JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Diaconie - bijstand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diaconie - bijstand

4 minuten leestijd

De diaconie ie een instelling Gode. Mogen we dan wel van de bijstand, uitkeringen en dergelijke voorzieningen gebruik maken?

Om deze vraag te beantwoorden, is het goed dat we wat dieper op bepaalde dingen ingaan. Eigenlijk moeten we enkele bijbelse principiële dingen goed in het oog zien te krijgen.

Naastenliefde de plicht van allen

Door de zondeval is er veel ellende gekomen. Daardoor zijn er ook mensen die in persoonlijke zorgvolle omstandigheden terecht komen. Wie moet nu voor hen zorgen; wie moet hen in hun nood helpen?

De eerste opdracht daartoe berust bij de naaste. Het gebod tot naastenliefde geldt iedereen en is heel breed, zo leert de Heere jezus ons met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

Veel oudtestamentische wetten hadden sociaal karakter

In Deuteronomium 24:17-22 bijvoorbeeld kunnen we lezen hoe in het Oude Testament de zorg voor weduwen, wezen en vreemdelingen geregeld was. Iedere burger, vooral degene die bezittingen en landerijen had, moest bijdragen aan de zorg voor de armen. Hij moest op zijn akker en bij het oogsten van zijn wijngaard wat achter laten voor de armen. Het was het recht van deze armen bijvoorbeeld aren te mogen lezen op de akkers en nalezingen te mogen doen in wijngaarden. Zo moesten de burgers samen er voor zorgen dat er geen bedelaar zou zijn in Israël. En de arme had het recht (en daarmee ook de plicht) om door zelfwerkzaamheid op deze wijze in zijn levensonderhoud te voorzien. Zo waren er meerdere wetten die de Heere aan Zijn volk gaf, die wij wetten met een duidelijk sociaal karakter zouden noemen. Als ze goed werden nageleefd, zou er geen armoe ontstaan in Israël (wetten over sabbatsjaar, jubeljaar, over pand geven en terugnemen, enzovoort).

Overheid moest toezien op naleving

Wanneer deze wetten niet goed werden nageleefd, ontstonden er misstanden, armoe; kwamen er bedelaars onder het volk. Wie werden daarover aangesproken? Het hele volk (Maleachi 3:5); de rijken (Amos 4:1 en 5:10-15) en de vorsten (Micha 3:1-3, 9, 10a).

Het hele volk had immers de sociale verantwoordelijkheid te verstaan, ledereen moest het gebod tot zorg voor de naaste in praktijk brengen, en dan vooral degenen die welvarend waren uiteraard.

De vorsten moesten er op toezien dat dit gebeurde. De opdracht toe te zien op de naleving van Gods wetten berustte bij de oversten (Exodus 21:22b; Deuteronomium 19:18). Ook de koningen hadden de opdracht in het bijzonder recht te doen en de armen en nooddruftigen te beschermen en de verdrukker te straffen (zie bijvoorbeeld Psalm 72). De profeten toornen daarom zeer over het volk en over de groten van het volk omdat ze deze wetten niet naleefden. Gods oordeel komt vanwege hun zonden.

Nieuwe Testament: in beginsel dezelfde lijn

In het Nieuwe Testament geldt dezelfde orde als in het Oude Testament.

Het Woord is immers één geheel. Eerst geldt dus het naastenliefde-gebod voor ieder persoonlijk. In onze koude samenleving wordt dit veel te veel vergeten en nagelaten; naar te vrezen is helaas ook onder ons.

Vervolgens is er de verantwoordelijkheid van de overheid. Deze zou goede sociale wetten moeten geven en moeten nazien op de naleving daarvan. In onze ingewikklede samenleving, is dat niet gemakkelijk. Helaas wordt de persoonlijke verantwoordelijkheid mede door de overheidswetgeving veel te weinig benadrukt. Toch blijft de overheid 'Gods dienares, u ten goede' (Romeinen 13:4). Zo mogen en moeten we dus de overheidswetgeving volgen, uitvoeren en gehoorzamen.

We hebben ook belasting te betalen, en de strafwetgeving van de overheid te gehoorzamen. Zo mogen en moeten we ook de sociale wetten van de overheid volgen. De zorg voor het zwakkere, die daaruit blijkt, is bijbelse opdracht.

Diaconie erbij gegeven

Verder is er in het Nieuwe Testament de diaconie. Binnen de gemeente mag zo de ambtelijke zorg voor de noodlijdende naaste gestalte krijgen. Maar de diaconie komt echt op de derde plaats. De diaconie is nodig en nuttig, en is tevens een voorbeeld dat de Heere barmhartig is en de dienst der barmhartigheid Hem behaagt. Deze dienst der barmhartigheid van de kerk mag ook een teken zijn van hoe het behoort onder de mensen. De kerk moet de overheid niet alleen op Gods inzettingen wijzen als het gaat over abortus of zondagswetgeving, maar ook als het gaat over zorg voor de nooddruftige naaste en het stimuleren en reguleren van de persoonlijke verantwoordelijkheid van iedere burger in deze. Zo spraken immers ook de profeten in het Oude Testament.

Daar het de plicht van de overheid is zorg te hebben voor nooddruftigen, mogen degenen die hulp behoeven daar ook gebruik van maken. En dan blijft er voor de diaconie nog werk genoeg over. En vooral: onze persoonlijke zorg voor de naaste blijft onze eerste opdracht.

Capelle aan den Ijssel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1997

Daniel | 36 Pagina's

Diaconie - bijstand

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1997

Daniel | 36 Pagina's