Interview met drs. W. C. Polinder, evangelist in Guinee
Je geeft je baan op en laat je familie achter, je groet je vrienden en je ontzegt je veel comfort om in een ander werelddeel voor de zending te gaan werken. Hoe komt iemand zo ver? Wat drijft hem daartoe? We vroegen het de heer W. C. Polinder (Wim), die enkele jaren geleden nog redactiesecretaris van Daniël was en een goede baan had als orthopedagoog bij de schoolbegeleidingsdienst BGS.
Heeft hij altijd al in de zending gewild? „Nee", zegt Wim, „hoewel ik al jaren het verlangen had om mijn leven in dienst van de Heere te mogen besteden, dacht ik vier jaar geleden zelfs nog niet aan de zending. Dat was voor anderen, niet voor mij."
Hoe is dat dan zo veranderd?
Dat kwam met name door de vele vacatures bij de zending, vooral voor het nieuwe gebied in Guinée. Mijn vrouw en ik vroegen ons af of de Heere daar geen taak voor ons had. Dit hebben we ook voor Hem neergelegd in het gebed. We zagen de advertenties wel maar voelden ons niet geroepen om te reageren.
Dat veranderde door de bondsdag in 1993. In de middagpauze heb ik bij de stand van de zending gesproken met de heer Janse over de vacatures en hem het een en ander uit mijn leven verteld. Hij vroeg mij toen: „Wat moet er nog meer gebeuren voordat je reageert? ". Ik wilde graag een briefje uit de hemel waarop duidelijk stond dat de Heere mij riep.
's Middags was er een panelgespek met onder andere ds. Van Eckeveld en de heer Nieuwenhuis van het zendingsbureau. Er was met de actie meer dan een miljoen voor de zending bij elkaar gebracht, maar bij dit gesprek werd ook weer de vraag gesteld: aar zijn de arbeiders? Wat er toen gebeurde kan ik moeilijk onder woorden brengen. Het was alsof de Heere vroeg met de woorden uit jesaja 6: Wie zal Ik zenden? ". In mijn hart kwam er zo'n bereidwilligheid en rust dat ik wel op had willen staan en roepen: Zie hier ben ik, zend mij heen" (jesaja 6:8). Het was alsof de Heere mij uitstootte in Zijn wijngaard. Toen ik die avond thuis kwam, heb ik tegen Alberdien, mijn vrouw, gezegd: Ik denk dat we de zending in moeten".
In de weken daarna kwamen de bezwaren weer terug. Maar ze werden onder het dagelijks lezen in de Bijbel allemaal weggenomen. Met name de geschiedenis van Gideon, tegen wie de Heere zegt: „Ga heen in deze uw kracht... heb Ik u niet gezon-
den? " en door de geschiedenis van de uitzending van de zeventigen in Lukas 10 (vooral vers 3: „Gaat heen, zie Ik zend u als lammeren in het midden der wolven"). Wij willen graag als leeuwen uitgaan, maar de Heere zendt ons als een lam opdat we het alleen van Hem verwachten.
Dit alles gaf zoveel vrijmoedigheid dat ik, hoewel de termijn van aanmelden al was verstreken, toch nog gereageerd heb. Niet lang daarna
werd ik door het deputaatschap aangenomen als evangelist voor Guinée.
Wilde uw vrouw ook wel gaan?
ja! Toen ze nog maar elf jaar was, wist ze dat de Heere haar riep voor het zendingswerk. Bij haar thuis was er veel aandacht voor de zending.
De kinderen moesten bijvoorbeeld een deel van hun bollenpelgeld afstaan aan de zending. Alberdien schreef in die tijd dan wel eens naar onze zendingsman in Holland, de heer Polder, en ze heeft heel wat briefjes van hem teruggekregen. Bij het ouder worden raakte de gedachte om in de zending te gaan wat op de achtergrond. Ook dacht ze: als de Heere mij wil gebruiken in het zendingswerk zou ik wel beter in de talen zijn geweest. Uiteindelijk is ze maatschappelijk werkster geworden.
De Heere bracht ons bij elkaar en als we dan terugkijken in ons leven dan mogen we allebei zeggen: „Wat heeft de Heere ons leven wonderlijk geleid".
Wat gebeurde er nadat u als evangelist voor Cuinée was aangenomen?
We moesten eerst als gezin een half jaar naar Frankrijk om de Franse taal te leren. Guinée is namelijk een vroegere Franse kolonie. Daardoor is het Frans de voertaal.
Verder moest ik nog enkele cursussen volgen, onder andere bij de Wycliff in Frankrijk.
Op 1 7 november 1994 zijn we uitgezonden vanuit de gemeente van Veenendaal. Ds. A. F. Honkoop preekte toen over Johannes 10:16 „Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen".
Boké, Dubreka en Garama Werkte onze zending al lang in Cuinée?
Begin 1991 is drs. Carla de Bruin er als vertaalkundige begonnen. In 1992 volgde het echtpaar Commelin en in 1993 de familie Van Rijssel. Daarna is het team verder uitgebreid.
Het eerste werkterrein was Boké, een stad van 25.000 inwoners, die met elkaar dertien verschillende talen spreken. In deze stad wonen de meesten van onze zendingswerkers.
Op dit moment zijn er verschillende mannen in Boké die bijbelstudie volgen bij een van de evangelisten. Ook is begonnen met het houden van samenkomsten op zondag.
Carla woont als enige van het team in Dubreka, zo'n tweehonderd kilometer ten zuiden van Boké. Zij is bezig de Bijbel te vertalen in de taal Susu (spreek uit: soesoe) en deze taal wordt het meest zuiver gesproken in deze regio. Het is een handelstaal die dus door meerdere stammen wordt gesproken naast hun eigen stamtaal.
Waar wonen jullie?
Het eerste jaar verbleven we in Boké en sinds februari 1996 wonen we in het dorp Garama, in het Mixifore-gebied, zo'n 45 kilometer ten zuiden van Boké.
In Boké hebben we ons goed kunnen oriënteren en heb ik ervaring op kunnen doen met het geven van bijbelstudie, het bemannen van de leeszaal (die met het geld van een jeugdbondactie is opgezet!) en het voorgaan op zondag.
Ondertussen werd door de technicus Marien Nijsse, een vrijwilliger uit Holland en tien mannen uit Garama gebouwd aan ons huis. Dat huis hebben we de naam Rehoboth gegeven, wat betekent 'De Heere heeft ruimte gemaakt'. Als team hebben we het als een groot wonder ervaren dat dit dorp gratis twee hectare grond ter beschikking stelde aan onze zending om een nieuwe post te openen. En dat terwijl iedereen daar moslim is.
Hoe is de bevolking in Cuinée?
De bevolking bestaat voor 70-75% uit moslims; 1% is christen en de rest is animist (heiden). De christenen wonen met name in het zuidoosten van Guinée. Onze zending werkt aan de westkust, waar geen christenen zijn.
Over het algemeen zijn de mensen erg vriendelijk en gastvrij. Het is
makkelijk om met ze in contact te reden, doordat het leven zich vooral buiten afspeelt.
Het was toch wel een grote overgang van Nederland naar Guinee?
Dat is ons meegevallen. Wel hebben we er aan moeten wennen dat we zo weinig privacy hebben. Er zijn altijd mensen om je heen, waar je ook bent. Ook wordt er constant een beroep op je gedaan om te helpen. Op het ogenblik wonen we als enig blank gezin in een dorp van zo'n vijfhonderd inwoners (vanaf 7 jaar). We voelen ons helemaal opgenomen in de gemeenschap. We dragen dan ook de familienaam Keita, net als onze naaste buren. We hebben de afgelopen tijd duidelijk Gods zorgende hand mogen ervaren. Hij heeft ons niet beschaamd.
Een van de moeilijkste dingen in het begin vond ik als een van de kinderen 's avonds in bed lag te huilen omdat hij of zij terug wilde naar Holland. Nu willen ze weer graag naar Guinéel
Mixifore uw taak ligt in het Mixifore-gebied. is dat groot?
De Mixifore is één van de twintig stammen van Guinée met een eigen stamtaal, het Mixifore. Vermoedelijk telt deze stam ongeveer tienduizend mensen, verdeeld over zo'n zeventig dorpen. Hun taal staat nog niet op schrift en dus is er nog helemaal geen lectuur voorhanden. Maar als je ingang bij de mensen wilt krijgen, is het ontzettend belangrijk dat je hun taal spreekt. Dat betekent dat ik, met hulp van anderen, begonnen ben met het beschrijven en het leren spreken van deze stamtaal. Dat is een hele klus.
Hoe kun je werken onder mensen van wie je de taal niet kent?
Elke dag werk ik samen met een taaihulp. Hij spreekt goed Frans. Als we de dorpen in gaan, neem ik hem meestal mee, met name in het begin. De nieuwe woorden die ik hoor, schrijf ik op en bespreek ik met de taalhulp en probeer ik daarna in de praktijk te gebruiken.
Over de gewone, alledaagse dingen kan ik wel praten in het Mixifore, maar evangeliseren in hun taal gaat nog niet. Daarvoor moet je eerst onderzoeken hoe je Bijbelse begrippen, zoals zonde en genade, kunt omschrijven in de stamtaal.
Met name in de pioniersfase is het heel belangrijk om vertrouwen van mensen te winnen. Dat doe je dus door hun taal te leren spreken, maar ook door met de mensen mee te leven in al hun omstandigheden.
Kun je merken dat je midden tussen moslims woont?
O ja! Als er iemand bij ons op bezoek komt, houdt hij zich meestal aan de voorgeschreven gebedstijden. Na zijn gebed kun je dan weer verder praten. Ook zie je vaak (oudere) mannen voor hun huis zitten die in de Koran lezen. Bij alle huizen zie je van die koranplankjes liggen, waar in het Arabisch een vers uit de Koran op staat geschreven. Elke ochtend zitten de kinderen rondom een houtvuurtje deze teksten uit hun hoofd te leren. Ook zie je elke ochtend de koranleraar in Garama van 7 tot 8 lesgeven uit de Koran aan jongeren.
Willen ze wel over de Bijbel horen speken?
Moslims hebben hun eigen heilig boek, de Koran, dat door Allah via de profeet Mohammed zou zijn neergezonden tot de mensen. In de Koran worden ook de boeken van Mozes, de Psalmen van David en het Evangelie van jezus genoemd, als zijnde door Allah gezonden. Maar alles wat in die boeken staat en niet in overeenstemming is met de Koran, is vervalst. In de Koran staat dat jezus niet gekruisigd is. Dat staat wel in de Bijbel. Nu, zegt een moslim, dan is dat een vervalsing.
Wij vertellen tegen de mensen dat we gekomen zijn om hun stamtaal te leren en de boeken van Mozes (Tawra) daarin te vertalen en daaruit onderwijs willen geven. Sommigen willen daar niet van weten; zij zeggen genoeg te hebben aan de Koran. Anderen hebben er wel belangsteling voor en lezen met grote belangstelling bij voorbeeld het boek Genesis (in de Susu-taal). Een van de imams van Garama vindt het belangrijk dat de mensen op de hoogte zijn van wat de boeken van Mozes leren.
Tegenstand Is er ook tegenstand te merken?
In Garama op dit moment nog niet. De mensen dachten eerst dat we gekomen waren om er zelf beter van te
worden. Ze konden niet geloven dat een blanke het rijke Westen verlaat zonder er rijk van te worden.
Misschien hebben ze ons wel binnen gehaald met de gedachte er zelf ook beter van te worden, in materieel opzicht. Nu ze merken dat we echt gekomen zijn voor de taal en het doorgeven van Gods Woord in hun taal, zijn er sommigen die tegen ons zeggen: „Wij zijn bang voor jullie, want jullie zijn gekomen om onze godsdienst af te pakken".
Zijn er in Guinée ook fundamentalistische moslims?
De Islam is hier vermengd met heidense elementen. Dat wordt wel de 'volksislam' genoemd. Het beïnvloedt het hele sociale leven. Maar men is hier niet zo fanatiek als bijvoorbeeld in Algerije. Toch zijn onlangs op de markt in Boké folders in de Franse taal verspreid, waarin gewaarschuwd werd tegen christenen.
Die folders waren gedrukt in Koeweit! Als moslims trouw met de bijbelstudies mee blijven doen, kijkt de familie argwanend toe. Wie echt christen wil worden, wordt door zijn familie verdrukt en uitgestoten.
Een geopende deur Merken jullie dat het Woord van God ook ingang mag vinden? We hebben de bijbelstudies al genoemd. Ook worden bij de leeszaal Bijbels gehaald, die we hebben in het Frans, Susu of de Pulartaal. Laatst zei iemand: „jullie weten niet half hoeveel mensen in het verborgene de Bijbel lezen!". We mogen verwachten dat de Heere dat zal zegenen.
Ik ben onlangs op een conferentie van christenen in het oosten van Guinée geweest, waar een bekeerde moslim over zijn leven vertelde. Ik vond het een indrukwekkend getuigenis! Hij was als christen doorzijn familie verstoten, maar kreeg van de Heere uit jeremia 1 de opdracht om naar zijn geboortedorp terug te gaan. Hij werd bespot en bedreigd, maar toch bleef hij er en verleende zwijgende hulp waar die nodig was.
Zo kreeg hij weer ingang bij de mensen en mag nu in zijn eigen omgeving GodsWoord brengen.
De Heere geeft in dit land een geopende deur!
Kracht om door te gaan Jullie hopen in april weer terug te gaan. Zie je ernaar uit?
Ja! Ons werk in Garama is eigenlijk pas begonnen. We verlangen ernaar om verder te mogen gaan. We genieten hier met ons verlof vooral van de kerkdiensten, want de zondagen
zijn ginds eenzaam, maar onze taak ligt in Garama.
Van jezelf heb je geen kracht en als je aan het eind van de Ramadan het hele dorp geknield ziet liggen voor Allah, dan vraag je je af hoe daar ooit verandering in zal komen. Er gaat dan een zucht naar boven: Heere, hoe moet het toch? ". Maar de Heere heeft ook al meerdere keren willen wijzen op 2 Korinthe 12:9 „...want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht". Zo hopen we verder te mogen werken, ook als de tegenstand zal toenemen.
wat wil je ons nog meegeven?
Zendeling Commelin zal volgend jaar zijn werk gaan be-eindigen. Er zijn vrijwel geen reacties gekomen op de oproep voor een nieuwe evangelist; Van Rijssel zal het werk in Boké alleen niet aankunnen. Daarom wil ik graag besluiten met een citaat van C. H. Spurgeon uit 'De Bijbel, een kracht van God tot zaligheid': „Eén van de 'heilige instincten' van een wedergeboren mens, is die van het verlangen om anderen te redden. Als wij gered zijn, dan verlangen we samen te werken met de Redder in Zijn werk van genade.
Zendingsliefde is het natuurlijke gevolg van het scherpe inzicht in de werkelijke stand van zaken in de wereld, die bedorven is. De heiden sterft zonder hoop. Moet dit altijd zo blijven? Zijn er geen jonge mensen die zich willen haasten om hulp te bieden aan hen die omkomen? Uit het diepst van mijn hart wil ik deze vraag voor u neerleggen. Wanneer roept u het uit: 'Zie, hier ben ik, zend mij heen? '."
Wim en Alberdien, hartelijk dank voor dit gesprek en ga dan opnieuw heen in Gods kracht!
Geldermalsen
A. T. Crum
Z. Crum-Nieuwland
Zendingswerkers in Guinee
Mevr. drs. C. de Bruin,
vertaalkundige Postadres:
M.E.R.N., BP 438 Conakry République de Guinée
J. M. Commelin, evangelist M. Nijsse, technicus Drs. W. C. Polinder, evangelist Mevr. W. van Rijn, lectuurwerkster I. van Rijssel, evangelist Mevr. I. Troost, onderwijzeres Postadres:
M.E.R.N., BP 134 Boké République de Guinée
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1997
Daniel | 32 Pagina's