JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Psalm 24 Een advents- en hemelvaartspsalm

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Psalm 24 Een advents- en hemelvaartspsalm

Oud-testamentische psalmen (5) door Nieuw-testamentische ogen

7 minuten leestijd

Oud-testamentische psalmen (5) door Nieuw-testamentische ogen

David is de auteur van deze psaim. Het ligt voor de hand om te denken dat hij deze psalm gemaakt heeft met het oog op het overbrengen van de ark naar de berg Sion. Men kan het zich zo denken, dat de verzen 1 t/m 6 werden gezongen aan de voet van de berg Sion. Daarin wordt na de inleiding (de verzen 1 en 2) degenen die de ark vergezellen voorgehouden wat nodig is om tot de heilige plaats te naderen. De verzen 7 t/m 10 zijn dan bestemd om te worden gezongen aan de ingang van de Sionsburcht.

Voor de kerk van het Oude Testament was deze psalm zoveel als een adventspsalm. De naar Sion komende ark wijst op Christus Die tot Zijn tempel zal komen, om onder Zijn volk woning te maken. Voor de kerk van het Nieuwe Testament blijft Psalm 24 een adventspsalm: al is Christus gekomen en opgevaren ten hemel en gezeten aan Gods rechterhand in het heiligdom van de hemel de volkomen vervulling wacht nog tot de dag van Christus' wederkomst in de voleinding.

Indeling

Zoals ik al aangaf, ligt de indeling in zekere zin voor de hand.

de verzen 1 en 2: de ware God.

- de verzen 3 t/m 6: het ware Israël.

- de verzen 7 t/m 10: de ware Verlosser.

De ware God

De aarde is des Heeren. De wereld is niet van de mens; zij is des Heeren! Al hoor je volop roepen: „Dit is van mij en dat is mij". Alles dat onder de hemel is, is des Heeren. Voor ons kleine baasjes is dat best even slikken.

De inzet van deze psalm staat haaks op het patroon van ons leven. Wij zijn geen landeigenaren. De grote Eigenaar zit in de hemel. De aarde is des Heeren, mitsgaders haar volheid. Onder de volheid van de aarde zal verstaan moeten worden alles wat erop en erin is. De aarde zoals zij bewoond en gecultiveerd is... heel de volheid is des Heeren. De aarde is vol van God. Hij maakte haar vol en houdt haar vol: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen zijn en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappij, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem" (Kolossenzen 1:16, 27). Die volheid sluit alles en allen in: e wereld, en die daarin wonen. Daar worden wij dus mee bedoeld. Wij zijn allemaal het eigendom des Heeren: ls gevolg van de schepping (Johannes 1:1 t/m 3), Openbaring 4:11): ls gevolg van Zijn eeuwig besluit (johannus 17:2, Hebreën 1:2): ls gevolg van de gesloten koop op Golgotha (Romeinen 14:9): ls gevolg van Pasen (Mattheüs 28:18). Alles behoort jehovah toe. Heel de wereld en die daarin wonen! Hetzij als kind of als slaaf, als schaap of bok, als een vat ter ere of ter onere maar het is alles des Heeren! Want Hij heeft ze gegrond op de zeeën, en heeft ze gevestigd op de rivieren. Zo heeft de Heere God alles geschapen.

„Gegrond": de aarde wordt voorgesteld als een gebouw, dat grond heeft'in z'n fundamenten. Nu wordt de aarde hier voorgesteld als gegrond 'op de zeeën'. We lezen in de Schrift van de wateren die onder de aarde zijn. De grote watermassa's, de oceanen, de rivieren... het grootste gedeelte van de aarde bestaat uit water. Nu heeft God de aarde gegrond op het water. Dat is bepaald geen vaste grondslag. Toch heeft de Schepper zo de aarde vastgemaakt. Wat een wonder. Zo wordt de grootheid van de schepping hier met dichterlijke woorden beschreven. Hoe onbevattelijk groot is de ware God!

Het ware Israël

Wie zal klimmen op de berg des Heeren? En wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid? Dringend en onderzoekend zijn deze beide vragen. Wie zal kunnen naderen tot de hoge God? Wie zal in Zijn tegenwoordigheid kunnen bestaan? (1 Timotheüs 6:16).

De volgende verzen geven het antwoord. Het gaat om vier zaken: Die rein is van handen: de handen doen ons denken aan onze handelingen, de dingen die wij doen. Daarbij zij opgemerkt dat onze handelingen alles te maken hebben met de gezindheid van ons hart. Dat brengt ons bij de volgende vereiste.

En zuiver is van hart: zuiver wil hier zeggen rein, zondeloos, oprecht. Die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid: de ziel is hier het zenuwcentrum van al onze verlangens. Het opheffen is letterlijk de ziel naar iets of iemand heendragen. IJdelheid is leegheid, slechtheid me tde bij-betekenis van oneerlijke praktijken.

En die niet bedriegelijk zweert: een vals eedzweren is het toppunt van

de leugen. Niet bedriegelijk zweren ziet op het waar en eerlijk zijn met woord en daad.

Deze vier condities passen slechts op Een, dat is Jezus Christus. Niemand kan staan in de plaats van Gods heiligheid dan Hij Die uit de hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is (Johannus 3:13). Wij blijven hier ver beneden de maat. Dat is schuld. Wij komen de berg des Heeren niet op. Wij verdienen de diepte van het staan buiten de plaats van Zijn heiligheid. Dat is rechtvaardig. Alleen door Christus wordt de zegen ontvangen van de Heere, en gerechtigheid van de God zijns heils. Gerechtigheid is hier parallel met zegen. Het is de zegen van de God des heils, dat is de zegen van de verlossing en de zaligheid. Die zegen wordt ontvangen door het ware Israël. De ware gelovigen zijn het geslacht dergenen, die naar Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken. Vragen wij naar de zegen van de Heere?

Zoeken wij het aangezicht van de God des heils?

Waar gemis is, daar is zoeken en vragen. Dat is jakob! Dat is nu het ware en geeestelijke Israël (Filippenzen 3:3).

De ware Verlosser

We zagen dat Jezus Christus de Heere de Enige is Die beantwoordt aan het karakter van degenen die de berg des Heeren op kunnen klimmen om te staan in de tegenwoordigheid van de Heilige Zelf. Zijn handen zijn rein. Zijn hart is zuiver. Volmaakt heeft Hij de wil van Zijn Vader gehouden. Totaal was Zijn gehoorzaamheid, zelfs tot in de dood van het kruis. Diep en zuiver uit liefde tot Zijn vader. Onbedriegelijk stond Hij in de waarheid. Jezus kon zelfs zeggen: Ik ben de Waarheid.

Zo heeft Hij het recht om in te gaan. Zoals de poorten van Sion open gingen voor de ark, zo zijn de poorten van de hemel voor Hem open geworpen. Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u gij eeuwige deuren... De hoofden van de poorten, de bovendrempels moeten zich opheffen, zo groot en heerlijk is de Koning. De poorten moeten zich als het ware uitrekken om Hem te ontvangen. Wie is de Koning ere? Bij herhaling klinkt deze vraag aan het slot van de psalm. De dichter wil de vraag op die manier kracht bij zetten. Ja, Wie is de roemruchte Koning?

Het is de HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Zo is Christus op de dag van Zijn hemelvaart als de grote Voorloper de hemel binnen gegaan. De poorten van de hemel hebben zich voor Hem geopend.

Ce ontsloot u voor den Vorst der eere, O poorten der gerechtigheid? Ce ontvingt der legerscharen Heere In Zijne Midd'laarsmajesteit (Da Costa)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1997

Daniel | 36 Pagina's

Psalm 24 Een advents- en hemelvaartspsalm

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1997

Daniel | 36 Pagina's