JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

a

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

a

4 minuten leestijd

In deze tijd gaan rondom ons stemmen op die gemeentevorming bepleiten waarin een kerkorde geen plaats heeft. De gave of bediening van een ambtsdrager of gemeentelid gaat dan voorop. Maar laat het verleden voor ons een baken in zee zijn.

Wat leert ons 1907?

In 1907 waren er mensen die uitzagen naar de vervulling van het gebed van Christus: „Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader in Mij, en Ik in u, dat zij ook in Ons een zijn, gelijk als Wij Een zijn". Die begeerte, dat verlangen zal ook onder ons gevonden moeten worden. Er is een grote kerkelijke verscheurdheid. Gescheiden optrekken vanwege soms, het moet met diep besef van schaamte en schuld gezegd worden, bijzaken die het wezen van de godsdienst niet betreffen. Zou, als de woorden van de preses van de vergadering in 1907 meer ter harte genomen werden, het heimwee naar de ware eenheid niet meer onder ons leven?

Het tweede dat 1907 ons leert is de liefde tot het Woord en de schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Jongelui, wees veel om deze prediking verlegen. Ga biddend naar Gods huis. Je verkeert in de kerk op de werkplaats van de Heilige Geest.

Daar gaat Christus voorbij in het gewaad van Zijn Woord (Calvijn). Het derde dat opvalt is de band met het verleden. Men zocht aansluiting bij Afscheiding, Nadere Reformatie en Reformatie. Ook dat willen we graag blijven beklemtonen.

De weg verder...

Kerk zijn na negentig jaar houdt in de eerste plaats in trouw te zijn aan de roeping van de Koning van de Kerk. Hij draagt Zijn ambtsdragers, predikanten, ouderlingen en diakenen, op getrouw te zijn in de uitoefening van de ambten. Hij roept de gemeenteleden op een gemeenschap te zijn waarin dienende liefde een plaats heeft. De Kerk van Christus dient een lichtend licht en zoutend zout te zijn. Hoe staat het daarmee in onze gemeenten? Is er toekomst voor onze kerk? Hoeveel werfkracht gaat er van onze gemeenten uit? En hoé is dat persoonlijk? Wie ben jij? Waar sta jij?

Hoe sta je in je kerk? Is de kerk je moeder? Na negentig jaar mogen we zeggen: de Heere heeft het zo geleid dat onze gemeenten er zijn als een planting van Zijn hand. Hij heeft Zijn Kerk onder ons gehad en nog! Daarom willen we ook vandaag nog als Gereformeerde Gemeenten verder.

Dat kan weieens vragen en problemen oproepen. We belijden dat ook in andere kerken de Heere Zijn kinderen heeft. Anderzijds mogen we niet vergeten dat Gods voorzienigheid ons een plaats in onze gemeenten gaf. Dat geeft verplichting naar eigen gemeente, maar ook richting kerkverband. Sta positief binnen je gemeente tegenover de ambten en het kerkelijk leven. Doe niet mee aan een heilloze polarisatie. Houd zicht op leeftijdgenoten en schrijf elkaar niet af. De houding van Kaïn mag onder ons niet gevonden worden.

Roeping en heimwee

Tenslotte, onze gemeenten hebben altijd een eigen plaats binnen het geheel van de Gereformeerde Gezindte ingenomen. We mogen echter ook niet de ogen sluiten voor andere kerken, waarin dezelfde behoefte leeft om gereformeerd te zijn, in leer, leven en kerkregering.

Laten we enerzijds ons gedrongen weten onze gemeenten lief te hebben, omdat God ons in hen een plaats gaf en we geloven mogen dat ze een planting Gods zijn, maar anderzijds het heimwee kennen naar de vervulling van Christus' Woord: „Opdat zij allen een zijn". Dan zal ons staan en functioneren in de gemeente zich bewegen tussen roeping en heimwee. Er is een eenheid.' Deze eenheid ligt in het ware geloof. Dat is het instrument dat het lichaam (de ware gelovigen) aan het Hoofd (Christus) en aan elkaar verbindt. Wie dat geloof beoefent, heeft zijn kerk lief en zegt tegelijk: „Ik ben een vriend, ik ben een metgezel, van allen die Uw Naam ootmoedig vrezen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1997

Daniel | 32 Pagina's

a

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1997

Daniel | 32 Pagina's