Straatkinderen
deel 5
Ruel is in slaap gevallen. Als hij wakker wordt, zit Felisa naast zijn bed. „Ik ben bijna de hele krottenwijk weer doorgelope, maar ik kon jou nie vinde", vertelt ze. „Roy zee: je moet naar et ziekehuis gaan, en vrage of Ruel daar leg. Hij ken wel een ongeluk hebbe gehad. En nou ben ik hier en ik heb honger!", besluit ze haar verhaal. Dat laatste hoort een zuster, die Ruels verband komt vernieuwen.
„Daar zal ik eens wat aan doen", zegt ze vriendelijk. „Wacht maar even, ik ben zo klaar."
Als Felisa een half uur later terugkomt, glinsteren haar donkere ogen van genoegen.
„Wa heb ik lekker gegete, joh. En alles voor noppes. Ik zou hier ok wel wille legge."
Als Felisa de volgende dag weer op bezoek komt, zegt Ruel dat hij een mooi verhaal heeft gehoord van een mevrouw.
„Ze hiet juf Tineke en komp uit een land hier heel ver vandaan. Ze hellept straatkinderen. Ze leest voor uit een boek, waar verhale instaan van God. En ze woont in een huis, waar je voor niks ken ete en je eige wasse." Felisa heeft er geen enkele belangstelling voor.
„Ik mag van Roy nie meer bij jou op bezoek. Ik hoor bij hem en mot hem gehoorzame."
Ruel schrikt. „Mot dat? " „Ja, da hebbe we beloofd toen we bij zijn bende kwame. Hij breekt me pote as ik nie doe wat hij zeg."
Het blijft even stil. Ineens grinnikt Felisa: „Dan kom ik hier ook legge, goed? "
Maar Ruel is er niet gerust op. „Je mot uitkijke met 'em. Je zou de enige nie zijn, die doodgeslage werd." Zijn zus haalt de schouders op. „Ik zal we zien, wa'k doe."
Op het moment dat het bezoekuur bijna afgelopen is, houdt de politie met meer dan vijftig man een grote razzia onder de straatjeugd in de buurt van de krottenwijk Tondo. De straten worden letterlijk schoongeveegd. De groep van Roy wordt uiteen geslagen, er vallen schoten en menige straatjongen wordt getroffen. Als Felisa naar de plaats loopt waar Roy's bende altijd samenkomt, vertelt een meisje van een andere groep wat er gebeurd is. „Ik kon me verstoppe, ze hebbe mijn nie gezien. Ze hebbe der een heleboel meegenome in derlui busjes, Roy was ter ok bij."
Als Ruel na acht weken uit het ziekenhuis mag, heeft hij vele verhalen uit de Bijbel gehoord.
„Tot ziens in ons aanloophuis, Ruel", zei juf Tineke toen hij wegging.
Maar Felisa wil niks weten van verhalen over God en gratis eten. „Ze zalle daar gek zijn. Wie doe nou zoiets. Ze kenne je wel mollesteren." Die avond duurt het lang eer ze een plekje vinden om te slapen. Felisa heeft al die weken dan hier dan daar een slaapplaats gehad.
„We zalle nou ok wel wa vinde." Ruel wordt moe. Zijn been is wel beter en van zijn hoofd heeft hij geen last meer, maar hij is het straatleven helemaal ontwend.
Eindelijk vinden ze bij de haven een omgekeerde roeiboot. Daar kruipen ze onder. Felisa is direct onder zeil, maar Ruel kan de slaap niet vatten. De verhalen die hij hoorde, laten hem niet los. Vooral dat van het schaapje dat wegdwaalde van de kudde, maar dat door de herder gelukkig weer gevonden werd.
„Hij nam het in zijn armen en droeg het zo mee naar huis", zei juf Tineke. Maar wat ze daarna vertelde, vergeet hij zijn hele leven niet.
„De Heere Jezus is de goede, de allerbeste Herder. Hij wil meisjes en jongens, die nog nooit van Hem hoorden, redden van de dood. Jullie denken dat met de dood alles voorbij is, maar dat is een grote leugen. Als je die Herder niet lief hebt, als Hij jou niet in Zijn armen neemt, ga je voor eeuwig verloren."
Juf Tineke zei ook wat dat betekende: voor eeuwig verloren te gaan. „Je mag aan die goede Herder vragen of Hij jou wil redden."
Voor de zoveelste keer draait Ruel zich op z'n andere zij. Het begint te regenen en het duurt niet lang of de oude roeiboot gaat lekken en al gauw is er geen plekje meer te vinden waar het droog is. Felisa merkt het niet, maar Ruel weet geen raad van ellende.
Hij gaat rechtop zitten. Dat kan net zonder zijn hoofd te stoten. Dan vouwt hij zijn handen en knijpt zijn ogen stijf dicht.
„Heere Jezus, wil U ook mijn goede Herder zijn? En wil U make dat Felisa morrege ook meegaat naar juf Tineke in het aanloophuis? Amen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1997
Daniel | 36 Pagina's