Niet door kracht, noch door geweld...
Jaarverslag JBGG 1996
Alweer een jaarverslag van de Jeugdbond. Een grote hoeveelheid activiteiten en gebeurtenissen samengebald in een klein aan boekje. Zo'n verslag geeft aanleiding tot een terugblik over het afgelopen jaar. Het roept herinneringen op aan de vele zaken die in het afgelopen jaar passeerden. Het herinnert er aan dat de tijd vliegt. Immers, veel van wat genoemd wordt, ligt nog zo vers in het geheugen. Een korte wandeling door het jaarverslag.
Bezig-zijn met jongeren betekent werken in een omgeving waarin veel verandert. In het hoofdstuk 'jeugdwerk in beweging' wordt hierop kort ingegaan. Het huidige jeugdklimaat wordt gekenmerkt door een veelheid van veranderingen. De generaties jongeren lijken elkaar steeds sneller op te volgen.
De generatie 'Nix' is nog maar nauwelijks bekend of de generatie 'Next' dient zich al weer aan. Een generatie van de 'flexibo's': jongeren die zich gemakkelijk aanpassen en zich met de stroom van de tijd laten meedrijven. Een materialistische generatie die zich vooral niet druk maakt om de serieuze zaken uit het leven.
Het spreekwoord 'als het regent in de wereld dan drupt het in de kerk' lijkt ook hier op te gaan. Helaas zien we ook bij een deel van de kerkelijke jeugd een 'flexibo' mentaliteit. Geniet op een nette manier van het leven.
Neem het vooral niet te serieus. Werk hard, rust zondags wat uit en ontmoet elkaar op zaterdagavond rond een drankje. Commerciële instellingen varen er wel bij...
Deelnemers
Het hoofdstuk 'Participatie van jongeren' geeft een overzicht van de deelname van jongeren aan ons jeugdwerk. Met dankbaarheid constateren we dat het aantal deelnemers in 1996 met 4% is toe genomen. Deze groei betreft in hoofdzaak het - 16 werk.
Zoals we dat in voorgaande jaren ook reeds merkten, lijkt het aantal deelnemers aan het +16 werk te stabiliseren. Opgeteld ontmoetten een kleine 8800 jongeren elkaar rond het Woord van God. Ze werden daarin bij gestaan door meer dan 1000 vrijwilligers! Clubleid(st)ers, voorzitters en ambtsdragers, die belangeloos een deel van hun tijd opofferden voor de jeugd van de gemeenten.
Vrijwilligers, die geprobeerd hebben het zaad van het Woord te zaaien. Soms met blijdschap als zij meenden dat het weerklank gaf. Soms met teleurstelling als zij zagen hoe omstandigheden het zaad onvruchtbaar leken te maken.
Echter, het is God, Die ondanks onze blijdschap en onze teleurstelling Zelf voor de vrucht zal instaan...
Ontmoeting en bezinning
Binnen het jeugdwerk is er veel plaats voor ontmoeting. In de eerste plaats binnen de jeugdvereniging. Daarnaast ontmoeten de jongeren elkaar in bredere verbanden. In het hoofdstuk 'bezinning en ontmoeting' worden de mogelijkheden hiertoe opgesomd. Zo werden weer vele districtsavonden georganiseerd. Hier werden onderwerpen ingeleid, waarover vervolgens gediscussieerd kon worden. De tweedaagse winterconferenties, gehouden in Dongen, Eist en Haamstede, zijn inmiddels een begrip geworden in het jeugdwerk. In 1996 werd het thema 'Ben jij bereid? ' besproken. Bijna vijfhonderd jongeren bezochten deze conferenties. Uit de daar gestelde vragen bleek hoe sterk vragen rond de wederkomst leven.
De bondsdagen vormen voor veel verenigingen het eind-en hoogtepunt van het vergaderseizoen. In totaal bezochten meer dan 8000 jongeren de bondsdagen. Bij de - 16 bondsdagen werd aan de hand van het thema
'Kom ga met ons' aandacht gegeven aan het 3000-jarig bestaan van Israël. Hiervoor werden door het land verspreid acht bijeenkomsten gehouden. De lezingen op de Bondsdag +16 waren gericht op het thema 'En gij zult Mijn getuigen zijn'. Met deze bijeenkomst is een eind gekomen aan een jarenlange traditie om de +16 bondsdag in de RAI van Amsterdam te houden. Het langzaam teruglopende bezoekersaantal en de hoge kosten van de RAI deed het bestuur besluiten om de komende bondsdag in de Veluwehal in Barneveld te houden.
Materiaal
In hoofdstuk 5 van het jaarverslag wordt een overzicht gegeven van het bezinnings-en programmamateriaal dat in 1996 door en voor de Jeugdbond werd vervaardigd. Te denken valt aan de verschillende schetsen van MIVO (Meer Informatie Voor Ons), die voor de doelgroepen - 12, +12, +14 en +16 werden geschreven. Ook achter deze publicaties gaan veel vrijwilligers schuil. Samen met een van de jeugdwerk-adviseurs investeerden zij vele uren om de schetsen op leesbare en verantwoorde manier op papier te zetten. Daarnaast kan ook het werk van de commissie Audiovisie genoemd worden. Die zorgde ervoor dat in de afgelopen jaren een groot aantal diaklankbeelden gemaakt en geactualiseerd kon worden. Veel verenigingen blijken hiervan gebruik te maken.
Kaderactiviteiten
Een vertelling houden voor een kinderclub en het leiden van een zomerkamp vraagt naast liefde en belangstelling voor jongeren tevens bepaalde vaardigheden. Belangstellenden konden zich die eigen maken op de verschillende kadervormende cursussen. Deze cursussen omvatten doorgaans een serie avonden, die door een jeugdwerkadviseur en een vrijwilliger worden geleid. De deelnemers - in 1996 bijna 200 in totaal - zijn vaak zeer enthousiast over het daarin gebodene.
De bij de Jeugdbond aangesloten jeugdverenigingen staan onder toezicht van de plaatselijke kerkenraad. Door middel van plaatselijk jeugdwerkoverleg (pjo) probeert de Jeugdbond de band tussen de kerkenraad en de plaatselijke verenigingen te versterken. Daartoe wordt met enige regelmaat een bespreking georganiseerd tussen een afvaardiging van de kerkenraad, de besturen van de plaatselijke verenigingen en één of twee jeugdwerkadviseurs. In 1996 vonden 22 van dergelijke pjo's plaats. De bijeenkomsten worden door de deelnemers in het algemeen als verrijkend eivaren.
Projecten
Hoofdstuk 6 behandelt de 'projecten'. Dit zijn kortlopende activiteiten waarvoor de Jeugdbond van het ministerie VWS subsidie krijgt. Het gaat hierbij om een aanzienlijk bedrag: ongeveer 25% van de totale overheidssubsidie.
De projecten moeten voldoen aan een aantal criteria om voor subsidie in aanmerking te komen. Daarnaast moet het project ook achteraf verantwoord worden. In 1996 werden de projecten 'Een nieuwe start' (contacten met exgedetineerden), 'Identiteit en participatie' (staan van kerkelijke jongeren in deze wereld) en 'maatjes' (koppels van jongeren met en zonder handicap) afgerond. De projecten vragen een grote inzet van de jeugdwerkadviseurs en de betrokken jongeren.
Zomerkampen
Veel jongeren (deelnemers) en 'ouderen' (stafleden) uit onze gemeenten komen via de 'Daniël-kampen' intensief in aanraking met ons jeugdwerk. Dit deel van het jeugdwerk wordt samengevat in hoofdstuk 7. In 1996 schreven ruim 2000 deelnemers zich in voor de 70 georganiseerde kampen.
De animo van jongeren voor deze manier van vakantie houden lijkt iets af te nemen. Er bestaan op dit moment in 'onze kringen' dan ook vele alternatieven voor de Daniël-kampen. Desondanks wist de speciale sfeer van onze kampen weer velen aan te trekken. Dit geldt ook de 280 stafleden, die hiervoor belangeloos één of meer weken aan vrije tijd opofferden. Het betekent voor hen vaak een periode die enerzijds vermoeiend is, maar die anderzijds als zeer verrijkend wordt ervaren.
Voor het bestuur, de direct betrokken jeugdwerkadviseurs en de commissieleden is het een spannende periode.
We zijn dankbaar dat in het verslagjaar geen ernstige ongelukken hebben plaatsgevonden. In de afgelopen jaren zijn we er bij bepaald dat dit niet vanzelfsprekend is...
Pan iel
In 1996 voltooide ons jongerenblad Daniël zijn vijftigste jaargang. „Ruim 1200 Daniels zijn inmiddels verschenen. De ingebonden jaargangen beslaan ongeveer anderhalve meter".
Ter gelegenheid hiervan werd een jubileumnummer uitgegeven. Een actie tilde het aantal abonnees aan het eind van het jaar boven de 11.500. Gebleken is dat Daniël binnen onze gemeenten brede waardering geniet. Zo blijken vrijwel al onze predikanten bereid om desgevraagd een op jongeren gerichte meditatie voor het blad te schrijven. Maar, ook buiten onze gemeenten wordt Daniël intensief gelezen. Het op aansprekende en evenwichtige wijze samenstellen van een jongerenblad is geen gemakkelijke taak. Het vergt van de redactie veel tijd ook veel wijsheid. Wij hopen dat Daniël door de hele breedte van onze gemeenten samenbindend mag werken tussen jongeren en ouderen.
Bestuur en financiën
In hoofdstuk 8, het laatste deel van het jaarverslag, worden bestuurlijke activiteiten en financiën kort toegelicht. Gememoreerd mag worden dat bestuurslid A. de Kruijf in 1996 na een bestuursperiode van vijftien jaar besloot zich niet meer herkiesbaar te stellen. Verder mogen ook de goede viermaandelijkse contacten genoemd worden tussen het Deputaatschap 'met de lange naam' en de jeugdbond. Het bestuur stelt het positieve meedenken van de deputaten bij de verschillende jeugdwerkactiviteiten zeer op prijs.
Het al eerder genoemde brede draagvlak van ons jeugdwerk binnen de gemeenten komt ook tot uiting in kerkelijke bijdragen voor de Jeugdbond.
Niet minder dan 134 gemeenten - drie meer dan vorig jaar - droegen in het verslagjaar bij door middel van een gift of een collecte. We zijn deze gemeenten zeer dankbaar voor deze steun. Met het oog op de onzekere financiëring door VWS zouden we die in de toekomst nog wel eens harder nodig kunnen krijgen. Ook de bijdragen van de vele 'Vrienden van het jeugdwerk' zijn bemoedigend. We hopen en vragen dat de gemeenten en de donateurs het jeugdwerk niet alleen financieel maar ook in het gebed zullen dragen.
Tenslotte
In 1996 heeft binnen de kring van onze gemeenten opnieuw een grote verscheidenheid aan activiteiten kunnen plaatsvinden. Ik schrijf: opnieuw. Immers, ook in voorgaande jaren kon het jeugdwerk doorgang vinden. We ervaren dit bijna als vanzelfsprekend. Toch is dit niet zo gewoon als het lijkt. Als we binnen kerkelijk Nederland om ons heen kijken, moeten we constateren dat er niet veel kerken zijn waar het werk voor de jeugd breed wordt gedragen. Soms is er in het geheel geen jeugdwerk, omdat dit als overbodig en zelfs als gevaarlijk wordt ervaren. Soms is het er wel, maar wordt het slechts door een kleine 'vleugel' gedragen. Laten we als bestuur en gemeenten zuinig zijn op ons jeugdwerk en laten we er ons voor hoeden dat de geest van de polarisatie ons in zijn greep krijgt.
Veel mensen waren betrokken bij het jeugdwerk. Niet in de laatste plaats wil ik in dit verband ook wijzen op de werkers op het Bondscentrum: de directeur, de jeugdwerkadviseurs en de administratief medewerkers. Veel werk werd door hen, door het bestuur en door vele vrijwilligers met een groot enthousiasme verzet. Soms kan daarbij het gevaar dreigen dat wij denken dat we al dat werk wel in eigen kracht kunnen doen. Dat brengt mij op het voorwoord van de secretaris: „Het komt er bij het bouwen in het jeugdwerk ten diepste niet aan op onze activiteiten en inspanningen. Jeugdwerk kan alleen vrucht dragen als de Heere Zijn Geest verbindt aan Zijn woord.
Door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de Heere der heirscharen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1997
Daniel | 30 Pagina's