JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Straatkinderen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Straatkinderen

deel 1

5 minuten leestijd

Door een buitenwijk van Manila, een stad van bijna tien miljoen inwoners, de hoofdstad van de Filippijnen, lopen een meisje en een jongen. Het meisje is een jaar of twaalf, de jongen amper negen.

Het is nog vroeg in de morgen, het verkeer komt nog maar net op gang en hier en daar zie je mensen die op weg zijn naar hun werk. De beide kinderen letten niet op wat er om hen heen gebeurt, ze zijn moe en zoeken een plekje om te rusten. Een plaatsje waar ze zonder al te veel op te vallen kunnen slapen. Slapen als de dag begint? Wie doet dat nou! Slapen doe je immers 's nachts?

„Kom nou, Ruel", zegt het meisje, „nog effe volhouwe. O kijk es, daar bij die ketainer is een mooi plekkie."

Ze trekt het kereltje, dat haar met moeite bij kan houden, mee naar een smal straatje, waarin een grote afvalbak staat.

Ruel laat zich neervallen achter de bak die bijna tot aan de rand vol ligt met overgebleven voedsel uit een restaurant dat over enkele uren zijn deuren weer zal openen voor de eerste klanten op deze dag.

Felisa, zijn zusje, is ook moe, maar zij heeft ook honger! Ze kijkt snel even in de container. Nee, is dat effe geluk hebbe! Ze graait met beide handen in het weggeworpen eten. Hier, een stuk van een pizza, en daar een half afgekloven kippepootje en... Gauw voor der andere kinderen komme!

„Hier, Ruel, pak an!"

Dat laat haar broertje zich geen tweemaal zeggen. Met zijn groezelige handen pakt hij het kippepootje beet en zet er zijn tanden in. Met een beschimmeld broodje, dat ze voor hem opdiept, heeft hij evenmin veel moeite. En opnieuw steekt hij zijn hand uit naar Felisa die, nog kauwend op het stuk pizza, een kleverige substantie naar boven haalt, er aan ruikt en het in haar mond propt.

Omstandig likt ze haar vingers af: lekker, een salade, 's Kijke wat er nog meer leg, meschien vin...

„Hé vuile rat, blijf met je klavieren uit onze container!"

Drie jongens komen vanuit de steeg met dreigende gebaren op haar af. Felisa staat even stijf van schrik, dan handelt ze razendsnel. Ze trekt Ruel overeind en samen rennen ze het straatje uit. Hijgend staan ze een paar honderd meter verder stil en wagen het even achterom te kijken, gereed om verder te hollen als dat nodig is. Gelukkig, die knullen komen hen niet achterna. Ze zien nu ook waarom. Langs de stoeprand, vlak voor de steeg waar de container staat, stopt een politiebusje. Er springen vier agenten uit die linea recta het straatje inrennen.

Felise en Ruel wachten niet af wat er verder gaat gebeuren, ze maken dat ze uit de voeten komen. Politie? Daar moet je ver vandaan blijven!

Opgerold als een poesje ligt Ruel dicht tegen zijn zusje aan te slapen. Wat was hij moe na die ren uit het straatje. Felisa had hem geen rust gegund voor ze een plek gevonden had die in haar ogen veilig was. Tussen dichte struiken in een grote, verwaarloosde tuin die eens bij een bankgebouw hoorde, hebben ze een goede schuilplaats gevonden. Van het bankgebouw is niet veel meer over dan een ruïne. Daar 'wonen' en slapen sinds jaar en dag tientallen straatkinderen. En hoewel Felisa hier vreemd is en niet weet of ze welkom is bij haar soortgenoten, heeft ze het toch gewaagd tussen de struiken een poosje uit te rusten.

Ze zullen hier niet zo gauw ontdekt worden en ze kunnen er vannacht als ze uitgerust zijn altijd nog vandoor gaan. Ruel slaapt allang, maar zij is nog klaarwakker. Hoelang is het nu geleden dat ze weggelopen zijn? Toch zeker al een half jaar.

Toen moeder ziek werd en kort daarna stierf, bracht vader al gauw een andere vrouw mee naar hun huisje in de krottenwijk. Die zorgde alleen maar voor haar eigen kinderen en schopte haar en Ruel de straat op. „je ken hier komme slape, maar verders geen gezeur."

Vader bemoeide zich er niet mee, hij was bijna nooit thuis. En toen hij op een dag door de politie opgepakt werd, mochten ze ook 's nachts niet meer thuiskomen.

En vanaf die dag wonen ze op straat. Twee dagen geleden werden ze met nog veel meer lotgenootjes in enkele politiebusjes afgevoerd naar de buitenrand van de stad en daar uit de auto's gezet.

„Zoek het hier maar uit. Als jullie het wagen terug te gaan en we zien jullie, overleef je het niet, smerige ratinho's". Daar konden ze het mee doen. De meesten zijn toch naar hun eigen wijk teruggegaan, maar zij durfden niet en besloten hier te blijven. Felisa draait zich op haar andere zij, Ruel wordt er niet wakker van. Zijn zusje laat opnieuw haar gedachten de vrije loop.

„Het begon zo mooi met die ketainer, goeie wat lag daar een ete in. Dat die ellendige knullen d'r nou ook net aankwame. Maar ze weet de weg naar dat straatje best weer te vinde en vannacht gaan ze er naar toe, zeker wete. As ze nou is, eh of nee, ze kenne beter..."

Een zacht gesnurk 'vertelt' dat ook Felisa in dromenland is aangekomen.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1997

Daniel | 32 Pagina's

Straatkinderen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1997

Daniel | 32 Pagina's