JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Psalm 19 - Gods  , twee grote boeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Psalm 19 - Gods , twee grote boeken

Oud-testamentische psalmen door Nieuw-testamentische ogen (3)

8 minuten leestijd

Oud-testamentische psalmen door Nieuw-testamentische ogen (3)

David heeft zijn leven lang gestudeerd in twee grote boeken. Daar was hij trouwens al jong mee begonnen. Terwijl hij bij de schapen de wacht hield, legde hij zich toe op het onderzoeken van de twee grote boeken van God: de natuur en de Schrift. Deze psalm laat ons horen wat het resultaat van dit onderzoek bij David was. Hoe dieper hij in beide boeken groef, hoe meer hij in zijn hart gevoelde: mijn Vader heeft ze beide geschreven.

Indeling

We kunnen drie delen onderscheiden in deze natuur-Psalm:

- de verzen 2 t/m 7: de schepping spreekt van de heerlijkheid Gods - de verzen 8 t/m 12: het Woord openbaart de rijkdom van Gods genade - de verzen 13 t/m 15: het gebed van de man die beide verstaat

1. De schepping spreekt van de heerlijkheid Gods

Het boek van de natuur heeft drie bladzijden: e hemel, de aarde en de zee. Het behoeft ons niet te verbazen dat de hemel de eerste en de heerlijkste is van deze drie. Want de hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk. Hemelen... meervoud dus! Er is de hemel van de zon, maan en sterren. Er is de wolkenhemel boven de aarde. Ook is er de derde hemel (2 Korinthe 12:2-4) of de hemel der hemelen waar God woont met Zijn heilige engelen en de gezaligden. Al die hemelen vertellen de glorie van Hem die hemel en aarde uit niets heeft voortgebracht. Al zou op aarde elke tong zwijgen, dan nog zouden de hemelen zonder ophouden spreken van de wijsheid, macht en majesteit van God. Dag en nacht spreekt het hemelruim van jehova's lof. Overal klinkt de Godsspraak van de natuur. Hoeveel spraakverwarring er ook op de aarde is, hun richtsnoer gaat uit over de ganse aarde, en hun redenen aan het einde der wereld. Als trouwe getuigen van God staan de hemelen boven ons. Zij storten hun spraak over ons uit. Van hun hoge plaats prediken zij ons zonder ophouden de grootheid van God.

Wat de mensen er ook van denken of zeggen. Wat een theorieën er ook over het ontstaan van hemelen en aarde worden uitgedacht, de hemelen trekken zich er niets van aan en verkondigen wat op aarde niet gehoord wordt... de eer van God! Beschamend is het onderwijs uit het boek van de natuur. Lezen in het boek van de natuur is nuttig. Het geloof leest daarin van de onzienlijke dingen Gods, namelijk, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid (NGB art.2).

De Zon

Met rijke dichterlijke woorden spreekt David over de opgang van de zon. Zeker als herdersknaap zal hij in de vroege morgen de pracht van de stralende oosterse zonsopgang hebben bestudeerd. Diep is hij ervan onder de indruk. Hij ziet de zonnebol aan de horizon verschijnen als een bruidegom die uitzijn slaapvertrek komt, stralend van jeugd en geluk. Hoger en hoger klimt hij in een lange baan als een held die juichend de strijd tegemoet gaat. David volgt de zon van het uiterste oosten tot het verste westen; en zo is er 'niets', geen land of volk, geen berg of dal, dat door de gloed van zijn stralen niet wordt bereikt.

2. Het Woord openbaart de rijkdom van Gode genade

Met vers 8 begint het tweede gedeelte van dit psalmlied. Zag de dichter reeds grote heerlijkheid in het boek van de natuur. Nog groter heerlijkheid ziet hij in het Boek van Gods Wet. Maar liefst zes keer noemt hij in enkele verzen de Wet van God en hij weet daarbij steeds weer andere namen voor de Wet te vinden en andere deugden van de Wet aan te prijzen. De Wet des Heeren is volmaakt. De bevelen des Heeren zijn recht. Het gebod des Heeren is zuiver. De rechten des Heeren zijn waarheid. Zij zijn begeerlijker dan goud. Zoeter dan honig en honigzeem (letterlijk; wat uit de raten lekt). Het is de moeite waard om bij dit leerrijke hexapla (een zesvoudig stuk) een ogenblik stil te staan.

De Wet des Heeren is bekerende de ziel (vers 8) volmaakt,

Dit is niet alleen de Wet van Mozes, maar het gehele Woord van God. En door dat Woord brengt God de ziel tot bekering, tot leven, tot verkwikking. De ziel ziet vooral op het hart, op het innerlijk van de mens. Daar brengt de Heere met Zijn Woord leven! Lees 1 Petrus 1:23.

Ook is het getuigenis des Heeren gewis, betrouwbaar; een gids waar je echt wat aan hebt, omdat hij altijd het juiste spoor wijst. Niet minder dan wijsheid voor slechten heeft de Wet jou en mij te bieden. Lees 1 Timotheüs 3:15.

De bevelen des Heeren zijn verblijdende het hart (vers 9) recht,

De bevelen zijn hier vooral de besluiten, de verordeningen Gods. Zij zijn recht! Ze zijn gegrond in gerechtigheid. Niets kroms is er aan Gods

Wet. Zoals een dokter de juiste medicijnen geeft en zoals een jurist goede raad geeft, zo doet het Woord van God. En deze rechte bevelen geven blijdschap aan het van God geleerde hart. Lees Romeinen 7:22.

Het gebod des Heeren is zuiver. Geen vlek of vertroebeling is er in te ontdekken. Gods gebod is puur en helder. Daarom worden de ogen erdoor verlicht. Bij het kijken in de zon worden onze ogen verblind. Maar kijk in het blinkend heldere gebod des Heeren en je ogen zullen verlicht worden. De reinheid van de blinkende sneeuw doet sneeuwblindheid ontstaan maar met Gods waarheid is het net andersom; zij geneest de natuurlijke blindheid van de ziel... verlichtende de ogen. Lees 2 Korinthe 4:3-6.

De rechten des Heeren zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig (vers 10)

Waarheid staat hier tegenover leugen. Rechtvaardigheid sluit zich hier nauw bij aan. Dit vers noemt ook de geestelijke uitwerking van de leer der waarheid in de praktijk van het leven, namelijk: de vreze des Heeren. Deze veel geroemde vreze des Heeren is rein in zichzelf. Het zuivert je hart van de liefde tot de zonde. De vreze des Heeren is nooit tevreden voordat iedere straat en steeg van stad mensenziel gezuiverd is en zou willen dat er volmaakte overeenstemming was met de rechten des Heeren.

Lees Deuteronomium 17:19.

Zij zijn begeerlijker dan goud (vers 11)

De Woorden van God, het Evangelie van Christus verrijkt op het meest. Er zit vaart en stuwkracht in dit vers; goud - fijn goud - veel fijn goud. Het is goed - beter - best. Lees Spreuken 3:15.

Zie, daar heb je de voorlopige conclusie. Hoe rijk is toch Gods Woord. Het predikt genade voor schuldigen, leven voor doden, water voor dorstigen, een kleed voor naakten, kortom een rijke Zaligmaker voor een arme zondaar. Het Woord leert ons meer van God dan de natuur. De natuur spreekt niet van jezus! Het Woord wel! Het Woord laat ons zo veel van God weten als ons van node is in dit leven, tot Zijn eer, en de zaligheid der Zijnen (NGB art.2) Laat dit Woord van God je mentor zijn. Het wijst je op het genadeloon dat er is in het houden van Gods geboden.

3. Het gebed van de man die bei de boeken verstaat

Veel heerlijkheid van God zag David in het rijk van de natuur. Nog meer van God zag hij in het rijk der genade waar God heerst door het volmaakte Woord van Zijn Wet. Maar wat zag hij nu bij zichzelf? Het Woord heeft zijn zielsogen gescherpt. Wat is dat nodig! Calvijn vergelijkt de Bijbel bij een bril, waardoor bijziende ogen de letters, die voor onze slechte ogen door elkaar lopen, ineens helder en duidelijk worden. Dan lees je in het boek van de natuur de heilige Naam van God. Nog scherper ga je Zijn Naam lezen in het boek van Zijn Woord. Dit lezen brengt Godskennis aan in het hart. En de man die God leert kennen, leert zichzelf kennen. Diep kijkt David tenslotte in zijn eigen hart (heb je dat ook al eens gedaan? ). En hij die zoveel van de heerlijkheid van God heeft gezien, ziet bij zichzelf geen enkele heerlijkheid. Hoe hartstochtelijk hij ook verlangt om Gode welbehagelijk te leven, hij kan zichzelf geen compliment geven. Hij ziet afdwalingen, trotsheden, grote overtredingen. Vreest zelfs voor de verborgen afdwalingen. Hiermee bedoelt hij niet een bepaald soort van zonden maar hij denkt aan zijn onbewuste zonden, aan niet gekende afdwalingen. Hij voelt dat de Heere veel meer van hem kent en ziet dan hijzelf. Wie zou de afdwalingen verstaan? Wat een vraag. Zit jij er ook mee? En waar blijft hij met die vraag? Hij legt zijn hart voor de Heere open. Hij buigt diep en biddend vlucht hij tot Gods barmhartigheid; reinig mij van de verborgen afdwalingen. Reinig mij in het verzoenend bloed van Uw Zoon. Daar komt David uit aan het einde van deze Psalm. Hij begon met de hemelen, maar Hij eindigt met Hem, wiens heerlijkheid hemel en aarde vervult. Dat is jezus. Hij is mijn Rotssteen en mijn Verlosser!

Kapelle

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1997

Daniel | 32 Pagina's

Psalm 19 - Gods  , twee grote boeken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1997

Daniel | 32 Pagina's