Opnieuw in gesprek met ds. A. Vermeij
Twee weken geleden las u al iets over het evangelisatiewerk in Emmen. Het begon heel klein. Weinig mensen kwamen luisteren, maar... de Heere betoonde soms kennelijk in het midden te willen zijn. „ Waar twee of drie in Mijn naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden." In de loop van de tijd breidde het aantal toehoorders zich uit. Iedere zondag kwamen er zo'n 25 tot 30 mensen naar het gymlokaaltje van de Johan Frisoschool in Emmen. Gods Woord mocht aan hen verkondigd worden. „Het maakt niet uit", zei dominee Vermeij aan het einde van ons vorige gesprek, „of er nu veel of weinig mensen onder het Woord verkeren. Elk mens krijgt waarde voor de eeuwigheid. Dan is het de liefde van Christus die het hart vervult, om zondaren te winnen voor Hem. Dan is het mooi werk! Nee, niet dat een evangelist mensen moet of kan bekeren, dat is Gods werk. Maar hij mag zaaien, in het geloof dat God het gebruiken wil en zal."
Ook deze keer word ik door dominee en mevrouw Vermeij gastvrij ontvangen in de Zwijndrechtse pastorie. Het gesprek met de dominee, die van 1987 tot 1990 evangelist in Emmen was, zal opnieuw gaan over de evangelisatie. Dat onderwerp staat immers - mede vanwege onze actie rond het 50-jarig bestaan van de Bond van Vrouwenverenigingen - in de belangstelling.
Dominee, u vertelde over de samenkomsten, waar u als evangelist tweemaal per zondag een stichtelijk woord sprak. Maar wat behoort nog meer tot het werk van een evangelist?
Het werkterrein van een evangelist ligt grotendeels 'op straat', je leest daarvan in Lukas 14:23 „Ga uit in de wegen en heggen; en dwing hen om in te komen, opdat Mijn huis vol worde".
Een evangelist zoekt dan bijvoorbeeld plaatsen op, waar veel mensen samenkomen en probeert ze in aanraking te brengen met Gods Woord. Dit pionieren is zwaar en moeilijk werk. Er mag wel veel gebed zijn voor onze evangelisten, of de Heere hen geven wil een vrijmoedige geest en getrouwmakende genade om eerlijk Gods Woord door te geven, alsook dat Hij hen voor moedeloosheid wil bewaren.
Hoe een evangelist het pionierswerk op straat verricht, wordt grotendeels aan hemzelf overgelaten, leder doet dat op zijn eigen wijze, op de manier die bij hem past. Ik heb dat in het verleden zelf gedaan door op de markt te gaan staan met een kraam boeken. Nooit zal ik die eerste keer vergeten, toen ik een dag na het herdenken van Hemelvaart, naar de markt ging. Het was op vrijdagmorgen, dat ik - na enkele malen mijn knieën gebogen te hebben, vragend om hulp en bijstand van Boven - op weg ging. Voortdurend zuchtte ik, ook nog onder het rijden. En daar kwamen de woorden van de Koning van de kerk in mijn hart: „Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde". Ik zei stilletjes: „Dank U, Heere, dan kan ik gaan!".
Ik mocht die dag, en ook verschillende malen daarna, met veel vrijmoedigheid de mensen aanspreken, jongeren en ouderen, zonder onderscheid.
De meeste vrijmoedigheid en bewogenheid ontvang je, als je zelf iets van het wonder van genade beleven mag. Dan leef je namelijk in óók zondaar te zijn, tussen de andere zondaren. En dan mag je ook wel eens ervaren, dat - hoe werelds de mensen ook zijn - ze niet zullen spotten. Ze voelen het: „Die evangelist staat niet boven ons, en hij staat achter hetgeen hij zegt". Een enkele zin uit hel hart gesproken, uiteraard gegrond op Gods Woord, legt beslag. Vaak is dat van korte duur, maar God doet ermee wat Hem behaagt. Het is: „Zaait aan alle wateren!" en: „Houdt aan, tijdig en ontijdig".
Richt een evangelist zich alleen op buitenkerkelijke eigenlijk mensen?
Nee, ook met mensen die tot de jehova's getuigen behoren of van kerkgenootschappen waar men Gods Woord verdraait tot eigen verderf, komt een evangelist in aanraking. Ook hen moet hij op grond van Gods Woord trachten te overtuigen van het verkeerde van hun opvattingen. Mijn ervaring is, dat je niet te lang stil moet staan bij allerlei verschillen in de leer.
Dat werkt vaak 'hete hoofden en koude harten'. Het beste is, om te vra-
gen naar de kern: „Is het wel met u op weg en reis naar de eeuwigheid? Heeft het Woord van God in uw leven al kracht gedaan? Kent u de verdorvenheid van uw hart al? Welke betekenis heeft Christus voor u? "
Zulke vragen leverden soms eerlijke gesprekken op. Ik kreeg dan de gelegenheid om erop te wijzen hoe het was in de schepping. Daarna, wat wij ervan gemaakt hebben in Adam: de val. En ik mocht dan ook vertellen, hoe het nu mogelijk is om hersteld te worden in Gods gunst en gemeenschap door Christus. Dat moet bevindelijk in het hart geleerd worden door Woord en Geest. En dat dit nog kan! Ja, voor de grootste van de zondaren. Ook voor hen, die op grond van wat dan ook, dwalen.
Ik gebruikte dan bijvoorbeeld het beeld van Paulus. Hij meende zelfs Gode een welbehagelijk werk te doen, maar was een vervolger van Christus' bruidskerk. Of ik wees op de Joden die zich erop beriepen verbondskinderen te zijn: „Wij zijn Abrahams zaad". Of anders gezegd: „Wij zijn gedoopt; aan ons is beloofd...!" Dat klopt wel, maar niet buiten de weg van persoonlijke bekering! Niet door conclusies, maar door het geloof, ook het geloof in onze diepe val en verlorenheid. Want ook verbondskinderen liggen in zichzelf onder de toorn en de vloek. Dat moet beleefd worden, vóór er plaats komt voor het geloof in Christus.
Soms liep zo'n gesprek toch uit op een scherpe discussie. De meeste tegenstand komt op tegen het eenzijdige werk van God. Tegen een rechtvaardig God, Die niet alleen liefde is, zoals velen menen, maar Die ook de zonde straft. „Als waar is, wat u zegt", zei in Emmen eens iemand tegen mij, „dan wil ik die God niet dienen!" De man begreep niet, waarin de liefde Gods geopenbaard werd, namelijk in Zijn rechtvaardigheid. Dat komt het meest uit in de gekruiste Christus. Juist daarin toont God Zijn rechtvaardigheid en liefde! Het is een wonder van genade als we dat door het geloof mogen leren verstaan. Wellicht gebrekvol gesproken, maar uit de liefde van het hart gebracht - wordt dan toch waar, wat staat in Psalm 119:7
'k Heb and'ren al de rechten van Uw mond Met lust verteld, hen vlijtig onderwezen; Uit al den schat van 't grote wereldrond Is nooit die vreugd in mijn gemoed gerezen, Die 'k steeds in Uw getuigenissen vond, Door mij betracht, en and'ren aangeprezen.
Ontmoette u wel eens tegenstand bij uw werk, zoals bijvoorbeeld het verstoren van samenkomsten? Kreeg u ook teleurstellingen te verwerken?
Tegenstand, ja, dat ontmoet je overal, dus ook op een evangelisatiepost. Het is bijvoorbeeld wel eens voorgekomen, dat een samenkomst werd verstoord.
Iets vervelends gebeurde op een oudejaarsavond. Vlak voor de samenkomst hadden jongeren een ruit gebroken en vuurwerk naar binnen gegooid. Dat gaf veel stank, maar gelukkig brak er geen brand uit. Verder hadden we die avond geen last van verstoring, en dat kwam wel mede vanwege het feit, dat onder de trouwe toehoorders zich enkele flinke mannen bevonden. Vóór de dienst gingen zij even naar buiten... Wat gelooft gij van de voorzienigheid Gods?
Onder teleurstellingen versta ik: mensen, die wel een half jaar lang trouw de samenkomsten bezochten en plotseling wegbleven. Dat is verschillende malen voorgekomen. Op een keer gebeurde het tijdens een toespraak, dat een mevrouw met een kleintje in de wandelwagen opstond, haar hand opstak als teken van groet, en vertrok. Bij alle teleurstellingen waren er echter ook verblijdende dingen. Er waren mensen, die heel trouw de samenkomsten bezochten en ook nu nog komen. Het was hen te doen om het Woord, ja de God van het Woord, om bekering. Want bedenk wel, dat mensen op een evangelisatiepost niet zomaar blijven komen. Laat ik het voorzichtig uitdrukken: de meeste toehoorders zijn echte belangstellenden. Zo niet, dan komen ze niet meer. Zij hebben immers eigenlijk geen enkele verplichting of binding aan de post. En dat was zeker zo met een beginnende post als Emmen tien jaar geleden.
Naast de binding door Gods Woord is het ook van belang, dat een evangelist
tussen en naast de mensen van de post staat en gewoon doet. Hij moet eenvoudig, vriendelijk en meelevend zijn, een luisterend oor en een open deur hebben, maar vooral bewogenheid met de zielen van de toehoorders. Dat wordt gevoeld; dat trekt en bindt.
U moest na ruim twee jaar afscheid nemen van Emmen. Zou u daar iets van willen vertellen?
U stelt wel heel persoonlijke vragen, maar toch wil ik daar wel iets van zeggen. De vorige keer heb ik al verteld, dat ik met vragen liep, als: „Is de Heere mij aan het voorbereiden om mij geheel in Zijn dienst te nemen? Wat heeft Hij met mij voor? Wat wil God dat ik doen zal? " Dat ben ik nooit helemaal kwijt geraakt.
In het begin van het jaar 1990 werd ik andermaal bepaald bij de nood van de vele vacante gemeenten. Dit werd een gebedszaak en de Heere heeft daarin antwoord willen geven. Dat leidde tot aanmelding bij het curatorium en nu, dat ik de gemeente van Zwijndrecht mag dienen. Het afscheid nemen was best een gevoelige zaak, temeer omdat ik in Emmen een begin heb mogen maken en ik sterk aan de mensen van de post verbonden was.
Tijdens een afscheid voel je pas hoe sterk die band is. Maar gelukkig heeft de Heere de post niet verlaten. Hij heeft tegen alle verwachtingen en gedachten - ook van mij - in, tot hiertoe gewaakt over het kleine stekje in Emmen. Groot zal het mogelijk nooit worden, maar het gaat in het Koninkrijk Gods om Zijn Kerk, en die zal Hij eruit halen, ook in zuidoost-Drenthe. En of dit er nu twee of tien zijn, is niet aan ons. De Heere rekent anders dan wij mensen.
Momenteel werkt evangelist Van Drunen in Emmen en ik hoop en bid dat de Heere het evangelisatiewerk rijkelijk zegenen wil tot Zijn eer en tot zaligheid van zondaren.
Dit geldt evengoed voor de andere evangelisten, elk op hun plaats, in Nederland en België.
Dominee, heeft u er profijt evangelist bent geweest? van, dat u
Daarin kan ik kort zijn: k denk van wel. Onder andere bij begrafenissen en huwelijksbevestigingen heb je soms de gelegenheid om andersdenkenden of buitenkerkelijken aan te spreken in hun eigen taal. Dit heeft Paulus ook gedaan, want daar getuigt hij van in 1 Korinthe 9:20 en 21 „En ik ben den Joden geworden als een Jood...
Dengenen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet zijnde". Matthew Henry zegt daarvan: „In onschuldige dingen kon Paulus zich schikken naar de gewoonten en inzichten der mensen tot hun voordeel". Zijn doel daarbij was: „Opdat ik degenen die zonder de wet zijn, winnen zou".
Als u terugdenkt aan uw jaren in Emmen, wat is dan uw 'mooiste' herinnering?
Dat zijn de zondagen, waarop ik het Woord mocht spreken en de Heere betoonde in ons midden te zijn.
Daarbij - ik zeg dit met schroom - geloof ik, dat het uitdragen van Gods Woord niet ongezegend is gebleven.
„Waaraan merkte u dat? ", zult u vragen. U begrijpt, dat ik hierin niet persoonlijk wil worden. Ik wil deze vraag wel in het algemeen beantwoorden.
Wat op een evangelisatiepost gebeurt, komt gelukkig ook voor in geïnstitueerde gemeenten.
Ik bedoel het volgende. Het kan zijn, dat iemand - een man, een vrouw of een jongere - die reeds met één voet in de wereld staat, televisie heeft en werelds leeft, zijn of haar leven getekend vindt in de gelijkenis van de verloren zoon. En wanneer zo iemand onder het Woord gegrepen wordt, wordt dat het meest zichtbaar in de vruchten: ootmoed, schuld zien, beleven en belijden, maar ook de zonden laten. Dan verdwijnt bijvoorbeeld de televisie uit het huis, de begeerte naar de wereldse programma's uit het hart. Daarvoor in de plaats komt een honger en dorst naar het Woord van God en Zijn gerechtigheid.
Dan verandert ook stapsgewijze de leefgewoonte van werelds naar de normen van Gods Woord. Dat openbaart zich in kleding en allerlei andere zaken, die daarop betrekking hebben. Dit heb ik mogen waarnemen op de evangelisatiepost. Verder laat ik de vrucht graag over aan de beoordeling van Hem, Die Zich nooit vergist.
Ik wil mij aan het slot van dit vraaggesprek graag richten tot u allemaal persoonlijk. Geliefde lezer, mag u óók weten van een vernieuwing, van wedergeboorte, opwekking uit de doden? Daarin openbaren zich de bovengenoemde vruchten! Een mens kan getrokken worden uit de wereld, maar ook vanuit de eigengerechtigheid, tot de ware gerechtigheid in Christus. Van harte wens ik u dat allen toe, want zonder de gerechtigheid van Christus kunt u voor God niet bestaan!
Dominee, het was fijn om met u te spreken over uw ervaringen als evangelist in Emmen. Hartelijk dank, dat u er tijd voor vrij wilde maken!
Van harte wens ik u, zowel persoonlijk als ambtelijk, Gods onmisbare zegen toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1997
Daniel | 36 Pagina's