Er is veel waar je moedeloos van kunt worden, maar er is hulp
Vraaggesprek met de heer J. Segers
Maandag 14 april was onze reis naar Reeuwijk, enkele kilometers Couda vandaan. We hadden een straatnaam opgekregen, van maar een ander herkenningsteken zou ons nog beter kunnen helpen. Het huis van de familie Segers heet 'Gratia', genade. Dat was niet alleen aan de buitenkant zo, maar binnen in de huiskamer mochten beiden, de heer en mevrouw Segers spreken van de genade, die Cod in hun leven verheerlijkt had. Het was daar goed toeven. De avond vloog om. Op indringende wijze hebben we gesproken over het eind der tijden. Of we het persoonlijk hier op aarde meemaken of niet, we krijgen er allemaal mee te maken. Mooi was ook het getuigenis van de heer Segers, toen hij sprak over zijn ernstige hartaandoening en zijn wonderlijk herstel. Hij dacht zo van zijn aardse post afgelost te worden, maar de Heere besliste anders. En de tijd die hij nog kreeg op aarde, mag hij met verwondering getuigen van zijn getrouwe God, Die zijn leven leidt, regeert en bestuurt. Goed spreken van zijn Koning was en is zijn liefste wens. Op die veertiende april hebben wij daar iets van mogen proeven.
Hoe moeten jongeren in onze tijd leven? Moet je je al het leed dat door de moderne media op je afkomt aantrekken? Of moet je de krant maar niet meer lezen, zodat je er niet meer mee geconfronteerd wordt? Enkele reacties van jongeren op deze vragen zijn in de kaders opgenomen.
Mijnheer Segers, wat verstaat u onder de term tekenen der tijden?
Deze term kan nogal eens wat verwarring geven, maar ik zou het willen omschrijven met 'zichtbare gebeurtenissen die de eindtijd aankondigen, de slotperiode van de wereld'. De verschillende gebeurtenissen die plaatshebben vinden wij onder andere beschreven in Mattheüs 24. Op één teken wil ik wijzen en dat is die in vers 12: de liefde van velen zal verkouden, als gevolg van het vermenigvuldigen van de ongerechtigheid, van de wetteloosheid. Maar al te herkenbaar!
Deze uitdrukking staat niet los van 'de laatste dagen'. Hierover is nogal wat
verschil van mening. Hoe ziet u 'de laatste dagen'?
Hieronder wordt verstaan de tijd tussen Christus' hemelvaart dan wel pinksteren en Zijn wederkomst. Deze term heeft voor mij geen beklemmende betekenis, ik zie het veel meer als een gezegende tijd. Wij staan namelijkachter de heilsfeiten. Wij kijken terug op hetgeen gebeurd is, op het volbrachte werk van Christus. De Geest is uitgestort op alle vlees. Het wordt ons betuigd vanuit de Schrift en we mogen daarvan getuigen. Naar Christus' bevel moet dit in de prediking verwoord worden en in Zijn
Naam gepredikt (geproclameerd) worden bekering en vergeving der zonden (Lukas 24:47).
Wanneer we om ons heen zien, de krant en de andere media raadplegen, mogen we dan zeggen, dat het einde aller tijden nabij is?
Ja, maar dit is (terecht) meer gezegd. Iedere tijd heeft iets van de eindtijd. Als we een beetje thuis zijn in de kerkgeschiedenis zien wij dit steeds weer. In de tijd van de kerkvaders was Montanus zo iemand die een spoedige wederkomst verwachtte. In de periode van de Reformatie waren dat de bekende wederdopers. Koelman, een bekend predikant uit de zeventiende eeuw en met hem ook anderen, verwachtte in zijn tijd de bekering van de Joden en dat daarna het einde zou zijn. Dat was ook zo met ds. Fransen, rond 1890 predikant van onze
gemeente te Lisse. Abraham Kuyper, politiek leider en kerkelijk voorman van de Gereformeerde Kerken zei op het laatst van zijn leven (1920) tegen zijn vriend Idenburg dat hij de tijden zo ernstig vond dat het einde niet tang meer zou duren. En zo zijn er nog vele voorbeelden te geven. Zo heeft iedere tijd zijn ernstige signalen gekend, die wezen op de eindtijd. Maar het
belangrijkste blijft dat we zélf de tijden leren verstaan. In 1 Kronieken 12:32 lezen we van de kinderen van Issaschar dat die en/aren waren in het verstand van de tijden en dat hun broeders pasten op hun woord. Dat mogen wij ook vertalen naar onze tijd. Dat betekent dus letten op wat er gebeurt, de tekenen herkennen en ons voorbereiden op de wederkomst van Christus.
Je kunt ook je ogen bewust sluiten en net doen of er niets aan de hand is, de zogenaamde 'struisvogelpolitiek'. Is dat een juiste houding?
We kunnen door een bepaalde manier van informatie afstompen. We zien het niet meer of we leven ons eigen leventje. Als ik het maar heb! Zo dachten de christenen in de tijd van de vervolgingen in het Romeinse rijk niet. Zij vielen op door hun levenswandel, hun sober leven, hun zorg voor armen, weduwen, wezen en zieken. Zij deden niet alsof er niets aan de hand was, maar hebben door hun handel en wandel getuigenis gegeven van de hoop die in hen was. Ook in onze tijd mogen wij de ogen niet sluiten voor de oordelen van God, denk aan de varkenspest. Al is de tijd van toen en nu niet principieel anders, toch is er belangrijk praktisch verschil. De impulsen die vanuit verschillende hoeken op ons afkomen zijn heviger. Het gaat nu allemaal zo snel. In een ander werelddeel gebeurt iets ernstigs en een paar minuten later weten we het al.
Het is onmiskenbaar, dat we met veel leed, ellende en onrust geconfronteerd worden. Moeten we dan als Gallio zijn en ons geen van deze dingen aantrekken?
Nee, zeker niet, we moeten waar mogelijk is meeleven en meehelpen. Maar we kunnen niet de last van de hele wereld op onze nek nemen. Zet je op een beperkt front in, concentreer je op een bepaalde nood. Onderken bijvoorbeeld de nood in Zaïre, bid voor deze vluchtelingen, maar laat ook je portemonnee niet dicht. Bid en werk! Met liefde het ene doen en het andere niet nalaten. Er is soms meer leed op korte afstand dan wij denken. Doe wel aan alle mensen, maar het meest de huisgenoten des geloofs. Zendingsarbeiders, evangelisten en allen die in Gods wijngaard mogen werken hebben ons gebed, onze gift, maar ook ons dienend bezig zijn nodig.
Hoe ziet u het doemdenken gezindte? in onze
Ik kan mij dat heel goed voorstellen. Het kan je soms overvallen. Er kunnen allerlei factoren zijn, geestelijke en maatschappelijke, die kunnen maken dat de situatie uitzichtloos lijkt. Ik denk aan problemen als: bidden, Bijbellezen, het helpt allemaal niet, ik ben toch niet uitverkoren en de 'kans' om bekeerd te worden is heel klein. Het heeft weinig zin om mijn best te doen op school, ik heb toch geen kans op een baan. En van de wereld komt niets terecht, het wordt steeds ellendiger en harder. Of: ik red het psychisch niet, thuis, op school of op mijn werk niet. Of er is (nu of straks) geen enkele kans op werk, door ziekte of wat dan ook... Allerlei omstandigheden kunnen in iemands leven de zaak onder spanning zetten, waardoor men in een negatieve spiraal terecht komt. Ik zie zelf hierbij ook een groot gevaar in genotzucht en consumptiegericht leven, dat is een extra blokkade voor het zoeken en die-media Zn° kun ZT bij je borden 0 ^ a r s ^ r de An «u nemarie ° p - Dordrecht nen van God.
(En niet alleen voor de jongeren).Vaak denken jongeren dat Gods genade toch niet voor hen is en vervallen zo in het andere uiterste: laten we het er maar van nemen, we zien 't wel.
Wat zou u antwoorden aan jongeren, die min of meer deze houding aanne-die min of meer deze houding aannemen?
Ik zou er op willen wijzen dat doemdenken uitzichtloos is! Zeker, er is veel waar je echt benauwd en moedeloos van kunt worden en van onszelf is ook nooit iets goeds te verwachten. Maar er is hulp en redding. Bij de Heere! We kennen allemaal delen uit johannes 3. In de verzen 14-16 verwijst de Heere
(daar ligt het grote probleem) naar Zichzelf. Hij gebruikt de bekende geschiedenis van de koperen slang in de woestijn. De dodelijk zieke die daarnaar keek, genas, jezus zegt: ie met zijn nood, schuld en zonde zo tot Mij vlucht, naar Mij ziet, is gered en ontvangt het eeuwige leven. Dat is mogelijk en reëel, ook in 1997. Van het komen tot Christus heeft nog niemand spijt gehad. In Mattheüs 11:28-30 roept de Heere jezus zondaren toe:
„Komt allen tot Mij, die vermoeid en last zijt en Ik zal u rust geven". De kanttekening spreekt dan van 'belast met de last van de zonde, of ook van de wet of van menselijke inzettingen'. Die kunnen ons ook in de weg staan op de weg naar de Bron van zaligheid. De Heere Jezus heeft Zelf gezegd: „Laat de kinderen tot Mij komen, en verhindert ze niet, want voor dezulken is het Koninkrijk Gods'.
Hoe komt het dat onze jongeren steeds meer neigen naar 'vluchtgedrag' als het gaat om zaken van eeuwigheidsperspectief?
Het is onze aanleg. Wij zijn verblind en hebben aangeboren afwijkingen. Buiten de kracht van het Evangelie willen en kunnen wij niet anders. Dat weet de vorst der duisternis en daarom probeert hij onze zinnen te verblinden. Met een heel bepaafd doel, namelijk dat de verlichting van het Evangelie van Christus ons niet zou bestralen (2 Korinthe 4:4). jongeren hebben soms ook moeite met preken waarin de toeleidende weg veel aandacht krijgt en te weinig meeklinkt Christus' oproep: ekeert u en gelooft het Evangelie. Het gevaar van zelfbedrog weegt soms zwaarder dan het verloren gaan als wij niet tot bekering en geloof komen. De bestrijding en aanvechting krijgt vaak meer aandacht dan Gods vaderlijke zorg. In 2 Korinthe 4:6 wordt de kracht van de evangelieprediking getekend: ods licht schijnt in de duisternis. Zo laat God zondaren in hun volslagen verlorenheid Zijn heerlijkheid in Christus zien. Ook nu nog.
Was dit 'vluchtgedrag' dertig jaar geleden ook al aanwezig of ziet u een toenemen hiervan?
Mijns inziens was het er toen net als nu. Hoewel, nu is een deel van de jongelui (ook van de kinderen) meer betrokken op de Heere en Zijn dienst, je hoort hen meer over geestelijk leven. Misschien komt dit ook omdat men nu wat mondiger is en zo deze tere zaken eerder bespreekbaar maakt. Dit is alleen maar positief te waarderen. Helaas ontbreekt wel vaak het vertrouwelijk contact met de ouderen van Gods kinderen. Mijn vader (1899-1969) zei dertig jaar geleden dat er toen meer geestelijk leven onder jonge mensen was dan toen hij jong was. We moeten voorzichtig zijn met termen als 'die goeie oude tijd'. Alle tijden is er geklaagd over de stand van zaken.
Hebben we als ouderen een taak of roeping als jongeren zo reageren?
We moeten voorop stellen dat wij als ouderen de Heere moeten vrezen, leven uit het geloof in Christus. We hebben de taak om een voorbeeldgedrag te tonen, onder andere door als rentmeester en pelgrim te leven. Paulus verwoordt het rentmeester zijn in 1 Korinthe 7:30, 31 waar hij zegt: En die kopen als niet bezittende en die deze wereld gebruiken als niet misbruikende". Een pelgrim is iemand die op doorreis is, in dit geval naar een beter vaderland en daarnaar uitziet. Zien de jongeren dit aan ons? Is er liefde? Is de genade van de Heere Jezus ons genoeg? Of hebben wij daarnaast nog veel verlangens of alleen maar het laatste? Zijn wij leesbare brieven van Christus? Of is onze godsdienst alleen maar een opvatting of een vernisje? Alleen de buitenkant? Daar prikken jongeren snel doorheen. Hier ligt een ontzaglijke taak en roeping. Die kan nooit in eigen kracht vervuld worden, maar dat hoeft ook niet! Het kan, in diepe afhankelijkheid van Gods genade in Christus, in een wandelen met Hem.
I/Vat blijft er over, wanneer we vanuit Gods Woord niet meer overtuigen kunnen?
Eigenlijk alleen het gebed tot de levende God, maar wat een kracht en verwachting wil de Heere daarin leggen. „En roept Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren" (Psalm 50:15). Toch blijft ook van invloed het al genoemde voorbeeldgedrag, onze levensstijl. Hoe praten we over anderen? Zijn we in alles eerlijk en betrouwbaar? Vrezen wij de Heere, dat wil zeggen betrekken we ons hele leven op Hem? Is er liefde merkbaar? Zeker, als we door genade kind van God zijn, vallen wij onszelf in alles steeds meer tegen, halen we nooit de maat die we graag zouden willen halen. Meer een leven in afhankelijkheid van Gods zegen spreekt voorzichzelf. Daar gaat een getuigenis van uit, ook al zal de betrokkene zelf dit als laatste verwachten, al wenst hij het wel.
Is al die ellende, chaos, uitzichtloosheid de enige reden waarom jongeren het vaak niet meer zien zitten?
Nee, satan speelt bijvoorbeeld ook in op onze karakters. Bij een labiel karakter vanzelf anders dan bij een evenwichtig karakter. Hij weet precies hoe hij ons in zijn macht moet houden en
hij mikt vooral op de jongeren. Daarvoor gebruikt hij onder andere de verleiding van drugs, alcohol en seks, of van onverschilligheid en oppeivlakkigheid. Als de toekomst weinig perspectief biedt, weet de vorst der duisternis raad: maak er maar een eind aan, dood is toch dood. 't Maakt satan niet uit op welke manier hij zijn onderdanen vasthoudt, als ze maar niet in hun nood en ellende zich tot de Heere jezus wenden! Dan is hij ze kwijt.
Wilt u een positieve afsluiting van ons gesprek meegeven ter opscherping?
Ik las onlangs in de Gospel Standard van de Strict Baptists in Engeland een bijzonder voorval, uit 1840, maar nog zo actueel! Een zekere Bernard Gilpin, een oprecht Christen, kwam bij een boerenknecht die ernstig ziek was. Hij wist eerst niet wat hij tegen de man moest zeggen. De zieke miste elk geestelijk besef en kon nauwelijkslezen. Tenslotte wees Gilpin hem met klem op Johannes 8:12 (en dat zou ik ook willen doen), waar Jezus zegt: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben". Gilpin zelf dacht toen en de volgende dagen: et dringt niet tot hem door, hij begrijpt het niet, maar de Heere heeft dit klare woord van Christus aan de man geheiligd. Hij kwam tot bekering en geloof. Zijn laatste woorden waren: Lof zij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest". Ik wil onze jonge mensen ook wijzen op de Lofzang van Simeon, waar hij Christus noemt 'een Licht tot verlichting der heidenen'. Tot verlichting: igenlijk staat er tot openbaring. Onze zonde is er, Gods vergeving is er, maar van onszelf zien we ze niet. Onze zonde niet, ook Gods vergeving niet. Maar Christus is gekomen om die voor zondaars te onthullen, het éne en het andere telaten zien. En dan is zien: eloven. Voor het eerst en steeds weer.
De jongelui die door genade van die genade mogen leven, zou ik willen verwijzen naar het slot van 2 Petrus 3, waar Petrus spreekt over de eindtijd. Ik noem hier alleen het laatste vers: „Gij dan geliefden, zulks tevoren wetende, wacht u dat gij niet door de verleiding der gruwelijke mensen mede afgerukt wordt en uitvalt van uw vastigheid.
Maar... wast op in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker jezus Christus, Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid. Amen." 't Gaat om het bezitten van Hem, Die het leven is. 't Is haast te mooi om waar te zijn. Het houdt ons klein en in gebed om de vervulling met Zijn genade in ons leven. Daar ligt de zekerheid en geborgenheid voor tijd en eeuwigheid. Dan mogen wij naar Zijn belofte verwachten nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Daar zal niemand meer zeggen: ik ben ziek, daar zal God alle tranen afdrogen. Daar zal geen zonde meer heersen, maar zal God volmaakt gediend worden. Wat kun je soms daarnaar verlangen. Van harte hoop ik dat niemand van ons achter zal blijven, bij wie de prediking door eigen ongeloof helaas geen nut heeft gedaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1997
Daniel | 36 Pagina's