Wie gokt, speelt hoog spel
Vraaggesprek over gokverslaving
In de Gereformeerde Gezindte is het gevaar van gokken nog niet zo bekend. Dat is wel begrijpelijk, want iemand die gokverslaafd is, kan zijn verslaving lang verborgen houden. Toch zullen er heel wat jongeren zijn die er mee zitten. Waarschijnlijk veel meer dan gedacht wordt. Wat is gokken nu precies? Wanneer ben je eigenlijk verslaafd? Hoe kun je het bij jezelf of bij iemand die je kent herkennen? Hoe kun je er van afkomen?
Al deze vragen hebben wij gesteld aan meneer B. de Raadt. Hij werkt bij de Gereformeerde Landelijke Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (GLIAGG) 'De Poort'. Hij is als behandelaar betrokken bij het project 'Kortdurende gezinsbehandeling van gokproblematiek'.
Als we het over 'gokken' hebben, wat bedoelen we dan precies?
Gokken is eigenlijk een 'kansspel', dat wil zeggen: je hebt zelf geen invloed op de uitslag. Het valt ook onder de 'wet op de kansspelen', net als onder andere de loterijen, de toto en de krasloten.
Er zijn verschillende soorten speelautomaten waarop je kunt gokken. De fruitautomaat is de bekendste. Deze heeft een aantal draaiende rollen waar fruit op staat afgebeeld. Als je er geld in gooit, gaan de rollen draaien. Vaak moet er een handel overgehaald worden, waardoor de rollen stil gaan staan. Is er dan een goede combinatie afgebeeld, dan win je. Is dat niet zo, dan ben je je geld kwijt.
Kun je er nu echt geld mee winnen?
Er kan wel een uitbetaling plaats vinden. Op dat moment lijkt het alsof je wint. Het heeft dan iets heel aantrekkelijks: misschien kun je er wel rijk mee worden. Toch zal de speler uiteindelijk met verlies spelen. De automaten zijn zo afgesteld dat ze winst opleveren voor de eigenaar van de gokkast, die deze geplaatst heeft èn voor de eigenaar van de zaak waar de gokkast staat. Van elke 100 gulden die er in gaat, wordt er 83 uitgekeerd.
Waarschijnlijk zullen veel jongeren wel weten dat je uiteindelijk geld verliest. Degenen die regelmatig gokken, zullen dat inmiddels ook ervaren hebben. Hoe komt het dat sommigen dan toch blijven gokken?
Het is actief: je hoort geluiden, je haalt de handel over. Het heeft iets heel prikkelends. Vooral jongens blijken daar gevoelig voor te zijn. Het heeft iets macho-achtigs, je zit in een bepaalde vechtpositie. Het geeft een kick. Dat is als het ware een lichamelijke reactie van opwinding. Het is spannend om die steeds weer te ervaren, jongeren worden ook psychisch afhankelijk. Het gokken vult een bepaalde leegte. Je ziet dat jongeren die gokken vaak uit gezinnen komen waar bepaalde spanningen zijn. Door te gokken raken zij die spanningen even kwijt.
Jongeren die gokken zijn vaak eenzaam en hebben bijna geen andere vertrouwensrelaties. Zij krijgen een persoonlijke band met die kast. Ze gaan ook vaak weer naar die ene kast terug en gaan er mee in gesprek: „Ik kan je wel aan", of „Help me".
Het gokken kan op die manier in een bepaalde behoefte gaan voorzien. Wat is de dieperliggende oorzaak van gokverslaafd raken?
Gokken is vaak niet het eigenlijke probleem, maar de reactie op een dieperliggend individueel probleem. Gokken is dan vaak een uiting van onmacht om het eigenlijke probleem aan te pakken. Het gokken is een schreeuw om hulp en aandacht. De gok die men eigenlijk waagt, is niet financieel, maar men gokt met de relaties. Er klinkt in door: „Ik heb onvrede met mijn situatie en nu haal ik hier mijn vrede uit. Ik ontvlucht de spanning. Ik loop de kans dat ze in mij teleurgesteld raken. Als ze het merken, laten zij mij dan vallen of vergeven ze het mij? " Gokkers dagen eigenlijk uit dat ze afgewezen worden. In wezen om de bevestiging te krijgen dat er toch van hen gehouden wordt.
Hoe begint het gokken?
Het begint vaak heel sluipend. Even in een vrij uur met een stel een patatje halen. Wie gooit er een rijksdaalder of een vijf gulden munt in het automaat? Je wilt niet onder doen voor elkaar. Als jongeren onder elkaar kun je je heel groot voelen als je mee durft te doen. De een is hier kwetsbaarder voor dan de ander. Het begin is vaak heel boeiend en interessant. Dit kan dan het begin zijn van meer. Het willen winnen wordt steeds meer een motief om het te blijven doen.
Wanneer is iemand echt verslaafd?
Is iemand echt verslaafd, dan zijn er belangrijke signalen dat er iets niet klopt, want er wordt geprobeerd op welke manier da ook aan geld te komen. De gemiddelde gokkende jongere heeft een schuld van 2000 tot 3000 gulden. Het geweten wordt gesust met: „Ik win wel weer". Die gedachte is niet reëel. Als er gewonnen wordt, geeft dit een kick, maar het gewonnen geld wordt opnieuw ingezet. je komt in een vicieuze cirkel terecht en kan van het gokken niet meer los komen.
Je zou moeten voorkomen om in die cirkel terecht te komen. Is het dan eigenlijk niet het beste om nooit een gokje te wagen?
Dat zou het beste zijn! Er zijn ook heus wel jongeren die hun geld niet op deze manier zullen besteden. Toch zullen er ook heel veel zijn die het nu eenmaal graag eens een keer uit willen proberen, zoals jongeren met elkaar doen. Tegen zo iemand zeg ik: STOP OP TIJD!
In de 'Daniël' van 14 maart 1997 werd onder de titel 'Honderd gulden gewonnen en dan...? ' aandacht gevraagd voor een project dat is opgezet door de GLIAGG in samenwerking met stichting 'De Hoop'. Kunt u daar iets over vertellen?
Stichting 'De Hoop' heeft ervaring met hulpverlening aan verslaafden. Nu hebben 'De Hoop' en de GLIAGG gezocht naar samenwerkingsprojecten binnen de christelijke hulpverlening. Een aantal projecten is ingediend voor een subsidieaanvraag. Het project waar we het over hebben is: 'kortdurende gezinsbehandeling bij gokproblematiek'. Dat is goedgekeurd en wordt dus gesubsidieerd. Deze behandeling richt zich niet alleen op de gokker, maar op degokker èn zijn gezin. Twee therapeuten, één van de GLIAGG en één van De Hoop, begeleiden één gezin. Hierdoor wordt ervaring op het gebied van ambulante hulp en van gezinstherapie gecombineerd met ervaring op het gebied van hulpverlening aan verslaafden.
Als een jongere opbelt en zich aanmeldt, wat kan hij dan verwachten?
Er vindt een eerste gesprek (intake) plaats. Tijdens dit gesprek wordt gekeken of iemand een geschikte kandidaat
is voor het project. Hierna zijn er vijf gesprekken met het hele gezin. Deze worden om de twee weken gehouden. Zo nodig zijn er aanvullende gesprekken met alleen de ouders of alleen de gokker. Na het laatste gesprek is er na drie maanden nog een gesprek om te kijken hoe het gaat. Het totale aantal gesprekken zit meestal tussen de zeven en de elf.
Tijdens de intake wordt duidelijk of een jongere binnen het project past. Waar wordt dan op gelet?
Er moet sprake zijn van een jongere die behoorlijk gokt. Het is een ballast voor hem. Er zijn inmiddels forse
bedragen uitgegeven en er is gelogen wat vaak onopgemerkt is gebleven. Degenen die het meest in nood zitten,
kunnen vaak het best geholpen worden. De gokker zelf moet gemotiveerd zijn om hulp te krijgen. Het is de
bedoeling dat het gezin waar deze jongere uit komt, wil meewerken om de gokproblemen en de achterliggende
problemen op te lossen.
Op welke manier kan het gezin meewerken om het gokprobleem en het achterliggende probleem op te lossen?
Het gezin wordt gemobiliseerd om samen het gokprobleem aan te pakken. Als Peter gokt, wie gaat dan met hem mee als hij geld van de bank moet halen? Als hij naar de stad moet, wie vraagt hij dan mee om te voorkomen dat hij naar de gokautomaat gaat?
Het gokken is een aanleiding om het dieperliggende probleem in het gezin te bespreken, ledereen heeft last van het 'moeilijke' in het gezin. Hoe kunnen we daar gezamenlijk het beste mee om gaan? Door er met elkaar over te praten, komt er meer openheid in het gezin, waardoor de onderlinge band kan groeien.
Is het ook mogelijk dat je alleen komt en individueel geholpen wordt?
Nee, dat kan niet, dat past niet binnen het project. Het effect is dan veel kleiner. De gokker heeft juist steun van anderen nodig. Vandaar dat wij gekozen hebben voor een gezinsbehandeling.
Als je jezelf nu herkent in deze problematiek, maar je denkt: „De rest van ons gezin wil vast niet mee?"
Het minimale voor ons is dat de gokverslaafde en zijn ouders komen. Meestal willen ouders wel meewerken.
Het liefst hebben we een maximale opkomst. Soms zijn broertjes of zusjes nog te jong. Kinderen vanaf veertien jaar
willen we er wel graag bij hebben. Zij kunnen er al wel bij betrokken worden. Naast de eigen gezinsleden kunnen er ook belangrijke anderen meekomen. Zoals bijvoorbeeld een vriendin, of een zwager. Het gaat er om dat iemand
een belangrijke positieve hulp kan bieden.
Wat moet je doen als je bijvoorbeeld gemerkt hebt dat je broer of vriend vee! gokt, maar geen hulp wil inroepen?
Dan kun je toch contact opnemen en kunnen wij onder andere een folder toesturen. Toch zal de gokker zelf
gemotiveerd moeten zijn. Deze moet uiteindelijk zelf contact opnemen. Is degene die gokt daar nog niet aan
toe, dan is het wel verstandig als hij het tegen iemand anders zegt. Het advies aan gokkers is: praat er over en
ga er niet te lang alleen mee door. Zeg dat je er last van hebt en hoeveel je er wekelijks aan kwijt bent. Schakel
iemand in die jou kan helpen de grens te bewaken. Dat kunnen bijvoorbeeld zijn: een oom of tante, je mentor of
een gemeentelid.
Deze vorm van hulpverlening valt onder de christelijke hulpverlening. Vragen de mensen daar ook naar?
De wens om christelijke hulpverlening te krijgen is aanwezig. Men komt ook in nood ten aanzien van het geloof.
Men beseft dat het niet goed is tegenover God. Er is schaamte en een schuldgevoel over de zonde die gedaan is. Men kan vaak ook niet meer bidden. Deze zaken kunnen ter sprake komen. Het is ook een keer voorgekomen dat we met dankgebed hebben besloten. Er was zoveel ten goede veranderd. De gezinsbehandeling van gokproblematiek is bedoeld voor jonge mensen tot ongeveer 21 jaar die bij hun ouders wonen. Er zijn geen kosten
verbonden aan de behandeling voor degenen die verzekerd zijn. Voor meer informatie en voor aanmelding kun je
contact opnemen met de GLIAGG, bezoekadres: Spuiboulevard 366-368 in Dordrecht. Postadres: Postbus 490,
3300 AL Dordrecht. Telefoon (078) 631 5040.
Veenendaal
A. Jansen / J. Verloop-Hasselaar
Wanneer moet je hulp inroepen?
Gok je wel eens? Doe je het heel vaak? Hieronder volgen tien punten. Herken je er minstens vijf van bij jezelf? Dan is er echt iets mis en is het de hoogste tijd om hulp in te roepen!
1. Je bent sterk gericht op het gokken en wordt steeds weer naar die kast 'toegetrokken'.
2. Je merkt dat je steeds meer geld nodig hebt om de gewenste opwinding te krijgen.
3. Je hebt pogingen ondernomen om het gokken in de hand te houden, te verminderen of te stoppen, maar dat is nog steeds niet gelukt.
4. Je hebt wel eens geprobeerd te stoppen, maar dan voelde je je rusteloos en prikkelbaar.
5. Je gebruikt het gokken om je problemen te ontvluchten of om een sombere stemming niet te voelen.
6. Je verliest met gokken, maar je probeert de volgende dag om het verspeelde weer terug te winnen.
7. Je liegt wel eens tegen gezinsleden of anderen om niet te laten merken hoeveel je gokt.
8. Je hebt wel eens iets gedaan wat niet door de beugel kon om het gokken toch te kunnen betalen.
9. Je zet belangrijke relaties op het spel, of misschien ben je al wel vrienden door het gokken kwijtgeraakt.
10. Je rekent er op dat er anderen zullen zijn die je helpen als je echt in financiële problemen komt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1997
Daniel | 32 Pagina's