JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Strijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Strijd

9 minuten leestijd

„...Strijden en overwinnen, of misschien zegt u: 'Overwinnen? Ik haal nooit de eindstreep. Hoe zal ik overwinnen? ' Gode zij dank Die ons de overwinning geeft door onze Heere jezus Christus. Zijn genade wordt in zwakke mensen volbracht. Stemt alles tegen, je leven, je zonden? Zie op Christus. In Hem zijn we meer dan overwinnaars. Wat zal dat heerlijk zijn: geen strijd meer, geen zonden, geen ongeloof. Dan zal God alles en in allen zijn. Amen.

Gemeente, laten we met en voor elkaar bidden."

Margriet vouwt haar handen, sluit haar ogen. De dominee bidt: „...We bidden U voor hen die strijden tegen hun zonden, in strijd zijn met zichzelf. Voor hen die in verwarring zijn over hun seksualiteit, voor hen die anders geaard zijn. Geef dat zij de smalle weg achter U aan mogen gaan. En als wij in de zonden vallen dan moeten wij daarin niet blijven, maar tegen de zonde en de duivel strijden..."

Na het uitspreken van de zegen verlaat Margriet met de andere kerkgangers het gebouw. Het orgel speelt. In gedachten zingt Margriet de woorden mee: 'Bescherm ons in de bange tijd van zielsverzoeking, en van strijd... vertroost het neergebogen hart...'

Bij de fietsenstalling ontmoet ze Dick, die ze kent van de kinderclub en de jeugdvereniging. In de loop van de tijd is hij een fijne vriend van haar geworden. Ze fietsen samen op. Margriet denkt terug aan de preek. De vraag die gesteld werd of we het tweesnijdend zwaard van de Heilige Geest hanteren, namelijk Gods Woord. Ze hoort het de dominee weer zeggen: „...Durf je te staan voor de waarheid, of laten we ons overlopen door tolerantie en wederzijds respect? " Hij waarschuwde voor het gevaar van een geloof zonder bekering, een christendom zonder Christus. Ze bedenkt hoe hij opriep te strijden tegen verkeerde gevoelens, verlangens, tegen eigen godsdienstigheid, en erop wees de goede strijd te strijden.

Bij Margriets huis aangekomen, vraagt ze of Dick mee gaat koffie drinken, zoals ze wel vaker even doen. Ze praten wat door over de preek. Hoewel het fijn is om zo er samen nog eens over na te denken, heeft Margriet het gevoel dat het anders is dan anders, net of Dick er niet helemaal bij is.

Als er even een stilte valt, is het Dick die de draad weer oppakt. Hij begint wat aarzelend. „Weet je Margriet, ik..., ik wil je wat zeggen. Ik wilde het al langer doen, maar..." Het blijft even stil. Dan vervolgt Dick: „Het is zo moeilijk, zo vreselijk moeilijk..."

Margriet wacht, gespannen om wat er komen zal.

„Ik weet niet goed hoe ik het zeggen moet, waar ik zal beginnen. Nou ja, bij vanavond dan maar. Kijk, de preek sprak me aan, maar veel meer nog het gebed aan het eind van de dienst. Herinner je je nog dat de dominee bad voor mensen in hun strijd? "

Margriet knikt, ja dat weet ze nog.

Maar wat wil Dick hier toch mee zeggen?

„Hij, hij bad... hij bad ook voor... voor mensen die strijden met hun geaardheid..."

Opnieuw stokt Dick. Margriet kijkt hem aan. Hij zit voorovergebogen, z'n hoofd gesteund in z'n handen. Hij kijkt naar de grond. Dan fluistert hij bijna: „Hij bad voor mij..."

Margriet houdt haar adem in. Bedoelt Dick... wil hij zeggen dat... Hij gaat verder: „Dat is mijn grootste strijd, dat ik homofiel ben."

De klok op het kastje tikt de seconden weg, en benadrukt de stilte die er valt.

„Dick", denkt Margriet, „Dick, homofiel? Dat kan toch niet, dat heeft ze nooit gemerkt, dat heeft ze nooit vermoed. Hij is zo gewoon, gewoon een waardevolle vriend. Ze zegt het: „Nee, Dick, nee." Ze schudt haar hoofd. „Dat kan niet."

„Ja", zegt Dick bitter, „het kan wel." Margriet vlucht naar de keuken. Ze schenkt fris voor hen in. Ze talmt. Ze aarzelt om weer naar binnen te gaan. Ze leunt tegen het aanrecht, en in haar schreeuwt het: „O, God, wat moet ik doen, wat moet ik zeggen? "

Weer terug in de kamer vertelt ze haar verwarring. „Het overvalt me zo Dick. Ik heb nooit aan die mogelijkheid gedacht."

„Dat neem ik je ook niet kwalijk", reageert Dick, „dat zal bij veel mensen zo zijn. Er wordt wat afgeschreven over homo's, lesbiennes, homohuwelijken, zeker de laatste tijd.

Maar wie denkt eraan dat die homo naast hem in de kerk kan zitten? Of bij hem op de vereniging? " „Was je daarom niet op JeV. Toen daar vorige maand een inleiding over was? "

„Nou, ik kon ook niet, maar dat

kwam me eigenlijk wel goed uit. Weet je, op zich is het goed dat er samen over nagedacht wordt, maar er kan ook zo kortzichtig over gesproken worden. Dan kan het zo'n ver-van-je-bed-show zijn. Dan weet ik van tevoren al dat de uitslag van de discussie zal zijn dat iemand wel homofiel mag zijn, maar het niet in praktijk mag brengen. Maar wat heb ik daaraan? Dat lost mijn probleem niet op. Daar begint het juist."

Margriet knikt. Daar was het inderdaad in de discussiegroepjes over gegaan. Ze denkt terug aan de bewuste avond. Al een paar weken lang hadden er artikelen in de krant gestaan over het op handen zijnde homo-huwelijk, de mogelijkheden die daarvoor gezocht werden. Het had invloed gehad op haar mening over homofielen. De foto's deden er nog een schepje bovenop, twee mannen, twee vrouwen, hand in hand, samen knuffelend. Het had een soort van afkeer bij haar opgeroepen. Het was zo tegennatuurlijk om te zien.

In haar groepje hadden ze het over vooroordelen gehad. Toen bleek dat ieder toch wel een beetje het idee had dat je het aan iemand merkte als tie anders was, van de 'verkeerde kant'. Aan iemands gedrag of stem of uiterlijk, hoe dan ook, 't zijn mensen die hebben 'iets', 'iets' dat je niet zo duidelijk kunt omschrijven, maar dat je een bepaald gevoel geeft.

En nu zit daar Dick. Dick die niet anders is dan de andere jongens op de vereniging. Dick die er op geen enkele manier aanleiding toe geeft om te denken: 'er is 'iets' met hem'. Dick die zich niet onderscheidt in gedrag of stem of uiterlijk. Ze kan er niet goed over uit.

Wat aarzelend vertelt ze waar ze over dacht, waar ze het op de JeV over hadden gehad. „En ik vind het zo moeilijk om te geloven wat je vertelde Dick. Dan... dan denk ik: is het écht zo, weet je het wel zeker? " „O, Margriet, ik wilde honderd keer liever dat ik je wat anders kon vertellen, dat ik het me maar heb verbeeld. Maar het is echt zo."

Hij staat op en loopt naar het raam. Met z'n rug naar haar toe praat hij verder. „Dan doet het zo'n pijn Margriet, als er mensen zijn die denken dat je hier zelf voor kiest. Dat het iets is dat je wel af kunt leren, als je maar wilt. Maar wat weten zij af van de strijd die je voert als je erachter komt dat je zo bent. Dan heb ik niks te kiezen. Ik bén zo, het is een stuk van mezelf, ik ben het zelf. Als ik er vanaf had kunnen komen, had ik dat immers al lang gedaan? "

Hij draait zich om en gaat weer zitten. Haast verontschuldigend zegt hij: „Ik moet het even kwijt, het zit me soms zo vreselijk hoog."

Margriet knikt. Tranen staan in haar ogen. Het raakt haar diep, nu ze iets van de strijd meevoelt die Dick gestreden heeft, en nog strijdt.

„En dan m'n strijd met God, Margriet. Ik heb zo vaak God toegeschreeuwd: 'Waarom ben ik zo? !', en tegelijk de angst voelen. De angst dat God me af zal wijzen. Dan voelde ik me zo zondig, zo vies, zo slecht. Uiteindelijk ben ik erover gaan praten met een oom van me, over m'n homofiel-zijn, en over m'n strijd met God. Van hem heb ik geleerd dat voor God een homofiel niet zondiger is dan een heterofiel.

Toen heeft God me laten zien dat niet alleen mijn verkeerde fantasieën zondig zijn, maar dat ik een zondaar bén. Maar ook dat uit genade zondaren zalig kunnen worden, zondige homofielen, zondige heterofielen.

Soms ligt het rustig voor me, en soms laait de strijd weer hoog op. Dan ben ik opstandig, laatst toen m'n broer voor het eerst met zijn vriendin thuis kwam. Dan is de confrontatie met de werkelijkheid zo bikkelhard. Dan weet ik dat dat niet voor mij is weggelegd..."

Hij stopt even. „Kun je je dat voorstellen, wat dat betekent? Ik ben net eenentwintig Margriet. Dan zie ik mensen om me heen verkering krijgen, verloven, trouwen. Dan doet het zo'n pijn wèl liefde te ervaren maar daar geen uiting aan te mogen geven. Dan kan ik dat soms ook zo absoluut niet begrijpen. Liefde is toch goed, dat heeft God Zelf gegeven. Maar dan te weten dat ik, als ik volgens de Bijbel leven wil, altijd alleen zal blijven. Dan knijpt er wat van binnen, dat verdriet te voelen. En dan de vragen naar God: waarom vindt God het niet goed als twee mensen van elkaar houden, elkaar liefhebben, wat is daar mis mee? En dat zijn vragen waar ik nooit antwoord op zal krijgen, want daar zwijgt de Bijbel over."

Margriet heeft geluisterd. Ze voelt zich zo jong, zo onervaren. Ze zegt: „Ik zou je zo graag willen helpen Dick, maar ik weet niet hoe..."

„Ik ben blij dat je gewoon hebt willen luisteren", antwoordt Dick.

Wanneer Dick vertrekt, loopt Margriet even mee naar buiten. Daar staat Dick stil.

„Kijk eens, Margriet", zegt hij, „dat is ook van God." Hij wijst omhoog: „Tel de sterren als je ze tellen kunt. Weet je, dan denk ik wel eens dat als de God van Abraham een God is van grote wonderen, dan geloof ik dat Hij ook machtig is om mij de kracht te geven dit kruis achter Hem aan te dragen. Dan mag ik in Zijn kracht tegen de zonden strijden, en dan zal ik in Zijn kracht eens eenmaal overwinnen. Dan als God alles en in allen zal zijn."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1997

Daniel | 32 Pagina's

Strijd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1997

Daniel | 32 Pagina's