Thomas - Didymus
Ik ken je wel, ik weet wel watje dreef, toen je onrustig door de stralen doolde: je dacht dal Gods gebouw lot as verkoolde, en niets dan wanhoop voor je overbleef.
Ik volgde je op wegen, ver van God; we lieten ons door droevig denken leiden, verlieten zelfs de plaats waar medelijden de broeders samenbond in 'I zelfde lot.
Zijn komst bij hen heeft mij met jou verward, hoewel ons ongeloof hun vreugd niet overnam. Met jou heb ik Zijn goedheid dwaas getart.
Maarjiij bleef, Wiejiij was, zodaljiij nogmaals kwam. 'Mijnfleere en mijn God!' sprak je, blij en beschaamd, en ik - je tweelingbroer - heb 7 stamelend beaamd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1997
Daniel | 30 Pagina's