Straatkinderen
deel 2
Er zijn enkele maanden voorbijgegaan. Felisa en haar broertje zijn al helemaal thuis in de wijk waar ze uit het busje werden gegooid. In het straatje komen ze nooit meer. Veel te gevaarlijk. Niet alleen omdat er vaak politie controleert, maar een groep straatjongens heeft de container voor zich opgeëist en wee degene die probeert er ook wat uit te halen! Toen Felisa aan de leider van een straatbende vroeg of zij en Ruel er ook nog bijkonden, spuwde hij vlak voor hun voeten op de grond: „We motte geen meide en da knulletje is nog veel te klein". Het plekje in de tuin bij het bankgebouw is hun slaapplaats geworden. Elke avond kruipen ze tussen de struiken. Er is nog niemand gekomen die hen eruit joeg.
Ze hebben een groot stuk plastic gevonden. Als het regent, trekken ze het over zich heen, zo blijven ze nog een beetje droog. Maar altijd is er de bange vraag: hoe zullen we morgen aan eten komen? Eén keer per week is er markt in de buurt van hun slaapplaats. Dan is het niet moeilijk om wat te gappen. Vooral Ruel, klein en lenig als hij is, is daar gehaaid in. Felisa probeert de marktkoopman af te leiden en Ruel slaat dan zijn slag.
Op een dag, net als Felisa in een overvolle supermarkt een stuk worst tussen haar smerige jack duwt, komen er twee agenten binnen. Ze schrikt zich bijna een ongeluk en zoekt snel naar een plekje waar ze zich verstoppen kan. Ruel staat buiten verscholen achter een vrachtwagen op haar te wachten. Hij heeft de politiemannen naar binnen zien gaan en weet maar een ding te doen: gauw, onder die auto! De angst knijpt z'n keel dicht. Als Felisa die kerels nou maar op tijd in de smiezen krijgt! Op z'n buik liggend kan hij net langs het achterwiel dat tegen de stoeprand staat, de deuren van de winkel in de gaten houden. Komt ze eraan? Nee, 't is een vrouw met een boodschappenkarretje. Weer zwaaien de deuren open.
„Nee!", kreunt hij, „nee!"
Wat nou! Snel kijkt hij om zich heen. Daar, net achter het wiel ligt een flinke steen. Denken en doen is één bij hem. Vlug als water schiet hij onder de auto uit en smijt het projectiel met alle kracht die hij heeft naar de agenten van wie er één Felisa in de kraag heeft.
Raak!! De puntige kei treft de man net naast zijn oog. Ruel wacht niet af wat er gaat gebeuren, maar rent er als een haas vandoor.
En Felisa? Op het moment dat de steen doel treft en de politieman haar in een eerste reactie loslaat, stuift ze weg en duikt onder in het winkelend publiek. Een kwartier later ontmoeten ze elkaar op een alleen aan hen bekende plaats.
„Was dat effe goed, joh", prijst ze en trekt grinnikend de worst onder haar smerig jack vandaan, „Hier, voor jou 't grootste stuk. Voorlopig zien ze me daar nie meer, daar ken je van... Sstt, mond houwen", waarschuwt ze zacht en legt haar vinger tegen de lippen. Ruel hoort het nu ook. Snel slikt hij het laatste stukje worst door en maakt zich, net als zijn zus, zo klein mogelijk achter een bouwvallig muurtje met rondom veel struikgewas. Het is een jofel plekkie om weg te schuilen en as ter gevaar dreigt, ken je naar twee kanten ontsnappe. Ja, as de achtervolgers gewapend zijn, dan wor et wel link, maar perberen ken je altijd. Er klinken voetstappen, niet van kinderen da's duidelijk te horen. Felisa kan het geen naam geven, maar het lijkt alsof er een groepje soldaten aankomt, dat nou wel niet echt strak in de pas loopt, maar toch...!
Voorzichtig waagt ze het een paar takken opzij te trekken. Zo ken ze net het pad zien, jammer dat het hier een bocht maakt. Nou ken ze pas zien wie der ankomp as tie al vlakbij is. Ze houdt haar adem in. Daar benne ze! Politie! En voorop, z'n pistool schietklaar in de hand...! De smeris die haar in de supermart in der kraag vatte! Hij, hij heb een pleister neffen z'n oog! Et kennie misse!
Snel duikt ze terug tussen de veilige struiken. Zouwen ze naar hun op zoek zijn? Hoe ken dat nou? Niemand heb gezien waar ze heen rende. En Ruel gong een heel andere kant op. Met bonkend hart horen ze de agenten voorbij gaan. Het benne er wel zes of zeven. Waar zouwen ze heen motte? Plotseling klinkt er een schot! Felisa en Ruel duiken nóg dieper weg. Da's vlakbij! Weer één, oh daar ratelt een automatisch geweer! Er zoeven kogels door de struiken, net over de hoofden van de doodsbange kinderen. Weer een salvo en nog één! Felisa moet moeite doen om niet te gaan gillen! Zou ze opstaan en weghollen? ! 't Is alsof Ruel haar gedachten leest.
„Blijf liggen!", sist hij en drukt haar tegen de grond. „Straks krijg je een kogel!"
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1997
Daniel | 32 Pagina's