Christus en Zijn kinderen
Wanneer Christus Zichzelf aan de ziel heeft gegeven, heeft Hij die zieI voor eeuwig Hef. Hij heeft haar Hef tot het einde. En wanneer de ziel zichzelf aan Christus geeft, heeft zij Hem lief in onverderfelijkheid.
(Owen, 1616-1683)
13/4 Het eigendom van Christus. Maleachi 3:7-18.
14/4 Christus werd vlees en bloed voor de Zijnen.
Hebreen 2:5-18. 15/4 Christus werd arm voor Zijn volk. 2 Korinthe
8:1-15. 16/4 Christus werd Dienaar voor de Zijnen. Filippenzen 2:1-11.
17/4 Christus heeft Zijn kinderen verlost van de vloek der wet. Galaten 3:1-18.
18/4 Christus gaf Zijn leven voor Zijn vrienden. Johannes 15:1-17.
19/4 Opdat ik Christus moge gewinnen! Filippenzen 3:1-16.
De hulp van Christus voor de Zijnen
20/4 Een medelijdende Hogepriester. Hebreen 4.
21 /4 Christus ondersteunt Zijn heiligen. Jesaja 40:1 - 11.
22/4 Christus schenkt de ziel soms kracht tegen de zonde die haar bestormt (jozef). Genesis 39.
23/4 Christus schenkt de Zijnen genade. 2 Korinthe 12:1-10.
24/4 Christus zal de vijanden van Zijn volk oordelen. Matthéüs 25:31-46.
25/4 Christus vergeeft overvloediglijk, jesaja 55.
26/4 Christus is Zijn volk geworden tot wijsheid.
1 Korinthe 1:17-31.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1997
Daniel | 30 Pagina's