Natuur in de Bijbel
Het vogeltje vindt schuilplaats in hun loof,
En vormt zijn nest uit zijn vergaarden roof;
De dennen zijn daar z' opgaan als pilaren,
Het steil verblijf der kleppend' ooievaren;
De steekbok springt en klautert, van den top
Des heuvels, tot de kruin der bergen op;
De hoge rots houdt, in verborgen holen,
Het schuw konijn voor ons gezicht verscholen.
Psalm 104:9
25/5 De duif. Genesis 8.
26/5 Een lam. Exodus 12:1-18.
27/5 Een arend. Deuteronomium 32:1-15.
28/5 Raven. 1 Koningen 1 7:1-7.
29/5 Twee beren. 2 Koningen 2:15-25.
30/5 De mus en zwaluw. Psalm 84.
31/5 Hondekens. Markus 7:24-37.
1/6 Biezen. Exodus 2:1-10.
2/6 De braambos. Exodus 3:1-12.
3/6 Tarwe. Richteren 6:11-32.
4/6 Een appelboom. Hooglied 2.
5/6 Wilgen. Jesaja 44:1-20.
6/6 Een wilde vijgeboom Lukas 19:1-10.
7/6 Takken van palmbomen. Johannes 12:1-19.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1997
Daniel | 32 Pagina's