Brieven aan Hans
„Weet jij nog hoe het begonnen is Hans? Dit is al zo lang bezig. Veel langer dan ik weet. Het moet geweest zijn in die periode dat pa en ik het te druk hadden met onze eigen problemen. Te druk om jou te helpen. je bent zoveel eenzamer geweest dan wij weten. Het liefst zou ik weer opnieuw beginnen. Met jou en naast jou. Maar op dit moment weet ik niet hoe..."
Moeder van de Zande legt haar pen neer. Erover praten met haar zoon kan ze zo slecht. Ze begrijpt niet hoe hij het ooit zover heeft laten komen. Toch weet ze dat het ook haar schuld is. De brief verscheurt ze met langzame gebaren. Ze zucht. Dan begint ze haar brief aan het Adres waar een noodkreet nooit 'retour afzender' gaat.
„Ga mee joh, wat maakt het uit? " Het maakt inderdaad niet veel uit. Thuis is er ook niet veel meer aan sinds z'n vader vertrokken is. En veel zin om de jammerverhalen van ma en z'n zusje aan te horen heeft hij ook niet. Het is er de laatste tijd 'gezelliger' op geworden. Eerst de eindeloze ruzies tussen pa en ma. Tegenwoordig het gedrein van Anja, die om nieuwe kleren zeurt die zijn moeder toch niet kan betalen van het weinige geld dat ze heeft, sinds pa vijf straten verder bivakkeert. „Oké, heel even dan. Ik neem wel een patatje dan kun jij ondertussen je geld opmaken".
Samen slenteren Hans en Alfred een snackbar binnen. Het staat behoorlijk vol.
„Laat mij maar in de rij staan", biedt Hans aan. Alfred verdwijnt achter het fruitautomaat in de hoek van de zaak.
„Twee patat mèt, en een loempia". Vanuit zijn ooghoeken ziet Hans Alfred bezig achter de gokkast. Hij lijkt er helemaal in op te gaan. Mmmm, lijkt hem toch wel leuk. Straks ook eens proberen. Wie weet... „Alstublieft, dat is dan acht gulden vijfentwintig".
Hans rekent af en loopt naar Alfred toe. Die heeft zo te zien niet veel gewonnen.
„Geen geluk gehad ouwe jongen? Laat ome Hans je eens laten zien hoe het moet".
Een patatje en een loempia verder staat Hans achter de kast. Rinkelend verdwijnt zijn eerste knaak naar binnen.
Als ze later de zaak uitlopen, moppert Alfred: „Een vies mannetje ben je, zomaar honderd piek in drie minuten ofzo. Dat moet je mij eens leren".
„Ik kijk wel uit", had Hans gezegd. En dat was precies datgene wat hij daarna niet meer had gedaan.
Peinzend staart Hans voor zich uit. Hoe was alles zo ver gekomen? Dan vindt zijn pen het papier...
„Het begint op een middag niet lang na het vertrek van mijn vader. Mijn moeder heeft er de eerste tijd geen erg in. Mijn vader is niet meer zo geïnteresseerd in mij. Die heeft zijn eigen problemen. Zus Anja jammert alleen maar over de weinige inkomsten van mijn moeder. Waar moet ik heen?
De eerste keer was ik het helemaal niet van plan. Het kwam door een grapje met Alfred in een patatzaak. Wie het meeste geluk had... nou dat was ik wel. Binnen enkele minuten was ik honderd gulden rijker, ongehoord veel geld voor iemand die alleen maar kranten bezorgde.
Steeds vaker ging ik er heen. Onder het mom van een frietje, toch weer even proberen. Het werd steeds erger. Steeds langer, steeds regelmatiger ging ik er heen. Het gebeurde dat ik in een uur of drie een paar honderd gulden lichter werd. Want na die eerste keer won ik lang zoveel niet meer. Eerst kon ik het geld nog wel zelf ophoesten. Ik reed soms een dubbele krantenwijk of kluste bij iemand. Een enkele keer haalde ik mijn vader over. Ik verzon dat mijn fiets gestolen was. Pa schoof maar al te graag, dat scheelde schuldgevoel...
Het lijkt wel of het geld me in mijn macht heeft. Soms wil ik er wel mee stoppen, maar het lukt niet. Ik blijf doorgaan, ook al maak ik overal schulden. Zelfs na dit briefje...
„Lieve Hans, wat mij betreft is dit de laatste brief. Hoezeer het me ook spijt, ik merk dat je beter zonder mij dan zonder gokkast kunt. Die honderd gulden die je geleend hebt, mag je houden. Ik zie niet hoe je die ooit kunt terugbetalen. Het enige wat mij nog rest is bidden voor je. Groetjes Judith".
Zo maakte mijn vriendin Judith het uit. Al een paar weken ging het slecht omdat ik veel tijd achter de gokkast doorbracht. Het enige lichtpunt was, dat ik honderd gulden minder schuld had. Want dat is nu het enige belangrijke, geld. Als ik weer eens wat gewonnen heb, voel ik me heerlijk. Ik kan alles aan. Ma heeft nooit veel geld. Of in ieder geval, ik weet niet waar ze het laat. Twee keer heb ik al geprobeerd ermee te stoppen. Mijn moeder had het toen ook wel door, al wist ze niet dat ik meer schulden had dan ik vertelde. Om die schulden af te lossen, probeer ik door gokken aan geld te komen. Ik weet niet meer hoe het verder moet. Soms lig ik er nachten van wakker.
Steeds vaker wil ik ook alleen zijn. Geen andere om me heen, die kunnen vragen hoe het gaat. Geen anderen die kunnen zien hoe ik toch de verleiding niet kan weerstaan. En van mijn zus word ik helemaal gek. Ze heeft een nieuw bandje. „Nee je kunt hem niet zien, je vijand, wat kan hij listig praten, hij probeert je te verleiden..." klinkt het vanaf haar kamer naast mij. Het lijkt wel of Iemand precies weet waar ik mee bezig ben... Iemand die me wil waarschuwen. Ik stop m'n hoofd onder mijn kussen. Ik wil de waarheid niet onder ogen zien. Mijn schulden lopen in de vier cijfers. Bij mijn vader, mijn vriend, ik sta steeds maximaal rood bij de bank... Maar als ik win, betaal ik het heus wel terug".
„Mijn zoon Hans. Na alles wat er gebeurd is, ben je mijn vertrouwen wel kwijt. Ik betrap mezelf erop dat ik mijn geld steeds ergens anders verstop in huis. Er moet wat gebeuren. Onder aan dit briefje staat het telefoonnummer van het Gliagg. Als je hulp aanvraagt zullen we als gezin achter je staan. Bel alsjeblieft, je moeder".
Moeder Van der Zande aarzelt even. Heeft ze er goed aan gedaan, dit briefje te schrijven? Ze legt het duidelijk zichtbaar op het hoofdkussen van haar zoon. Praten gaat niet meer. Hans sluit zich op in een wereld die hij alleen met een gokkast bij de snackbar op de hoek deelt.
„Al langer weet ik dat ik hier niet mee door kan gaan. Waar ben ik al die drie jaar mee bezig geweest? Ik durf er zelfs met ma niet over te praten. Ze heeft nog steeds veel problemen met pa. Ik maak alles alleen maar erger. Toch probeert ma me nog te helpen. Zal ik dan toch maar? Langzaam loop ik naar de telefoon. Als er iemand opneemt, dan zal ik stoppen...
„Goedenmiddag... u spreekt met Joke Vermeer. Wat kan ik voor u doen? "
Na alle ellende wordt de laatste brief bezorgd. Zomaar op een zondagmiddag in de kerk. „Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden..." Die middag realiseert Hans van der Zande zich voor het eerst dat de grootste rijkdom niets kost.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1997
Daniel | 32 Pagina's