Straatkinderen
deel 4
Op een avond kondigt Roy aan dat ze morgen samen met een andere straatbende niet ver van de vissershaven Navotas een bakker zullen dwingen om hen van vers brood te voorzien.
„Drie van onze groep zullen op de uitkijk staan, de andere bende doet in z'n geheel mee om de deur van de winkel te blokkeren. We gaan dus allemaal zo voor zijn zaak liggen, dat er geen klant naar binnen kan en gaan niet weg voor hij 'betaald' heeft. Eh, ik, Felisa en Ruel zijn uitkijk, de rest doet wat Rocento, de leider van de andere bende jullie opdraagt. Begrepen? "
ledereen heeft het gesnapt en zoekt een slaapplaats op. Felisa en Ruel hebben een grote kartonnen doos op de kop getikt. Ze leggen hem op z'n kant en kruipen naar binnen. Na wat woelen en draaien vallen ze al snel in slaap.
De volgende dag geeft Roy zijn bendeleden nog een paar instructies en verdwijnt dan met Felisa en Ruel naar de winkelstraat bij de haven. Ze hebben hun uitkijkposten uitstekend gekozen. Er kan geen agent naderen van welke kant dan ook of zij zien hem aankomen, zodat ze op tijd kunnen waarschuwen. Zelf zijn ze in een mum van tijd ondergedoken in de stinkende krottenwijk Tondo, waar geen agent het waagt hen na te komen. En als er nou eens een zijn pistool gebruikt? Nou ja, dan heb je pech, niks aan te doen.
Ruel staat op de hoek van de winkelstraat, niet ver van de bakker tegen een lantaarnpaal geleund. Hij kan zo naar twee kanten uitkijken. Als er gevaar dreigt, hoeft hij de weg maar over te steken om een paar tellen later te verdwijnen in de doolhof van steegjes en straatjes van de krottenwijk. Zijn onverschillige, wat verveelde houding verraadt door geen enkele beweging dat hij nauwkeurig het verkeer op de weg in de gaten houdt. Niets ontsnapt zijn aandacht. Komt daar... Nee, 't is een bestelwagentje. Ai, van de andere kant, is dat een... ja, zeker weten! Hij draait zich bliksemsnel om en met de handen om z'n mond geeft hij een vreemde hoge schreeuw in de richting van zijn soortgenoten, die dicht bij elkaar zittend, de deur van de bakkerswinkel blokkeren. In een oogwenk is de bende op de been en stuift uit elkaar.
Ruel is er ook vandoor gegaan. Roekeloos steekt hij vlak voor een bus de weg over. Van de andere kant komt het politiebusje waar hij voor waarschuwde. Ruel, kijk uit!!
Niemand van de straatkinderen heeft iets gemerkt van het ongeluk dat Ruel is overkomen. Sommigen hebben wel de sirene van een ziekenwagen gehoord, maar er geen enkele aandacht aan geschonken. Toen hij na een uur nog niet op de afgesproken plaats was verschenen, is Felisa hem gaan zoeken. Ze is weer teruggegaan naar de krottenwijk Tondo, waar ze zelf heen vluchtte, toen Ruel hen waarschuwde. Maar vergeefs, hij was en bleef onvindbaar. Op de Smokey Mountain, de smerige, stinkende, walmende vuilnisberg was hij evenmin. Ze is die avond met een lege maag in de kartonnen doos gekropen, maar de slaap wilde niet komen en heel vroeg in de morgen, het was nog donker, is ze weggegaan. Waarheen? Naar de haven? Naar de krottenwijk? Naar het immens grote winkelcentrum? Ze weet het niet. Ze is voor het eerst in haar korte leven echt bang, bang en... alleen.
In een van de vele ziekenhuizen van Manila, niet zo heel ver van de Smokey Mountain, de Rokende Berg, ligt Ruel in een echt bed, onder een helder wit laken. Zijn hoofd is verbonden en aan het laken kun je zien dat er over zijn rechterbeen een boog staat. Hij is wakker en heeft even verwonderd met de ogen geknipperd. Voorzichtig draait hij z'n hoofd naar links. Ai, wat wordt ie nou ineens raar, alles draait om hem heen.
„Stilliggen jij", zegt een zuster. Ruel snapt er niks van. Wat is er toch aan de hand?
„Hé gabber, ben je wakker? " Opnieuw draait Ruel z'n hoofd, nu naar rechts en heel voorzichtig. Wat wazig ziet hij naast zich een jongen rechtop in de kussens, die hem nieuwsgierig aankijkt. „Waar ben ik? "
De knul grinnikt even: „Ben jij effe ver weg. Je leg in het ziekehuis. Cisteremorrege ben je gekomme. Maar je wis van de wereld nie af. Ik docht eigenlijk dat je wel dood zou gaan. Is da effe boffe da je nou wakker ben. Je heb een ongeluk gehad. Ha, ha, je knalde tege een pliesiebusje an. 't Ware vast aardige smerisse, anders hadde ze je wel late legge. Hoe hiet je en waar woon je? "
„Snuit dicht, Timos. Die jongen moet rust hebben", waarschuwt de zuster. Timos mompelt van: „Wijf, vlieg op!", maar doet toch wat ze zegt.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1997
Daniel | 32 Pagina's