JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

1947 - 1997 Vijftig jaar Bond van vrouwenverengingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

1947 - 1997 Vijftig jaar Bond van vrouwenverengingen

15 minuten leestijd

Precies om kwart over tien opent ds. C. A. van Dieren deze jubileumbondsdag. In zijn welkomstwoord betrekt de dominee in het bijzonder de enkele dames van het eerste uur, die vandaag in ons midden mogen zijn. Deze dag worden we tot jubileren, of beter gezegd, tot jubelen geroepen. We worden tot herinneren opgeroepen en denken dan terug aan de pastorie van wijlen ds. A. Verhagen, waar de Bond werd opgericht. We zouden deze dag kunnen denken aan alles wat er gedaan is: de zorg voor de eenzamen binnen de gemeente, het ijveren voor de zending en de zorg voor de gehandicapten. Het ware jubileren spreekt echter niet over ónze daden, maar over Gods daden. Dat is onmogelijk geworden door de val in het paradijs, want wij zijn hier bijeen als zonen en dochters van onze moeder Eva. Het ware jubileren is genadewerk. Dan ontvangt God de eer en vallen wij er tussen uit.

Zo heeft Mirjam mogen jubelen en daarvan lezen wij in Exodus 15:20 en 21. De zuster van Aaron wordt ze genoemd. Ze heeft de leeftijd van negentig jaar bereikt; oud, maar niet te oud om de daden des Heeren te vermelden. Ze wordt ons hier voorgesteld, sprekende vanuit bewezen weldaden, die ze gezien en doorleefd heeft en dat heeft geleid tot verootmoediging. Dat er zulke vrouwen mochten zijn op de verenigingen, die in de eenvoudigheid, door Gods Geest geleid van het werk des Heeren mogen vertellen. En wat lezen we? Dat de vrouwen haar navolgden. Wat een gezegende presidente! Hier spreekt niet alleen de mond van Mirjam, maar hier wordt beleefd: Heere, laat U mijn tong en mond, uit 's harten diepsten grond, toch welbehaaglijk wenvereniging wezen". Wat is het ook voor het nageslacht belangrijk, dat er Mirjams zijn. Het is niet iets nieuws wat de vrouwen hier zingen, nee, ze zijn middellijk onderwezen door Mozes. Mozes en de vrouwen bezingen de grote daden des Heeren. De Heere had aan dit slavenvolk gedacht in het voorbijgaan van andere volken. Zij weten, waar zij vandaan gekomen zijn. Weet u dat ook? Zij weten ook van wie zij bevrijd zijn. De Kerk maakt kennis met de driehoofdige vijand en in hen is geen kracht tegen deze grote menigte. Ze hebben niet te jubelen over zichzelf. Zie maar in Exodus 14:2: aar morren en murmureren ze. Wordt dat geen wonder wanneer je jezelf als opstandeling leert kennen en God je verlost?

Het liep voor het volk Israël vast; achter hen waren ruiter en paard en voor hen het gebruis van de zee. Het water werd Israël tot een verlossing, maar de vijanden vinden in ditzelfde water de dood. en Dit wijst ons naar het Borgwerk van Christus. Wat een wonder, dat ze met de vijanden van Christus niet omkomen. Geeft dat geen stof tot juichen? Dan eindig je niet in de mens. Dan is er ook verwachting voor de toekomst en dat lezen we in vers 17. Dan zingen ze in het geloof, dat ze straks zullen komen in Kanaan. johannes in Openbaring 15 mag ze zien staan: het ware Israël. Dan is er geen murmureren meer, maar zingen zij het lied van Mozes en het Lam, staande aan de glazen zee. De Heere geve ons allen deze dag om zo te mogen jubileren.

De brieven aan Hare Majesteit Koningin Beatrix en Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana die de dag ervoor al verzonden zijn, worden voorgelezen. Met de brief naar de koningin is tevens het boekje van ds. j. van Haaren 'Het lied van Gods pelgrims' meegestuurd. Staande zingen we van het Wilhelmus de verzen 1, 6 en 7.

Evangelisatie dicht(er)bij

Als ondertitel voor zijn referaat heeft ds. G.). van Aalst drie punten, namelijk: * het gemis aan vrijmoedigheid * de gave van vrijmoedigheid, * de zegen bij de vrijmoedigheid. De leidraad is vanuit johannes 4, de geschiedenis van de Samaritaanse vrouw. De dominee wijst de aanwezigen op de evangelisatiefolder, die aan het programma toegevoegd is. Weet u wat het woord 'Pinksteren' letterlijk betekent? We lezen op de folder over Goede Vrijdag, maar weet u waar u uw kinderen heen moet sturen om te horen over het zielsbevindelijke van Goede Vrijdag en dat in de oefeningen des geloofs? Op de tweede bladzij wordt gesproken over de totale veivreemding van God en van Zijn inzettingen in ons land. Maar nu de kring kleiner getrokken. Uit een steekproef onder de catechisanten van ds. Van Aalst in Ridderkerk bleek dat 18% van deze jongeren, die twee keer per zondag naar de kerk gaan, nooit de knieën buigt Dat 30% nooit met hun ouders spreekt over de zaken van de eeuwigheid en 40% bijna nooit. Het klinkt weieens uit de mond van jongeren: „Mijn vader praat met iedereen, behalve met mij en mijn moeder is voor iedereen op pad, behalve voor mij".

Wat houdt evangelisatie in? Dit betekent: de vervreemden de weg der zaligheid bekend te maken. Vervreemding ook binnen onze eigen kring, ons eigen gezin. Een mengelmoes van godsdienst en heidendom, net als bij de Samaritaanse vrouw. Samaria is nog wel godsdienstig, maar niet Godvrezend; wel geïnteresseerd in twisten, maar niet in wonderen. In de ogen van Jeruzalem is het een slecht volk en in de ogen van het allerslechtste volk is zij de minste. „Kom, zie de mens!" De bewogenheid van de Samaritaanse vrouw is meer houding dan woorden, meer daad dan praat. Wat weet deze vrouw nu van zichzelf, wat kan ze van zichzelf? Waar haalt ze de vrijmoedigheid vandaan? De knechten van God, de discipelen, hebben het te druk met het halen van brood, het kopen van brood en het eten van brood. God zal zorgen dat de oogst binnengehaald wordt, door één vrouw. „Discipelen, de oogst komt wel binnen; de velden zijn wit en jullie zaaien niet. De vrouw zal zaaien". Ze heeft vrijmoedigheid verkregen en begint op de plaats waar men haar kent, daar waar ze de zonde gediend heeft, „jullie kennen mij, jullie hebben mij veracht en ik weet nog veel meer dan jullie van mijzelf. Maar Hij heeft mij gezegd, alles wat ik gedaan heb." Alle mensenvrees valt weg, alle zelfbedoeling valt weg. Het geheim van de geschonken vrijmoedigheid is, dat ze gaat, zoals ze is. Deze morgen gaat het om de Bron: uit God, door God en tot God. Ze mag komen, zoals ze is en begeert een goed gerucht voort te brengen van soevereine genade. Hij is begonnen: Hij is de Alfa, maar ook de Oméga.

Toen dat licht van die Gezegende van de Vader bij de jacobsbron even maar op Zijn Persoon viel, toen is haar hart - hoe goddeloos - , veivuld met die Gezegende van de Vader. Wanneer ze op zichzelf ziet, zegt ze geen woord meer, maar wanneer ze op Hem mag zien, dan vloeit haar mond over. Eén zin is genoeg bij Hem en daarom probeert ze de mensen bij Hem te krijgen. We horen hier het stuk der ellende: „Alles wat ik gedaan heb", maar ook het stuk der verlossing: „Een Mens Die mij gezegd heeft", maar ook het stuk der dankbaarheid: „Kom en zie". Die gunnende bewogenheid met de naaste begint bij eigen huis, bij eigen kring. Al is er dan nog zoveel gebrek aan kennis, toch gaan we wijzen naar de Bron. Als er niets overblijft, dan de Gezegende des Vaders, wat kun je dan ruim spreken. Hij heeft haar niet uitgescholden voor 'hoer" en dat verbreekt het hart. Zonde en het heidendom, dat maakt de mens eenzaam en individualistisch. Deze vrouw heeft de Samaritanen uit gunnende bewogenheid, uit gunnende wederliefde aangespoord om naar de Bron te gaan. Die Bron droogt nooit op, daar heeft onze vader jakob ook al uit gedronken. De vrouw weet niet dat de Heere nog maar twee dagen zal blijven. Als we dat weten, zou dat niet doen zuchten?

Heeft u uw knieën al gebogen bij de Bron, 's morgens en 's avonds, als u vol twijfel zit, als alles weg is, met een zwijgende mond? Grijpt het u dan niet aan: nog één keer met mijn jongen spreken, nog één keer met mijn meisje. In de kring van man en vrouw, om nog één keer met mijn man te spreken, nog één

keer met mijn vrouw. Wij hoeven geen mensen te bekeren. Dat weet de Heere wel, dat wij dat niet kunnen. We zijn zo aards, zo met het brood bezig, net als de discipelen. De Bron is nog open; die vloeit tegen de zonde en onreinheid, tegen ons zwijgen, onze oppervlakkig spreken, ja, tegen onze werkheiligheid en lauwheid in. In ons land wordt Gods Woord steeds minder gehoord en het geweten zwijgt. Maar dit zien we ook in eigen kring als het gaat om vermenging, als zonde geen zonde meer is. Ook binnen de ambtelijke kring: brood eten en met een grote boog om het volk der Samaritanen heen lopen. De discipelen moeten daar twee dagen blijven. Lauwheid heeft te maken met het veraf leven van de Bron. Onderzoek het: ligt het aan de Bron? Die vloeit over, want jozef leeft nog en Zijn schuren zijn vol. Die Bron is nog geopend voor de slechtste van de slechtsten.

Na het indringende referaat van ds. Van Aalst draagt mevr. L van der Spek-van der Spek het gedicht 'Het dienstmeisje van Naaman' voor. In de middagpauze is het fijn om elkaar te ontmoeten, zowel binnen als buiten in de voorjaarszon. Deze keer is er in verband met de actie van de Vrouwenbond door de evangelisatie een stand ingericht De tijd vliegt om en tegen half twee klinkt de gong, die het begin van de middagvergadering aangeeft.

Vragenbeantwoording

Na de opening daarvan krijgt ds. Van Aalst gelegenheid de vele vragen te beantwoorden. Hij wijst erop, om juist in de stroomversnelling van deze eeuw de beslotenheid van het gezin te bewa-ren. Als afgezonderd te leven, met liefde voor elkaar en bovenal voor eikaars zielenheil; daar wil de Heere de zegen over gebieden. Een moeder kan zoveel betekenen in haar gezin, ook al spreekt ze vanuit haar gemis. Spreek altijd maar goed van de Heere; geen goedkope geforceerde praatjes, meer houding dan woorden. Het ligt niet in de veelheid van woorden, maar men moet tijd en wijze weten.

Wanneer wij onze kinderen niet meer kunnen bereiken, dan kunnen en mogen wij ze voor de Heere neerleggen. Luther schrijft, dat het gezin het laatste bastion zal zijn, dat de duivel wil afbreken. Laten we vragen om gefundeerd te worden in de Schriften. Een gunnende liefde naar de naasten, maar wel eerlijk hen aansprekend vanuit de Schrift.

Ook voor onze kinderen blijft, dat de Heere man en vrouw onderscheiden geschapen heeft. De Bijbel beschrijft zo duidelijk, dat dit ook uiterlijk te zien moet zijn.

Evangelisatie hangt niet samen met de mate van verzekerdheid, maar evangelisatie is verbonden met zelf te leven in de tere vreze des Heeren. Tot zover een impressie van de vragenbeantwoording.

Terugblik naar toen... en nu

Mevrouw j. de Blois-van Kempen en mevrouw A. Teerds-Gertenbach declameren - afgewisseld met samenzang - over vijf aspecten van toen en nu.

7. De verenigingen toen en nu

Op 7 april 1947 werd onder leiding van ds. A. Verhagen het Landelijk Verband van meisjesverenigingen opgericht. Op de verenigingen werd veel gebreid en genaaid om de nood te lenigen, die door de oorlog ontstaan was. Toen in 1962 de zending vanuit onze gemeenten gestalte kreeg, werden er heel wat vrouwenverenigingen opgericht, die tot doel hadden gelden bijeen te brengen voor de zending. Nu, anno 1997, zien we op de verkopingen minder handwerken en meer levensmiddelen en snuisterijen. Men gaat op bezoek bij andere verenigingen, nodigt regelmatig een spreker uit en er worden creatieve avonden verzorgd.

2. Het gezin toen en nu

Vroeger werkte vader zes dagen en moeder was de hele dag druk in het huis aan het werk. Dagelijks deed ze de boodschappen, want een vrieskist of

koelkast had men niet. Weinigen beschikten vijftig jaar geleden over een wasmachine. En nu, anno 1997 kennen we zelfbedieningswinkels; alles is verpakt en we kunnen kiezen uit een keur van artikelen. Thuis doet de wasmachine en de wasdroger het werk. Toen hoorde men in de gezinnen nog wel eens der vromen tent weergalmen van hulp en heil ons aangebracht. Is het nu vaak geen steunen op eigen benen, waarvan de Heere zegt dat Hij die geen hulp en heil wil verlenen?

3. Bondsdag toen en nu

Een klein aantal vrouwen begon vijftig jaar geleden onder leiding van een knecht des Heeren. En nu in 1997? Het Woord van God mocht op iedere Bondsdag opengaan en is op onderscheiden wijze verkondigd. De vraag is aan u en aan mij: „Heeft het iets nagelaten, als u meerdere malen onze Bondsdagen mocht bezoeken? Heeft het beslag gelegd op uw hart? Heeft de Heere er de eer van ontvangen? "

4. Maatschappelijk leven toen en nu

In 1947 was men zuinig; men wist wat honger en gebrek was. Nu is er een welvaart, die nog steeds lijkt toe te nemen, maar... de bittere vruchten van de welvaart gevoelen we in de ontwrichting van de maatschappij, in de ontheiliging van de dag des Heeren en het afwijken van Zijn geboden. En u en ik, hoe staat het in ons leven? De Heere geve de keuze van Mozes in ons hart om staande te mogen blijven in een wereld, die in het boze ligt.

5. Kerkelijk leven toen en nu

Ds. A. Verhagen was ere-voorzitter van het Landelijk Verband van meisjesverenigingen. In 1959 nam God hem weg. Zijn plaats werd ingenomen door anderen. De zorgen en moeiten gingen ook onze gemeenten niet voorbij, maar ondanks dit alles geldt: „Gods Woord bestaat in eeuwigheid, de aard' blijft vast al wisselen haar tonelen".

Opbrengst jubileumactie ten bate van de evangelisatie

Mevrouw C. A. Kaslander-Goedegebuur wijst erop dat ons land steeds verder wegzakt in het moeras der goddeloosheid. Het leek ons goed om ter gelegenheid van ons 50-jarig jubileum het geld, dat door middel van een actie bijeengebracht is, te bestemmen voor evangelisatie in eigen land. Het geld wat bijeengebracht is door alle vrouwenverenigingen, is bestemd voor de aankoop van een kerk voor de evangelisatiepost te Emmen. Na opening van een drieluik, in de vorm van de nieuw te kopen kerk van Emmen, komt het prachtige bedrag ƒ 96.175, 65 tevoorschijn. Namens het deputaatschap Evangelisatie neemt ds. A. j. Gunst het bedrag symbolisch in ontvangst. Hij dankt de vrouwenverenigingen hartelijk voor dit prachtige bedrag en wenst de Bond van Vrouwenverenigingen Gods zegen toe voor de toekomst.

In haar dankwoord noemt mevrouw Kaslander deze dag een mijlpaal in het Bondsleven. Er is weemoed, wanneer we terugkijken naar hen die ons ontvallen zijn. De toekomst is voor ons verborgen, maar God is getrouw. Er komt weer een nieuwe generatie aan, waar wij verantwoordelijk voor zijn. Op ons rust de taak hen te begeleiden naar de volwassenheid. Ze vraagt onze zorg, maar bovenal ons gebed. Indien iemand van ons wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere. Geve de Heere ons te en/aren, dat Hij nog werken wil door Woord en Geest. Ondanks de tijd waarin we leven is Christus verwinnaar in de strijd.

Slotmeditatie

In zijn slotmeditatie wijst evangelist j. Witte op de vermaningen, die ons voorgelezen zijn uit Hebreën 13. Daar lezen we: „Dat de broederlijke liefde blijve". Door de val zijn we haters Gods en der mensen geworden. Liefde tot God en tot de naaste is echter nog te verkrij Zoek de Heere en leef! De belofte v Gods kinderen lezen we in vers 5: „ u niet begeven en niet verlaten". D; het wonder van genade, door het v van de Heilige Geest. Dan komen v\ Pasen, bij Hem Die uitgeroepen hee „Mijn God, Mijn God, waarom heb Mij verlaten? " We moeten met een penbaarde Christus de dood in en li in een afbrekende weg Hem te volg Met Hem verging onze hoop en koi we net als de discipelen terecht achi gesloten deuren. In de opstanding \ Christus ligt de vergiffenis der zonde Wast dan op in de kennis en de ger van onze Heere Jezus Christus. Dat < vaders en moeders mochten gevon worden, die weten waar hun schulc zonde gebleven is. Dan zijn we niet laten in het natuurlijke leven, niet ve ten op het ziekbed, niet verlaten op sterfbed en verlaat Hij ons niet door doodsjordaan. Schenke de Heere oi jongeren en ouderen - eerlijkmaker genade, zodat wij leren wat wij gev den zijn, maar ook wat Hij is en wal geeft. „Dat al de vrouwen, ja, wij al mogen instemmen met het lied vai Robert Murray MacCheine is mijn 1 lijke wens op deze jubileumdag", a de heer Witte.

Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis, Naar 't erfgoed daar Boven in 't Vaderlijk Huis Mi/n jezus geleidt mij door d' aardse woestijn, 'Gestorven voor mij' zal mijn zwanenzang ziji

's-Gravenpolder

J. C. Roest-van den Bos

4 Teerds-OtrtenlBdi, Doevelsfer, 7.H12«B landrecht. Tel (0 Amersfoort

Elimkerk, Waterdaal Ï.Vrouwenverenigi 'Martha'. Zaterdag 24 mei, geopend vj 10.00 tot 15.00 uur.

Middelburg-Centrum

Ter Hoogekerk (open dag). Vrouwenvere 'Persis'. Zaterdag 24 mei, geopend van tot 15.00 uur.

Nieuwerkerk

Gebouw 'Salem', Molenstraat. Vrouwen' ging 'Debora'. Dinsdag 27 mei, geopei 10.00 tot 12.00 uur, van 14.00 tot 17. en van 18.30 tot 19.30 uur.

Wilt u berichten over verkopingen ongeveer l maanden van te voren opsturen? Hartelijk dt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1997

Daniel | 36 Pagina's

1947 - 1997 Vijftig jaar Bond van vrouwenverengingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1997

Daniel | 36 Pagina's