontvangt, deze uit hatelijkheid zou publiceren... De afzender zou het er verschrikkelijk te kwaad mee hebben! Zoiets doe
je niet, zelfs niet als je niet positief op de brief kunt ingaan. Zo is het ook met poëzie. Als die je niet interesseert, uitstekend! Maar maak een gedicht niet belachelijk. Daarvoor zijn de woorden te innig, te weerloos, te onbeschermd. Natuurlijk hoopt de dichter van harte dat het anders is. Hij zou willen dat je al wacht op zijn woorden; hij wil je daarmee bereiken; hij wil naast je staan en je helpen. De dichter houdt er rekening mee, dat zijn gedicht niet 'landt'. Het zij zo. Maar nu even iets anders en echt niet om een prekerig slot te krijgen. Zo kun je wel met poëzie omgaan, maar niet met Gods Woord. Dat is eigenlijk ook een brief. En daar móét je antwoord op geven. Hoe is het? Is die brief van de hemel lang verwacht en spel je die keer op keer? Of ligt die nog ongeopend in een donker hoekje van kast of bureau?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1997

Daniel | 32 Pagina's

Voor wie dit leest

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1997

Daniel | 32 Pagina's