JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bekering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bekering

4 minuten leestijd

Gij hebt het hoog geheim doorbroken, Here Jezus, tussen ons en den Vader, naar Uw Woord mogen wij zonder zonde zijn en nieuwe wezens, wat er ook in ons leven is gebeurd.

ik deed, van alles wat gedaan kan worden, het meest misdadige - en was verdoemd. Maar Gij hebt God een witte naam genoemd, met die van mij. Nu is het stil geworden, zoals een zomer om de dorpen bloeit.

En moeten ook de bloemen weer verdorren; mijn lenden zijn omgord, mijn voeten staan geschoeid. Uit Uwe hand ten tweeden maal geboren, schrijd ik U uit het donker tegemoet.

Gerrit Achterberg

Bekering... dat is een woord dat je in geen enkele preek zult missen, je moet bekeerd worden! Dat wist Gerrit Achterberg (1905-1962) ook, geboren en getogen als hij was in het bevindelijke hervormde milieu van het vroeg twintigste-eeuwse Neerlangbroek, in de omgeving van Doorn. Gerrit Achterberg, die één van Nederlands belangrijkste dichters in deze eeuw is geworden, heeft tijden in zijn leven gekend, dat hij aan de sfeer van zijn kinder-en jeugdjaren geheel ontgroeid leek te zijn. Maar in zijn poëzie zijn ook steeds momenten aan te wijzen waaruit blijkt dat hij zijn verleden niet kon en wilde loslaten. Wij hebben geen oordeel uit te spreken over Achterbergs verhouding tot God, maar dit is zeker, dat hij de grondslag van het bevindelijke geloofsleven telkens opnieuw op verrassende wijze onder woorden wist te brengen. Dat blijkt ook hier in dit eerste gedicht uit zijn bundeltje En jezus schreef in 't zand.

Achterberg moet zichzelf bedoeld hebben, toen hij bekende: „Ik deed, van alles wat gedaan kan worden, het meest misdadige". Hij doelde met deze bekentenis ongetwijfeld op het feit, dat hij aan het einde van de jaren dertig in een vlaag van verstandsverbijstering zijn hospita dodelijk verwondde. Achterberg heeft zich als een Kaïn gevoeld, een man die als een verdoemde ronddoolde op de wereld, van de ene psychiatrische inrichting naar de andere. De dichter zet in op het moment dat de ik-figuur in het gedicht bewust mag geloven in de Heere Jezus, Die hij heeft mogen aannemen als zijn Middelaar en Zaligmaker. Jezus heeft het 'hoog geheim' doorbroken. Zonder Middelaar is er een ontzaglijke, onoverbrugbare kloof tussen God en Zijn in zonde gevallen schepsel. Maar nu is er verzoening. God ziet in Christus geen zonde meer in Zijn kind, dat een nieuwe naam gekregen heeft en een nieuw schepsel is geworden. Er is vrede in zijn hart; een stilte en vrede die te vergelijken is met de zomerse bloei rond een dorp als Neerlangbroek.

De dichter beseft, dat deze intense en intieme vrede hier op aarde niet blijvend is. Er moet veel strijds gestreden zijn en veel leeds geleden zijn, wil het einde vrede zijn! Maar de 'voorsmaken' heeft hij hier mogen proeven op het. moment dat hij zich zijn tweede geboorte, zijn wédergeboorte bewust is geworden. In deze trant heeft Achterberg zijn vriend ds. J. T. Doornenbal ongetwijfeld horen preken, later in de dorpskerk van Oene, en dat is ook zijn eigen ervaring. Hij kan de strijd nu aan. Zijn lenden zijn omgord, zijn voeten staan geschoeid.

Waar heb je die regel meer gehoord? Juist, bij Geerten Gossaert in diens gedicht 'De verloren zoon'. De moderne dichter die Achterberg was, schaamt zich er niet voor om bewust terug te grijpen op de 'ouderwetse' zinsnede die Geerten Gossaert in het begin van de twintigste eeuw in zijn gedicht 'De verloren zoon' aanwendde. Daarmee spreekt hij mijns inziens uit tóch te willen staan in de traditie van een christelijk dichterschap.

Er is een variant van dit gedicht bekend, waarin de dichter aan het einde van zijn gedicht zegt: 'schrijd ik U in het donker tegemoet. Achterberg heeft dit later veranderd in dat ontroerende 'uit het donker'! Deze wijziging maakt de titel van dit gedicht alleen maar des te overtuigender!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1997

Daniel | 32 Pagina's

Bekering

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1997

Daniel | 32 Pagina's